De paniekzaaiers vs studentenarbeid: 1-0

VTM vergeet Gaston Berghmans niet | Showbizzsite
Gaston & Leo “De Paniekzaaiers”, bron: showbizzsite.be

Studentenarbeid zou verboden worden omdat er een Europese richtlijn in de maak is die het coronavirus op de lijst van biologische agentia “classificatie 3” zet. Ik word nu voor het eerst in mijn carrière geconfronteerd met een paar verschijnselen die de kolder van Gaston en Leo in “De Paniekzaaiers” benaderen. Het erge aan de hele zaak is dat niet alleen kranten – op zoek naar hun dagelijkse portie sensationele krantenkoppen – dit voeden, maar zelfs mensen en instituten uit het vakgebied. Deze laatsten zouden beter moeten weten, veel beter.

Het betreft een ondertussen beruchte Europese richtlijn. Een richtlijn moet omgezet worden naar nationaal recht, ze wordt niet automatisch van kracht. Hoewel de richtlijn van toepassing is sinds 24 juni 2020, is ze op dit moment (begin juli) nog niet omgezet in België. Ik heb ook geen enkele indicatie dat het een prioriteit is, noch binnen de regeringsvorming, noch bij de regering in lopende zaken, noch in het parlement dat zich opmaakt voor het zomerreces. In theorie hebben we tot 24 november om ze om te zetten. In theorie. 

Het zal dus (na de omzetting) verboden zijn om studenten te werk te stellen als ze in contact komen met een verhoogde kans op dit virus. Tenzij ze studenten zijn in een specifieke studierichting waarbij dit contact kan. Met andere woorden, we zullen geen studenten meer te werk kunnen stellen in labo’s die met dit virus werken, noch in hospitalen waar men met coronapatiënten werkt. Tenzij deze studenten toevallig geneeskunde of verpleegkunde studeren. Met een ambulance rijden mochten studenten sowieso al niet.

Daaruit afleiden dat studentenjobs niet zouden kunnen deze zomer omwille van het Coronavirus is toch een brug te ver. Als het virus in de classificatie 3 terecht komt, komt het in goed gezelschap terecht. Salmonella typhi, Middeneuropees tekenencefalitisvirus, Koreaanse hemorragische koorts, Apenpokkenvirus, Hepatitis C-virus, Russische voorzomer-meningo-encefalitis, Gele koorts, AIDS, … en zovele andere leuke biologische agentia zitten in hetzelfde kaartclubje. Zonder dat studentenarbeid de krantenkoppen haalde. Hoewel je in de gemiddelde supermarkt ook de occasionele drager van, ik zeg maar wat, het AIDS-virus tegen het lijft loopt.

Er blijft wel een impact mogelijk op de studentenarbeid. Cleaning in ziekenhuizen, vakantiejobs in woonzorgcentra, … zijn randgevallen. Maar als hospitalen en woonzorgcentra even goed nadenken, hadden ze sowieso het contact van jongeren met risicopopulaties al verboden, los van deze richtlijn. Mijn kinderen gaan ook al een tijdje niet meer op bezoek bij hun overgrootouders.

Is er dan geen “verhoogd risico” elders? Niet volgens Fedris. De organisatie die zich van overheidswege bezig houdt met beroepsziekten, ziet in maar een beperkt aantal (para)medische beroepen een mogelijkheid tot beroepsziekte. Je moet echt al “in de frontlinie” gestaan hebben (ziekenhuizen, woonzorgcentra, …) om hiervoor in aanmerking te komen. Deze zomer een broodje smeren in een broodjeszaak, valt daar heus niet onder. 

Dus lieve mensen, laten we stoppen met dit Broodje-aap-verhaal. Studentenarbeid is een blijver, ook al zullen er deze zomer een 100.000 studenten minder aan de slag zijn volgens de studiedienst van Randstad. Dat is al erg genoeg. Alle andere sensatie is paniekzaaierij en draagt niet bij tot een heropbouw van dit land. L’union fait la force, ook deze 21ste juli. We zullen het nog hard nodig hebben.

De wereld op zijn kop? Minder dan je denkt.

