Vroooem zei Froome…

froome

bron: sporza.be

“Don’t try this at home”, zei Froome over zijn afdaling gisteren. Maar waarom deed hij het wel? Alfagedrag, iets anders kan ik niet bedenken. Dan toch iets menselijks in deze machine die Froome en zijn team plegen te zijn?

Het is mooi dat dit spectakel gebracht werd. De voorbije jaren was zijn ploeg één en al berekende British coolness. Saai, een bedrijf met alle procedures onder controle. Alle stappen gecontroleerd en risicoloos. Bwah, in alle eerlijkheid? Ik wil er niet werken. Geen passie, geen genot. Ik heb wel iets van Jan Mulder in me wat dat betreft.

Froome zei dat het geen tactiek was, maar een “ingeving van het moment”. Preventieadviseurs die naar TV keken genoten van de rit. Ook al kwam “gele Belg Greg VA” pas na 26 minuten binnen. Preventieadviseurs die kwijlen bij het zien van zoveel bedrijfsrisico’s. Raar, niet?

Bedrijfsrisico’s. De sponsor betaalt miljoenen om de tour te winnen. Ze betalen een ganse externe dienst van ergonomen die fietsen afstellen, van arbeidsgeneesheren die de “juiste” preparaten inspuiten, van rondgangen op het parcours om iedere bocht en put in kaart te brengen, van managers en adviseurs, …

Het bedrijf draait rond één target: de tour winnen en alle risicoanalyses zijn daar op gericht. We moeten en zullen maatregelen voorzien voor alle zaken die ons doel belemmeren.

En dan… dan neemt de operationeel manager die Froome de facto is, enorme bedrijfsrisico’s in het productieproces. Op het meest risicovolle moment gooit hij alle procedures en analyses overboord en gaat aan 83 km/uur in de aanval. Met de neus op het voorwiel.

Heerlijk. Vol energie, lef en passie. Maar de preventieadviseur van de ploeg zal wel een immodium genomen hebben toen hij het zag. Zijn risicoanalyses hadden immers vijf putjes in het wegdek en zes steentjes op de weg geïnventariseerd. Froome heeft niet gefaald, maar had hij dat wel gedaan, dan zat het bedrijf zonder winst dit jaar. En een bedrijf dat te vaak zonder winst zit, gaat failliet.

Het is toch telkens weer een heel dun evenwicht, tussen volop met passie leven of met een tight ass alles beheersen… Een dilemma, voor mij als mens en voor mij als preventieadviseur.

In ieder geval genoeg gespreksstof straks bij de bbq. Met alcohol, rood vlees en open vuur in de buurt. Iemand immodium?

Duivelse Kronkels: Pek en veren. Of toch niet?

Voor we aan de wedstrijd tegen Ierland begonnen, werd er een scherpe risicoanalyse gedaan door De Morgen. Het had wat weg van een Kinney uit te voeren. Ook hier werd het risico beschreven (verliezen) en afgewogen tegen onze kansen. Er werden scenario’s uitgewerkt bij verlies tegen Ierland, winst tegen Zweden, gelijk spelen en natuurlijk het ergste scenario: pek en veren. Gelukkig was het Ierse stew en gisteren werd het goulash. Met friet en Mayonaise, natuurlijk.

tarred_and_feathered_by_angusmcleod-d4ehkhe

Ondanks dat de uitkomst vrij simpel is tijdens de achtste finales; winnen-verliezen- verlengingen-pinalties, is de weg er naartoe redelijk complex. Men had een gouden wissel kunnen doen op de laatste moment, een own-goal, een zee van rode kaarten, acute diarree aanval, magische tikki-takkievoetbal of gewoon: niets. Tijdens het uitvoeren van een taak zijn er duizenden mogelijkheden die het kleine verschil kunnen maken. Dat kleine verschil kan dan weer grote gevolgen hebben.

