Het Afwezige Arbeidsongeval

bron tekening: http://www.pctipp.ch

We focussen veel en veel te veel op arbeidsongevallen. De meeste “werkgerelateerde uitval” is geen arbeidsongeval. En toch… toch slagen we er in om quasi een gehele opleiding te tateren over “ongevallen en hun preventie”. Over het registreren van “bijna-ongevallen” en “incidenten”.

Ik geef er zelfs links en rechts een dag les over. Arbeidsongevallen, hoe ze te behandelen, hoe je verslagen en onderzoeken te maken, hoe ze te voorkomen. En ik geef die les verschrikkelijk graag, omdat ze mooi doorspekt kan worden met voorbeelden en anecdotes.

Maar toch… toch moeten we af van die focus op arbeidsongevallen. Of toch in de meeste Belgische sectoren. Er blijft natuurlijk “de bouw” en “de dokken”, hoewel ze een minderheid vormen.

In België hebben we in grote lijnen de arbeidsongevallen onder controle. In de petrochemie spreken we nog van 1 à 3 ongevallen per miljoen gewerkte uren. In België als geheel over 17 per miljoen gewerkte uren. En in die statistieken zitten ook de ongevallen met een verstuikte teen waarvoor je een dagje thuisblijft.

Daartegenover staat dat rugpijn, nekpijn, hoofdpijn geen arbeidsongeval is. De typische problemen die gerelateerd zijn aan “bureauwerk” en “oudere werknemers”, zijn geen arbeidsongevallen. Zo wil ik ook wel een verzekering voor arbeidsongevallen gaan aanbieden. Succes gegarandeerd. Gelukkig heeft de wetgever dit mankement ingezien en in de nieuwe codex een boek “ergonomie” opgenomen. Hopelijk wordt dit boek in de toekomst verder uitgewerkt, de aanzet tot erkenning is er alvast.

Ook ziekteverlof wegens psychische problemen (stress, en aanverwanten) zijn geen arbeidsongevallen. Ze zijn een enorme bedreiging voor veel bedrijven. Ze vormen een groeiende groep afwezigen op het werk, maar zijn geen arbeidsongeval.

En dan is er nog een derde groep: de ongevallen op de weg. Als we ons dan toch willen richten op “harde ongevallen”…. 40 doden in woonwerkverkeer vorig jaar, meer dan 2600 collega’s met blijvende letsels. Maar woonwerkverkeer is geen taak van de preventieadviseur. We leren toekomstige preventieadviseurs niet om op dit domein aan preventie te doen.

En als we het er al over hebben, willen we iedereen op de fiets. Het is gezond, weet je wel. Tot je merkt dat er in Vlaanderen veel meer woonwerkongevallen met letsel zijn dan in Wallonië… Omdat je in de Ardennen net iets vaker met de auto gaat werken en je dus niet in tramsporen, op natte kasseien of een rondpunt op een industrieterrein aan het fietsen bent op weg naar je werk. Fietsend naar het werk? Gezond en milieuvriendelijk, maar met grotere kans op fysiek letsel onderweg…

Conclusie? Beste preventieadviseurs en inspectie, verleg je focus van arbeidsongevallen naar de echte redenen waarom mensen vandaag de dag uitvallen op het werk. Deze zijn: ergonomie, psychosociale en woonwerk. Dat zijn de zaken die we paretogewijs prioritair moeten aanpakken.

 

 

 

Fout. Fout. Fout. Waarom dit burn-out voorstel zo fout is

help-shutterstock_339365699

We schrijven de nazomer van 2008. Een zonnige, aangename dag. Zo een waarvan elk mens automatisch gelukkiger wordt, opstaat en denkt: “Vandaag gaan we er eens het beste van maken.” Zo ook ik. Als ik een uur of drie bezig ben met werken, krijg ik telefoon.

“Of ik eens kan langskomen?”

“Natuurlijk, geen probleem, ik kom af.”

Onderweg stel ik mij wel wat vragen. Het was immers de eerste keer dat een kaderlid mij specifiek opbelde. Ik, een arbeider. Ook al werkten wij als delegatie al jaren samen – arbeiders, bedienden en kaderleden – het bleef toch voor velen een drempel. Natuurlijk was ik blij dat hij eindelijk door iemand genomen werd, maar toch stelde ik mij de vragen: “Waarom ik? Waarom nu?”

Toen ik de deur opende, zag ik de persoon in kwestie aan een bureau zitten met daarachter een groot, ooit maagdelijk wit, magnetisch bord. Het wit werd door de tijd gaandeweg vervangen door opschriften in stift en tal van documenten die elkaar flankeerden. Dat bord was de dagen en weken ervoor iets om trots op te zijn. De heilige graal waar menig multi-tasker maar al te graag mee wil uitpakken.