De twintigste eeuw kende drie grote “grieppandemiën”. De Spaanse, de Aziatische en de Hongkong. Wie van complottheoriën houdt kan vast wel iets bedenken, Azië en Spanje spelen immers ook nu weer een hoofdrol. Hoewel de Spaanse eigenlijk in de VS begon…

Niet alleen wie van complottheoriën houdt, maar ook wie van korte termijndenken houdt, ziet vanalles definitief veranderen. Maar is dat wel zo? Nee, de ervaring uit de vorige drie pandemiën leert ons dat de menselijke natuur niet zo snel wijzigt. We neigen vrij snel naar het “oude normaal”. Dit zal nu niet anders zijn. 

Natuurlijk zullen bepaalde tendensen die al aanwezig waren er versterkt uitkomen. We wilden al duurzamer leven. We wilden al meer kwaliteit dan kwantiteit. En het vliegen werd al in vraag gesteld. Dat zal er niet minder op geworden zijn. Maar dat is niet “het grote nieuwe normaal”. Die stromingen waren er al. 

En voor de welzijn op het werk, de facto de enige thematiek waar ik iets van af weet? Zal hier iets veranderen? Ja en nee. Als preventieadviseur zou ik inzetten op mobiliteit en werkplek onafhankelijk werken. 

Er is ontegensprekelijke een momentum voor wie het actief aangrijpt. Net wat ze bijvoorbeeld in Brussel doen door 40km fietspad in één zomer bij te creëren, en 100km woonerf. Voor wie passief blijft, zal het momentum overwaaien. Gelukkig willen we allen aan de goede kant van de geschiedenis staan. Niet?

Eindelijk mobiliteit dus. Het tijdperk van gezellig in de file staan kunnen we waarschijnlijk met een hogere kans op succes bespreekbaar maken. De meest conservatieve HR-afdelingen zullen op zijn minst openstaan voor een gesprek met ons, preventieadviseurs. Het functioneel kiezen van een juiste vervoersmodus wint op lange termijn. Cambio zal verder oprukken. De elektrische fiets en step, zullen dat ook. Minder verplaatsingen uitvoeren komt er nu nog eens bij als belangrijke piste.

En werkplek onafhankelijk werken wint ook. Thuiswerk zou ik het niet noemen. De tendens van co-working, werken op de trein of in een coffee corner ergens te lande komt terug. Die intermenselijke gezelligheid komt terug. Zonder masker en met knuffel. Je rugzak als kantoor rukt op. Richt dus niet al je pijlen op grote schermen bij de mensen thuis. Zet in op sterke mensen die mentaal om kunnen met flexibiliteit en vrijheid. Zet in op rugzakken en goede laptops. En dus ook op YouTube… hoe kun je overal ergonomisch werken? Perfect uit te leggen op YouTube. Gewoon gefilmd met je GSM, zonder veel poeha.

De kille benadering van het materiële welzijn op het werk verdwijnt. Een grotere auto is geen welzijn, en een nieuwe bureaustoel is dat ook al niet. Een vrijheid om je budget te besteden zoals je dat zelf wilt, en informatie over hoe je zelfs op een keukenstoel ergonomisch kunt werken, zijn dat wel. Dus ja, ook voor preventieadviseurs verandert er veel. De visie die we moeten hebben. Het durven inzetten op informatie in plaats van aankoop van materialen. Het durven verder kijken dan de klassieke werkplek en de klassieke inrichting. Het betuttelende paternalisme loslaten en mensen zelf laten hun werk inrichten…

Wie daar moeite mee heeft, krijgt van mij een knuffel. Zo rond 2022. 

#Corona aka “een dag in het leven van een thuiswerkende mama”

Thuiswerken terwijl de kinderen vrolijk buiten spelen of huiswerk maken, de perfecte combinatie life-work balance.
Ik weet niet hoe dat bij andere mensen gaat, maar hier bij ons thuis is dat idyllische plaatje toch net iets anders dan hoe ik het mezelf had voorgesteld.

Mijn kinderen zijn 6 en 8 jaar. Zelf ben ik zelfstandig consultant en hangt mijn inkomen dus af van de uren die ik (thuis) kan presteren.

