De vernieuwde Codex. Hij kwam op kousenvoeten.

(bron foto: morguefile.com-krosseel)

Het is toch wel straf. De grootste verandering in de welzijnswetgeving sinds de invoering van de welzijnswet en geen haan die ernaar kraait.

Wakker worden, allemaal ! De Codex wordt overhoop gegooid. De oude vertrouwde structuur met 8 titels wordt vervangen door een nieuwe structuur met 10, nee geen titels, wel boeken.

Een beetje verandering vereist toch een bepaalde grondigheid. Toch?

Dus we gaan van 8 titels naar 10 boeken, we gooien er nog een paar definities tegenaan van begrippen waar experten al jaren over bakkeleien (jawel, jawel, “gevaar”, “risico”, “bevoegd persoon”… ze passeren allemaal de revue) en tot slot hernoemen we de hoofdstukken tot titels. Et voilà… geen enkel boek, geen enkele brochure, geen enkele referentie naar wetgeving van de laatste twee decennia is nog correct. Iemand lacht vast in zijn vuistje.

Zelfs bij de FOD WASO zijn ze er blijkbaar nog niet goed van. Je moet namelijk erg hard zoeken om de aankondiging terug te vinden. Je zou denken dat er een uitgebreide campagne zou zijn geweest, misschien zelfs een persconferentie. En uiteraard een brede aandacht op sociale media. Het was vrijdag 28 april tenslotte toch de werelddag voor de veiligheid en de gezondheid. Die gelegenheid laat je toch niet voorbijgaan?

Maar nee. Geen enkel bericht te vinden op de site van de FOD WASO zelf. Niks. Nada. Noppes. Andere nieuwssites, ook binnen de preventiewereld bekeken. Opnieuw niks. En ook nada en noppes waren weer van de partij. Dan maar presscenter.org gecheckt, perscentrum van de Belgische overheid. Weer niks*.

Eigenlijk moest je dus al weten dat het bestond om het te kunnen vinden. Gelukkig had een vogeltje het ons ingefluisterd. Of, zoals Marvin Gaye placht te zingen: I heard it through the grapevine.

Het lijkt net of het niemand interesseerde, ook niet aan de bron. De minister zelf niet. Zijn diensten niet. Uiteindelijk konden we het persbericht toch opsporen. Weggemoffeld op de persoonlijke website van minister van Werk Kris Peeters. Die het afgelopen donderdag en vrijdag te druk had met luisteren naar de Antwerpenaren in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. En ach, in het licht van de gemeenteraadsverkiezingen, wat stelt een nieuwe Codex dan voor. Ook, zelfs, als minister van Werk.

En zo kwam de nieuwe Codex tot ons op kousenvoeten. Op 28 april 2017.

 

*En daarmee zijn Preventiekronkels, samen met het PVI (via LinkedIn en in de PVI-wijzer), en Konsilo (in een extra nieuwsbrief) de eersten binnen de preventiewereld die er enige aandacht aan besteden.

Legaal tot in het illegale?

Waar trek je de grens bij het letterlijk interpreteren van de wetgeving? Waar duw je de geest net iets teveel over de grens?

Ik ken werkgevers die alle stappen en initiatieven inzake preventie in de eerste plaats laten afhangen van het oordeel van de bedrijfsjurist.

Kun je me het artikel in de wetgeving tonen waar dit expliciet verboden of verplicht wordt?” Rookmelders, asbestinventaris, EHBO-opleidingen, evacuatiewegen in zowel aantal als breedte, … Geen enkel item ontsnapt aan de jurist. “Is dit wel een PBM? Want werkkledij moet niet naar het CPBW, of kunnen we zelfs afschaffen…” En ga zo maar verder.

Is de term “opleiding” gedefinieerd in de wetgeving? Of kunnen we het afgeven van een A4 als de verplichte opleiding beschouwen? De rentabiliteit stijgt zonder onthaalopleiding. Ze daalt natuurlijk van zodra de nieuweling in zijn vingers snijdt… maar die vijf minuten winst op het onthaal… die is belangrijker.

