Veilig 2017 !

58809115 - safety color tone without name vector illustration

Het begrip veiligheid is hot. Google plakt er een cijfer op: ongeveer 29.200.000 resultaten (0,37 seconden) veiligheid in de categorie nieuws: ongeveer 434.000 resultaten (0,40 seconden). Het is een buzzwoord.

Veiligheid op de weg en in het verkeer, van gebouwen, in bepaalde wijken, op het internet (malware), op het werk, noem maar op. Ook in 2017 zal veiligheid een hot topic blijven.

Strenge veiligheidsmaatregelen in shoppingsteden, de 21-ton betonnen bloembakken op kerstmarkten, de aanwezigheid van blauw en militairen op straat, … het zijn antwoorden van de politiek om het publieke veiligheidsgevoel terug te doen keren. Het is een tegengewicht aan de terreur.

Als 2016 ons iets duidelijk maakte: absolute veiligheid bestaat niet. Maar we kunnen er ook zelf wel iets (lees: veel) aan doen. Geven we toe aan de angst of gaan we verder ? Veiligheid en veilig gedrag begint bij jezelf.

Met een glaasje te veel op niet achter het stuur kruipen, de rookmelder maandelijks thuis testen of het driemaandelijks visueel nazicht van de mobiele blusmiddelen op het werk, het huis goed afsluiten, je wachtwoorden periodiek vervangen, veiligheidsschoenen aan op de werkvloer, wie zondigt er eens niet aan ?

Dagelijks maken we bewust en onbewust tientallen keuzes.Een mooie definitie van het begrip veiligheid vond ik op de website www.vca-forum.nl: “Het bewust nemen van een aanvaardbaar risico.” Ja, hier beperk ik me tot het individuele risico, iets wat we zelf in handen hebben.

“De juiste keuzes maken”,  het past wel om er even bij stil te staan in deze periode van goede voornemens, nog meer dan op andere momenten in het jaar. We hebben allemaal een keuze. Het is niet omdat het beeld van de wereld verandert, dat we ook moeten veranderen. Dankzij Professor Clare W. Graves is er een methodiek om mensen in situaties beter in te schatten. De drijfveer voor een goede keuze mag een kleur hebben, paars of blauw, maar ook geel, groen rood of oranje schrikken mij niet af.

Ik hoop dat de grenzen van het aanvaardbare risico in het nieuwe jaar niet verlegd worden en wens u een gezond én veilig 2017 toe!

Pokémon Go !

pokemon

Je hebt ze vast ook al wel zien lopen. Hun gezicht verdiept in het beeldscherm van hun smartphone, zonder ook maar om zich heen te kijken. Helemaal weg van de reële wereld: de Pokémon vangers!

Leuk tijdverdrijf ,een dergelijk spelletje, dat mensen weer bij elkaar brengt, dat mensen weer in beweging krijgt die anders toch maar in hun luie zetel zouden blijven liggen. Maar is dit allemaal wel zo veilig? Albert Einstein waarschuwde ons vorige eeuw al: ‘The day that technology surpass our human interaction. The world will have a generation of idiots’.  Als je verneemt dat Veilig Verkeer Nederland rekening houdt met een toename van het aantal verkeersdoden en dat Infrabel waarschuwt om niet tussen de sporen te gaan lopen om Pikachu gaan zoeken, dan lijkt het er sterk op dat Einstein gelijk krijgt.

De vangers gaan zo op in hun spel dat ze het verkeer helemaal niet meer waarnemen. Onveilige plaatsen zoals kruispunten en rotondes worden achteloos overgestoken zonder ook maar eventjes naar links en naar rechts te kijken. Erger wordt het wanneer ze dit populaire spelletje gaan spelen op de fiets of achter het stuur van hun auto. Totaal onverantwoord.

Toch zijn er ook positieve dingen te melden. Bepaalde musea en dierentuinen zagen een enorme toename van het aantal bezoekers als gevolg van het spel. Sommige bedrijven  betalen zelfs om als PokiStop te fungeren om zo extra klanten te lokken.  Zo zorgde de zelfstandigenorganisatie UNIZO voor een enorme invasie van Pokémon-jagers in de Kammenstraat in Antwerpen.  De opkomst was zo groot dat de politie de straat zelfs moest afsluiten voor het verkeer.  Ook zijn er al bedrijven die via Pokémon de opkomst willen vergroten van hun opendeurdag of hun jobbeurs.

