Zomerse Kronkels (5): preventie-eenheden met vervaldatum

Onder het motto #ZomerseKronkels kiezen in juli en augustus 2017 diverse vaste en gastbloggers een stukje van elkaar, en voorzien het van bijkomend, actueel commentaar.

We zijn in het jaar twee na de revolutie. Een revolutie die binnen een aantal jaren  het einde van het monopolie van de externe diensten zal beteken, daar ben ik van overtuigd. Een revolutie ook in de relatie met je externe dienst. En wat valt me op, in jaar twee? Ten eerste de ‘creatieve’ wijze waarop sommige externe diensten met de preventie-eenheden omgaan. Zo hoorde ik nog van een externe dienst die zijn salesgesprekken aanrekent. En ten tweede valt me op dat preventieadviseurs echt liggen te slapen. Ze hebben geen flauw benul van hun contract, van hun preventie-eenheden, van hun slapend kapitaal, van mogelijke projecten… Ze eisen geen service van hun externe dienst. En voor 150,- per uur mag je best veeleisend zijn. Voor een arbeidsgeneesheer is dat zelfs 180,- per uur. Als die voor dat tarief in zijn kabinet blijft zitten, haal je er niet alles uit wat er in zit. Uiteindelijk vraagt zelfs een advocaat minder per uur. Kortom: het marcheert niet. Edelhart Kempeneers, zelf arbeidsgeneesheer, zag dat reeds in deze oude blog. Waarvoor hulde.

Geselecteerde stuk: Preventie-eenheden met vervaldatum (van Edelhart Kempeneers, oorspronkelijk gepubliceerd 22 januari 2017). Veel (her)leesplezier !

devil-deal

Advertenties

Schuif niet alles in de schoenen van de inspectie (of de werkgever)!

Het ACV klaagt vandaag in de kranten aan dat er te weinig controleurs zijn om na te gaan of bedrijven wel  voldoende preventiemaatregelen nemen in de strijd tegen burn-outs. Dit is een jaarlijks terugkerende oproep van de vakbond en de werkgevers gaan daar een eind in mee. Maar om nu ook al burn-outs als argument in te roepen, gaat om meer dan één reden te ver.

Het preventiebeleid inzake psychosociale aspecten (incl. stress, burnout, pesten, enz.) is in de eerste plaats een zaak van werkgever en werknemers zoals ook bevestigd door de sociale partners. Zo hebben ze er in een gezamenlijk advies voor gepleit om de voorrang te geven aan collectief overleg op ondernemingsniveau. We nemen aan dat ACV met zijn oproep niet bedoelt dat een Comité PBW en/of vakbondsafgevaardigden weinig nut hebben. In datzelfde advies wordt er ook op gewezen dat een individu dat een probleem van psychosociale belasting heeft, hiervoor in eerste instantie de algemene wijzen om problemen op te lossen in een onderneming dient te gebruiken. De werknemers hebben daarnaast ook meer dan voldoende wettelijke instrumenten in handen om problemen aan te kaarten en naar oplossingen te zoeken.

Het is dan ook eigenaardig om nu de Inspectie ‘toezicht welzijn op het werk’ als de grote hefboom te beschouwen. De problematiek overstijgt trouwens het domein van welzijn op het werk en kadert ook in het HR-beleid van de onderneming én in de (loopbaan)keuzes die de werknemer al dan niet maakt. Omwille van de complexiteit en het feit dat ook persoonlijke factoren (persoonskenmerken, aspiraties,…) spelen, kan, zelfs met goede preventiemaatregelen, overigens niet gegarandeerd worden dat elk probleem voorkomen wordt.

Noteer wel dat ook de werkgevers vragende partij zijn voor voldoende bemande en kwalitatief sterke inspectiediensten in het kader van het realiseren van een ‘level playing field’ voor alle ondernemingen. Efficiënte inspectie bestaat trouwens niet alleen uit het één op één inspecteren van ondernemingen. Datamining voor gerichte controles, een ‘one to many’ aanpak op sectorniveau, preventiecampagnes, optreden naar aanleiding van ongevallen of klachten, … inspectiediensten zetten een gamma van instrumenten in om hun doel te bereiken. Het aantal inspecteurs tellen en afzetten tegen het aantal ondernemingen is dus een beetje kortzichtig.

De boodschap die ik uitstuur naar bedrijven is om als uitgangspunt te vertrekken van ‘Hoe creëer je een organisatie waarin werknemers het beste van zichzelf kunnen en willen geven?’ Bevlogen werknemers, mensen die met goesting en trots werken, daar ligt de win-win voor het bedrijf en de betrokkenen. Dat betekent dat ik vraag om te focussen op alle aspecten van de job en de werknemer, nu en later, en om in te zetten op het ontwikkelen van werknemers via competentiemanagement, talentmanagement en loopbaanbegeleiding.