De rol van risicoanalyse is hierbij vaak ook formeel-legalistisch. Ze wordt opgemaakt omdat het moet, en wordt vervolgens aan de kant geschoven, zodat we verder kunnen op basis van de andere artikels uit het KB…

Het is een uitdaging om in een dergelijke omgeving te functioneren. Je mag dat ook niet te lang doen. Doe het zolang je als preventieadviseur, als mens, bijleert. Hoe denken juristen? Hoe denken dergelijke directiecomités? Hoe kan ik het omzeilen? Hoe speel ik schaak in een dergelijke omgeving? Hoe zet ik wie mat, of toch even schaak?

Zorg er wel voor dat je niet gecorrumpeerd raakt. Als preventieadviseur ben je geen jurist. Je bent er voor het welzijn van de werknemer. Je bent er de facto voor het langetermijndenken en overleven van het bedrijf. Want de overdreven legalistische denkwijze is niet duurzaam. Dergelijke bedrijven overleven niet in the long run.

Er staat nergens in de wetgeving dat je een koffie moet aanbieden aan je werknemers. Nochtans overleef je als bedrijf niet zonder het aanbieden van een ochtendkoffie. Daar gaat het om. Niet over de letterlijke lezing van de wet, maar over het soigneren van je mensen. Zodat die iedere dag weer de strijd met je concurrenten aangaan, en die winnen. Enkel door die dagelijkse overwinning in de markt, overleeft het bedrijf. Niet door de bedrijfsjurist een nieuwe BMW te geven. Echt niet.

De arbeidsmarkt is krap geworden. Talent kan kiezen. Niet de werkgever kiest, maar het talent. En ze doen dat bij de koffie, ’s ochtends. Als die lauwtjes is, kun je het schudden. Dan kun je met je bedrijfsjurist vergaderen over de leegloop van je bedrijf. Over hoe je via een letterlijke lezing van de wetgeving je turnover kunt aanpakken. Ik zou beginnen met die jurist zijn koffie af te nemen tot hij een antwoord kan formuleren op deze vraag…

Je bent 17 en (dus) ziekelijk…

th

Ja, dat staat in het KB jongeren. Je bent geen 18 en dus moet je naar de dokter. Welk genie van de Karpaten heeft dit ooit onderhandeld? Als ik op zondag aan het joggen ben, kan ik amper 100 meter de schijn ophouden tegen een 17-jarige. Amper.

Als die 17-jarige als student de boekhouding gaat klasseren, moet hij naar de dokter. Ik niet. Omdat ik zelfstandige ben. Maar het had gekund, want dezelfde malloten die de vorige wet mee maakten, bakten het ook bruin bij het schrijven van de totaal overbodige CAO104.

Binnen anderhalve maand ben ik 46. Het handvol bedrijven dat een uitwerking gaf aan die CAO104, zet er vaak in dat ik dan naar de dokter moet. Alsof ik ziek ben. Hoewel, zoals het er nu naar uit ziet, ben ik in goed gezelschap. Jongeren en ouderen: één front.

We gaan er wel op vooruit. Een goeie 15 jaar geleden schrok ik me een hoedje toen ik mijn bureau moest verlaten voor een doktersbezoek. Het scherm van mijn laptop was blijkbaar gevaarlijk. Drie verdiepingen lager wachtte de arbeidsgeneesheer om mijn ogen door een volgens mij niet ongevaarlijk machine te laten monitoren.

Mijn werkplek bekeek hij niet. Best, want ik hing in die wilde tijden nogal in mijn stoel. Polsen zwevende in het ijle. Mijn docking station links latende. Duidelijk naar beneden kijkend op een klein scherm. Dat dat niet goed is, weet ik ondertussen. Nekpijn, schouderpijn. Maar mijn ogen waren ok… Nuttig, zo’n onderzoek. Gelukkig is dat al verleden tijd. En draag ik ondertussen een bril, 40+ weet je wel.

In 1996 begon ik mijn loopbaan in de horeca. Ook daar moest ik naar de arbeidsgeneesheer. Ik had een bediendenjob, in kostuum. Het was een vijfsterrenhotel. Driedelig kostuum zelfs, dus. En ergens in dat hotel was een keuken. Dus, hup naar de dokter. Ook dat is gelukkig verleden tijd. Dat het FAVV een medisch attest vraagt om de volksgezondheid te monitoren, kan ik nog volgen. De rest niet.

