Zomerse kronkels (4): Beroepsmisvorming neemt geen vakantie

Onder het motto #ZomerseKronkels kiezen in juli en augustus 2017 diverse vaste en gastbloggers een stukje van elkaar, en voorzien het van bijkomend, actueel commentaar.

Deze week een stukje uit 2015 van Wim Mylle, gewoon omdat het zo herkenbaar is: het toch niet helemaal kunnen afzetten van die preventiemodus. Naast de gebruikelijke vakantiekiekjes zijn er elk jaar weer de foto’s waarvan de kinderen -bij het afspelen voor de thuisblijvers- met draaiende ogen zeggen: ‘Ja, die heeft mama getrokken.’

Grappige signalisatieborden op een parking langs de Autoroute du soleil, ergonomisch tuingereedschap in de Efteling, (gebrek aan) beschermingsmaatregelen op werven overal te velde,… ze sluipen stiekem tussen de vakantiefoto’s. Maar als je ze nadien in je presentaties gebruikt sluipt je vakantiegevoel ook weer even stiekem in je preventieverhaal.

 

Geselecteerde stuk: Beroepsmisvorming neemt geen vakantie (van Wim Mylle, oorspronkelijk gepubliceerd in november 2014).

Veel (her)leesplezier !

(© foto: Wim Mylle)

Zomerse kronkels (1): de preventieadviseur en de veldkeuken

Onder het motto #ZomerseKronkels kiezen in juli en augustus 2017 diverse vaste en gastbloggers een stukje van elkaar, en voorzien het van bijkomend, actueel commentaar.

Omdat het thema “welzijn op kamp” deze maand weer actueel is, nu alle jeugdbewegingen zich weer klaarmaken om op kamp te vertrekken. En ook omdat de uitdaging van het omgaan met 24/7-bereikbaarheid zich blijkbaar niet langer beperkt tot werkomgevingen, maar nu ook de jeugdbeweging bereikt heeft. Het resultaat was een oproep deze week om je kind met rust te laten als ouder wanneer het op kamp gaat, en niet te verwachten dat het via smartphone de hele tijd bereikbaar blijft. En net zoals op de werkvloer zullen hier mensen zijn die zeggen “houd je liever eerst bezig met de echte risico’s, zoals brand en ergonomie”. Zo herkenbaar. Heerlijk, toch.

Geselecteerde stuk: de preventieadviseur en de veldkeuken (van Katrien Bruyninx, oorspronkelijk gepubliceerd in augustus 2013). Veel (her)leesplezier.

Bron foto: Nele Haesevoets

 

Legaal tot in het illegale?

Waar trek je de grens bij het letterlijk interpreteren van de wetgeving? Waar duw je de geest net iets teveel over de grens?

Ik ken werkgevers die alle stappen en initiatieven inzake preventie in de eerste plaats laten afhangen van het oordeel van de bedrijfsjurist.

Kun je me het artikel in de wetgeving tonen waar dit expliciet verboden of verplicht wordt?” Rookmelders, asbestinventaris, EHBO-opleidingen, evacuatiewegen in zowel aantal als breedte, … Geen enkel item ontsnapt aan de jurist. “Is dit wel een PBM? Want werkkledij moet niet naar het CPBW, of kunnen we zelfs afschaffen…” En ga zo maar verder.

Is de term “opleiding” gedefinieerd in de wetgeving? Of kunnen we het afgeven van een A4 als de verplichte opleiding beschouwen? De rentabiliteit stijgt zonder onthaalopleiding. Ze daalt natuurlijk van zodra de nieuweling in zijn vingers snijdt… maar die vijf minuten winst op het onthaal… die is belangrijker.

