Druk, druk, druk. Effectieve strategieën om je persoonlijke bezettingsgraad zichtbaar te maken.

(bron foto: dreamstime.com – Michael Brown)

 

Darwin zei het al “Het is niet de sterkste van een soort die overleeft, ook niet de intelligentste. Wel degene die zich het beste aan veranderingen kan aanpassen.”

Burn-out, stress, werkdruk, overbelasting, mentaal verzuim, afhaken, ziek van het werk, oververmoeidheid, work-live-balance zijn de woorden van deze tijd waar individuen, werknemers, belangengroepen, werkgevers, overheden e.a. druk mee in de weer zijn om met aangepaste maatregelen en oplossingen te komen. Tot dan is het een beetje behelpen en blijken zich organisch enkele interessante nieuwe strategieën te ontwikkelen. Zo blijkt “het druk hebben” een nieuwe hype te zijn of, om bij Darwin te blijven, misschien wel een nieuwe overlevingsstrategie waarbij zich ook nieuwe vaardigheden ontwikkelen. Werknemers die deze nieuwe skill set beheersen hebben daarmee een streepje voor op de anderen. Immers op een goede, sociaal geaccepteerde manier, zonder hierop aangesproken te worden kunnen aangeven dat een bepaalde deadline niet gehaald werd, is zondermeer een uitstekende troef.

  • Stap 1: krijg het zelf onder de knie

“Het was voor mij niet echt duidelijk wat er eigenlijk van mij verwacht werd”, “dat had ik zo niet begrepen”, “ik dacht dat er wat anders van mij verlangd werd”, “ik ben het daar eigenlijk niet mee eens”, “Ik was niet geïnformeerd”, “deze info is niet tot bij mij geraakt”, “dit is het eerste dat ik hiervan hoor”, … blijken effectieve manieren om op het vervallen van de deadline aan te geven dat je extra tijd nodig hebt.

Ook het op een goede manier kunnen aangeven dat er van jou niet veel kan verwacht worden past in dit rijtje thuis. “Er zijn nog 36 wachtenden voor jou”, “Jouw puntje wordt het 101 op mijn lijstje van to-do’s”.

Of in de plaats van aan te geven wat wel kan, krijg je een uitgebreide opsomming van de agenda en wat er allemaal nog dient te gebeuren. Mocht je het nog niet volledig begrepen hebben wordt dit aangevuld met het tijdsbestek en (mogelijke) onderliggende taken en opdrachten. Alles wordt letterlijk uit de kast gehaald om maar aan te tonen dat er voor jou geen tijd is. Ironisch genoeg is dáár blijkbaar wel tijd voor.

  • Stap 2: pas het toe op anderen

Eens deze vaardigheden onder de knie kan je ze ook gebruiken om anderen te overtuigen om voor jou bepaalde taken wel tijdig uit te voeren. Hierbij is het van het uiterste belang om de hoogdringendheid te benadrukken en bij voorkeur naar anderen te verwijzen. Het hoeft niet te verbazen dat de klant of de baas hierbij het meest gebruikt worden.

“De klant heeft dit vandaag nog nodig”, ik dien dit vandaag nog door te sturen”, “de klant/baas heeft dit vandaag nog absoluut nodig”, “dit dient absoluut nu te gebeuren”, “ik dien dit nu te rapporteren”, … Als overtreffende trap wordt soms ook het verleden gebruikt. “De klant moest dit gisteren al aangekregen hebben”, “dit is al de 3de keer dat de klant hierachter vraagt”, …

En dan merk je dat ook jij voor iemand dringende zaken hebt moeten afwerken die plotseling niet meer zo dringend blijken te zijn en gerust nog enkele weken bij die andere in het postvakje ‘te behandelen’ blijven liggen.

  • Stap 3: bouw je imago op

Druk telefonerend op een geplande vergadering toekomen of nog even een minuutje te vragen om dan gedurende 5 a 10 minuten een minuutje bezig te zijn terwijl de anderen op jou wachten, zijn effectieve strategieën om je persoonlijke bezettingsgraad zichtbaar te maken of zelf toch nog even de illusie te hebben dat je nog enkele zaken hebt kunnen afronden.