Hierboven staan twee anomalieën die weggewerkt werden. Maar we zijn er nog lang niet. Onze wetgeving is gewoon een zootje. Bij wijlen toch. In de bijlage van het KB jongeren staat een oplijsting van activiteiten waarvoor ze zeker naar de dokter moeten. Behalve de dodelijke ziekte “jong” te zijn, staan daar allemaal zaken die onder “veiligheidsfunctie”, “chemische agentia”, … en andere zaken vallen waarvoor sowieso medisch toezicht geldt. Wat is dan in godsnaam het nut om het nogmaals te herhalen?

Misschien om zoals in de Middeleeuwen een klooster vol kopiisten min of meer nuttig bezig te houden. Of om uitgeverijen van wetteksten slapend rijk te maken. Immers, elke wijziging levert de jaren nadien een reeks aan aanpassingen in andere KB’s op. Handig als je per pagina factureert. Onhandig als je met je voeten in de praktijk staat.

En nee, jong zijn is volgens mij geen ziekte. Net zoals oud zijn geen ziekte is. Of zwangerschap. Alles hangt van de context af. Van risicoanalyse. Van inschatting. In eer en geweten. Laten we ons daar op focussen en niet op die zeloot van een mediëvistische kopiist*.

 

*Ik geef toe, ik had gewoon zin om af te sluiten met een paar mooi bekkende woorden. Een ziekte als een ander… gelukkig hoef ik er niet voor langs de arbeidsgeneesheer.

Risicoanalyse is nutteloze overhead

 

bron tekening: plakkaattraktaat.be

bron tekening: plakkaattraktaat.be

Voilà, het moest er even uit. En ik heb je aandacht. En het klopt. Punt. Ik heb deze middag teksten na zitten lezen voor ze gepubliceerd worden. Over risicoanalyse, gevaar, risico, strategie risicoanalyse… Je kent het wel.

Van die zaken waar iedere preventieadviseur van begint te kwijlen. Uren discussiëren over scores van risico’s. Ellenlange tabellen. Pagina’s en pagina’s met kleurtjes en ditjes en datjes. Belangrijke pagina’s.

En maar klagen dat de directie niet wil kijken naar die pagina’s. Dat de directie maar geen oren heeft naar de belangrijkheid van de risico’s.

Dat is logisch. Dat is normaal. Risicoanalyse is een middel, geen doel. Het geeft niet aan wat je kan doen om de situatie te verbeteren. De “M” van maatregel moet toegevoegd worden aan de RIE van risico-inventarisatie en -evaluatie.

Zonder dat kleine stapje dat je samenvat op minder dan 1 A4 of op maximum 2-3 slides PPTX, ben je een kostenplaats. Overhead pur sang.

Iemand die pagina’s gebruikt om dingen te verbieden of tegen te houden. Om paniek te zaaien en te preken als een volleerde pastoor. Sex mag niet voor het huwelijk. Dat soort zaken. En net als die pastoor sta je te preken in de woestijn.

Een risicoanalyse heeft pas nut als ze een middel is om op een constructieve wijze mee te denken aan mogelijke oplossingen die het “plezier” niet in de weg staan. Durex heeft het gesnapt, Rome snapt het nog steeds niet.

De Codex en wetgeving mogen dan wel de bijbel zijn voor preventieadviseurs, er mee staan zwaaien doe je beter niet. Je mag dan wel hel en verdoemenis zitten prediken, je deelt beter een condoom uit dan de fun te vergallen.

Je zal zien dat het best meevalt. Dat – als je het sexy verpakt en constructief meedenkt – je meer aandacht krijgt.

Risicoanalyse is iets wat je beter achter de schermen houdt. Maatregelen die productiviteit, rendement en snelheid mee helpen realiseren, zijn de zaken waar je wel mee uit pakt.

Een bedrijfsleider heeft immers zijn eigen risicoanalyses. En eliminatie van overhead staat terecht op de eerste plaats. Een bedrijf dat graag nutteloze kosten maakt, is immers ten dode opgeschreven. Een preventieadviseur die pure overhead is, riskeert deel te worden van de ultieme risico-eliminatie: die van zijn eigen bedrijf. Geen bedrijf, geen risico’s.

Voilà. Ik hoop dat iedereen het nu snapt. Risicoanalyse op zich is nutteloos. Stop met ermee te wapperen. Zeg me hoe ik veilig plezier kan beleven.