Misschien kan Nintendo de app zo aanpassen dat ze arbeiders op zoek kunnen laten gaan naar onveilige situaties in hun bedrijf en deze dan kunnen signaleren aan hun management. Dan vangen ze twee vliegen ( of Pokémons )in één klap !

Gotta catch ‘em all !

Vroooem zei Froome…

froome

bron: sporza.be

“Don’t try this at home”, zei Froome over zijn afdaling gisteren. Maar waarom deed hij het wel? Alfagedrag, iets anders kan ik niet bedenken. Dan toch iets menselijks in deze machine die Froome en zijn team plegen te zijn?

Het is mooi dat dit spectakel gebracht werd. De voorbije jaren was zijn ploeg één en al berekende British coolness. Saai, een bedrijf met alle procedures onder controle. Alle stappen gecontroleerd en risicoloos. Bwah, in alle eerlijkheid? Ik wil er niet werken. Geen passie, geen genot. Ik heb wel iets van Jan Mulder in me wat dat betreft.

Froome zei dat het geen tactiek was, maar een “ingeving van het moment”. Preventieadviseurs die naar TV keken genoten van de rit. Ook al kwam “gele Belg Greg VA” pas na 26 minuten binnen. Preventieadviseurs die kwijlen bij het zien van zoveel bedrijfsrisico’s. Raar, niet?

Bedrijfsrisico’s. De sponsor betaalt miljoenen om de tour te winnen. Ze betalen een ganse externe dienst van ergonomen die fietsen afstellen, van arbeidsgeneesheren die de “juiste” preparaten inspuiten, van rondgangen op het parcours om iedere bocht en put in kaart te brengen, van managers en adviseurs, …

Het bedrijf draait rond één target: de tour winnen en alle risicoanalyses zijn daar op gericht. We moeten en zullen maatregelen voorzien voor alle zaken die ons doel belemmeren.

En dan… dan neemt de operationeel manager die Froome de facto is, enorme bedrijfsrisico’s in het productieproces. Op het meest risicovolle moment gooit hij alle procedures en analyses overboord en gaat aan 83 km/uur in de aanval. Met de neus op het voorwiel.

Heerlijk. Vol energie, lef en passie. Maar de preventieadviseur van de ploeg zal wel een immodium genomen hebben toen hij het zag. Zijn risicoanalyses hadden immers vijf putjes in het wegdek en zes steentjes op de weg geïnventariseerd. Froome heeft niet gefaald, maar had hij dat wel gedaan, dan zat het bedrijf zonder winst dit jaar. En een bedrijf dat te vaak zonder winst zit, gaat failliet.

Het is toch telkens weer een heel dun evenwicht, tussen volop met passie leven of met een tight ass alles beheersen… Een dilemma, voor mij als mens en voor mij als preventieadviseur.

In ieder geval genoeg gespreksstof straks bij de bbq. Met alcohol, rood vlees en open vuur in de buurt. Iemand immodium?

Psychosociaal welzijn: politiek geladen stress voor de preventieadviseur

Ik begrijp hem. Karel Van Eetvelt van Unizo. En ik vind zijn interview in De Morgen aanvaardbaar. Kort door de bocht, en goed tegelijk bij wijlen.

Zeker het begin is goed: “Ja, werkgevers hebben een verantwoordelijkheid als het op het welzijn van hun werknemers aankomt, zegt Karel Van Eetvelt van ondernemersorganisatie Unizo.”

Ik denk dat iedereen het er over eens is. Welzijn en veiligheid moeten een prioriteit zijn op de werkvloer. Asbest, brandveiligheid, chemische risico’s, elektriciteit. We zitten met zijn allen op hetzelfde denkspoor. Werkgevers, werknemers en preventieadviseurs. Akkoord, het mag iets –veel– minder administratief, ten voordele van reële veiligheid. Maar we hebben geen andere mening ten gronde.