Tijdens de match  België – Hongarije gaat Lukaku in de aanval en legt de bal af aan Alderweireld. Alderweireld gaat kei hard op doel af: bam loeihard erin. Een kleine afwijking bij het raken van de bal had een andere uitkomst gegeven, beetje meer naar links, beetje meer naar rechts. Maar het is wat het is: de bal ging er in.Alderweireld is de held van de natie. Met de oplossing in de hand bespreken de tooganalysten hoe ongelooflijk briljant Wilmots niet was met Alderweireld en Lukaku samen op het veld te zetten.

Het voetbalveld lijkt meer op een werkplek dan op het eerste zicht lijkt. Wanneer een ongeval gebeurt dan kan men vaak niet begrijpen hoe ongelooflijk stom die persoon moet zijn geweest! Het is toch duidelijk dat je die barrière daar moet zetten? Of ; “Waarom deed hij niet zus in plaats van zo? Dat is toch niet logisch?” Het zelfde geldt voor de grote successen in het leven; Dom Pérignon die per ongeluk Champagne maakte met de hulp van een enorme koudegolf. Of Alexander Flemming die dan weer toevallig penicilline ontdekte.

Ondanks al die variabelen denken we nog steeds dat we met een statische redenering een dynamisch probleem kunnen aanpakken. Maar de sleutel van die oplossing of het probleem zit niet in de tactiek van de bondscoach alleen. Het is het continue aanpassen van de uitvoerders dat, samen met beleid en visie, zorgt voor succes of falen. Of zoals Nancy Leveson stelde: Zowel succes als falen komt voort uit de vele interacties tussen allerlei componenten van een complex systeem. Succes of falen komt niet voor uit een individuele heldendaad of individueel falen.

Ondanks dat de scenario’s van de Belgen maar pas de volgende twee weken echt werkelijkheid gaan worden, is de bal nog steeds rond en duurt de match negentig minuten. Goulash smaakt het best met frit en mayonaise, bij een Cardiganshire Cawl past ongetwijfeld een koude Duvel.

De timmerman en de boomzaag (modern sprookje)

Voor nog meer leesplezier: vervang in onderstaand sprookje “timmeren” door “risico’s beoordelen” en “boomzaag” door “methode van Kinney”. I rest my case.

Er waren eens twee beginnende timmermannen, die samen een opleiding timmeren voor beginners hadden gevolgd. Ze hadden nog geen gereedschapskist samengesteld, maar zagen het timmeren helemaal zitten.

De eerste timmerman ging langs de gespecialiseerde kleinhandel en keek eens rond. Zo’n boomzaag, dat leek hem wel wat. Hij wendde zich tot de verkoper, een jonge jongen, net als hij. De volgende dialoog ontwikkelde zich.

“Verkoper, ik heb wel interesse in die boomzaag, is die handig?”

“Jawel hoor, ik toon hem u even”

“En wat kan je daarmee doen?”

“Ach meneer, met deze boomzaag kan u alles doen wat u wil. Het gebruik is heel eenvoudig, ik leg het u op 2 minuten uit en daarna kan u het zelf ook”

“En al die andere gereedschappen”

Tja”, zuchtte de verkoper. “Die zijn ook wel handig, maar dan moet ik u toch wel wat meer uitleg voor geven.

“Oei, ik weet niet of ik dat wel wil, ik zocht eigenlijk iets heel eenvoudigs waar ik alles mee kan doen”

“Als u meteen aan de slag wil, en ook maar 1 aanpak wil leren, dan kan u best de boomzaag nemen”

En zo geschiedde. De verkoper gaf twee minuten uitleg over het gebruik van de boomzaag, en onze beginnende timmerman vertrok, blinkend van trots op zijn nieuwe werkinstrument. Nu zou hij alles kunnen doen. Waar zou hij mee beginnen? Hij wilde een tafel maken. Ok, die stapel eiken planken waren daar best bruikbaar voor. Met zijn splinternieuwe zaag begon hij vol goede moed. Wauw, dat ging vlot. Superaankoop. Die verkoper had hem toch goed geholpen, hij moest er aan denken om zijn vrienden aan te raden daar ook eens langs te lopen voor zo’n boomzaag.