Uit de oude (A.R.A.B.-)doos

Bij het opruimen stootte ik op een doos met een aantal oude veiligheidscursussen van mijn aanvullende vorming niveau I. Lang geleden dus. Uit de tijd dat de dieren net niet meer spraken, zowat.

Een van de teksten droeg de veelbelovende titel “Het A.R.A.B. als werkinstrument”. Een eye-opener, om verschillende redenen.

Allereerst omdat het vandaag bijna niet meer te vinden is. Cursusmateriaal in uitgeschreven tekstvorm. Het ontzag dat spreekt uit de 4 puntjes in de afkorting. A.R.A.B…. Toch nog net iets anders dan het nonchalante ARAB in onze tegenwoordige teksten.

Maar ook omdat er in het domein zoveel veranderd is op 20 jaar tijd. En toch ook zoveel hetzelfde gebleven. De kiem voor de ontwikkeling van de Codex laat zich al tussen de regels door lezen, in een enkele voorzichtige kritiek hier, een vaststelling van een tekortkoming daar. Herkenbaar is ook die voorzichtige hoop dat het loutere bestaan van deze wetgeving, de onwilligen zal overtuigen om toch maar mee te stappen in de richting van een preventiebeleid. En hoewel we vandaag natuurlijk al lang weten dat dat niet zo is, blijft het wel zo dat een wettelijk kader een mooi houvast biedt voor wie op een gestructureerde manier de werking van zijn preventiedienst, en bij uitbreiding zijn volledige preventiebeleid wil uitbouwen.

Een aanrader voor jong en oud dus. En daarom nemen we hieronder een uittreksel over. Vooral de positieve en negatieve punten over het A.R.A.B. zijn een aanrader. Waarbij ik moet bekennen dat ik bij de negatieve punten even niet meer zeker was of het nu echt wel het vroegere A.R.A.B. betrof, en niet onze Codex van vandaag. Heel even.

 

ARAB

De Codex als bijbel voor risicoanalyse

business-law-1238207-1920x1280-xxx

Preventieadviseurs die hun eerste les risicoanalyse krijgen hebben onzekerheid. En dat geeft stress. Wanneer geef je als (beginnende) preventieadviseur “genoeg” advies? Waar is de dunne grens tussen belachelijke risico’s opsommen in een verderfelijke Kinney enerzijds en “in orde zijn” anderzijds?

Ik heb ze al zo vaak gezien. De eindeloze opsommingen van mogelijke gevaren en risico’s. In grote Exceltabellen. Op A3 geprint, of zelfs A2, of op grote schermen bestudeerd door … tja, door wie eigenlijk? Alles is er eindeloos ad infinitum en exhaustief opgesomd, maar niemand heeft er oren naar… al helemaal de directie niet. Een dode risicoanalyse. Netjes volgens de regels van de kunst, maar zo dood als een pier.

Trouwens “volgens de regels van de kunst” is relatief. Want de wetgever legt die regels van de kunst helemaal niet op. Er zijn honderden manieren om aan risicoanalyse te doen en de wetgever laat ons preventieadviseurs de volledige vrije hand. Dus waarom kiezen we dan niet een manier die meteen zekerheid geeft aan je stress? Zekerheid dat je compliant bent met de wetgeving en quasi zekerheid dat je directie wilt luisteren.

Een andere approach dus. Eentje die vertrekt van de wetgeving. Het biedt de zekerheid dat je conform bent (compliant), het biedt toegang tot hogere echelons en het is pragmatisch in de uitvoering van de maatregelen. Bovendien is het ook makkelijk praten met de inspectie: je verwijst exact naar artikels en KB’s. Alles helder en duidelijk.

Het vergt wel inspanning van de preventieadviseur. Die moet niet alleen de wetgeving kunnen lezen, maar interpreteren. Vertalen van sommige mystieke punten naar een haalbare praktijk. Uitwegen zoeken waar het ideaal niet in de letterlijke tekst ligt, maar wel in het verzoenen van de praktijk met de ivoren toren van de wet…

Een stooklokaal moet een Rf60 hebben, daar raken we niet aan. Lekker makkelijk voor je checklist brand. Maar cafetaria voor 2 werknemers… moet die persé 18,5m² hebben? Bwah. Lees het KB maar, er zijn uitwegen. Kleiner kan ook wel, zeker daar waar vierkante meters pokkeduur zijn.

