Eindwerken: sterkere thrillers dan Midsomer Murders

mm

Eindwerken zijn in het oog van een storm terecht gekomen. Ze zouden overbodig zijn. Ze zouden onnuttig zijn. Ze zouden niet moeten zijn. Volgens sommigen. Ook volgens sommige opleidingsinstituten die zowat alles laten passeren. Niet volgens mij.

Ik hou van eindwerken. Goede eindwerken. Zelf schreef ik er drie en volgend jaar een vierde. Jaarlijks begeleid ik er een twintigtal, als promotor of als lezer/jury. Quasi allen van preventieadviseurs in spe.

Geloof me. Ze zijn nuttig om je denken te verdiepen, even verder gaan dan de waan van de dag. Ze zijn nuttig voor een eerste job, een nieuwe job of het slopen van een muur. Echt waar.

Goede eindwerken lezen als een thriller. Eerst de setting, gevolgd door een moord, de noodzakelijke stappen om je moord op te lossen en in de finale ontmasker je de moordenaar. Knap hé, zo’n Midsomer murder in eindwerkformaat. Probleemstelling, doelstelling, uitwerking en besluit. Voilà. Ideale vakantieliteratuur.

Dat ze niet gelezen worden, kun je voorkomen. Maak gewoon meer van je eindwerk. Plus est en vous. Schrijf een abstract en geef het aan een vakorganisatie. Publiceer er een blog over. Ga ermee aan de slag op LinkedIn en Twitter. Push je harde werk.

Zie het als een open sollicitatie. Geen werkervaring? So what, je hebt een eindwerk en ze zullen het weten. Het begint natuurlijk met de juiste keuze van het juiste onderwerp. Een onderwerp dat leidt tot werk. Tot de job die je wilt. Wil je als preventieadviseur met chemie bezig zijn, schrijf dan niet over lawaai. Werk je al in lawaai, maar wil je naar chemie? Schrijf dan over chemie en gebruik het als open sollicitatie. Als je huidige werkgever scherp staat, zal hij je helpen bij een interne verschuiving. Staat hij niet scherp, ga dan Darwiniaans te werk. Er bestaan zat goede werkgevers.

Ben je al actief in het werkveld en vind je nooit de “benodigde” tijd om te reflecteren? Wel, je studie verplicht je te reflecteren. Doe het. Neem dat probleem dat je al jaren achtervolgt bij het nekvel en laat het niet meer los. Bijt je er in vast. Verwoord het achteraf in drie slides en smijt het in het directiecomité op tafel. Onderbouwd, uitgedacht, gefileerd. Midsomer op zijn best. Voor je het weet heb je groen licht voor je project. Na jaren in de schuif liggen.

Een eindwerk als iets positiefs. Als een momentum. Een momentum voor jezelf, voor een ideaal, voor een project, voor een job. Een momentum. Midsomer zonder slechterik. Midsomer met een fancy fair met alleen maar opportuniteiten. Wees voor één keer een “bloody” opportunist. En de echte opportunisten kunnen nog een stapje verder gaan, ze kunnen voor de jackpot gaan door hun eindwerk in te dienen voor de Vlaamse scriptieprijs. Gewoon doen. Een “nee” heb je, een “ja” …

Het ‘wat-hebben-we-vandaag-geleerd’-gehalte

typmachine-xxx

De meerderheid van de bezoekers van de gespecialiseerde bibliotheek waar ik als doc-werker werk, is preventieadviseur of -in wording. Over het algemeen zijn hun vragen erg gevarieerd.

Dikwijls heeft het te maken met een opdracht uit de opleiding. Wij kennen de (fictieve) bouwfirma ‘N.V. Raam’ ondertussen wel. Een aantal syntheseoefeningen van de opleiding zijn risicoanalyses voor deze firma. De cursisten weten dat wij weet hebben van deze oefeningen. Daarom komen zij dikwijls vragen naar de oplossingen van vorige promoties (‘je moet niet steeds opnieuw het warm water uitvinden’) – doch zij vangen bot.