Na een uurtje is hij klaar met planken verzagen en wil hij ze gladschuren. Daar is de boomzaag wat minder handig voor. Hij probeert wel, en hoewel hij er hier en daar nog wel wat ruwe stukken kan afhalen, is het eindresultaat toch niet je dat. Maar dat kleine nadeel neem hij er wel bij. Welgezind en fluitend werkt hij verder. Volgende stap? Aan elkaar zetten. Oei, daarvoor kan hij toch echt die boomzaag niet gebruiken. Vreemd, de verkoper had hem nochtans gezegd dat je met die boomzaag alles kon doen. Enkele pogingen later geeft hij het op, de tafel in wording wordt aan de kant geschoven, en plots is dat hele timmermansidee toch niet meer zo interessant. Hij gaat eerst maar wat anders doen, timmeren kan later altijd nog. De boomzaag heeft hij nog wel, en ergens hoopt hij wel, meer nog, gelooft hij zelfs dat hij daardoor vroeg of laat een schitterend timmerman zal worden. Maar het komt er maar niet van.

Nee, zijn medestudent dan, die verging het wel anders.

Liep dezelfde winkel binnen. Zag dezelfde boomzaag. Had wel interesse. Sprak een andere verkoper aan, en er ontwikkelde zich de volgende dialoog.

“Verkoper, ik heb wel interesse in die boomzaag, is die handig?”

“Jawel hoor, ik toon hem u even”

“En wat kan je daarmee doen?”

“Ach meneer, met deze boomzaag kan u alles doen wat u wil. Qua zagen dan. Het gebruik is heel eenvoudig, ik leg het u op 2 minuten uit en daarna kan u het zelf ook”

“En al die andere gereedschappen”

Ja, die hebt u ook nodig”, zei de verkoper. “Er zijn verkopers die u zullen zeggen dat je alles met de boomzaag kan. Maar dat is eigenlijk al te gek. Dan wordt u nooit een goed timmerman.

Oei, ik weet niet of ik dat wel ga kunnen, ik zocht eigenlijk iets heel eenvoudigs waar ik alles mee kan doen

O, maar dat kan u hoor. Het is makkelijker dan u denkt. Ik leer u even de kneepjes van de verschillende gereedschappen en u kan meteen aan de slag. In het begin is het even wennen, maar u zal merken dat u blij zal zijn het juiste gereedschap bij de hand te hebben voor elk klusje.

En zo geschiedde. De verkoper gaf uitleg over het gebruik van de boomzaag, en ook nog over een tiental andere instrumenten en onze beginnende timmerman vertrok, blinkend van trots op zijn nieuwe gereedschapskist. Nu zou hij alles kunnen doen. Waar zou hij mee beginnen? Hij wilde een tafel maken. Ok, die stapel eiken planken waren daar best bruikbaar voor. Zo gepiept. Even het juiste gereedschap voor elke bewerking selecteren, en daar gaat hij.

Toen de beide jongens elkaar na enkele maanden tegen het lijf liepen op café, hadden ze heel wat om over te praten.

Dat timmeren, dat is toch maar niks hoor, veel te lastig”, zei de ene. “Gelukkig had ik nog die boomzaag, daar kon ik zowat alles mee doen. Maar eigenlijk zouden ze daar toch specialisten voor moeten aanduiden.”

Komaan”, zei de andere, “ik vind het geweldig. Het heeft even geduurd om te wennen aan mijn gereedschapskist, maar nu heb ik voor elke klus het juiste gereedschap bij de hand, en hoe vaker ik ze gebruik, hoe beter ik ze ken”.

De Paashaas, take a walk on the wild side…

arthurtuytel

bron afbeelding: arthurtuytel.nl

 

We hebben een vakantiehuisje in de Ardennen. Af en toe maak ik eens reclame, en dit is één van die momenten. We zijn er met Pasen geweest. In de Ardennen, wel te verstaan.