“Kijk eens wat ik kan! Wat ik allemaal doe. Heb je nog een projectje? Breng gerust!”

Toen ik de deur achter mij in het slot trok, maakte ik echter één van de meest beklijvende dingen mee uit mijn leven. Die volwassen persoon, van wie geweten was dat er blijkbaar niet genoeg gewicht in de wereld bestond om op de schouders te dragen, die bezweek waar ik bijstond. Barste in tranen uit. Gebroken. Leeg. Compleet op.

Daar sta je dan. Zelf ook hulpeloos.

“Wat gebeurt er hier?”

Sinds die dag ben ik Don Quichotte die strijd tegen de neoliberale windmolens. Want na die persoon zijn er nog wel enkele de revue gepasseerd. Niet enkel bij ons, maar overal in de maatschappij. Psychosociale risico’s willen (h)erkennen is voor zoveel (bedrijfs)mensen moeilijk. Zelfs als ze er mee geconfronteerd worden in hun nabije omgeving. Het wordt nog te vaak aanzien als een soort van eigen falen. Te gemakkelijk wil men het verband leggen met de privé.

Psychosociale risico’s willen (h)erkennen is voor zoveel (bedrijfs)mensen moeilijk.

Meer flexibiliteit, meer (over)uren, minder vaste contracten, langer werken en de race to the bottom van alsmaar meer met minder hebben echt wel oorzakelijke verbanden met de toename van psychosociale risico’s, maar dat willen ook sommige politieke partijen niet geweten hebben. Zo verscheen recent het voorstel om mensen tijdens een burn-out elders te laten werken.

Als werkgevers en politiek echt werk willen maken van psychosociale risico’s, dan zal men als eerste stap moeten toegeven dat men moet inzetten op het preventieve, eerder dan het curatieve. En laat dat nu net compleet ontbreken in dit voorstel.

Ik las op mijn facebookprofiel overigens onderstaande vergelijking die de spreekwoordelijke nagel op de kop sloeg:

Dat is hetzelfde als wanneer de batterijen van je afstandsbediening plat zijn en er iemand zou zeggen: “Steek ze dan in een andere afstandsbediening.”

 

Sttt, niet verder vertellen

cake-xxx

Stress alom. Langs alle kanten. Nee, niet het gevreesde KB psychosociale belasting. Niet de gevreesde burnouts en boreouts. Daar heb ik het niet over. Nee, het gaat hier over echte ouderwetse ISO-stress.

Waarover dan wel? De overgang van de ISO 9001 naar zijn nieuwe versie, die van 2015. En van ISO 14001, naar zijn nieuwe versie. En van OHSAS 18001 naar ISO 45001. Het schijnt dat die overgang toch wel heel zwaar zal zijn. Moeilijk. Ingewikkeld. Veel werk. Intensief. Lastig. Het schijnt dat er heel wat bedrijven gaan afhaken. Het schijnt dat je het als bedrijf niet alleen zal aankunnen. Het schijnt dat alleen echte specialisten die contextanalyse en risicogebaseerde benadering kunnen waarmaken.

Het schijnt…

Het schijnt…

Het schijnt…

De voorbije weken en maanden lijkt het wel of ik mijn tijd, minstens gedeeltelijk, doorbreng met het sussen en geruststellen van bedrijven die gelezen of gehoord hebben dat de overgang van hun systeem toch wel voor heel wat meerwerk zal zorgen. Hun bron? Heel vaak hun certificatie-instelling. En, ja, die kennen de normen natuurlijk wel. Maar, nee, die zijn niet altijd het best geplaatst om in te schatten wat de overgang voor een bestaand systeem zal betekenen. En, ja, die vinden het leuk om het allemaal wat belangrijker te laten lijken dan het eigenlijk is.

Ik zal jullie een geheim verklappen. Het valt best mee met die overgang. Nee, je hoeft niet je hele systeem te hervormen. Nee, je hoeft niet een extra persoon erbij te hebben om het allemaal omgezet te krijgen. Als je systeem mee was met de vorige versie van de normen, dan is de overgang naar de nieuwe versies eigenlijk piece of cake. Als je systeem nog op ideeën en principes uit de vorige eeuw is gebaseerd, zou het wel iets meer werk kunnen zijn. Niet omwille van de recente wijzigingen, wel omdat je in dat geval de vorige wijzigingen overgeslagen hebt. “Eigen schuld, dikke bult”, zou ik kunnen zeggen. Maar dat doe ik niet. In zo’n geval zeg ik liever “beter laat dan nooit”.