Ergens op facebook las ik een tip om taakjes voor de kinderen in te plannen zodoende ze een ‘houvast’ te geven en de weken wat visueler te maken. “Top idee”, dacht ik. Ik maak een duidelijke weekplanning met ‘moetjes’ en ‘magjes’, laat ze zelf ook drie leuke activiteiten erop zetten en zo komen we de week glansrijk door, en heb ik tijd genoeg om tussendoor wat uren te werken.

Perfect plan? Leek mij ook. Toen toch…

8u00:
Om te beginnen staan wij ’s morgens al een beetje later op. Aja, want ‘nu het eens kan’ moeten we ervan profiteren.
Wanneer iedereen uiteindelijk aangekleed is en een ontbijtje naar binnen heeft gewerkt dan kunnen we met de dagplanning starten.
Sporten staat als eerste op het lijstje, want de kinderen moeten toch wat beweging gebruiken?

9u00:
We gaan hardlopen in het bos. De oudste, die ook op de voetbal zit, loopt mee en de jongste gaat met haar fiets.

Meestal loop ik +/- 5km op een 35tal minuten, met de kinderen duurt dat 45 minuten. Onderweg is er altijd wel eentje die moe is, dorst heeft, gevallen is onderweg, een snotneus heeft, moet plassen of geen zin meer heeft. Maar goed, we gaan gewoon door want ‘ze hebben er deugd van’.

9u45:
Eenmaal thuis gaan we douchen. De badkamer is na afloop een ravage en de kinderen roepen mij al want ze hebben (alweer) honger.

10u30:
Uiteraard eten we een stuk fruit, want dat staat elke dag als vast punt op de weekplanning. En niet zomaar een stuk fruit. Nee nee, ik snij een assortiment van diverse soorten fruit en die krijgen ze dan elks in een plastiek potje aangeboden met een vorkje erbij.

11u00:
“Goed, ik zet ze aan de keukentafel met hun huiswerk en dan kan ik tussendoor wat werken” is mijn idee. De computer gaat aan en de kinderen krijgen hun oefeningen.

Nog geen 5 minuten nadat ik mezelf heb geïnstalleerd, staat er al eentje aan mijn bureau.
“Mama, ik snap niet wat ik moet doen”.
“Zucht”. Dan maar even pauzeren van de harde 5 minuten die ik heb kunnen werken en even helpen.

11u15:
Kind twee roept mij ook om de oefeningen die intussen gemaakt zijn na te lezen.

Ik denk er plots aan dat ik nog een korte was wou draaien vandaag.
“Snel tussendoor dan” zeg ik tegen mezelf.

11u30:
Ik zet me terug aan mijn computer. “Mamaaaa, we zijn klaar met ons huiswerk, wat moeten we nu doen?
“Ga maar wat buiten spelen dan”, roep ik terug, terwijl ik hoop dat ik een halfuurtje rustig kan verder doen.

Ok, even mails lezen en die belangrijke taak afwerken. Ik moet naar toilet, tja moet ook gebeuren.
En drinken, ik heb nog niets gedronken! Ik herinner me dat als ik op mijn lijn wil gaan letten, ik veel water moet drinken overdag.

11u35: Ik ben terug op mijn plaats… “Mamaaaa, mijn broer heeft mij pijn gedaan”
“Zucht”. (Dit is niet de tweede vandaag, maar wil jullie besparen hoe vaak ik zucht wanneer iets me niet mee zit)
“Speel jij dan op je kamer, je broer kan buiten blijven”, beveel ik.

Ik kijk op mijn gsm en zie dat ik 5 whatsappberichten heb, een gemist gesprek en 15 nieuwe mails over het coronavirus. “Even de appjes beantwoorden en terugbellen en dan doe ik verder”.

11u45:
Het is al bijna middag. Ik hoor het gepiep van de wasmachine die me roept om de was eruit te halen en neem mezelf voor om dan na het ophangen van de was en na het eten van ons middagmaal een paar uurtjes in de namiddag verder te werken.

De jongste is vandaag ‘mama’s hulpje’, d.w.z. dat ze gedurende de hele dag mee huishoudelijke taken moet uitvoeren, zoals de tafel dekken en opruimen of de vaatwasser legen.

12u45:
We hebben  gegeten en  de keukentafel is ‘netjes’ opgeruimd. Geen commentaar verder.