De rol van risicoanalyse is hierbij vaak ook formeel-legalistisch. Ze wordt opgemaakt omdat het moet, en wordt vervolgens aan de kant geschoven, zodat we verder kunnen op basis van de andere artikels uit het KB…

Het is een uitdaging om in een dergelijke omgeving te functioneren. Je mag dat ook niet te lang doen. Doe het zolang je als preventieadviseur, als mens, bijleert. Hoe denken juristen? Hoe denken dergelijke directiecomités? Hoe kan ik het omzeilen? Hoe speel ik schaak in een dergelijke omgeving? Hoe zet ik wie mat, of toch even schaak?

Zorg er wel voor dat je niet gecorrumpeerd raakt. Als preventieadviseur ben je geen jurist. Je bent er voor het welzijn van de werknemer. Je bent er de facto voor het langetermijndenken en overleven van het bedrijf. Want de overdreven legalistische denkwijze is niet duurzaam. Dergelijke bedrijven overleven niet in the long run.

Er staat nergens in de wetgeving dat je een koffie moet aanbieden aan je werknemers. Nochtans overleef je als bedrijf niet zonder het aanbieden van een ochtendkoffie. Daar gaat het om. Niet over de letterlijke lezing van de wet, maar over het soigneren van je mensen. Zodat die iedere dag weer de strijd met je concurrenten aangaan, en die winnen. Enkel door die dagelijkse overwinning in de markt, overleeft het bedrijf. Niet door de bedrijfsjurist een nieuwe BMW te geven. Echt niet.

De arbeidsmarkt is krap geworden. Talent kan kiezen. Niet de werkgever kiest, maar het talent. En ze doen dat bij de koffie, ’s ochtends. Als die lauwtjes is, kun je het schudden. Dan kun je met je bedrijfsjurist vergaderen over de leegloop van je bedrijf. Over hoe je via een letterlijke lezing van de wetgeving je turnover kunt aanpakken. Ik zou beginnen met die jurist zijn koffie af te nemen tot hij een antwoord kan formuleren op deze vraag…

Verkeerslesjes

(bron: FreeImages.com/Patrick Nijhuis)

(bron foto: FreeImages.com/Patrick Nijhuis)

Tegenwoordig verslikken we ons niet zo vaak meer in onze koffie. Zelfs niet bij krantenstukjes over moordende wegpiraten die onschuldige kinderen doodrijden en daar goedkoop mee wegkomen. Daar zijn redenen voor. Goeie zelfs. Getrouwd zijn met een procureur bijvoorbeeld, waardoor de verhalen over een gerechtelijk apparaat met middeleeuwse middelen versus professionele criminelen ons stilaan de oren uitkomen. Gewenning ook, als je elke dag geconfronteerd wordt met nieuwe schrijnende videobeelden van Syrische kinderen, gevangen in een oorlog die ze gevraagd noch gewild hebben.

Nu weten we wel dat het proces van onze hoger vermelde doodrijder uitvoerig op asociale media gevoerd werd/wordt, en we hoeden ons ervoor om de vox populi als bron van strafmaat te gaan gebruiken, want voor je het weet kan je op dinsdag naar een lynchpartij, wordt er op donderdag een galg opgericht op het marktplein en zijn er in het weekend dagvullende festiviteiten rond de onthoofding van een kruimeldief. Gelijk in Syrië quoi, zoals gezegd niet de place to be. Uw dienaar, vaak een tikje impulsief, vindt ook dat een voertuig al lang gelijkgesteld had moeten worden met een vuurwapen, en een dodelijk ongeval met verzwarende omstandigheden aldus al lang had bestempeld moeten worden als “moord met voorbedachten rade”, maar zoals gezegd: wat impulsief, uw kribbelaar.