  • Stap 4: toch maar niet?

Misschien kan dit, in de race naar wie het het drukste heeft en het meest van anderen gedaan krijgt, ook weer helemaal anders. Hebben we het niet allemaal druk? Als we daar al oog en begrip voor kunnen opbrengen, kunnen we er dan samen iets op vinden? Zouden we dan niet meer gedaan krijgen?

Darwin zei het al: “In de lange geschiedenis van de mensheid (en ook het dierenrijk) hebben diegene die geleerd om samen te werken en te improviseren, het meest succes gehad.”

Misschien iets om over na te denken. Als daar tijd voor is natuurlijk.

Advertenties

Zomerse kronkels (2): Technostress, shut the servers down. NOT!

Onder het motto #ZomerseKronkels kiezen in juli en augustus 2017 diverse vaste en gastbloggers een stukje van elkaar, en voorzien het van bijkomend, actueel commentaar.

Drie-en-een-half jaar geleden schreef KrikkeDM een blog over technostress. Over het niet meer MOGEN of juist wel MOETEN bereikbaar zijn na de uren. Net voor de zomer van 2017 liet Kris Peeters ook weer een dergelijk ballonnetje op. Een ballonnetje waarbij ik denk dat veel thuiswerkers stress krijgen van het feit dat ze dan tijdens de uren niet meer de was kunnen doen, of het avondeten voorbereiden. Want om vijf uur MOETEN ze onbereikbaar zijn. Terwijl ze nu in de namiddag een uurtje huishoudelijke taken doen om na de uren dat te MOGEN inhalen. Het is maar hoe je het bekijkt.

Geselecteerde stuk: Technostress, shut the servers down. NOT! (van Kris De Meester,  oorspronkelijk gepubliceerd in februari 2014). Veel (her)leesplezier.

4 24 12-technostress-image

Het Afwezige Arbeidsongeval

bron tekening: http://www.pctipp.ch

We focussen veel en veel te veel op arbeidsongevallen. De meeste “werkgerelateerde uitval” is geen arbeidsongeval. En toch… toch slagen we er in om quasi een gehele opleiding te tateren over “ongevallen en hun preventie”. Over het registreren van “bijna-ongevallen” en “incidenten”.

Ik geef er zelfs links en rechts een dag les over. Arbeidsongevallen, hoe ze te behandelen, hoe je verslagen en onderzoeken te maken, hoe ze te voorkomen. En ik geef die les verschrikkelijk graag, omdat ze mooi doorspekt kan worden met voorbeelden en anecdotes.

Maar toch… toch moeten we af van die focus op arbeidsongevallen. Of toch in de meeste Belgische sectoren. Er blijft natuurlijk “de bouw” en “de dokken”, hoewel ze een minderheid vormen.

In België hebben we in grote lijnen de arbeidsongevallen onder controle. In de petrochemie spreken we nog van 1 à 3 ongevallen per miljoen gewerkte uren. In België als geheel over 17 per miljoen gewerkte uren. En in die statistieken zitten ook de ongevallen met een verstuikte teen waarvoor je een dagje thuisblijft.

Daartegenover staat dat rugpijn, nekpijn, hoofdpijn geen arbeidsongeval is. De typische problemen die gerelateerd zijn aan “bureauwerk” en “oudere werknemers”, zijn geen arbeidsongevallen. Zo wil ik ook wel een verzekering voor arbeidsongevallen gaan aanbieden. Succes gegarandeerd. Gelukkig heeft de wetgever dit mankement ingezien en in de nieuwe codex een boek “ergonomie” opgenomen. Hopelijk wordt dit boek in de toekomst verder uitgewerkt, de aanzet tot erkenning is er alvast.

Ook ziekteverlof wegens psychische problemen (stress, en aanverwanten) zijn geen arbeidsongevallen. Ze zijn een enorme bedreiging voor veel bedrijven. Ze vormen een groeiende groep afwezigen op het werk, maar zijn geen arbeidsongeval.