“Oh nee, ik ben vergeten de kinderen te vragen hun handen te wassen”. “Zucht”

Mijn telefoon gaat, het is mijn moeder. We bellen een 10-tal minuten en bespreken uiteraard uitgebreid de ‘corona-situatie’, vragen elkaar hoe het met de gezondheid is en dat van de kinderen, en klagen hier en daar over de maatregelen die er zijn genomen die ons het leven moeilijker maken.

13u00:
“Mamaaaa, wij moeten nog lezen”, roepen de kinderen. “Oja, juist”, stond op de planning.

De school verwacht natuurlijk van ons ouders, dat we de schooltaken overnemen. Dagelijks met de kinderen lezen, de maaltafels oefenen, rekenblaadjes laten invullen, woordjes schrijven enz.
De trainer van de voetbalploeg heeft filmpjes doorgestuurd op youtube om dagelijks 45 minuten in te oefenen.
En de juffrouw van de dansles heeft een ‘challenge’ op facebook gelanceerd zodat we de kinderen laten dansen en ze de pasjes voor de grote show niet zouden verleren.

Dit allemaal plannen we mee in elke dag als goede ouders om toch niemand te moeten teleurstellen. Noch de school, noch de sportverenigingen.

“Goed, we gaan lezen”. Uiteraard elk om beurt, want je moet naast ze gaan zitten om te horen dat het goed gaat.

14u00:
“Mamaaaa, we hebben nog geen spelletje gedaan”, zeggen ze in koor.

Elke dag een leuke activiteit samen had ik op de planning gezet, want ik vond het zo zielig dat ze zich maar de hele dag moesten bezighouden terwijl ik zou werken.
Ik moet lachen terwijl ik dit schrijf.

“Snel een spelletje kaarten en dan gaan jullie je toch echt even alleen moeten bezighouden hoor”, spreek ik ze toe.

14u45:
Wanneer ik me eindelijk terug aan mijn bureau installeer sus ik mezelf met de gedachte dat er andere dagen komen waarin ik meer tijd zal hebben om te werken. “Of ben ik egoïstisch dat ik wil werken terwijl er zoveel andere mensen in moeilijkheden zitten?”

Ik post op facebook een oproep waarin ik mijn hulp aanbied aan vrienden en familie die door de coronagekte geen tijd meer hebben om hun was of strijk te doen, of hun boodschappen.
“Iedereen moet toch zijn steentje bijdragen, toch?”

15u30:
Het is mij gelukt om in een halfuurtje om  taak af te werken. “Ik ben echt goed bezig”, spreek ik mezelf toe terwijl ik weet dat het niet waar is.

Intussen heeft de jongste, die ook wel de meest creatieve van de twee is, een briljant idee om iets in elkaar te knutselen met allerlei spullen die ik voor ze moet gaan uitzoeken.
“Als ik dat snel doe, dan is ze wel weer een tijdje zoet”, denk ik bij mezelf. Dus ik ga op zoek naar een wc rol, een stuk bubbelwrap, lijm, een schaar en een oud t-shirt waar ze in mag knippen.

Ik ben benieuwd!

15u45:
“Oei, ik ben vergeten eten uit de vriezer te halen voor deze avond” schiet het mij te binnen. “En ik moet drinken!” “Zucht”.

Ik kijk in de vriezer en merk dat ik boodschappen ga moeten doen, anders wordt het binnenkort boterhammen met chocopasta vrees ik. “Morgen ga ik wel boodschappen doen”.

16u30:
Even op de klok kijken of ik nog wat kan werken, maar het is ondertussen half 5 en ik zou deze avond soep maken en een gezonde maaltijd waar ik best wel even zoet mee ben. Dus ik beslis ermee te stoppen voor vandaag.

Morgen is een andere dag. “Zucht”.

Alvast heel erg bedankt bij voorbaat, meneer de minister

(bron: Photo by Jonas Jacobsson on Unsplash)

In tijden van corona zowaar nog iets ontdekt.

De Vlaamse minister van Onderwijs weet dat er zoiets bestaat als een “preventieadviseur” in zijn scholen.

Echt! Zelf gehoord. En ik hoor het hem graag zeggen. Opnieuw en opnieuw.

En die preventieadviseur krijgt van hem nu een zware verantwoordelijkheid toegeschoven.