Conclusie: ja, werkgevers en werknemers zijn gebaat bij adequate inspectie maar dat u met uw jaarlijkse oproep als ACV hier nu ook al de oorzaak van burn-outs in ziet, is meer dan een brug te ver.

Preventie-eenheden met vervaldatum

devil-deal

Ik ga uit de biecht klappen over de preventie-eenheden, meer bepaald wat je moet doen wanneer je er nog van vorig jaar over hebt. Want de duivel zit in de details. Zo ook in de interpretatie van de wetgeving.

Als kind las ik heel graag sprookjes, fabels, sagen en mythes. Nogal eens draaide de spil van het verhaal rond een letterlijke interpretatie van wat beloofd of gevraagd werd. Van de wensen die men met de magische olielamp deed, de contracten met Repelsteeltje, de afspraken met de duivel of de weddenschappen met Loki. Zo verwedde deze god van chaos en leugens er eens zijn hoofd om met twee dwergen dat zij geen drie kunstwerken konden voortbrengen. Toen zij hier toch in slaagden en hun prijs opeisten, het mes in de hand, gaf hij aan dat hij enkel zijn hoofd had verwed, niet zijn nek. Ze hebben dan maar, bij gebrek aan verbeelding, zijn mond dichtgenaaid.

Wellicht is het door mijn ervaring met zulke onbetrouwbare personages, dat ik bij de publicatie van het toen nog nieuwe KB Tarificatie van 23 mei 2014 al een aantal mogelijkheden tot “creatieve interpretatie” zag. Ik heb een aantal hiervan trouwens toegelicht op een webinar van Kluwer op 10 februari 2015.

De preventie-eenheden dus. Het KB geeft aan dat de overblijvende preventie-eenheden overdraagbaar zijn. Betekent dit dat ze automatisch worden overgedragen naar het volgende jaar, en het jaar daarop, tot in het oneindige? Nee hoor.

Om dit in meer detail te bespreken, zal ik eerst het relevante extract uit het KB van 27 maart 1998 (betreffende de externe diensten PBW) erbij nemen. Meer bepaald gaat het om een zin in artikel 13/3 paragraaf 2: “De overblijvende preventie-eenheden zijn overdraagbaar.

Okee, om het meest voor de hand liggende al even uit de weg te ruimen: wanneer je verandert van externe dienst, ben je de resterende preventie-eenheden sowieso kwijt. Ze zijn niet overdraagbaar naar een andere externe dienst. Well duh zeg je nu wellicht, is dat het grote geheim nu? Nee. Het is veel subtieler.

De preventie-eenheden zijn overdraagbaar. Concreet betekent dit dat ze overgedragen kunnen worden naar een volgend jaar, niet dat ze overgedragen moeten worden. Hoe wordt dit nu bij sommige externe diensten geïnterpreteerd? Dat, als een klant tegen het einde van het eerste trimester niet expliciet heeft gevraagd om de niet-opgebruikte preventie-eenheden van het vorige jaar over te dragen, hij ze kwijt is.

Kijk, ik snap de logica wel hoor. In de geest van de wet moet de werkgever, via zijn interne preventiedienst, zelf zijn beschikbare budget preventie-eenheden beheren. Hij moet zelf bepalen welke projecten zullen worden opgenomen in het jaaractieplan en het globaal preventieplan. Dus moet hij ook telkens in het begin van het kalenderjaar bepalen wat te doen met resterende preventie-eenheden van het voorgaande jaar. Het moet niet de verantwoordelijkheid zijn van de externe dienst om zonder meer de niet-gebruikte preventie-eenheden mee te blijven dragen, en dan bijvoorbeeld na tien jaar geconfronteerd te worden met een massief aantal alsnog te presteren uren, wanneer de klant hier dan plots en onverwachts nood aan heeft.

Maar ik hoop wel dat de diensten die dit principe toepassen van een vervaldatum, dit dan ook tijdig en helder communiceren aan hun klanten. Opdat deze dan ook in gezamenlijk overleg met hun externe dienst hun beleid voor het nieuwe jaar kunnen opmaken, en de overblijvende preventie-eenheden van het vorige jaar alsnog kunnen overdragen. De band van de werkgever met zijn externe dienst moet er een van vertrouwen zijn en kunnen steunen op een professionele expertise. Niet een waarbij hij steeds heel zorgvuldig de kleine lettertjes van het contract en de wetgeving moet nakijken…

Re-integratie… Waar? Daar!

Ik zie een spook

Waar?

Daar!

Wij zien het ook

Waar?

Daar!

(bron: Het spook – Piet Piraat (lied))

Het nieuwe KB re-integratie is gepubliceerd en dat zullen we geweten hebben. Het is al re-integratie wat de klok slaat. Heel eerlijk? Het was toch even bekomen, na de lectuur. Maar nu zijn we klaar om ook die andere BP (Bekende Piet) even te citeren “Wat hebben we geleerd vandaag?”