Met het kopiëren van de antwoorden van vorige groepen is het ‘wat-hebben-we-vandaag-geleerd’-gehalte miniem. Daar schiet je op je job echt niks mee op. Bij onze Dienst Opleidingen weten ze dat ook. Daarom zijn ze wel zo snugger om de werkstukken van de voorgaande groepen achter slot en grendel te bewaren.

Verder komen cursisten natuurlijk inspiratie opdoen voor de keuze van hun eindwerkonderwerp. Meestal vertrekken ze daarvoor vanuit hun werksituatie. Op die manier sla je twee vliegen in één klap: je vindt een onderwerp waarvan je al minstens een basiskennis hebt én ook je baas heeft iets aan de werkprocedures die het resultaat zijn van de risicoanalyse (die de hoofdbrok van je werkstuk vormt). Iedereen tevreden.

Voor velen is het ook al jaren (of zelfs decennia) geleden dat zij nog eens een eindwerk of scriptie op papier hebben gezet. Dus komen ze een paar goede voorbeelden vragen. De opmaak en uitwerking van papers heeft een evolutie doorgemaakt sinds hun laatste schrijfsels. Veelal werd de elektrische (of zelfs mechanische) typmachine daarvoor gebruikt. De illustraties en/of tabellen waren kleine kunstwerkjes gemaakt met een tekenpen en Oost-Indische inkt. Waar is de tijd … Het zag er minder professioneel uit, maar de charme en ijver straalde er vanaf! Toch veel prettiger dan het kopiëren en plakken vanuit het internet. Of ben ik nu gewoon oubollig en nostalgisch?

Het is nu misschien minder artistiek, maar het heeft nog steeds andere voordelen. Zo verrassen velen zichzelf – en hun collega’s – met de bruikbaarheid van hun opzoek- en denkwerk. De checklists of veiligheidsinstructiekaarten uit de bijlagen van de papers worden dikwijls jaren later nog gebruikt. Dat geeft een prachtig gevoel: al de moeite om een eindwerk te produceren, bewijst dan toch zijn nut!

Heel wat vragen lijken makkelijke vragen, waarop het vinden van een antwoord een stuk moeilijker is dan je op het eerste gezicht dacht. Dat zijn de ‘heb-je-een-voorbeeld-van-…’-vragen (van de lessen die door de hiërarchische lijn getrokken worden uit een ongevalsanalyse – van de communicatie naar de werkvloer – van een waterdichte aankoopprocedure voor niet-gecertificeerde machines – …). Lijkt simpel en is snel gezegd, maar vraagt dikwijls veel tijd.

Ik kan dikwijls zelf wel een voorbeeld verzinnen want heb een rijke fantasie … maar dat is niet professioneel. Dat hou ik beter voor in mijn vrije tijd. Of voor op de blog 🙂

De preventieadviseur als generaal…..

GeorgeSPatton

Photo by U.S. Army Signal Corps [Public domain], via Wikimedia Commons

De afgelopen weken heb ik kennis mogen maken met een toekomstig preventieadviseur niveau I.

Als promotor ben ik na een “elektronische” kennismaking maar eens afgereisd naar het Zuiden voor een persoonlijke kennismaking. Hiervoor spraken wij af bij het bedrijf waar de eindopdracht wordt uitgevoerd. Ik trof daar een intelligente jongeman (wat klink ik ineens oud met mijn 45 levensjaren) die niet tot nauwelijks beschikt over werkervaring maar wel van goede wil is. Deze jongeling moet zich voor zijn eindwerk gaan bewijzen in de logistieke sector.

Het komen tot een goed eindwerk is al een prestatie op zich maar de combinatie van weinig vlieguren en logistieke diensten zorgde wel voor enige overpeinzingen mijnerzijds. Zo denk ik dat de gemiddelde leeftijd van Nederlandse cursisten in ons vakgebied aanzienlijk hoger ligt en dat deze grijze haren soms voor de nodige autoriteit zorgen of althans sommige drempels aanzienlijk verlagen. Uiteraard wordt dit weer gecompenseerd door jeugdig elan en het (nog) niet vast zitten aan ingeslepen persoonlijke routines en stokpaardjes.