Zou de minister ook de welzijnswet gelezen hebben? Of de codex? Over de rol van de preventieadviseur en zo?

Ja, wij werken mee aan risicoanalyses en ja, absoluut, wij adviseren.

En dat gaan wij nu dus ook doen bij de heropstart van de scholen. Adviseren, absoluut. Meewerken, 100%.

Maar nu men ons ontdekt heeft, wordt het dan geen tijd om 24 (!) jaar na invoeren van de “nieuwe” welzijnswet ook voor een soort statuut te zorgen voor die preventieadviseur in het Vlaamse onderwijs?

Vandaag krijgen we voor onze job uren uit het BPT-pakket, uren voor bijzondere pedagogische taken in een school.

Elk BPT-uur dat extra aan preventie wordt toegekend, kan niet meer worden gebruikt voor andere, pedagogische taken en impliceert mogelijk een stijging van de werkdruk voor collega’s of leidt tot grotere klassen. Iets wat wij, preventieadviseurs, eigenlijk niet willen. Het welzijn van onze collega’s en van onze klanten, de leerlingen, ligt ons immers nauw aan het hart.

Of onze job wordt ingevuld via punten uit de zogenaamde globale puntenenveloppe van de scholen. Maar ook daar zijn we concurrenten voor andere o zo noodzakelijke functies in het onderwijs. Die punten zijn immers nodig om een degelijk personeelsbeleid te kunnen voeren in een school, of een fatsoenlijke ICT-afdeling te kunnen uitbouwen.

En dan zijn er ook nog de scholen waar er helemaal geen uren of middelen zijn voor de job. De opdracht wordt in dat geval ingevuld door de beleidsmedewerker die tussen de soep en de patatten ook tijd moet maken voor de preventietaken. Zonder er uren voor te krijgen.

Dus, ja, in tijden van corona zijn wij naarstig aan de arbeid. Zoals zovele anderen.

Maar als de coronastorm gaan liggen is, wil de minister dan alstublieft eens werk maken van een echt statuut voor de preventieadviseur?

Alvast veel dank.

PBM: nu ook met de P van Pasen.

(Chirurgische) mondmaskers zijn geen Persoonlijke BeschermingsMiddelen (PBM). Het zijn medische hulpmiddelen voor artsen en verplegend personeel. FFP2/3 maskers zijn wel een PBM.

Het zijn ook geen snoepjes. En toch wil iedereen ze. Na gebruik vind ik ze samen met de (wegwerp)handschoenen –die ook een PBM zijn– net zoals het omhulsel van een paasei, op de grond in de straat. Blij word ik hier niet van.

Wat mij wel hoopvol en happy maakt is dat iedereen nu wel weet wat een PBM is. “Ieder uitrustingsstuk dat door een persoon kan gedragen of vastgehouden worden om hem of haar te beschermen tegen één of meerdere risico’s, die zijn of haar veiligheid en/of gezondheid in het gevaar kan brengen.”(*) 

Nee, ik lees ook niet alle gebruiksinstructies wanneer ik een product koop. Lees jij elke keer wat er op de verpakking staat wanneer je vaatwastabletten hebt gekocht?

Wanneer ik voor het eerst iets aanschaf – en ik de toepassing nog niet goed ken – is de gebruiksinstructie voor mij een waardevolle bron van informatie. En ja, meestal staat er ook vermeld bij welke afvalstroom een gebruikt product/verpakking hoort. Nogal vaak in de vorm van een symbool. Het is jammer dat je soms een vergrootglas nodig hebt om de tekst te kunnen lezen. Het is jammer dat de gebruiksinstructie, samen met de verpakking, na het openen wordt weggegooid.

Op straat gooien staat daar niet bij als optie. En toch heb ik, vorige vrijdag, 5 mondmaskers langs de openbare weg opgeraapt, tijdens mijn dagelijkse wandeling van 30 minuten. Nieuwe risico’s voor de onderhoudsdiensten of gelijkgestemden die ook zwerfvuil verzamelen. Dit wil ik hen besparen.