En dan is er nog een derde groep: de ongevallen op de weg. Als we ons dan toch willen richten op “harde ongevallen”…. 40 doden in woonwerkverkeer vorig jaar, meer dan 2600 collega’s met blijvende letsels. Maar woonwerkverkeer is geen taak van de preventieadviseur. We leren toekomstige preventieadviseurs niet om op dit domein aan preventie te doen.

En als we het er al over hebben, willen we iedereen op de fiets. Het is gezond, weet je wel. Tot je merkt dat er in Vlaanderen veel meer woonwerkongevallen met letsel zijn dan in Wallonië… Omdat je in de Ardennen net iets vaker met de auto gaat werken en je dus niet in tramsporen, op natte kasseien of een rondpunt op een industrieterrein aan het fietsen bent op weg naar je werk. Fietsend naar het werk? Gezond en milieuvriendelijk, maar met grotere kans op fysiek letsel onderweg…

Conclusie? Beste preventieadviseurs en inspectie, verleg je focus van arbeidsongevallen naar de echte redenen waarom mensen vandaag de dag uitvallen op het werk. Deze zijn: ergonomie, psychosociale en woonwerk. Dat zijn de zaken die we paretogewijs prioritair moeten aanpakken.

 

 

 

Fout. Fout. Fout. Waarom dit burn-out voorstel zo fout is

help-shutterstock_339365699

We schrijven de nazomer van 2008. Een zonnige, aangename dag. Zo een waarvan elk mens automatisch gelukkiger wordt, opstaat en denkt: “Vandaag gaan we er eens het beste van maken.” Zo ook ik. Als ik een uur of drie bezig ben met werken, krijg ik telefoon.

“Of ik eens kan langskomen?”

“Natuurlijk, geen probleem, ik kom af.”

Onderweg stel ik mij wel wat vragen. Het was immers de eerste keer dat een kaderlid mij specifiek opbelde. Ik, een arbeider. Ook al werkten wij als delegatie al jaren samen – arbeiders, bedienden en kaderleden – het bleef toch voor velen een drempel. Natuurlijk was ik blij dat hij eindelijk door iemand genomen werd, maar toch stelde ik mij de vragen: “Waarom ik? Waarom nu?”

Toen ik de deur opende, zag ik de persoon in kwestie aan een bureau zitten met daarachter een groot, ooit maagdelijk wit, magnetisch bord. Het wit werd door de tijd gaandeweg vervangen door opschriften in stift en tal van documenten die elkaar flankeerden. Dat bord was de dagen en weken ervoor iets om trots op te zijn. De heilige graal waar menig multi-tasker maar al te graag mee wil uitpakken.

“Kijk eens wat ik kan! Wat ik allemaal doe. Heb je nog een projectje? Breng gerust!”

Toen ik de deur achter mij in het slot trok, maakte ik echter één van de meest beklijvende dingen mee uit mijn leven. Die volwassen persoon, van wie geweten was dat er blijkbaar niet genoeg gewicht in de wereld bestond om op de schouders te dragen, die bezweek waar ik bijstond. Barste in tranen uit. Gebroken. Leeg. Compleet op.

Daar sta je dan. Zelf ook hulpeloos.

“Wat gebeurt er hier?”

Sinds die dag ben ik Don Quichotte die strijd tegen de neoliberale windmolens. Want na die persoon zijn er nog wel enkele de revue gepasseerd. Niet enkel bij ons, maar overal in de maatschappij. Psychosociale risico’s willen (h)erkennen is voor zoveel (bedrijfs)mensen moeilijk. Zelfs als ze er mee geconfronteerd worden in hun nabije omgeving. Het wordt nog te vaak aanzien als een soort van eigen falen. Te gemakkelijk wil men het verband leggen met de privé.

Psychosociale risico’s willen (h)erkennen is voor zoveel (bedrijfs)mensen moeilijk.

Meer flexibiliteit, meer (over)uren, minder vaste contracten, langer werken en de race to the bottom van alsmaar meer met minder hebben echt wel oorzakelijke verbanden met de toename van psychosociale risico’s, maar dat willen ook sommige politieke partijen niet geweten hebben. Zo verscheen recent het voorstel om mensen tijdens een burn-out elders te laten werken.