En de lokale hotel- en restauranteigenaar organiseerde er een gigantische zoektocht naar paaseieren voor alle kinderen. Als preventieadviseur sla ik dan aan het mijmeren…

Hij verstopt die eieren natuurlijk niet zelf. Dat doet de Paashaas, met assistentie van een werknemer van de restaurantuitbater. Op een zondag-feestdag lijkt me dat ideaal voor een student. Nee? Ja, toch. Of nee, eigenlijk niet.

Zo’n minderjarige student mag dat niet doen, schiet me net te binnen. Het is een verboden activiteit volgens het KB. Paashazen zijn een subsoort van de haasachtigen. En alle haasachtigen zijn wild. Je ziet dat aan de menukaart in het najaar. Als ze het haasje zijn. Volgens het KB mag een minderjarige niet met wilde dieren werken, een verboden activiteit.

Dus een meerderjarige. Op zondagochtend buiten aan de slag. Piece of cake… of toch niet. Op die groene stroken in het dorp durf je wel eens een hondedrol tegenkomen… Een inenting tegen hepatitis lijkt me aangeraden. Net als tetanus. Met die doornstruiken overal en dan wat vuile aarde in de schrammen. Nog los van dierenbeten van dat konijn met te lange oren… Mja… inentingen dus. Van alle kanten.

Heffen en tillen ook. Kilo’s chocolade. Doe er maar eens een KIM op. Honderden repetitieve bewegingen. Ieder ei zijn polsdraai of twee. Nog los van de rare houdingen waarop je die dingen manipuleert.

Je kiest ook beter geen vrouwelijke werknemer. Hordes kinderen komen je opjagen. Stel je voor dat ze zwanger is. Nee, geen hordes kinderen voor een zwangere. Te tricky. In het onderwijs houden ze je daarvoor quasi een jaar thuis. Zelfs secretariaatswerk mag je er niet doen. Maar dat is een andere discussie.

Een meerderjarige, mannelijke werknemer die we inenten en naar de arbeidsgeneesheer sturen. Als die eenmaal terug is van die arbeidsgeneesheer leiden we hem eerst op. Werken op hoogte (die paaseieren vallen onevenredig vaak in takken van bomen), maar vooral: werken met voeding. Een heuse opleiding HACCP is nodig voor die werknemer.

Hopelijk ben je in al die commotie niet vergeten aan de arbeidsgeneesheer een medisch attest voor werken met voeding te vragen.

Bref, als dit alles achter de rug is, kun je als restaurantuitbater het dorp plezieren met die eieren-raap. Hopelijk heeft hij alles op tijd gepland om het traject rond te krijgen…

Poes met blote buik…

 

bron foto: larallo.wordpress.com (elke gelijkenis met onze poes is louter toevallig)

bron foto: larallo.wordpress.com (elke gelijkenis met onze poes is louter toevallig)

Onze poes heeft zichzelf een blote buik gelikt. Stress luidt het verdikt. Het prijskaartje van deze diagnose gaf mij dan weer stress. Mais bon, ze is trendy. Onze jongste poes is “in”.

Als goede preventieadviseur vroeg ik me af hoe ik de grondoorzaak van de stress kon achterhalen. Participatief werken is niet echt een optie. Ze miauwt hooguit eens, maar daar stopt de inbreng. Een enquête gaf trouwens hetzelfde resultaat. Een miauw aangevuld met een likje. Dezelfde likjes die haar vacht weglikken… Observatie is het enige wat me rest.

Volgens de dierenarts komt het wel vaker voor des winters bij “binnenpoezen”. Stress. Om 9u beginnen ze hun actieve dag nadat ze ontbeten hebben. Whiskas, de rest laten ze links liggen. Om 9u dus… een schoonheidsslaapje in de bedden van de kinderen. Keuzestress: drie bedden, twee poezen.