Is Pasen het moment om dit gedrag te veranderen? Pasen is de triomf van het leven. Voor gelovigen bevestigt God in de verrijzenis dat Jezus tijdens zijn leven een goede keuze heeft gemaakt. Keuzes maken we allemaal. En ook de duurzame keuze hebben we allemaal. Om ons persoonlijk te beschermen en respect te tonen voor zowel de mensen ‘in ons kot’ als diegene die we tegenkomen.

De Paashaas heeft inmiddels zijn voorraad eieren ingekocht en draagt enthousiast zijn nieuwe CE-gemarkeerde veiligheidshandschoenen. Dat heb ik al gecontroleerd.

Een veilig en gezond Pasen! Blijf verbonden en zorg goed voor elkaar.

 

(*)bron: Verordening EU2026/425 (essentiële kennis voor wie preventieadviseur is of voor een interne of externe dienst werkt).

Misbaar is het nieuwe onmisbaar

Perplex sta ik nog steeds, elke keer ik iemand iets zie doen dat op een heel andere manier veel efficiënter kan.
Het ergste is vaak dat mensen het wel weten, maar liever vasthouden aan oude gewoontes.

Ik werd ooit als interim ingezet om een medewerker te vervangen die langdurig afwezig zou zijn.
Ik kwam bij een groep collega’s terecht die al jaren meedraaide in de firma.

Even uitleggen wat ik moest doen en starten maar.

Het heeft er al altijd in gezeten om in vraag te stellen ‘waarom’ ik bepaalde dingen moet doen. Om de één of andere reden heb ik er nooit mee kunnen leven om orders op te volgen die geen enkel nut hebben, alleen doen omdat het ‘moet’; vraag maar aan mijn ouders… 😊

Maar goed, op je eerste job weet je van toeten noch blazen en dan doe je maar wat er gezegd wordt.

Koppig als ik ben, vroeg ik na een aantal dagen ‘waarom’ ik een bepaalde brief naar klanten moest uitsturen, aangezien de informatie die ik erin moest schrijven al vermeld stond in een ander officieel document. “Doe gewoon wat er je gevraagd wordt” luidde het.
Het zal wel zeker”, dacht ik dan.

Maar het idee dat ik mogelijks onnuttig werk aan het verrichten was, bleef mij achtervolgen.
Dus ik trok mijn stoute schoenen aan en nam het initiatief enkele klanten de vraag te stellen wat zij met deze brief deden na ontvangst ervan.
Wij klasseren het verticaal”, zei de ene. “Wij bewaren de brief, maar doen er verder niets mee”, zei de ander, enz.
Zo verzamelde ik vijf antwoorden en trok ermee naar het management.

Tot mijn grote verbazing werd mijn voorstel tot afschaffen van het ‘beruchte jobke’ goed ontvangen en mocht ikzelf, ‘de snotneus van de groep’ de beslissing aan mijn team voorleggen.

Vanaf die dag werd ik weggezet als betweter, klikspaan en klonk het zelfs dat ik ervoor wilde zorgen dat ze ontslagen zouden worden.

Euhm, pardon? Ik wou alleen maar helpen…

Hoewel ik had geleerd uit die ervaring dat je best niet achter andermans rug een probleem probeert op te lossen, was ik nog steeds niet te houden met mijn ‘waarom dan’ en ‘en wat als ik een fout maak’?
Het idee dat je zomaar routinetaken moet vervullen zonder erbij stil te staan of je nu echt efficiënt aan het werken bent, bleef aan mij vreten.

Het lukte mij om op een andere afdeling een aantal kleine zaken te verbeteren en ervoor te zorgen dat menselijke fouten zich zo min mogelijk zouden kunnen herhalen, maar meer dan dit zou ik niet kunnen realiseren, besefte ik. Tijd voor een nieuwe uitdaging.

In mijn verdere carrière ben ik stap voor stap processen gaan evalueren, onnodige taken werden afgeschaft en ik wilde van papieren documentatie naar digitaal documentbeheer overstappen.
Oei oei, wat zeg jij nu, zonder papieren vind ik niets terug hoor!”
“Waarom iets veranderen dat al jaren goed gaat?”
“Laat nu toch gewoon alles zoals het is”

Met veel doorzettingsvermogen, effectieve bewijzen en een optimistische aanpak slaagde ik er toch in mijn collega’s te overtuigen.