  1. Integratie is belangrijk, maar nu ook weer niet zo belangrijk

Kijk waar ze dat nu neergepoot hebben. Niet in het KB Beleid. Nee, in het KB gezondheidstoezicht. Geprangd tussen Afdeling 6. – De beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer betreffende de beoordeling van de gezondheid en Afdeling 7.- Algemene bepalingen betreffende de inentingen en tuberculinetests. En dan krijg je het effect dat het re-integratiebeleid zich bevindt in de art. 73/1 tot 73/11. Niet echt sexy als parkeerplaats. Maar kom, een kniesoor die daarover zeurt.

 

  1. Eigen re-integratie eerst

Wie dacht naar een homogene werkwijze te gaan voor re-integratie na ziekte, arbeidsongeval en beroepsziekte is eraan voor de moeite. Het nieuwe verhaal is niet geldig na arbeidsongeval en beroepsziekte. Jammer, maar helaas. Zeg maar dag met het handje naar de uniforme aanpak. Wat blijft er dan over? Aha, de ‘klassieke’ ziekte, uiteraard, inclusief de afwezigheid met psychosociale oorzaken.

 

  1. Raymond had gelijk

Fo… Fo… Fo… Formulieren… Formulieren… zong Raymond Van het Groenewoud al in de vorige eeuw.

In alle persberichten lees ik dat de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer de spil van de te voeren re-integratietrajecten zal worden. In eerste instantie lijkt het vooral dat hij (of zij, jawel dames, geldt ook voor jullie) vooral de spil zal zijn van heel wat documenten. Kijk eens aan wat de oogst oplevert:  een verslag, een re-integratieplan, een formulier voor de re-integratiebeoordeling. En vooral dat laatste was allicht onderwerp van verhitte taalkundige discussies in de desbetreffende commissie.

  • “Re-integratiebeoordelingsformulier? Komaan, mannen, dat kunnen we toch niet maken. Dat is toch veel te lang als titel van een formulier”
  • “Je hebt gelijk. Laat ons dan ‘formulier voor de re-integratiebeoordeling’ gebruiken”
  • “Okee, verkocht.”
  • (allemaal in koor) “Dat hebben we weer goed geregeld”

 

  1. Eerst brandje blussen – beleid doen we wel tussen de soep en de patatten

Niet te optimistisch. Van een echt zware verplichting tot re-integratiebeleid, is nauwelijks sprake. Pas in artikel 73/8 komt er iets aan bod dat op beleid lijkt. Niet dat het veel om het lijf heeft: een jaarlijks overleg met het comité op basis van een verslag van de PA-AG is nu niet meteen waar we van droomden.

En je moet niet te snel lezen ook, want het (beleid) is zo voorbij. In art. 73/9 gaat het namelijk alweer over de beroepsprocedures. Daar komt het beleid, daar gaat het beleid.

 

  1. Wie betaalt de rekening?

En dan de vraag van 10 punten: wie gaat dat betalen? Want in de hele tekst is maar 1 keer sprake van kosten. Om te zeggen dat de verplaatsingskosten van de werknemer door de werkgever moeten gedragen worden.

Je laat een paar dokters opdraven, werkposten onderzoeken, misschien ook aanpassen, formulieren invullen en verslagen maken… en het enige dat je echt regelt is de verplaatsingsvergoeding van de betrokken werknemer.

Ik zie een beleid

Waar?

Daar!

Nog veel werk aan de winkel…

 

 

Bijna-ongevallen, dat zijn onze #Duivels

sporza-2016-06-23

Ik moet het positief bekijken zei ze me. Ze zijn er door, ze gaan naar de achtste finales. En dus moesten we vieren en blij zijn. Maar is dat ook zo? Na een paar minuten al werkten twee van de drie “layers of protection” niet. Het middenveld en de verdediging lieten het afweten. Een vlammend schot op doel. Gelukkig sprong onze noodstop in actie. Courtois deed wat ze quasi wekelijks doen in Doel. Naast een leuke woordspeling is de gelijkenis treffend: ingrijpen met een noodstop.

Voor de Duivels moeten we blij zijn met de prestatie. Voor Doel vinden we dat onaanvaardbaar. Bijna-nucleaire ramp, heet dat dan in de pers. Een nationale ramp zou dat doel zijn, net zoals Doel dat zou zijn.

Later in de match… Dan toch een echt ongeval. Bal in de netten. Gelukkig vonden we er een administratieve oplossing voor. Geen ongeval, geen doelpunt. Een fluitsignaal, een vlag, … afgekeurd. Zoiets als de verzekeraar die het ongeval niet erkend. Of de werknemer die uiteindelijk andere taken toegewezen krijgt. Hij breekt zijn been, maar je haalt hem dagelijks op met een taxi om op het werk de gazet te komen zitten lezen. Geen werkverlet, geen ongeval. Doelpunt afgekeurd, geen ramp. Allemaal blij en euforische powerpoints op het personeelsfeest.  Cijfers behaald. Tournée générale.

