Er gebeuren rare dingen om me heen…

bron afbeelding: quoteaddicts.com

bron afbeelding: quoteaddicts.com

De titel haalde ik bij Urbanus. De inspiratie bij een een socioloog, een sneeuwvlokje en mijn onbehagen. Laten we beginnen met mijn onbehagen. Dat is het makkelijkste. Ik heb een offensief, provocerend karakter. Ik ben ronduit allergisch aan traagheid, domheid, immobilisme, ontwijken van ownership en passieve agressie…

Kortom, ik pas niet meer in onze wereld. Op mijn 45ste ben ik een fossiel aan het worden. Temidden van sneeuwvlokjes en sociologen.

De term sneeuwvlokje leerde ik een tijdje terug kennen in een opiniestuk in de Morgen. De term duidt op mensen die zo gevoelig geworden zijn, dat ze minstens even kwetsbaar zijn als sneeuwvlokjes. Het beetje het omgekeerde van zwarte pieten. Die kunnen nog tegen een stootje.

Feit is dat ik stress krijg van sneeuwvlokjes. Ik probeer ze maximaal te ontwijken. Net zoals yoga en oorkaarsen… Maar soms, soms kan ik het niet ontwijken. En het scenario is telkens hetzelfde: ik kom thuis vol stress. Teveel irrationaliteit en ongestructureerdheid. En korte tenen. Gelukkig ben ik met een ingenieur getrouwd. Die snapt dat. Die is zelfs de overtreffende trap in rationaliteit… Geen sneeuwvlokje, tenzij onder de microscoop om het te bestuderen vanop een veilige afstand. Weemoedig het hoofd schuddende.

En vergis je niet: sneeuwvlokjes zijn agressief. Ze eisen dat iedereen rekening houdt met hen. Dat de lange tenen, en de “kwetsbaarheid” die hen uitkomt, de norm wordt. Heel gevaarlijke valstrikken zijn dat voor een preventieadviseur. Voorzichtigheid met hen is geboden. Ze eisen dat de gehele omgeving met de rem op leeft. Zodat zij kunnen floreren…

Onlangs werd ik nog geconfronteerd met een sneeuwvlokje. Een leidinggevend-hoger-kaderlid-sneeuwvlokje… Ik had weinig tijd, en wou de motivatie achter een bepaalde beslissing te weten komen. Om dan feedback te kunnen geven. Maar mijn vragen waren te kordaat en te rationeel… Ik kreeg te horen dat het “niet fijn meer was.” Dat ik te snel en te rationeel vragen stelde.

Een fossiel dus. En dan bedoel ik mezelf. Ik wist even niet wat me overkwam. Er zit enorm veel arrogante passieve-agressie in die uitspraak van het sneeuwvlokje… Het legt de norm niet in de groep of respect. Het legt de norm bij zichzelf. En grijpt de macht over zijn slachtoffer. Of zoals Nietzsche het al verwoordde: It is impossible to suffer without making someone pay for it; every complaint already contains revenge.

En dat brengt me bij de socioloog van dienst. Marc Elchardus een paar weken terug, ook in De Morgen. Over de onverdraagzaamheid in discussies als zwarte piet, de aanleg van een tramlijn voor je deur of het net niet verbieden van open haardvuren,…

We hebben allemaal wensen en idealen. Mogelijkheden en onmogelijkheden. Goede kantjes en irritante kantjes. En daar moeten we mee leven. We moeten vooral niet willen dat iedereen die een in onze ogen afwijkend gedrag vertoont, dat gedrag moet afzweren. Desnoods met een GAS-boete.

Heb je liever geen open haard? Fijn voor jezelf en je familie (die daar hopelijk mee akkoord is). Eet je zelf geen vlees? Fijn. Vind je zwarte piet niet kunnen? Deal, schakel direct over naar de kerstman of huur een roetpiet in. Het is een vrije wereld. En het staat iedereen vrij om een maximaal welzijn na te streven. Ook als preventieadviseur moeten we de grootste gemene deler voor ogen houden en bij wijlen wat afstand houden van individuele klachten.

Maar laten we in deze eindejaarsperiode vooral pleiten voor verdraagzaamheid. Van het cultiveren van wie anders denkt en handelt dan jezelf. In plaats van te eisen dat iedereen “mijn eigen norm” hanteert.

Laten we dat doen. Sneeuwvlokjes en fossielen. Veggie’s en carnivoren. Laten we stoppen met elkaar de zwarte piet toe te schuiven. En vanuit een valse kwetsbaarheid de eigen norm op te leggen. Laten we samen het glas heffen (en als je niet moet rijden, zelfs een glas teveel), bij een vuurmand in open lucht, met een toastje foie gras. Gewoon ouderwets gezellig.  😉

Psycho: wat na de hype?