En dan, dan komt de aap uit de mouw. Het gepolitiseerde debat over psychosociale. Eigenlijk maar over – wat ik noem – 1 van de 2 pijlers van psychosociale. Want ook over de eerste pijler zijn we het met zijn allen eens: pesten, racisme, ongewenste intimiteiten, … hebben geen plaats op de werkvloer en dienen hard aangepakt. Punt.

Blijft wat ik de tweede pijler noem: stress en burn out. Vorige week was ik nog op de FOD. Mijn oren tuiten er nog van. De door de FOD zelf uitgewerkte knipperlichtenmethode zou nog niet eens het begin van een risicoanalyse op organisatieniveau zijn. Pardon? De “gewone” preventieadviseur kent niets van psychosociale en mag geen risicoanalyse doen. Wablieft?

En dan is er nog die algemene teneur bij inspecteurs dat stress aangepakt moet worden door meer mensen aan te werven. Daar hebben we onze aap, geheel en al uit de mouw. Poedelnaakt is die aap. En ongeveer de slechtste manier om stress aan te pakken. Die automatische link tussen stress en meer mensen aanwerven… Jumping to conclusions.

Want wat met de juiste en volledige analyse maken? Wat als je net met bore-out te maken hebt? Met mensen die gekortwiekt worden door bange leidinggevenden die het einde van hun carrière willen halen. Of leidinggevenden die doorgroeiden uit technische competenties of anciënniteit in plaats van competenties… Of gebrek aan communicatie door de werkgever. Geen begeesterende visie van de directie. Reorganisaties zonder communicatie… en zo kan ik nog lang doorgaan. Zijn dat allemaal niet vaker voorkomende redenen voor negatieve stress? Factoren die ervoor zorgen dat stress niet positief, maar negatief gepercipieerd wordt? Is dat in veel gevallen niet belangrijker dan blind de link maken naar extra aanwervingen?

Het debat is dus gepolitiseerd en oorzaken worden niet meer ten gronde bekeken. Werkgevers zouden voordeel hebben bij een grondige en openlijke analyse. Een hand in eigen boezem inzake HR-beleid, doorstroming, communicatie,… Zeker weten. Hun productiviteit zou stijgen als mensen op de juiste plaats en met de juiste competenties uitgespeeld worden. En werknemers zouden er voordeel bij hebben, want al dat “wij-zij-gedoe” en strijden voor extra collega’s levert enkel negatieve stress op. En die leidt tot… burn out.

Waar moeten we wel naar toe met dat werkbaar werk? Een goede voorzet uit het artikel: “Wij zoeken goede voorbeelden van kmo’s die door hun organisatie van werken, het werk werkbaar maken. Waar komt dat op neer: zorgen voor een goede sfeer op de werkvloer. Dat is de bottomline. Zorgen dat je mensen graag komen werken, en dat is met heel eenvoudige dingen. Samen een glas drinken, inspraakmomenten, open discussies, daarover gaat het. Dat kun je niet vatten in regels en wetten, want dan maak je het net kapot.”

En om af te ronden, een kort door de bocht-uitspraak uit het artikel: “(…) Liever dan een zoveelste uitbreiding van de welzijnswet. We hebben nu al de risicoanalyse, het actieplan, het globaal preventieplan, de algemene risicoanalyse en de psychosociale risicoanalyse. De creativiteit van sommigen is onbegrensd.”

Kortom: ik begrijp de frustratie van de werkgever. Ik begrijp de frustratie van de vaak in het ongewisse gelaten werknemer. Maar als we zo verder gaan, is het vooral het welzijn van de preventieadviseur die in het gedrang komt. Laten we dus ons verstand gebruiken.

Prettige wereldveiligheidsdag 2015!

wereldveiligheidsdag2015

La douce France

IMG_3541

Als je Luxemburg binnenrijdt, waan je je al een stukje in Frankrijk. De snelheidsbeperking duidt de oude, vertrouwde 130 aan. Tot aan de Franse grens… Daar stopt de procedurele duidelijkheid plots. Ze zijn bij de zuiderburen het noorden kwijt geraakt. Nog voor Metz had ik beperkingen van 80, 90, 110 en 130 gezien. Kriskras en zonder ogenschijnlijk intuïtief aanvoelen. Zo wordt het natuurlijk wel moeilijk om me onbewust veilig te gedragen.