We zijn immers perfect bezig. We scoorden zelf, met wat geluk en een Zweeds achterwerk. Eigenlijk hadden we dus trucs nodig om onze (bijna-)ongevalsstatistieken op te leuken. En tegelijk hebben we een Zweeds achterwerk geïntimideerd om de verkoopscijfers te behalen. Wat voor bedrijfscultuur is dat dan? Eentje om te vieren of eentje om voorzichtig te ontleden en aan verbetering te werken?

Olifant of helikopter?

Georges Seurat, Een zondag op La Grande Jatte, 1884

Georges Seurat, Een zondag op La Grande Jatte, 1884

Hoe eet je een olifant op? Hapje per hapje. Een taak krijg je het beste gedaan door ze niet in haar geheel te bekijken, maar er stapje per stapje aan te beginnen. Voor projecten hebben we daar zelfs software voor. En in 1884 een stroming in de schilderkunst: Pointillisme. Schilderen als pixels.

Het besef begon te groeien dat een beeld bestaat uit diverse puntjes. En in plaats van met penseelstreken te schilderen, wilden ze de perfectie benaderen door enkel nog puntjes naast elkaar te zetten.

Net als een projectplanning. Hapjes olifant. Puntje per puntje. En je komt tot een totaalbeeld. Een beeld dat waarlijk perfect zou moeten zijn. Perfecter dan penseelstreken. Maar…

Maar… kijk eens goed. Het leeft niet. Het is dood. Doods. Stillistisch perfect, maar levensloos. Geen bezieling, geen passie. Allemaal puntjes. Hogere wiskunde zonder ziel.

Daarom is het goed om ook de olifant niet uit het oog te verliezen. Het beleid moet doorleefd zijn. Niet gewoon een losse opsomming van puntjes in een opvolgbestand. Maar een passioneel globaal beleid. De helikopterview. En van daaruit mag je voor mijn part puntjes schilderen. Als je de liefdevolle penseelstreek maar niet vergeet.

Gezocht: preventieadviseur M/V klaar voor takeoff

bird-taking-off-xxx

Ik zag net een vacature passeren vanwege een overheidsdienst die een preventieadviseur zoekt. Dat riep de vraag op welk type preventieadviseur geschikt zou zijn voor deze job. En die vraag riep op haar beurt weer herinneringen op aan de work shop die ik in januari mocht geven voor een groep preventieadviseurs van lokale overheden.

Wat ik toen zag waren vooral preventieadviseurs met veel goesting. Goesting om een bijdrage te leveren aan de verbetering van het preventieniveau in hun gemeente. Goesting om creatief te denken waar mogelijk, en pragmatisch waar nodig.

Er waren uiteraard ook verschillen. De ene had rechtstreeks en regelmatig toegang tot “zijn burgemeester”, de ander slechts indirect en sporadisch. De ene combineert de job van preventieadviseur met een personeelsfunctie, de ander met een onderhoudsfunctie. De ene opereert quasi alleen, de ander heeft een brug geslagen naar de collega’s van nabijgelegen gemeenten.

Daarnaast waren ze ook unaniem. Unaniem in het beschrijven van de uitdagingen waarmee ze te maken krijgen. Van de georganiseerde machtswissel om de 6 jaar (verkiezingen genaamd) over dat vermaledijde HOC en/of BOC dat maar niet vaak genoeg bij elkaar komt om echt te wegen op het preventiebeleid tot de vele heterogene activiteiten (en bijhorende risico’s) waarmee ze te maken krijgen.

En tenslotte was er nog die andere gemeenschappelijke factor. Geduld. Festina lente is een gave die je als preventieadviseur binnen een lokale overheid best kan gebruiken. Haast u langzaam. Jarenlang geduldig breien aan relatie en netwerk om langzaam maar zeker stapjes vooruit te zetten. Het vergt een bepaalde ingesteldheid.

En die combinatie is een interessante. Goesting en geduld. Geduld en goesting. Enerzijds verder bouwen, die opening zoeken, die stap vooruit willen. Anderzijds als een spin in een web kunnen wachten en wachten en wachten tot het moment daar is. Mensen met minder geduld noemen dat proces weleens “wachten op Godot”. Maar dat omschrijft het niet helemaal juist. Mij doet het eerder denken aan het wachten op het juiste slot voor de takeoff van het preventiebeleid.

De preventieadviseur die zijn kans waagt op de advertentie die ik zag voorbijkomen, kan dus maar best over een mooie portie geduld beschikken. En veel goesting. Ready for takeoff, dus.