Regelmatig verschijnt er in de vaderlandse pers dan een infografiekje waarin de oorzaken van verkeersongevallen worden opgesomd, met onveranderlijk bovenaan “dronkenschap” en “overdreven snelheid”, beiden gecorreleerd met de risicobron “chauffeur”. De wakkere preventieadviseur schiet dan overeind, grabbelt het klaarliggende preventiezakboekje vast, bladert naar pagina x, paragraaf zoveel en leest daar onder “De preventiehiërarchie”: “stap één: risico’s voorkomen aan de bron”. Vraagje aan diezelfde wakkere lezer: waarom wordt dat dan niet gedaan? Het begrenzen van voertuigen: dat kan al. Een alcoholslot plaatsen: dito. Chauffeur met z’n klauwen van de knoppen houden: in de pijplijn. Dus waarom, WAAROM, doen onze beleidsmakers daar niks aan? De boete verhogen tot wat zij noemen “astronomische hoogte” (hoongelach op de achtergrond), dat wel. Iets waarvan de inslaapsukkelende preventieadviseur weet dat het niet marcheert. Signalisatie, dat doen we ook: bordjes met “Drink niet!”. Het zal wel. Zie mij bibberen. Maar geen ingrepen ten gronde. Want: alcoholgebruik zit in onze cultuur, en daar raken we niet aan.

Zijstapje: ondergetekende doet in de weekends al eens een poging om te voetballen, en bij goed weer gaan moeder-de-vrouw en de kinderen wel eens mee. Vrouwlief rijdt niet graag met mijn tuut, dus hang ik er steeds aan. En uw dienaar lust ook wel een pintje. Twee ook zelfs. Niet méér, want we beschouwen ons al bij al als verantwoordelijk en er rijden toch enkele pagadders mee, nietwaar? Onlangs waren we onderweg naar een judotraining van diezelfde pagadders, en in al onze goedbedoelde opvoedkundige grootsheid waren we de kinderen aan het instrueren: “Denk eraan, blijf met uw poten van sigaretten. En drugs. En alcohol. Wie rijdt, drinkt niet. Onthou dat!” Waarop de oudste repliceert met “Maar papa, jij drinkt toch ook een pintje op de voetbal?” (sic).

[Genante stilte]

Hij heeft verdorie gelijk. En als wij als professional het al niet kunnen laten… Edus: schluss damit. Geen alcohol meer als we rijden, gedaan. En we gaan op zoek naar een alcoholslot. En daarna naar een nieuwe tas koffie. En een gazet.

Risicoanalyse is nutteloze overhead

 

bron tekening: plakkaattraktaat.be

bron tekening: plakkaattraktaat.be

Voilà, het moest er even uit. En ik heb je aandacht. En het klopt. Punt. Ik heb deze middag teksten na zitten lezen voor ze gepubliceerd worden. Over risicoanalyse, gevaar, risico, strategie risicoanalyse… Je kent het wel.

Van die zaken waar iedere preventieadviseur van begint te kwijlen. Uren discussiëren over scores van risico’s. Ellenlange tabellen. Pagina’s en pagina’s met kleurtjes en ditjes en datjes. Belangrijke pagina’s.

En maar klagen dat de directie niet wil kijken naar die pagina’s. Dat de directie maar geen oren heeft naar de belangrijkheid van de risico’s.

Dat is logisch. Dat is normaal. Risicoanalyse is een middel, geen doel. Het geeft niet aan wat je kan doen om de situatie te verbeteren. De “M” van maatregel moet toegevoegd worden aan de RIE van risico-inventarisatie en -evaluatie.

Zonder dat kleine stapje dat je samenvat op minder dan 1 A4 of op maximum 2-3 slides PPTX, ben je een kostenplaats. Overhead pur sang.

Iemand die pagina’s gebruikt om dingen te verbieden of tegen te houden. Om paniek te zaaien en te preken als een volleerde pastoor. Sex mag niet voor het huwelijk. Dat soort zaken. En net als die pastoor sta je te preken in de woestijn.

Een risicoanalyse heeft pas nut als ze een middel is om op een constructieve wijze mee te denken aan mogelijke oplossingen die het “plezier” niet in de weg staan. Durex heeft het gesnapt, Rome snapt het nog steeds niet.

De Codex en wetgeving mogen dan wel de bijbel zijn voor preventieadviseurs, er mee staan zwaaien doe je beter niet. Je mag dan wel hel en verdoemenis zitten prediken, je deelt beter een condoom uit dan de fun te vergallen.