Eens voorbij Nancy blijft het vertrouwde beeld. De péages zijn nog onveranderd. Een struggle for life. Alle markeringen houden op en je rijdt een trechter binnen. Een trechter die eindigt in tientallen slagbomen met onduidelijke aanduidingen. Waar kan je met VISA terecht? Waar met bancontact? En waar enkel met cash? Internationaal zijn de picto’s niet bepaald. Chaos en Frans ongeduld. Bij het betalen vraag ik een reçu. Dat kost ongeveer 5 à 10 seconden. En getoeter. Hopen getoeter. Bij iedere péage. Bewust onveilig gedrag als levenshouding.

Na de slagboom begint de strijd terug. Je rijdt de trechter uit. Met velen tegelijk, zonder markering en enkel op lef. Je kan het zelfs niet bewust veilig doen. Je rijdt immers te traag of te snel naar de zin van de andere. Ook zonder snelheidsbeperking. Die… start pas een paar honderd meter verder als er wat orde in de chaos is.

Ik typ dit op een terras in het Zuiden. Eigenlijk omdat ik gisteren – samen met mijn vrouw (die van de blogs) – fietsen huurde. Na lutttele minuten kreeg ik een middenvinger omdat de wagen achter me niet vlot voorbij kon op de tweevaksweg. Er waren immers tegenliggers. Dat was in zone 70. Een beetje verder, in zone 50 of 30, wou een vrouw van middelbare leeftijd de weg kruisen. Aan een STOP-bord. Maar ongeduldig, en dus maakte mijn vrouw oogcontact met haar. Waarna mijn vrouw aangereden werd en non-verbaal uitgescholden. Het “slot” van de française om over te steken was voorbij en dus moest ze in haar gekoelde wagen wachten op het kruispunt… Die fietsers zijn een ware ellende… Ook in zone 30. Is het nu onbewust onveilig of bewust onveilig? Soms weet je het niet meer. De bordjes zijn er al, het gedrag in geen mijlen.

Vanochtend nog naar het warenhuis geweest. Zone 20 om de chaos te vervolledigen. En ergens onderweg zag ik – ter hoogte van een militair domein – zone 60. Knap. Met de zone 10 uit de foto, is de set compleet.

Die Fransen zijn kampioen geworden in collectieve maatregelen (verkeersborden) en signaleringen (Chinese picto’s aan de péage). Het gevaar blijft evenwel hetzelfde: hun temperament.

Net zoals die Parijse nummerplaat aan het kerkje, tegenover de bakker. In de bocht van de dorpskern. Dubbel geparkeerd. De weg versperd. Madame wou “une flute” kopen. Pas na het vierde bijna-ongeval door achteropkomend verkeer ondernam Monsieur actie…. Hij zette zijn knipperlichten op… als God in Frankrijk. Zich van geen kwaad bewust.

Benieuwd of hij de onverlaat was die het achterlicht van onze correct geparkeerde wagen naar de vaantjes hielp… Traag zal hij wel gereden hebben… met een middenvinger naar alles wat correct verkeersgedrag is…

 

Iedereen ref

RefComplaint-xxx

De WK-koorts stijgt. Het spel is nog maar net begonnen en WK-overkill loert al om de hoek. Voor we van onze sambawolk donderen, nog even een terugblik op onze vaderlandse eersteklassevoetbalcompetitie, de Jupiler Pro League. Want daar zitten (welzijns)lessen in voor dit WK.

