Vakantiebestemming: je werkplek

jarlijks verlof-xxx

Ah, vakantie. Naar Frankrijk. Of Spanje. Of exotischer, met het vliegtuig. Of nog exotischer, naar Nederland. De vakantie spenderen we graag in het buitenland. Om even helemaal weg te zijn. Om iets van de cultuur mee te nemen. Een kasteel, een klooster, een marktje. De lokale bevolking. Plots worden we toerist en vinden het we het heel normaal om in een klein dorpje een nog kleiner kapelletje binnen te stappen. Het geklik-klik van fototoestellen, de geur van zonnecrème, het gejengel van kinderen die liever naar het zwembad gaan.

Na twee weken zit onze rust erop en gaan we terug naar het gewone leven. Waarin kinderen op sportkamp gaan, het out-of-officebericht vakantie krijgt en de zonnecrème (deze zomer toch) terug in het badkamerkastje verdwijnt.  Gedaan met de vakantie, gedaan met kleine kapelletjes bezoeken, lokale marktjes, gezellige babbels met Zuid-Fransen die je amper verstaat. Op het werk vertellen we dan: hoe leuk de vakantie was, maar hoe anders die cultuur toch is. Vooral die van de Nederlanders.

Toerist zijn in een andere cultuur, dat vinden we leuk. Ons vergapen aan hun gewoontes, hun manieren. Tegen iedereen goedemorgen of net niet. Een fooi geven of net niet. Mañana mañana of net niet. En het is pas door het verschil dat we onze eigen cultuur beter kennen. “Tiens, bij ons zou je dat toch nooit zien,” denk je dan.

Doen we dat op het werk ook? Want ook op het werk hebben we een ‘cultuur’. Tegen iedereen goedemorgen of net niet. Een bonus of net niet. Mañana mañana of net niet. Maar ook hierbij is het moeilijk je eigen cultuur te kennen, als je er middenin zit.

Wat zou het ons opleveren als we af en toe toerist konden zijn in een andere bedrijfscultuur? Daar eens naar de managementvergadering gaan (als equivalent van de lokale markt, of het rustige kapelletje – dat hangt dan van hun cultuur af). Met het fototoestel in de hand eens gaan observeren hoe zij het doen. Het zou ons veel leren over hun, maar ook over onze eigen cultuur.

Het zou ons veel opleveren, onze bedrijfscultuur goed te kennen. Want ‘culture eats strategy for breakfast,” aldus Peter Drucker. We kunnen dus wel veel willen, van meer helmdracht tot een veiligheidsmanagementsysteem, als het niet in onze cultuur past, verkleint meteen de kans op succes. Als ‘mañana, mañana’ de norm is, gaat je perfecte excelsheet waarschijnlijk als Fins klinken. Als op jouw bedrijf het aantal dienstjaren in aantal tattoos uitgedrukt wordt, zal je je toolbox rond PBM’s daarop moeten afstemmen. Rekening houden met die cultuur kan onze impact vergroten.

Maar hoe leer je die dan kennen? Net zoals op vakantie: door al eens in een heel andere cultuur te gaan kijken hoe het daar gebeurd. Niet voor de oppervlakkige, zichtbare elementen. Maar voor de dieperliggende cultuurkenmerken: wat werkt er hier goed? Wat waren de succesfactoren? Hoe worden mensen betrokken bij het beleid? Vinden ze het leuk om hier te werken? Hoe kijken ze naar veiligheid? Hoe is die verbonden aan de kosten of aan tijdswinst? Focust het bedrijf op prestaties van een team of individu? Hoe worden successen gecommuniceerd? Als een echte antropoloog probeer je te ontdekken wat in die cultuur leeft. Je zal voelen wat je herkent bij jullie en wat niet. En je leert meteen je eigen cultuur beter kennen.

Ook de omgekeerde manier kan werken. Door anderen in jouw cultuur uit te nodigen en naar hun ervaringen te vragen. Wat valt hen op? Wat is verrassend, wat hebben ze op een ander bedrijf nog niet gezien? Wat voelen ze aan als moeilijk, of als taboe in ons bedrijf? Misschien is de vakantie daar ook een uitgelezen moment voor. Loopt er ergens een vakantiejob bij jullie rond? Komen er straks wat schoolverlaters extra bij? Een uitgelezen kans om eens met hen te praten over hoe jullie de dingen doen. Alsof je enkele toeristen met een telelens hebt losgelaten in je organisatie.

En mocht dat nu niet meer lukken omdat de vakantie voor jou nog moet starten: geniet ervan!

 

 

 

 

Succesvolle preventieadviseurs zijn werkloos

man-and-arrow-to-success

In mijn ideale wereld is de preventieadviseur overbodig geworden. Omdat iedereen spontaan met veiligheid bezig is. Dan is mijn doel bereikt: als veiligheid iets van hen is en niet meer alleen van mij.” Dat vertelde een preventieadviseur mij een jaar geleden. Ik interviewde hem met de vraag ‘wat maakt een preventieadviseur succesvol?’ We zochten deze informatie in het kader van een nieuwe PVI-opleiding, ‘meer impact als preventieadviseur’. En waar de inspiratie beter halen dan bij de mensen die elke dag de job uitvoeren?

Het exemplaar dat voor mij zat had zichzelf die vraag ook al gesteld. Hij zou zichzelf succesvol noemen als hij – bij wijze van spreken – geen werk meer had. Je zou verwachten dat hij elke dag bezig was met mensen te overtuigen, het belang van veiligheid uit te leggen en via allerhande kanalen bewustwording te creëren.

Dat deed hij dus niet. Integendeel, het leek wel alsof hij bijna niets deed wat een preventieadviseur normaal doet.