Om een uur of 11 komen ze de living ingedwarreld. Dezelfde stress: drie radiatoren, twee poezen. Languit stoven op een radiator. Overleg tussen de poezen, kopjes geven, ego-tripperij, … Alles er op en er aan. De onderlinge pikorde bepalen, maar geen knijt doen. Tot ze beslist hebben wie op welke radiator zal liggen stoven. Als je ze ziet liggen, denk je eerder aan lijkstijfheid dan aan “stijf van de stress”.

En dan denk je… zou dit soms ook zo gaan bij mensen? Botsende ego’s. Nutteloze vergaderingen. Drukdoenerij voor en na het eten als belangrijkste factor van stress? Zijn we te hoog doorgeschoten op de piramide van Maslow? Zou een klein beetje honger soms niet beter kunnen zijn? Om Stijn Meuris te parafraseren, want over oorlog wil ik het nog niet hebben.  Teveel besognes om niets? Te weinig om het lijf voor echte stress? Of is dat taboe?

Heilige huisjes: hoe anders denken over preventie begon

Je hebt zo van die zomerdagen dat je op LinkedIn wat ligt rond te surfen, zonder een nieuwe baan te willen zoeken of extra te willen netwerken. Gewoon wat rondsnuffelen en zien of je iets interessant kan tegen komen. Toen kwam ik (via Bert Brugghemans) terecht bij het stuk The Minute You Identify Risk – You Change That Risk van Corrie Pitzer en Todd Conklin.

Pre Accident podcast

Todd Conklin heeft een podcast genaamd pre-accident investigation. De conversatie met allerhande EHS experts worden onderbouwd met leuke anekdotes en heerlijk out-of-the-box denken. Een van de zaken die hij stelt is het volgende: zijn Life Saving Rules niet te betuttelend? Is het wel een goede zaak om mensen te vertellen wat ze niet mogen doen? Of moeten we meer mensen vertellen wat ze wel kunnen en mogen doen? Hij illustreert het met het volgende voorbeeld: in Australië is er een wetgeving die stelt dat het bij extreme droogte enkel de even huisnummers op dag 1,3 en 5 hun tuin water mogen geven. En de oneven huisnummers op dag 2, 4 en 6. Echter bleek achteraf dat het waterverbruik omhoog schoot. Dit was te verklaren omdat mensen, die anders hun tuin niet besproeien, het nu wel deden, “omdat het moest”. Leggen we onze uitvoerders niet teveel regeltjes op waardoor ze niet meer zelf rationeel gaan denken?

Deze specifieke podcast heeft me echt van m’n sokken geblazen. In deze podcast stelt men dat we veiligheid helemaal anders moeten gaan definiëren. Volgens Pitzer is veiligheid het klaar zijn om te reageren op dynamische risico’s. Waarbij klaar zijn betekent dat er pro actieve preventiestructuren zijn, een soort van learning culture. Waarbij reageren betekent dat mensen competent zijn om risico’s in te schatten en daarop te anticiperen. En dynamische risico’s zijn risico’s waar zowel voor- als nadelen aan zijn verbonden.

Vooral dat laatste moet je heel goed laten bezinken. Risico’s waar zowel voor- als nadelen aan verbonden zijn. Het zijn de risico’s die het management van een echt bedrijf dagelijks nemen. Men tekent een contract met een gigantische oliereus en plots doet men 11.000 euro per week verlies. Oeps. Reflecteer diezelfde 572.000 euro verlies per jaar naar een ongeval. Het verlies van een hand is 4.450 forfaitaire dagen en dus een loon van 16 euro per uur in dit voorbeeld. Maar toch neemt men dat riscio. Maar als je zegt dat men een hand per jaar gaat verliezen. Not so good.

We moeten mensen slimmer maken in het nemen van risico’s. Het is volgens Pitzer zoals bij de NAVY SEALS… er zit geen preventieadviseur bij het team met een handboek. Neen, risico’s zijn inherent aan het werk. Het managen van veiligheid heeft hier geen nut, het managen van risico’s is de sleutel tot veilig werken op de werkvloer.