Je zal zien dat het best meevalt. Dat – als je het sexy verpakt en constructief meedenkt – je meer aandacht krijgt.

Risicoanalyse is iets wat je beter achter de schermen houdt. Maatregelen die productiviteit, rendement en snelheid mee helpen realiseren, zijn de zaken waar je wel mee uit pakt.

Een bedrijfsleider heeft immers zijn eigen risicoanalyses. En eliminatie van overhead staat terecht op de eerste plaats. Een bedrijf dat graag nutteloze kosten maakt, is immers ten dode opgeschreven. Een preventieadviseur die pure overhead is, riskeert deel te worden van de ultieme risico-eliminatie: die van zijn eigen bedrijf. Geen bedrijf, geen risico’s.

Voilà. Ik hoop dat iedereen het nu snapt. Risicoanalyse op zich is nutteloos. Stop met ermee te wapperen. Zeg me hoe ik veilig plezier kan beleven.

Hij was enkel bezig met beleidstaken.

chocolade-xxx

Ik (her)lees het artikel. Het is al enkele jaren oud, maar af en toe heb ik behoefte om het nog eens boven te halen.

“Werknemer verliest vinger in chocolademachine: werkgever vrijgesproken.”

De titel op zich heeft niets choquerends. Het zou immers zomaar kunnen. Dat een werkgever alles heeft gedaan wat hij moest en kon, maar dat desondanks een samenloop van omstandigheden tot een ongeval heeft geleid met zware gevolgen. Dat die werkgever zijn verhaal voor de rechtbank brengt en de rechter daar ook van overtuigt. Dat die werkgever daarna vrijgesproken wordt. Het zou zomaar kunnen…

Maar dan lees ik weer verder. Machine. Blabla. Niet voldoende afgeschermd. Blabla. Arbeidsauditeur stelt vast. Blabla. Er waren eerder al klachten. Blabla.

En dan plots komt dat ene zinnetje waar mijn haren telkens weer van overeind gaan staan. Het gaat hier over de zaakvoerder.  En wat lees ik? “De rechter oordeelde dat de zaakvoerder niet verantwoordelijk is voor het ongeval. Eric C. hield zich enkel bezig met beleidstaken. Om het veilig gebruik van de machines te garanderen, beschikt het bedrijf over een preventiedienst.”

Pardon? Is dat tegenwoordig het verweer, dat dan nog gevolgd wordt ook door een rechter???

“Jawel edelachtbare, Eric is de zaakvoerder.“

“Nee, edelachtbare, hij heeft die machine niet afgeschermd.”

“Nee, edelachtbare, hij heeft er ook niet voor gezorgd dat het door iemand anders ter harte werd genomen”

“U moet begrijpen edelachtbare, met veiligheid hield Eric zich niet bezig. Hij was enkel bezig met beleidstaken”

Denkt zo’n rechter dan niet “Ja, dat is net het probleem, daarom staan we hier. Als Eric begrepen zou hebben dat veiligheid een beleidstaak is, dan was het niet zover moeten komen dat een jobstudent op zijn eerste werkdag een vinger kwijtraakt”???  Dat zou ik dan denken, en met mij elke andere preventieadviseur, en verder ook nog iedereen in deze wereld die er in geslaagd is de welzijnswet verder te lezen dan de eerste 4 artikelen (hint: het gezochte staat in artikel 5*).

Maar deze rechter blijkbaar niet. Deze rechter dacht gewoon dat het wel logisch klonk. Dat zo’n bedrijfsleider wel andere -belangrijker- dingen aan zijn hoofd heeft dan ervoor te zorgen dat er ook nog eens aan veiligheid gedaan wordt. Het bedrijf moet tenslotte toch draaien, niet? En waarvoor heb je anders die preventiedienst?

Grrr.