 

Psycho is nu al een paar jaar een hype. Het is een beetje begonnen met Milquet als minister van arbeid. Nu die gevallen is, mag van mij de hype ook vallen. Hoewel ik vaststel dat sociale partners, externe diensten en inspectie nog volop aan het kicken zijn.

De sociale partners zien psycho als onderhandelingsmaterie. De ondernemingsraad met zijn spelletjes over verlof, opslag en extra aanwervingen bouwt met behulp van psycho pasmunt op. Jammer. Ik heb liever dat de ondernemingsraad wegblijft uit mijn comité.

De externe diensten weten begot niet hoe ze al die overbodige preventie-eenheden moeten laten opsouperen door de tertiaire sector. Psycho is een cash cow voor hen. Of een excuustruus tot je er van pure stress bij neer valt. En hoe meer psychologen op je werkvloer rondlopen, hoe meer werk ze voor zichzelf creëren door de hype zuurstof en brandstof te geven. Psychologen als pyromanen.

En de inspectie… tja… Hier ga ik even mijn joker inzetten. Kwestie van mezelf niet in nesten te werken.

Terug dus naar psycho. Er zijn twee kanten aan psycho. De evidente kant waar we nultolerantie hanteren: pesten, ongewenste intimiteiten, racisme, …

En er is de “andere” kant, de subjectieve kant van de stress. Daar wil ik het hier over hebben. Het is een gepolitiseerd dossier. Je kan er niet mee winnen. Volgens velen moet je constant opnieuw mensen aanwerven om de werkdruk aan te kunnen. Moet je constant minder gaan werken en meer verdienen, anders is het leven ondraagbaar.

En dat geloof ik nu eens niet. Er is een immense sociale druk in onze samenleving. Een verlengd weekend breng je in Barcelona of een andere “city” door. Wintersporten doe je jaarlijks. Een nieuwe smartphone is een evidentie. Facebook moet je om het uur checken. En likes zijn levensnoodzakelijk. Maar als je daar stress van krijgt, is het de schuld van de werkgever…

Om al die consumptie mogelijk te maken hebben we veel verlof nodig. Aanders kunnen we niet én skiën, én citytrippen én naar Zuid-Frankrijk voor drie weken én én én… Maar hebben we ook veel cash nodig, om dat allemaal te betalen. Dus moeten we weinig uren werken waar we heel veel geld voor krijgen. Maar tegelijk mogen we geen stress krijgen van dat werk, anders hebben we geen energie over om te consumeren… Tja… een gordiaanse knoop als je het mij vraagt. Een citroenloopbaan omdat we alles willen. En we alles nu direct willen.

Geen wonder dat we shrinks nodig hebben. Zeker als je ook nog eens die andere hype gelooft: “Gij zult geen schaap zijn”. Met andere woorden: je bent uniek en je moet jezelf voor de volle 100% realiseren. Je mag geen ondergeschikte, uitvoerende positie ambiëren. Je moet je eigen job-inhoud creëren. Job crafting om het trendy te zeggen. Je moet baas zijn. Je moet scoren en de beste zijn… en consumeren in je vrije tijd. Nooit meer rust. RIP is voor later, veel later…

Back to reality. De meeste mensen zijn perfect happy met een nine-to-five. Met gewone, leuke taken. Met uitvoerend werk. Waarbij ze zichzelf in essentie realiseren door gewoon sociaal contact met gewone collega’s. En een koffie op maandagochtend. Omdat het pure feit van collega’s en een job te hebben ontstressend is. Werken is leuk, is sociaal en is nodig.

Stress? Als je het mij vraagt doen we het voor een heel groot stuk onszelf aan. Zet je facebook af en wees tevreden. Ligt het toch aan je werkgever (wat zeker en vast kan, want we mogen die snoodaards ook niet onderschatten), onthou dan goed dat er een war on talent bezig is. Er zijn veel meer jobs voor handen dan er mensen op de arbeidsmarkt zijn. Verander van werkgever. Want je bent het waard.

Just be. Be happy.

En dan ga ik nu genieten van die 27°Celsius buiten, met een aperitiefje. En drie dochters met een zonnebril op hun wijsneus.

 

Was het nu 1999 of 2016?

1999 moet het geweest zijn. Eén van mijn eerste jobs. Ik werd er twee keer in 1 weekend overvallen. Echt waar. De eerste keer bonden ze mijn handen op mijn rug, voeten vastgetaped en mond idem dito. Om dan met een revolver in mijn nek de meest idiote vraag ooit te stellen: “Where is the money”. Hmmm, mond dicht, ledematen vast. Nu ja, wie gevangenis riskeert voor 120.000 BEF heeft sowieso een IQ dat niet echt boven de middelmaat zit.