Het is een mind blowing podcast die me aan het denken heeft gezet*. Pak ik preventie verkeerd aan? Moet ik afstappen van die cardinal rules? Moeten we meer inzetten op risicobeheersing, gezien de technische veiligheid al genoeg de te vermijden risico’s wegneemt? Creeert het systeem niet net de problemen? Is target zero een echte doelstelling? Of zijn we gewoon niet meer bezig met proactief werken, maar met cijfers?

*Dit is ongetwijfeld het begin van een reeks onder de naam “heilige huisjes”. Geef jullie gedachten en opmerkingen in de Preventiekronkels-LinkendIngroep of onderaan de artikels!

Communicatie anno 2015: wordt er nog gesproken ?

words have power

E-mail, een SMS-tekst, berichten via de social media, … Goede communicatie is essentieel in je studie, op school of op je werk, in een relatie, enz. Maar wordt er anno 2015 nog wel gesproken met en tegen elkaar? Of enkel over elkaar?

Na de – schriftelijke – communicatie van het VTI in Aalst over hun aanpak over tekenen van radicalisering bij leerlingen heb ik er zo mijn twijfels over. De woorden die volgden kwamen er nà de commotie.

Mondelinge communicatie is de meest efficiënte manier om een boodschap van de zender naar de ontvanger over te brengen. Een snelle informatieoverdracht en feedback zijn de grote voordelen van het gesproken woord. Er kan ook ruis zitten op dit communicatieproces want de ontvanger kan de informatie anders interpreteren dan de zender oorspronkelijk bedoelde. Heb je het niet goed begrepen dan vraag je om herhaling of duiding zodat er geen twijfel meer is.

“The belief that one’s own view of reality is the only reality is the most dangerous of all delusions” liet Paul Watzlawick al optekenen.

Verstoppen we ons niet wat al te graag achter de laptop, tablet of iPad om ons beter voor te doen dan we zijn (op sociale media) of om een minder positieve boodschap te bezorgen die ‘gevoelig’ ligt? E-mailen naar je collega naast je doe je alleen om te informeren, niet om met hem of haar te spreken. Het is een instrument om informatie te delen en / of om opdrachten te delegeren. Het succes van communicatie via de PC, of moet ik zeggen ‘overload’ van berichten – is wel te begrijpen want er is geen onzekerheid of het bericht wel ontvangen is.

En toch is spreken, face-to-face communicatie, belangrijker dan algemeen gedacht. Het persoonlijke karakter hiervan is een belangrijk voordeel. Had de schooldirectie in Aalst eerst gesproken met de betrokken leerlingen dan kon de heisa er rondom worden vermeden en schade voorkomen. Een veiligheidsprobleem inroepen zonder een gesprek met de leerlingen in kwestie is een aanpak maar misschien niet de juiste. Een foutje in de communicatiestrategie?

Elke dag communiceren wij, u en ik, en krijgen we informatie via televisie, kranten, internet, gesprekken, enz. Taken, werkopdrachten en instructies op de werkvloer vallen ook onder deze noemer. Wanneer de uitvoering of het gedrag niet datgene is wat je als leidinggevende had verwacht kun je je de vraag stellen of het geselecteerde communicatiemiddel wel de juiste keuze was. Controleren of instructies werden begrepen hoort er tenslotte ook bij. Het belang van deze informele – meestal verbale – communicatie mag niet worden onderschat. Al deze input zorgt ervoor dat we een beeld krijgen van wat er leeft in de wereld rondom ons en bijsturen waar nodig. Cruciaal voor het creëren van het draagvlak en voor het behalen van de gewenste resultaten.

Overtuigingen delen is niet altijd aangewezen. Heel veel jongeren beseffen de gevolgen (nog) niet van het gebruik van social media. Heb je een idee, een visie waar je achter staat, of omgekeerd vind je je weg niet in de samenleving? Spreek er eerst over. Misschien word je beter begrepen … of overtuigd van het tegenovergestelde. Want wij, u en ik, en zeker jonge mensen, kunnen veranderen van visie. Tenslotte, groeien is veranderen en veranderen is mensenwerk.