De grote vraag is natuurlijk altijd of iemand mogelijkheden krijgt om zich te bewijzen en te groeien in zijn of haar rol. En wat voor rol je dan wil gaan opnemen….

Deze gedachten kwamen ook bij me op toen ik op de proclamatie in de nieuwe huisvesting van Prevent te Leuven zag dat men een bibliotheek aan het vullen was. Ik moest aan generaal Patton denken. Een vreemde associatie?

Wellicht. Maar op de oude leslocatie (het kasteel) stonden in de lesruimte op het eerst verdiep ook een aantal kasten met boeken. Een van de titels, “Overwinning door beter management”, trok ooit mijn aandacht. Het boek van Porter B. Williamson bleek te gaan over een aantal leiderschapsprincipes van generaal Patton.

En juist deze principes zouden elke preventieadviseur, dus zeker ook een beginnende, kunnen helpen. Ik noem er enkele:
• We kunnen altijd van elkaar leren.
• Zorg voor directe en open communicatielijnen
• Wees nooit bang te zullen falen
• Weet wat je weet en …. wat je niet weet
• Kies leiders op grond van prestaties en niet omdat het zulke aardige kerels zijn

Sinds het lezen van dat boek zie ik graag het beeld van de Preventieadviseur als een inspirerend generaal. Iemand die beschikt over autoriteit, charisma en actief coördineert, communiceert en richting geeft!

Preventieadviseurs (jong én minder jong)…. TEN AANVAL!

Dorstige Giraf

Image

Dorstige Giraf…. aka het belang van ergonomie voor de Biersteker ten behoeve van ons algemeen welzijn!

Als Hollander ben ik regelmatig in België, zowel privé als zakelijk. Dus in de hoedanigheden van toerist / gast maar ook als cursist en adviseur.

Zo heb ik mijn opleiding Preventieadviseur niveau I gevolgd in Leuven en volg ik thans nog een opleiding Adviseur Ergonomie in Antwerpen. Ik ben fan geworden van het Belgische “leven” in het algemeen en van het Belgische beroepsonderwijs in het bijzonder.  Ik was dan ook blij verrast dat mijn eindwerk voor Preventieadviseur niveau I is genomineerd voor de scriptieprijs van het instituut, de Gouden Giraf.

Dit eindwerk heb ik uitgevoerd voor een traditioneel bedrijf dat een prachtig product levert: Bier.

Dit bedrijf levert dit wonder der natuur vanuit een drietal distributiecentra en levert daarnaast ook nog frisdrank en overige artikelen aan de diverse pittoreske Belgische cafés en restaurants. Onder het motto “Logistieke Ondersteuning van A tot Z” worden de goederen tot in de kelders van de vele historische panden waarin de klanten zijn gevestigd afgeleverd. De inspanning waarmee dit gepaard gaat wordt al snel vergeten. Ik ken immers maar weinig mensen die zittend op een terras en genietend van al het goede dat België te bieden heeft denken aan de Biersteker in het algemeen en zijn geweldige dagelijkse fysieke inspanning in het bijzonder!

In mijn eindwerk heb ik onderzoek gedaan naar het afleverproces en de vereiste fysieke inspanning, zowel biomechanisch als energetisch. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een 8-tal aanbevelingen. Aanbevelingen die op zich lichtelijk “in strijd” zijn met de gangbare doctrine van de Ergonomische preventiehiërarchie waarbij men primair grijpt naar tilhulpen. Deze aanbevelingen gaan niet uit van tilhulpen maar van een integrale aanpak waarbij ook de afnemer betrokken wordt. Op basis van risicoscores van afleveradressen kunnen ze gedifferentieerd gaan plannen.

Dat dit geresulteerd heeft in een nominatie voor de Gouden Giraf  maakt mij weliswaar gepast trots, maar dit eindwerk is slechts een middel en zeker geen doel.