Als iemand hem iets vroeg, gaf hij geen antwoord.

Als iemand hem een probleem signaleerde, gaf hij geen oplossing.

En als er iemand nieuw kwam, gaf hij geen veiligheidsinformatie.

Maar het was wat hij wel deed, dat me versteld deed staan.

Als er iemand iets vroeg, vertelde hij dat het antwoord waarschijnlijk in de wetgeving stond. Of dat een ingenieur het misschien wel wist. Maar hij was geen jurist en geen ingenieur, dus zou hij beter geen antwoord geven. Maar misschien kon hij de persoon wel helpen om het antwoord te zoeken?

Als er iemand een probleem had, gaf hij geen oplossing. Hij stelde bijkomende vragen. “Doet het probleem zich altijd voor? Wat heb je al geprobeerd? En bij wie? En wat was het resultaat?” En zelfs na al die vragen, stelde hij nog geen oplossing voor. Zelfs niet de dooddoener: “wat zou je zelf doen?” Maar een schijnbaar lichte – maar veel sterkere – variant: “wat heb je nodig om tot een oplossing te komen?”

Nieuwe mensen kregen geen veiligheidsinformatie. Ze kregen wel de volgende opdracht: loop een halve dag rond in het bedrijf. Spreek met de mensen. Kijk naar wat ze doen. Vraag waarom ze het zo doen. En kom terug met positieve voorbeelden. Kom terug met wat wel werkt. Wat goed loopt bij ons. Wat mensen motiveert. Zo starten alle nieuwelingen met een klein netwerk, een voldoende kennis aan procedures in het bedrijf en tonnen motivatie.

Het resultaat: zijn collega’s kwamen geen problemen melden, maar oplossingen voorleggen. Ze vroegen geen advies, ze kwamen vertellen wat ze al geprobeerd hadden. En veiligheid was niet iets van hem alleen, maar van iedereen samen.

En toen had ik geen vragen meer in het interview. Tenzij misschien deze ene: “waarom zoek je nog naar wat je succesvol zou maken? Je bent het al! Zo goochelen tussen grenzen aangeven, oplossingsgericht werken, effectieve systemen opzetten en coachen: jij bent een echte meester-preventieadviseur.”

P.S. Lieve interviewee, bedankt dat ik je case mocht gebruiken. Heb je jezelf herkend?

Maak jezelf misbaar!

systemen

Recent stuurde ik mail uit naar oud-PVI-cursisten voor de promotie van onze nieuwe opleiding voor preventieadviseurs. Naast heel wat interesse in de opleiding waren er natuurlijk wat onbestelbare mails  en een hele rits automatische antwoorden.

Toevallig was ik die dag ook bezig met het uitwerken van het onderdeel ‘effectieve systemen opzetten’ van de opleiding. Het is een essentiële competentie voor preventieadviseurs. Het begint met het afstemmen van je systemen op de bestaande organisatiecultuur en het eindigt met gedeeld eigenaarschap in de organisatie, zodat jij niet altijd de motor moet zijn om de zaken in gang te houden.

Ondertussen liepen de automatische antwoorden binnen. In sommige werd ik geïnformeerd dat deze persoon niet meer werkzaam is in de organisatie, gaande van zakelijk (“beste, ik kies vanaf 1 februari voor een nieuwe uitdaging”) tot kort en krachtig (“Met pensioen.” Let vooral op de duidelijke punt).

Maar het interessantste vond ik toch wel de out-of-office berichten. Je kan er heel wat uit afleiden. In de eerste plaats natuurlijk dat je mail niet nu, maar misschien wel later gelezen kan worden.  Maar ook nog twee andere zaken.

Het eerste gaat over de organisatiecultuur. Bijna elke organisatie wenst zijn klanten en partners vriendelijk te woord te staan. Laten weten dat je hun mail vandaag niet kan lezen, blijkt daar een onderdeel van te zijn. Maar vanaf welke afwezigheid moet dat? Enkele dagen? Eén dag? Dit zat er letterlijk tussen: “Beste, ik ben niet bereikbaar op woensdagmiddag. Morgenvroeg lees ik je mail”. Euhm … ok, bedankt voor de informatie. Ik had nu niet meteen verwacht dat je mijn mail binnen de tien minuten ging lezen. Ik begrijp wel dat je ook wat ander werk te doen hebt.

In welke cultuur werk je als preventieadviseur als je voor enkele uren moet laten weten dat je even niet je mails kan lezen, maar dat je het meteen morgenvroeg als eerste opneemt? Mogen we niet verwachten dat preventieadviseurs af en toe ook ander werk hebben dan hun mails beantwoorden? Dat hij of zij af en toe ook in een vergadering moet zijn. Of op de vloer zelf.

Maar misschien ligt het niet aan de cultuur – maar wel aan de persoon zelf. Wil overal in betrokken zijn. Wil tonen dat hij echt wel veel werk heeft. Wil tonen dat hij je niet vergeet. En wil misschien ook wel vragen om voorlopig nog niets te doen – wacht tot ik morgenvroeg je mail lees.

Moeten we dat ook niet durven, als preventieadviseur? Soms de systemen gewoon laten lopen, zonder ons. De controle los laten. Onszelf misbaar durven maken. Zou dat niet de ultieme utopie zijn: dat we zo’n goede systemen hebben opgezet dat iedereen in de organisatie ze kan gebruiken en wij eigenlijk zelf bijna niet meer nodig zijn?

Oja: er zijn nog plaatsen voor de opleiding. Ze duurt zes dagen. Vergeet vooral geen out-of-office bericht in te stellen als je je hebt ingeschreven.