Wat ik tot op de dag van vandaag nog steeds frappant vind, is dat zoveel mensen geroutineerd zijn, vastgeroest als het ware in hun dagelijkse gewoontes terwijl de wereld rondom ons continue in beweging is.

Wat vorig jaar of drie jaar geleden nog werkte, kan vandaag helemaal anders zijn.

De kunst is om je steeds de volgende vragen te stellen:

  • Waarom doe ik dit?
  • Voor wie doe ik dit?
  • Handel ik op de meest efficiënte manier?
  • Kan ik mogelijks fouten maken en hoe kan ik ze voorkomen?
  • Als ik er morgen niet meer ben, kan iemand mij dan vervangen?

Bij efficiënt werken kijk je niet alleen naar jezelf, maar ook naar collega’s en management.

Maak jezelf misbaar, dan ben je van veel grotere waarde.

Aan de nieuwe minister van verkeer

Geachte mevrouw de minister,

Ik kijk reikhalzend uit naar uw beleidsverklaring. Ik leef in hoop dat die nota anders zal zijn dan al de vorige, maar ik vrees ervoor… Ik heb schrik dat er wéér maar eens op dezelfde nagel geklopt gaat worden, een nagel die ondertussen zó ver in de laag “menselijke weerstand” gedreven is dat hij amper nog verder wil. Een nagel die aldus blijft staan op 200 verkeersdoden in Vlaanderen, elk jaar opnieuw. Terwijl het doel “nul” is. Terwijl het doel altijd “nul” moet zijn.

(ik maak hier een zijsprongetje naar de wereld van de preventie, waar “nul” ongevallen óók een doel zou moeten zijn, maar waarin ondergetekende al enkele jaren een enorme discussie heeft met zijn audit organisatie, dat “nul” ongevallen géén realistisch doel vindt. Sta me toe dat -nog steeds- geweldige bullshit te vinden. Zelfs als je het nooit haalt, moet “nul” tóch altijd het doel zijn, of je verloochent jezelf. Maar da’s zoals steeds mijn eigen bescheiden mening. Sluit de haakjes.)

Er gaat waarschijnlijk wéér een heleboel gezeverd worden over “vergroting van de pakkans”, “investeringen in de infrastructuur” en dergelijke. Zever in pakjes, eigenlijk. Volgens die mening van hierboven, u weet dat.

Al jaren zijn de eigenlijke oplossingen binnen handbereik. Ze zijn zelfs al uitgetest in het buitenland, vaak met positieve gevolgen. Doch altijd botsen ze met de Belgische/Vlaamse realiteit, en dus met excuses die misbruikt worden om toch maar niet te moeten doen wat men menselijk gezien moet doen. Les excuses sont faites, enz u kent dat wel.

Iederéén met enig inzicht in de materie, legt al decennia de vinger op de zere plek: er schort wel degelijk iets met onze infrastructuur, onze ruimtelijke ordening, si en la. Maar dé olifant in de ruimte is de Belgisch/Vlaamse mentaliteit die ons steeds maar weer regels doet overtreden.

Continu.

Overal.

Altijd.

Dààr ligt de oplossing van die tweehonderd verkeersdoden. (Vind u trouwens ook niet dat het erger klinkt als dat cijfer voluit geschreven wordt? Tweehonderd. TWEEHONDERD! Elk jaar weer.) Maar dan moet men mensen pijn durven doen, véél pijn. En dat is -electoraal gezien- nooit een aangename en vruchtbare oplossing. En dus doet men het niet. Want “niet herverkozen raken”, of “een onpopulaire partij” genoemd worden, is nog steeds belangrijker dan TWEEHONDERD DODEN, ELK JAAR. Niet?

Om dat mentaliteitsprobleem aan te kaarten, even een anekdote. Misschien zelfs enkele meer.

Ik rij jaarlijks nogal wat kilometers. Dus ik zie vrij veel. Vrij veel akelige dingen ook. Daarnaast is uw dienaar autistisch, en volgt hij de regels dus consequent.

Continu.

Overal.