De tweede keer keek ik plots in de loop van een revolver. Nog geen 48 uur later. Men had me verteld niet te lang thuis te blijven om geen angst voor de werkplek te krijgen. En werken in een hotel is een droomjob, weet je wel. “A genoux”, en ik gewoontegetrouw “Yes, don’t worry.” Om pas daarna te beseffen dat het deze keer in het Frans te doen was…

Mijn directe leidinggevende was er bij de tweede keer. Gillend als een varken dat gekeeld wordt. Op managers kun je rekenen. Dat weet ik sindsdien. Rekenen wel, maar bouwen… Ik zie me nog aan zijn frak trekken om hem ook op zijn knieën te krijgen. Rechtstaan durfde ik niet. En hij bleef maar gillen, de Pieter*…

De horeca. Toffe omgeving. In 2000 verbouwde een ex-collega, nu ja “collega”, mijn kantoor met een baseballknuppel. Hij vond zijn ontslag ten onrechte. Misschien dacht hij er anders over nadat de joint uitgewerkt was. Wat ook de reden van zijn ontslag was…

En in 2002 werd er op me geschoten. Dat was het summum. Ik heb een groot bakkes, maar tegen zomaar out of the blue schieten, kan ik niet op. Niet in het Frans, niet in het Engels en al helemaal niet in Brussels-Frans. Daar stopte mijn carrière in de horeca. Vanaf dan heb ik alleen nog aan een bar gehangen, maar er nooit meer achter gestaan.

Vandaag zijn we 17 jaar verder. En plots begon een medewerkster te gillen. Zomaar aan de copier. Ze had het verkeerde bestand gedelete. Gillen, in het West-Vlaams. Dat geeft wat. De geest van de Pieter oproepen in minder dan een seconde. Hij is nog steeds even bleek, maar wat kun je anders verwachten van een geest?

En ik? Ik zat op slinger en slag terug in 1999. Zo diep kunnen trauma’s zitten. Je ziet of hoort ze 17 jaar lang niet. Tot een West-Vlaamse ze zomaar oproept. Alsof het een geest is.

 

*Pieter is een fictieve naam

De (terroristische) spin in het web

spinnenweb-xxx

We zullen het maar op rekening van het verhoogde stressniveau schrijven, zeker? De mini-uitschuiver van minister van Justitie Geens, die gisteren de dag door op het nieuws afgespeeld werd, moet toch de aandacht getrokken hebben van heel wat preventieadviseurs.

De mijne had hij in elk geval. Zit je rustig in de wagen -in de file uiteraard, ditmaal wegens een brandende auto op de Ring rond Brussel-, hoor je plots het woord gevaar op de radio. Nu hoor je dat woord weleens vaker, zeker dezer dagen. Maar toch. Er klopte iets niet. Was het de toon waarop het uitgesproken werd? Was het de combinatie met het woord “buiten” die mijn aandacht trok?

“Het is heel goed dat de spin in het web momenteel buiten gevaar is”

Met de spin in het web bedoelde de minister Abdelhamid Abaaoud, het vermoedelijke brein achter de aanslagen in Parijs. Maar die was toch niet buiten gevaar? Integendeel, zijn dood was net officieel bevestigd. Of had ik het fout gehoord?

En dan het voordeel van file. Je luistert gewoon een half uur later naar het volgende nieuws, en hoort precies hetzelfde. “Het is heel goed dat de spin in het web momenteel buiten gevaar is”.

Yep, hij had het wel degelijk gezegd. Voor wie het gemist heeft, het staat vast ook nog ergens op de website van de VRT. En natuurlijk bedoelde de minister “uitgeschakeld” i.p.v. “buiten gevaar”. Een onschuldige verspreking.

Wat ik me dan afvraag: zou de minister daar achteraf nog mee bezig zijn? Zichzelf elk uur op het journaal die uitspraak horen doen, en zich afvragen waarom niemand die paar woorden er heeft uitgeknipt. Blijvend de herinnering overlopen van die journalist die hem die microfoon onder de neus duwt. En hij die antwoordt. Opnieuw. En opnieuw. En opnieuw. Bedenkend wat hij anders had moeten zeggen. De onverwachte psychosociale dimensie van de spin in het web. Zou er op het kabinet van de minister van Justitie een vertrouwenspersoon zijn aangesteld? Of kan de minister, net als zoveel andere werknemers met zijn kleine en grote zorgen over het werk terecht bij iemand uit zijn eigen vertrouwde thuisomgeving?