Aan spankracht was er dit jaar geen gebrek – althans niet in de eindduels van Play-off 1 -, aan kwaliteit van het gebrachte voetbal des te meer. Als paarswitte fan is het dan ook pijnlijk te moeten toegeven dat Anderlecht slechts koning éénpoot was in het land der kreupelen… Nog jammerlijker was de vaststelling dat de scheidsrechters dit seizoen, meer dan ooit, kop van jut waren. Als je trainers, spelers en supporters mag geloven, bepalen de refs wie er kampioen wordt. En voetbalanalisten blijken zich soms liever te buigen over de prestatie van de arbitrage dan over die van de teams zelf. Na uiteraard eerst elke discutabele spelfase diverse keren te hebben herbekeken – in vertraging en vanuit elke mogelijke camerahoek.

Menselijke flitspalen, zo omschreef sportcolumnist Hans Vandeweghe onlangs heel treffend de voetbalscheidsrechters. Door iedereen gehaat, maar zonder loopt het gegarandeerd fout. Je vraagt je soms af waarom iemand dezer dagen nog (hoofd)ref wil zijn. Masochisme in een machowereld. Tweemaal 45 minuten intervalinspanning, en ondertussen continu alert blijven, razendsnel heikele beslissingen nemen (correcte tackle of schwalbe?, buitenspel of net niet?…) en blijven communiceren met de assistent-scheidsrechters en spelers. En daarbovenop nog eens worden blootgesteld aan gejoel en spreekkoren vanuit de tribunes, dolgedraaide coaches aan de zijlijn en opgefokte voetballers op het veld (om nog maar te zwijgen over de verbale en fysieke agressie van speler(tje)s, trainers, ouders en toeschouwers in de lagere voetbalafdelingen). Van een ferme combinatie van fysieke, cognitieve en psychosociale belasting gesproken…

Een tijdje terug was Lorenzo Staelens te gast in Extra Time, het voetbalkletsprogramma op Canvas. De ex-international en huidige coach van Cercle Brugge kreeg ook de obligate vraag over het niveau van de arbitrage voorgeschoteld. Vroeger was ik niet echt een fan van “de Lorre” – niet zozeer omwille van zijn voetbalkwaliteiten, maar waarschijnlijk eerder door zijn uncoole rijkswachterlook. Zijn analyse sprak me ditmaal wel aan: “Het gaat mij niet over het niveau en de fouten die scheidsrechters maken. Fouten maken is menselijk. Ik vind wel dat ze die samen moeten maken. Ze moeten een wedstrijd als team leiden”. Staelens doelde hierbij op het feit dat er soms (onbewuste) concurrentie lijkt te bestaan tussen de hoofdscheidsrechter en de andere officials op en rond het veld.

Als er fouten worden gemaakt, wijzen we inderdaad steevast in de richting van de betrokken individuen, hun kwaliteiten en gedrag. We kijken amper naar de context, het volledige plaatje. Een fenomeen dat in de sociale psychologie bekend staat als de fundamental attribution error. Zolang er dus niet geopteerd wordt voor meer technologische ondersteuning en/of er geen drastische cultuurverandering op en naast het veld komt, blijft het dan ook onzinnig om te blijven kankeren dat het niveau van de scheidsrechters (nog) moet worden opgekrikt.

En tot we zo ver zijn, en er meer mildheid en respect is ten aanzien van de arbitrage, lijkt het me logisch om in te zetten op sterke scheidsrechterteams. Een team is dan ook niet zomaar een groep mensen die met/naast elkaar werken. Het gaat om een groep van verschillende disciplines (in dit geval de hoofdref, lijnrechters, vierde man, …) die samen een totale taak uitvoeren, elkaar hierbij nodig hebben en zich verantwoordelijk voelen voor de output. Een goede match in het topvoetbal kan dus maar als er niet twee, maar drie (h)echte teams op en naast het veld staan. En ook op de werkvloer zijn het zo’n (h)echte teams die kunnen zorgen voor betere prestaties en meer welzijn.

Meer mildheid en respect dus. Behalve dan binnen enkele weken misschien. Als onze Duivels bijvoorbeeld in de groepsfase of achtste finales uit het WK worden geknikkerd door een schijnbaar scheidsrechterlijke dwaling. Dan mogen we ons nog eens als vanouds collectief richten op de arbiter van dienst. Een Zwitser of Jamaicaan of zo. Iedereen duivel, iedereen ref.