Forrest Gump wist het al. “Life is like a box of chocolates. You  never know what you’re gonna get.” Inderdaad. Goed principe, ook. Volledig voorspelbaar hoeft het leven niet te worden. Maar je zou minstens wel verwachten als jobstudent die na een eerste werkdag naar huis terugkeert met een vinger minder dat de rechter de moeite doet om de basiswet voor de materie in kwestie er even bij te nemen.

Hij was enkel bezig met beleidstaken, begot.  HIJ WAS ENKEL BEZIG MET BELEIDSTAKEN.

Grr.

 

*Boodschap aan elke rechter: lees ajb art. 5 van de welzijnswet er even op na… “…de planning van de preventie en de uitvoering van het beleid met betrekking tot het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk met het oog op een systeembenadering waarin onder andere volgende elementen worden geïntegreerd: techniek, organisatie van het werk, arbeidsomstandigheden, sociale betrekkingen en omgevingsfactoren op het werk”

 

 

 

Marketing boven !

lacrossescore_cs209594-xxx

Binnenkort zijn er weer eindwerkverdedigingen alom. Eerder dit jaar zat ik ook al in een examenjury niveau I. Stel je voor. Heb je twee jaar les gevolgd, heb je vanalles en nog wat geblokt. Alle mogelijke technieken voor risicoanalyse. Je hebt je murw gestudeerd op decibels, Wifi en andere stralen… maar je examenvraag luidt: “HR vraagt je een profiel op te stellen voor een preventieadviseur, wat is je advies?”

Aan de ene kant ridiculiseer je je eigen opleiding als je op basis van een dergelijke vraag iemand denkt te kunnen beoordelen. Aan de andere kant is het nog geen zo’n stomme vraag.

Ik heb er alvast even op lopen “sjieken”. Natuurlijk is er het politieke correcte antwoord. Maar waar zijn we nu echt mee geholpen? Een marketeer, dat zou mijn antwoord zijn.

Kijk. HR en andere hippe jongens en meisjes zitten overal rond te toeteren dat diploma’s er niet meer toe doen. Dat het over attitude en potentieel gaat. Behalve het feit dat het vooral mensen zonder noemenswaardig diploma zijn die zo’n zaken toeteren, kan ik er wel een kern van waarheid in zien.

Attitude. En potentieel. Daar zou het over gaan. Mja. Iemand die kan scoren. Die met mensen en teams kan spelen. Maar die vooral kan scoren. Dat is attitude, een natuur zeg maar.

Het potentieel dat je nodig hebt is bachelor of master, afhankelijk van de grootte van het bedrijf en het aantal jaren dat de kandidaat in de verte moet kunnen kijken.

Een goeie marketeer. Daar kom ik toch dikwijls op uit. In team gezet met een goede coach. De attitude gekoppeld aan iemand die het potentieel ontwikkelt. Een risicoanalyse is vaak maar zo sterk als het communicatieplan dat je er aan vast hangt. Of de lay-out die je ze geeft.  

Dus ja, een marketeer. Dat leer je niet meer. Je moet kansen zien. Je moet een vleugje opportunisme hebben. Je moet willen scoren. Een spits zijn. Dat leer je niet. Dat ben je.

De rest zijn techniekjes, truukjes. Zoals Excel of Powerpoint. Als je het nodig hebt, volg je een cursusje en integreer je het in de kern van je persoonlijkheid. Truukjes en techniekjes die je kern helpen uitbouwen.

Conclusie? We zoeken iemand zonder diploma, maar een geboren marketeer. Vervolgens laten we hem een diploma van preventieadviseur behalen. Makkelijk zat.

Tegelijk zegt mijn kleine teen dat rest van de jury dit niet wilde horen. Hoe ruimdenkend ze zichzelf ook vinden. In de kern hadden ze natuurlijk een andere vraag moeten stellen, maar iedereen die wel eens aan een kwis mee doet, weet: “De (meerderheid van de) jury heeft altijd gelijk.”