Als werkgevers en politiek echt werk willen maken van psychosociale risico’s, dan zal men als eerste stap moeten toegeven dat men moet inzetten op het preventieve, eerder dan het curatieve. En laat dat nu net compleet ontbreken in dit voorstel.

Ik las op mijn facebookprofiel overigens onderstaande vergelijking die de spreekwoordelijke nagel op de kop sloeg:

Dat is hetzelfde als wanneer de batterijen van je afstandsbediening plat zijn en er iemand zou zeggen: “Steek ze dan in een andere afstandsbediening.”

 

Sttt, niet verder vertellen

cake-xxx

Stress alom. Langs alle kanten. Nee, niet het gevreesde KB psychosociale belasting. Niet de gevreesde burnouts en boreouts. Daar heb ik het niet over. Nee, het gaat hier over echte ouderwetse ISO-stress.

Waarover dan wel? De overgang van de ISO 9001 naar zijn nieuwe versie, die van 2015. En van ISO 14001, naar zijn nieuwe versie. En van OHSAS 18001 naar ISO 45001. Het schijnt dat die overgang toch wel heel zwaar zal zijn. Moeilijk. Ingewikkeld. Veel werk. Intensief. Lastig. Het schijnt dat er heel wat bedrijven gaan afhaken. Het schijnt dat je het als bedrijf niet alleen zal aankunnen. Het schijnt dat alleen echte specialisten die contextanalyse en risicogebaseerde benadering kunnen waarmaken.

Het schijnt…

Het schijnt…

Het schijnt…

De voorbije weken en maanden lijkt het wel of ik mijn tijd, minstens gedeeltelijk, doorbreng met het sussen en geruststellen van bedrijven die gelezen of gehoord hebben dat de overgang van hun systeem toch wel voor heel wat meerwerk zal zorgen. Hun bron? Heel vaak hun certificatie-instelling. En, ja, die kennen de normen natuurlijk wel. Maar, nee, die zijn niet altijd het best geplaatst om in te schatten wat de overgang voor een bestaand systeem zal betekenen. En, ja, die vinden het leuk om het allemaal wat belangrijker te laten lijken dan het eigenlijk is.

Ik zal jullie een geheim verklappen. Het valt best mee met die overgang. Nee, je hoeft niet je hele systeem te hervormen. Nee, je hoeft niet een extra persoon erbij te hebben om het allemaal omgezet te krijgen. Als je systeem mee was met de vorige versie van de normen, dan is de overgang naar de nieuwe versies eigenlijk piece of cake. Als je systeem nog op ideeën en principes uit de vorige eeuw is gebaseerd, zou het wel iets meer werk kunnen zijn. Niet omwille van de recente wijzigingen, wel omdat je in dat geval de vorige wijzigingen overgeslagen hebt. “Eigen schuld, dikke bult”, zou ik kunnen zeggen. Maar dat doe ik niet. In zo’n geval zeg ik liever “beter laat dan nooit”.

En voor wie nog moet beginnen, en van zijn directie het signaal krijgt dat ze het wel zien zitten om naar een gecertificeerd veiligheidsmanagementsysteem door te evolueren: nee, het is niet de moeite om te wachten op de verschijning van ISO 45001 om een veiligheidsmanagementysteem op te zetten. Please, please, wacht daar niet op. Maak gebruik van het momentum dat er nu is. Als je directie nu een systeem ziet zitten, werk daar dan naartoe. Zeg ajb niet tegen je directie dat ze hun plannen een jaartje moeten uitstellen omdat “er dan een nieuwe norm uitkomt”. En, heel eerlijk gezegd, zoveel zal er niet veranderen bij de publicatie van de nieuwe ISO 45001. Met wat gezond verstand komt dat wel in orde. Zeg dat ik het gezegd heb.

Psycho: wat na de hype?

 

Psycho is nu al een paar jaar een hype. Het is een beetje begonnen met Milquet als minister van arbeid. Nu die gevallen is, mag van mij de hype ook vallen. Hoewel ik vaststel dat sociale partners, externe diensten en inspectie nog volop aan het kicken zijn.