De primaire winnaar dient de Biersteker te zijn.  Immers, zonder bierstekers:

  •  Stagneert de aanvoer van bier in cafés;
  • Wordt op een terrasje zitten een stuk minder plezant;
  • Want de ervaring leert dat je al na 1 bier, wijn of frisdrank op een terras  ontspannen tegen het leven aan begint te kijken.

En zo draagt de biersteker bij aan ons aller welzijn. Daarom:

HULDE AAN ALLE BIERSTEKERS IN BELGIË!

Jullie kunnen Tiemen, “onze” Hollandse blogger supporten door te stemmen voor zijn eindwerk via   https://www.surveymonkey.com/s/WDCQVNK .

Whow, ik ben preventieadviseur… of was ik dat nu al?

Gisteren, 12 november ’12, lag er een donkerbruine enveloppe op onze deurmat. De belastingen werken al met zoomit, dus daar had ik geen schrik van. Neen, het was het officiële attest “specialisatiemodule arbeidsveiligheid” van de aanvullende vorming voor preventieadviseur niveau 2. Officieel. Preventieadviseur. En nu?

Wanneer ik terug kijk op mijn parcours in het welzijn, heb ik telkens de lat wat hoger gelegd. Tijdens mijn middelbaar braaf opgelet tijdens de lessen welzijn (als chemiestudent niet onbelangrijk), daarna gaan werken en een VCA-VOL behaald. Toegeven, ik had er niet veel voor gestudeerd, en was de avond ervoor lekker doorgezakt en had dus een enorme kater voor ik aan dat examen begon. Opgelet, ik was wel veilig bezig; na het doorzakken met de taxi naar huis. Dus terug dat examen; geslaagd zonder veel moeite. Later dat jaar zei m’n werkgever; “zou je niet beter je preventieadviseur niveau 2 gaan doen, kan wel iemand met praktische ervaring gebruiken op de preventiedienst”. Dus we bellen wat rond en krijgen juffrouw Nevelsteen van het PVI aan de lijn. “Ja hoor, je moet alleen sinds dit jaar (anno 2008) een kopij van je A2 diploma binnen gooien en je kan beginnen.” Shit. Waarom was ik nu weer gestopt met school voor mijn diploma te behalen… Dan maar de basiskennis gaan doen,  7 dagen bij IDEWE de basiskennis opgedaan en een gigantische honger gekregen naar meer.

Dus het stond vast; in 2010 zou ik starten aan de opleiding PA2, geen weg naast. Die avond thuis: “schat, ik ga middenjury doen en mijn diploma halen.” Antwoord: “ ge zijt zot, maar als je dat wil halen, dan moet je ervoor gaan.” Zo gezegd zo gedaan. A2 behaald na 2 zittijden en hupa terug naar juffrouw Nevelsteen gebeld, anno 2010. Of ik dat kopijtje wou binnen brengen? No problem! Ondertussen bleef ik op die interne dienst bezig met het behalen van een aantal successen en een aantal tegenslagen, zonder te weten wat ik verkeerd of juist deed.

Dan gingen de ogen open; de niveau 2 was een openbaring. Goed, gezond verstand helpt je heel ver, maar als je dan nog een systeem krijgt: helemaal top! 3 keer ben ik veranderd van eindwerkonderwerp. De laatste keer was 2,5 maand voor het verdedigen van het eindwerk. Nadat ik promotor had aangesproken na de les, merkte ik dat die vurige passie voor preventie iets aanstekelijk is.  Die avond thuis: : “schat, ik ga mijn eindwerk wegsmijten en met iets volledig nieuw beginnen.” Antwoord: “ ge zijt zot, maar als je dat wil halen, dan moet je ervoor gaan.” Je kan maar geluk hebben met zo’n steun in huis.

Uiteindelijk komen we terug uit bij het start van deze blog; voldoening. En wat nu? Zou ik starten aan de niveau 1 zonder een hoger diploma, maar met veel goesting? Zou ik milieucoördinator doen om een perfecte match tussen duurzame veiligheid en duurzaam ondernemen te vinden? Zou ik me niet beter inschrijven voor een cursus OHSAS18001 lead auditor en mijn passie volgen?