En voor wie nog moet beginnen, en van zijn directie het signaal krijgt dat ze het wel zien zitten om naar een gecertificeerd veiligheidsmanagementsysteem door te evolueren: nee, het is niet de moeite om te wachten op de verschijning van ISO 45001 om een veiligheidsmanagementysteem op te zetten. Please, please, wacht daar niet op. Maak gebruik van het momentum dat er nu is. Als je directie nu een systeem ziet zitten, werk daar dan naartoe. Zeg ajb niet tegen je directie dat ze hun plannen een jaartje moeten uitstellen omdat “er dan een nieuwe norm uitkomt”. En, heel eerlijk gezegd, zoveel zal er niet veranderen bij de publicatie van de nieuwe ISO 45001. Met wat gezond verstand komt dat wel in orde. Zeg dat ik het gezegd heb.

Psycho: wat na de hype?

 

Psycho is nu al een paar jaar een hype. Het is een beetje begonnen met Milquet als minister van arbeid. Nu die gevallen is, mag van mij de hype ook vallen. Hoewel ik vaststel dat sociale partners, externe diensten en inspectie nog volop aan het kicken zijn.

De sociale partners zien psycho als onderhandelingsmaterie. De ondernemingsraad met zijn spelletjes over verlof, opslag en extra aanwervingen bouwt met behulp van psycho pasmunt op. Jammer. Ik heb liever dat de ondernemingsraad wegblijft uit mijn comité.

De externe diensten weten begot niet hoe ze al die overbodige preventie-eenheden moeten laten opsouperen door de tertiaire sector. Psycho is een cash cow voor hen. Of een excuustruus tot je er van pure stress bij neer valt. En hoe meer psychologen op je werkvloer rondlopen, hoe meer werk ze voor zichzelf creëren door de hype zuurstof en brandstof te geven. Psychologen als pyromanen.

En de inspectie… tja… Hier ga ik even mijn joker inzetten. Kwestie van mezelf niet in nesten te werken.

Terug dus naar psycho. Er zijn twee kanten aan psycho. De evidente kant waar we nultolerantie hanteren: pesten, ongewenste intimiteiten, racisme, …

En er is de “andere” kant, de subjectieve kant van de stress. Daar wil ik het hier over hebben. Het is een gepolitiseerd dossier. Je kan er niet mee winnen. Volgens velen moet je constant opnieuw mensen aanwerven om de werkdruk aan te kunnen. Moet je constant minder gaan werken en meer verdienen, anders is het leven ondraagbaar.

En dat geloof ik nu eens niet. Er is een immense sociale druk in onze samenleving. Een verlengd weekend breng je in Barcelona of een andere “city” door. Wintersporten doe je jaarlijks. Een nieuwe smartphone is een evidentie. Facebook moet je om het uur checken. En likes zijn levensnoodzakelijk. Maar als je daar stress van krijgt, is het de schuld van de werkgever…

Om al die consumptie mogelijk te maken hebben we veel verlof nodig. Aanders kunnen we niet én skiën, én citytrippen én naar Zuid-Frankrijk voor drie weken én én én… Maar hebben we ook veel cash nodig, om dat allemaal te betalen. Dus moeten we weinig uren werken waar we heel veel geld voor krijgen. Maar tegelijk mogen we geen stress krijgen van dat werk, anders hebben we geen energie over om te consumeren… Tja… een gordiaanse knoop als je het mij vraagt. Een citroenloopbaan omdat we alles willen. En we alles nu direct willen.

Geen wonder dat we shrinks nodig hebben. Zeker als je ook nog eens die andere hype gelooft: “Gij zult geen schaap zijn”. Met andere woorden: je bent uniek en je moet jezelf voor de volle 100% realiseren. Je mag geen ondergeschikte, uitvoerende positie ambiëren. Je moet je eigen job-inhoud creëren. Job crafting om het trendy te zeggen. Je moet baas zijn. Je moet scoren en de beste zijn… en consumeren in je vrije tijd. Nooit meer rust. RIP is voor later, veel later…

Back to reality. De meeste mensen zijn perfect happy met een nine-to-five. Met gewone, leuke taken. Met uitvoerend werk. Waarbij ze zichzelf in essentie realiseren door gewoon sociaal contact met gewone collega’s. En een koffie op maandagochtend. Omdat het pure feit van collega’s en een job te hebben ontstressend is. Werken is leuk, is sociaal en is nodig.

Stress? Als je het mij vraagt doen we het voor een heel groot stuk onszelf aan. Zet je facebook af en wees tevreden. Ligt het toch aan je werkgever (wat zeker en vast kan, want we mogen die snoodaards ook niet onderschatten), onthou dan goed dat er een war on talent bezig is. Er zijn veel meer jobs voor handen dan er mensen op de arbeidsmarkt zijn. Verander van werkgever. Want je bent het waard.

Just be. Be happy.

En dan ga ik nu genieten van die 27°Celsius buiten, met een aperitiefje. En drie dochters met een zonnebril op hun wijsneus.

 

Prettige (stressloze) wereldveiligheidsdag 2016!

Was het nu 1999 of 2016?