De sociale partners zien psycho als onderhandelingsmaterie. De ondernemingsraad met zijn spelletjes over verlof, opslag en extra aanwervingen bouwt met behulp van psycho pasmunt op. Jammer. Ik heb liever dat de ondernemingsraad wegblijft uit mijn comité.

De externe diensten weten begot niet hoe ze al die overbodige preventie-eenheden moeten laten opsouperen door de tertiaire sector. Psycho is een cash cow voor hen. Of een excuustruus tot je er van pure stress bij neer valt. En hoe meer psychologen op je werkvloer rondlopen, hoe meer werk ze voor zichzelf creëren door de hype zuurstof en brandstof te geven. Psychologen als pyromanen.

En de inspectie… tja… Hier ga ik even mijn joker inzetten. Kwestie van mezelf niet in nesten te werken.

Terug dus naar psycho. Er zijn twee kanten aan psycho. De evidente kant waar we nultolerantie hanteren: pesten, ongewenste intimiteiten, racisme, …

En er is de “andere” kant, de subjectieve kant van de stress. Daar wil ik het hier over hebben. Het is een gepolitiseerd dossier. Je kan er niet mee winnen. Volgens velen moet je constant opnieuw mensen aanwerven om de werkdruk aan te kunnen. Moet je constant minder gaan werken en meer verdienen, anders is het leven ondraagbaar.

En dat geloof ik nu eens niet. Er is een immense sociale druk in onze samenleving. Een verlengd weekend breng je in Barcelona of een andere “city” door. Wintersporten doe je jaarlijks. Een nieuwe smartphone is een evidentie. Facebook moet je om het uur checken. En likes zijn levensnoodzakelijk. Maar als je daar stress van krijgt, is het de schuld van de werkgever…

Om al die consumptie mogelijk te maken hebben we veel verlof nodig. Aanders kunnen we niet én skiën, én citytrippen én naar Zuid-Frankrijk voor drie weken én én én… Maar hebben we ook veel cash nodig, om dat allemaal te betalen. Dus moeten we weinig uren werken waar we heel veel geld voor krijgen. Maar tegelijk mogen we geen stress krijgen van dat werk, anders hebben we geen energie over om te consumeren… Tja… een gordiaanse knoop als je het mij vraagt. Een citroenloopbaan omdat we alles willen. En we alles nu direct willen.

Geen wonder dat we shrinks nodig hebben. Zeker als je ook nog eens die andere hype gelooft: “Gij zult geen schaap zijn”. Met andere woorden: je bent uniek en je moet jezelf voor de volle 100% realiseren. Je mag geen ondergeschikte, uitvoerende positie ambiëren. Je moet je eigen job-inhoud creëren. Job crafting om het trendy te zeggen. Je moet baas zijn. Je moet scoren en de beste zijn… en consumeren in je vrije tijd. Nooit meer rust. RIP is voor later, veel later…

Back to reality. De meeste mensen zijn perfect happy met een nine-to-five. Met gewone, leuke taken. Met uitvoerend werk. Waarbij ze zichzelf in essentie realiseren door gewoon sociaal contact met gewone collega’s. En een koffie op maandagochtend. Omdat het pure feit van collega’s en een job te hebben ontstressend is. Werken is leuk, is sociaal en is nodig.

Stress? Als je het mij vraagt doen we het voor een heel groot stuk onszelf aan. Zet je facebook af en wees tevreden. Ligt het toch aan je werkgever (wat zeker en vast kan, want we mogen die snoodaards ook niet onderschatten), onthou dan goed dat er een war on talent bezig is. Er zijn veel meer jobs voor handen dan er mensen op de arbeidsmarkt zijn. Verander van werkgever. Want je bent het waard.

Just be. Be happy.

En dan ga ik nu genieten van die 27°Celsius buiten, met een aperitiefje. En drie dochters met een zonnebril op hun wijsneus.

 

Prettige (stressloze) wereldveiligheidsdag 2016!