Het gene dat ik heb gemerkt in die jaren preventie is, je kan niet omgeschoold worden tot preventieadviseur. Je moet dat in je hebben. Natuurlijk kan je dat diploma behalen, maar als je niet gelooft in het feit dat je de wereld wat beter kan maken, dan ben je niets met dat diploma.

Eindwerkverdediging: en dan ben je preventieadviseur

Je volgt een jaar (of voor een niveau I zelfs 2 jaar) opleiding. Je blokt je te pletter voor je examen en haalt een behoorlijke score. Je werkt aan groepswerkjes in een groep die geen groep is bij aanvang, en die ook nooit een groep lijkt te gaan worden, maar die na een tijd toch best een aardige bende blijkt te zijn waarmee je een paar gezellige avondlijke discussies hebt kunnen voeren. Je maakt een eindwerk. Je… Rewind. Je maakt een eindwerk. Niet te licht overheen gaan. Je maakt dus een eindwerk. Bloed, zweet en tranen. Allerlei aangename, interessante, en nare ontdekkingen doe je onderweg. Je vervloekt je promotor, je docenten, je bedrijf, en vooral jezelf omdat je zo stom bent geweest om je hierin te laten meesleuren. En dan plots schijnt er licht aan het einde van de tunnel. Je eindwerk is klaar. “Oef”, denk je, “daar ben ik ook weer doorheen.”

Maar zoals zo vaak zit het venijn hem natuurlijk in de staart. Want je moet dat eindwerk ook nog gaan verdedigen. Enkele weken nadat je dat boek ergens in de hoek hebt gesmeten in de hoop het daar te kunnen laten stof vergaren, blijkt dat ijdele hoop te zijn geweest.

Het leuke aan eindwerkverdedigingen is als je aan de kant van de jury kan zitten. Pas op, zonder leedvermaak, ook ik heb bibberend aan de andere zijde gezeten. Ook ik leverde een eindwerk af waarvan ik achteraf besef dat het geen topper was voor de vakliteratuur. Maar nu zit ik even in de comfortabele positie. De andere kant. De jury.

Je ziet ze in alle vormen en maten, de kandidaten. Vol zenuwen, trillende stem. Blik op tafel gericht. Of giechelend, oh, ik wist niet dat dat hier voor echt was. Kauwgom in de mond, hangend over de leuning van de stoel. Maar soms ook zelfverzekerd, arrogant zelfs. De jury terechtwijzend bij elke vraag.

Soms weet je bij voorbaat dat het niets wordt. Soms wordt je aangenaam verrast. Door een deelnemer die duidelijk een pak maturiteit heeft verworven. Door een goed uitgewerkt project. Door iets dat een echte meerwaarde bood in een bedrijf. De eerste voorzichtige stappen tot verandering op de werkvloer. Dat mag beloond worden. Zo mag ook beloond worden de deelnemer die er hals over kop ingevlogen is (nee, we noemen geen namen). Die als een wervelwind door de materie en door het bedrijf vloog, alles overhoop haalde en daar ook nog resultaat mee behaalde. Kwestie van (slecht) karakter vermoedelijk. Tegen alles en iedereen aan willen schoppen, tot en met de schenen van de promotor toe. En dan toch net op tijd gas terug nemen. Om uiteindelijk tot een mooi resultaat te komen. Met goesting naar meer.

Dat laatste is erg belangrijk. Dat je je eindwerk beu bent gezien na het schrijven en lezen, en herlezen, en verbeteren, en opnieuw herlezen. Dat mag, dat kan. Maar de goesting voor preventie, die moet er nog zijn. Want de eindwerkverdediging is de laatste horde: dan ben je plots preventieadviseur.

En misschien is dat nog het meest tekenend. Die blik bij het verlaten van het lokaal, na de eindwerkverdediging, het besef dat het er op zit. Dat, als de score meevalt, je nu echt preventieadviseur bent. Een beetje verloren. En vol bewondering voor jezelf. Terecht.