Pragmatische stielkennis, met de Codex als Bijbel. Onzeker voel ik me er zeker niet bij. Au contraire. I love it. Ik ben compliant, doorsta inspectie en krijg gehoor bij de directie… Compliance als risicoanalyse. Een aanrader.

Gelijkspel voor ARAB en Codex op het WK

Bron: AD.nl "Rechter verplicht FIFA tot drinkpauzes."

Bron: AD.nl “Rechter verplicht FIFA tot drinkpauzes.”

Silmani gaat door de knieën. Hij heeft een probleem. “De scheidsrechter laat voorlopig doorspelen.” We zitten in minuut 30 van Algerije – Zuid-Korea. Akkoord het staat 2 – 0 en dan doet zo’n knie al eens eerder pijn. Psychosociaal is zoiets dan eerder dan fysiek. Eerder iets voor de psycholoog dan voor de arbeidsgeneesheer.

Alvaro Pereira was een duidelijker case. Ik laat nog in het midden of hij al dan niet een paar seconden bewusteloos was, maar de ploegarts was duidelijk. Miljoenen kijkers konden het live zien. De arbeidsgeneesheer van de Uruguayaanse nationale ploeg verbood de speler terug het veld op te gaan. De werkgever, vertegenwoordigd door de bondscoach als hiërarchische lijn, deed alsof zijn neus bloedde. Alvaro deed dat ook. Hij speelde verder.

Vandaag. Onze Duivels. Minuut 3, Vermaelen en Samedov botsen. Verzorging is nodig en beiden gaan weer verder. Die Russen toch. Je zag hem snuiven aan “een flesje”. Om hem terug wakker te krijgen. Beiden hoofden kwamen onzacht met elkaar in contact. En de arbeidsgeneesheer bedenkt twee zaken: ijs op het hoofd en snuiven aan een flesje… Ijs op het hoofd werd uitdrukkelijk verboden tijdens mijn opleiding nijverheidshelper (bij het Rode Kruis gevolgd, gegeven door professionals). En dat flesje hoort volgens mij niet thuis op de werkvloer.

Artsen zijn dus niet immuun voor sportieve economische druk. De druk ook van een natie. De trots van een natie. Leidinggevenden zijn niet immuun voor dezelfde druk. En de werknemer? Is het drive? De wil tot winnen? Of is het idiotie om tegen medisch advies in te willen werken?

Het feit dat sinds 23 mei de arbeidsgeneesheer voor beiden vlotter bereikbaar zijn (werkgever en werknemer) is dus geen garantie op correct gedrag. De zelfregulering via risicoanalyse en inschatting is niet altijd afdoende garantie.

Kijk maar naar de drinkpauzes. Als de medische staf het nodig vindt, wil de FIFA het invoeren. Als het te heet is volgens de risico-inschatting en –evaluatie van de medische staf zou de FIFA het spel voor miljoenen mensen live op TV stilleggen. Niet makkelijk voor die medische staf. Enorme druk. Reclameblokken die verschuiven, kijkers die beginnen te zappen, programmeringen op de helling…

En dus beslistte de rechterlijke macht op een “harde” wijze. Vanaf 32°Celsius om het half uur drinkpauzes. Een beetje meer ARAB dan Codex. Is dit zaligmakend? Toen ik de tweede Rus met krampen zag neervallen, wist ik het. Nee, het is niet zaligmakend. Een Rus die normaal in Siberië speelt en bij “ocharme” 27° uitgedroogd raakt voor de 90 minuten rond zijn… Te koud voor drinkpauzes. Dus brute pech. Want dat is de keerzijde van zo’n harde beslissing: geen 32°, geen drinkpauze.

Zou de medische staf geadviseerd hebben om te pauzeren? Twijfelachtig. Heeft de rechter beslist? Nee. De waarheid? Die staat meestal in het midden. Een beetje gelijkspel tussen Codex en ARAB. Tussen inschatting en regeltjes… Maar nu ga ik er eentje drinken bij de tweede helft van Algerije-Korea. Tegen de meeste CAO100’s in. Discussiëren aan de toog over welke Duivels beter eens aan zo’n flesje zouden snuiven…