1999 moet het geweest zijn. Eén van mijn eerste jobs. Ik werd er twee keer in 1 weekend overvallen. Echt waar. De eerste keer bonden ze mijn handen op mijn rug, voeten vastgetaped en mond idem dito. Om dan met een revolver in mijn nek de meest idiote vraag ooit te stellen: “Where is the money”. Hmmm, mond dicht, ledematen vast. Nu ja, wie gevangenis riskeert voor 120.000 BEF heeft sowieso een IQ dat niet echt boven de middelmaat zit.

De tweede keer keek ik plots in de loop van een revolver. Nog geen 48 uur later. Men had me verteld niet te lang thuis te blijven om geen angst voor de werkplek te krijgen. En werken in een hotel is een droomjob, weet je wel. “A genoux”, en ik gewoontegetrouw “Yes, don’t worry.” Om pas daarna te beseffen dat het deze keer in het Frans te doen was…

Mijn directe leidinggevende was er bij de tweede keer. Gillend als een varken dat gekeeld wordt. Op managers kun je rekenen. Dat weet ik sindsdien. Rekenen wel, maar bouwen… Ik zie me nog aan zijn frak trekken om hem ook op zijn knieën te krijgen. Rechtstaan durfde ik niet. En hij bleef maar gillen, de Pieter*…

De horeca. Toffe omgeving. In 2000 verbouwde een ex-collega, nu ja “collega”, mijn kantoor met een baseballknuppel. Hij vond zijn ontslag ten onrechte. Misschien dacht hij er anders over nadat de joint uitgewerkt was. Wat ook de reden van zijn ontslag was…

En in 2002 werd er op me geschoten. Dat was het summum. Ik heb een groot bakkes, maar tegen zomaar out of the blue schieten, kan ik niet op. Niet in het Frans, niet in het Engels en al helemaal niet in Brussels-Frans. Daar stopte mijn carrière in de horeca. Vanaf dan heb ik alleen nog aan een bar gehangen, maar er nooit meer achter gestaan.

Vandaag zijn we 17 jaar verder. En plots begon een medewerkster te gillen. Zomaar aan de copier. Ze had het verkeerde bestand gedelete. Gillen, in het West-Vlaams. Dat geeft wat. De geest van de Pieter oproepen in minder dan een seconde. Hij is nog steeds even bleek, maar wat kun je anders verwachten van een geest?

En ik? Ik zat op slinger en slag terug in 1999. Zo diep kunnen trauma’s zitten. Je ziet of hoort ze 17 jaar lang niet. Tot een West-Vlaamse ze zomaar oproept. Alsof het een geest is.

 

*Pieter is een fictieve naam

Poes met blote buik…

 

bron foto: larallo.wordpress.com (elke gelijkenis met onze poes is louter toevallig)

bron foto: larallo.wordpress.com (elke gelijkenis met onze poes is louter toevallig)

Onze poes heeft zichzelf een blote buik gelikt. Stress luidt het verdikt. Het prijskaartje van deze diagnose gaf mij dan weer stress. Mais bon, ze is trendy. Onze jongste poes is “in”.

Als goede preventieadviseur vroeg ik me af hoe ik de grondoorzaak van de stress kon achterhalen. Participatief werken is niet echt een optie. Ze miauwt hooguit eens, maar daar stopt de inbreng. Een enquête gaf trouwens hetzelfde resultaat. Een miauw aangevuld met een likje. Dezelfde likjes die haar vacht weglikken… Observatie is het enige wat me rest.

Volgens de dierenarts komt het wel vaker voor des winters bij “binnenpoezen”. Stress. Om 9u beginnen ze hun actieve dag nadat ze ontbeten hebben. Whiskas, de rest laten ze links liggen. Om 9u dus… een schoonheidsslaapje in de bedden van de kinderen. Keuzestress: drie bedden, twee poezen.

Om een uur of 11 komen ze de living ingedwarreld. Dezelfde stress: drie radiatoren, twee poezen. Languit stoven op een radiator. Overleg tussen de poezen, kopjes geven, ego-tripperij, … Alles er op en er aan. De onderlinge pikorde bepalen, maar geen knijt doen. Tot ze beslist hebben wie op welke radiator zal liggen stoven. Als je ze ziet liggen, denk je eerder aan lijkstijfheid dan aan “stijf van de stress”.

En dan denk je… zou dit soms ook zo gaan bij mensen? Botsende ego’s. Nutteloze vergaderingen. Drukdoenerij voor en na het eten als belangrijkste factor van stress? Zijn we te hoog doorgeschoten op de piramide van Maslow? Zou een klein beetje honger soms niet beter kunnen zijn? Om Stijn Meuris te parafraseren, want over oorlog wil ik het nog niet hebben.  Teveel besognes om niets? Te weinig om het lijf voor echte stress? Of is dat taboe?