Altijd. Daardoor rijdt uw dienaar ook steeds aan het hoofd van files, zeker in zones “30” en “50”. Enkele weken terug, bij het begin van het nieuwe schooljaar, reed ik door het onooglijke dorp Waarloos. Dat dorp is één grote zone 30. Terecht ook, want er zijn scholen, het is er druk, de wegen zijn smal. Ondergetekende rijdt daar dus 30. Niet minder, want dat is slecht voor zijn gezondheid (geloof me maar). Op een gegeven moment stopt uw kribbelaar voor een zebrapad om een schoolgaand kind (6 jaar? 7? Misschien 8?) over te laten steken. In een zone 30 dus, we zeggen het er nog even bij.

Hét sein voor de achterligger van yours truely om eindelijk gevolg te geven aan zijn frustratie. Hij is niet uitgestapt, wat volgens mij een betere oplossing geweest zou zijn om zijn woede te ventileren. Neenee, mijnheer (toevallig hoor, er zijn ook vrouwen die het doen, maar de “heren” zijn helaas ruim in de meerderheid) was het écht beu en stak mij voorbij. Op het moment dat bovenvermeld kind -dat braaf aan het zebrapad had gewacht tot iemand voor hem wou stoppen- overstapte…

Enig idee van het vervolg, mevrouw de minister? Het was niet de automobilist die -wit van schrik- alsnog stopte hoor. Ik betwijfel zelfs of hij het kind gezien heeft. Het was dat klein baasje dat moest springen voor zijn leven. Omdat één gefrustreerde idioot genoeg had van de regels.

Nog een verhaaltje, we zijn nu toch bezig. Vorig jaar: een studie in de krant. “Vlamingen houden zich meer aan de snelheid in zones 30”. Bollocks. Vlamingen/Belgen (we veralgemenen even, voor het gemak) houden zich langs geen kanten aan de snelheidslimieten, óók niet in zones 30. Maar in zones 30 is de ruimte om voorbij te steken iets beperkter dan op wegen waar de limiet op 50 of 70 ligt. Waardoor soms één iemand die de snelheid respecteert, kan zorgen voor een stoet aan auto’s die óók de snelheid volgen. NIET respecteren, ze hebben gewoon geen keus. Geloof me, DAT is de waarheid. Ik rij immers elke dag aan het hoofd van dergelijke files.

Komen we tot de kern van het verhaal. Sta me toe hier even kort, bulletpointgewijs, de belangrijkste maatregelen op te lijsten.

  • Rijbewijs met punten (geen verdere uitleg nodig).
  • Géén standaardboetes meer, maar boetes koppelen aan het inkomen. Iemand met een leefloon zal een boete van €50,- héél hard voelen. Mijnheer de bedrijfsleider (opnieuw gebruik ik “mijnheer”, het is dan ook nodig) met zijn Audi Q5 (excuses aan de chauffeurs van Audi Q5’s) zal zijn schouders ophalen. Zal hij dat nóg doen als zijn boete €500,- bedraagt? Toch eens over nadenken.
  • Verhoog de pakkans astronomisch. Ik ben begin dit jaar voor de derde keer in 25 jaar gecontroleerd op alcohol. Dat lijkt me duidelijk genoeg.
  • Zwier veelplegers in de gevangenis. Geen excuses, achter slot en grendel.
  • Snelheidsbegrenzers en alcoholsloten in ELK voertuig.
  • Alcohollimiet achter het stuur naar nul. NUL. Geen discussies meer: wie rijdt, drinkt NIETS.
  • Pak asociaal rijgedrag in al z’n vormen bikkelhard aan.
  • Last but not least: voorbeeldfunctie voor alle beleidsmensen. Wie gepakt wordt, is zijn/haar mandaat onherroepelijk kwijt, zonder vergoeding.

Mensen sensibiliseren helpt, maar het gaat afschuwelijk traag. Als je mensen écht wil doordringen van de noodzaak tot verandering, dan moet je ze pijn doen. Véél pijn. Wij zijn geen Japanners die geboren worden met een drang tot het volgen van regels, wij zijn Belgen/Vlamingen die zelfs hun beleidsmensen de kantjes eraf zien lopen.

U als minister heeft daartoe de kans. U gaat dan wel moeten aanvaarden dat u onpopulaire maatregelen moet nemen. Maar allas, daar bent u toch voor verkozen, niet? Om het beste voor de bevolking te doen?

Awel, vooruit dan.

Geef mij alvast maar een begrenzer. En een alcoholslot.