“Honey, I’m home!”.

“Why did the chicken cross the street?”, aka* “De verdubbelaar slaat weer toe”

kip-xxx

In de lagere school leren mijn dochters tegenwoordig spellen met de klinkerdief en de verdubbelaar. Voor de oudere garde (zoals ikzelf) een zeer ondoorzichtige manier om de regels rond open en gesloten lettergrepen en het al dan niet verdubbelen van klinkers / medeklinkers aan te leren. Maar dit terzijde. Dacht ik. Want tot mijn verbazing ontdekte ik recent dat het begrip ook zijn intrede deed in mijn eigenste professionele leefwereld. Jawel, de verdubbelaar heeft op de FOD WASO de voorbije zomer toegeslagen. Alweer.

Eerder konden we in het KB rond elektrische installaties al lezen dat installaties die onder het AREI vallen aan het AREI moeten voldoen (lees daarover de blog “*zucht* Is dit nu wetgeving nieuwe stijl?”). En nu zijn we weer vertrokken voor een rondje… Ditmaal gaat het om vertrouwenspersonen. Vertrouwenspersonen mogen geen lid van het comité zijn. Comitéleden mogen geen vertrouwenspersoon zijn. Whatever, combineren mag niet.

En om helemaal zeker te zijn, heeft de verdubbelaar bij de FOD WASO er voor gezorgd dat het twee keer niet mag/kan. Het is me er toch eentje, die verdubbelaar.

  • Welzijnswet , Art 32sexies: De vertrouwenspersoon die deel uitmaakt van het personeel van de onderneming waar hij zijn functie uitoefent kan noch werkgevers-, noch personeelsafgevaardigde zijn in de ondernemingsraad of in het Comité voor preventie en bescherming op het werk van die onderneming, noch deel uitmaken van de vakbondsafvaardiging.
  • Welzijnswet , Art. 57.– De preventieadviseur of de vertrouwenspersoon die deel uitmaakt van het personeel van de onderneming waar hij zijn functie uitoefent kan noch werkgevers-, noch personeelsafgevaardigde zijn (in het comité PBW).

Mooi hé. Twee keer hetzelfde. Bijna letterlijk. En binnen dezelfde wet. En het straffe is dat het beide relatief nieuwe bepalingen zijn (respectievelijk uit 2014 en 2015). En het wordt nog plezanter als je de overgangsmaatregelen er bij neemt:

Art.  32sexies geldt niet voor  VP die al benoemd waren op 1 september 2014. Dus comitéleden die voor die tijd benoemd werden, mochten onbeperkt blijven combineren. Art. 57 geldt dan weer vanaf de komende sociale verkiezingen, vanaf 2016 is het dus toch gedaan met het combineren. Behalve dan voor de vakbondsafvaardiging blijkbaar, en voor leden van de ondernemingsraad, die mogen wel nog.

Dan vraag je je toch af of er bij het opmaken van nieuwe wetgeving niet iemand is, een enkel iemand maar, die dit soort dingen merkt. Iemand die er aan denkt dit er uit te halen, en iets gebruiksvriendelijker te maken voor het de wereld in gestuurd wordt. Niet, dus. Of heeft het te maken met het feit dat de beide wetgevingen voorbereid werden onder twee verschillende ministers van Werk? Want in dat geval hebben we te maken met een typisch geval van “anders en beter”. “De vorige minister vond dat de combinatie wel kon? Voilà, wij draaien dat terug. Maar wel op een iets andere plek, dan valt het minder op. Er is toch niemand die er nog zijn weg in vindt.”

Het doet me denken aan de vele varianten op het mopje “Waarom stak de kip de straat over?” In dit geval was dat ongetwijfeld om de vertrouwenspersoon te gaan vertellen dat ze gepest werd met ondoorzichtige wetgeving.

 

*aka = also known as

Van harte welkom, nieuweling !

woman-in-business-suit-xxx

Fris gewassen en gestreken stap ik in mijn wagen. Vandaag is D-day. Merk ik wat zenuwen? Nee, ik ben er helemaal klaar voor, enthousiast, vol verwachting, high hopes om eindelijk mijn tanden te zetten in de job van mijn leven. Ik ben uitverkoren om aan de slag te gaan bij het Belgische filiaal van een multinational met naam en faam. Aha, hier is de parking voor werknemers. Oei, ik heb een badge nodig om de slagboom te openen. Is er hier een belletje ? Geen probleem, dan zet ik de wagen vandaag maar even in een nabijgelegen straat. Met enige fierheid stap ik om 9 uur het gebouw binnen.

Goeiemorgen, ik ben Erna en heb een afspraak met mevrouw Carels”. Na enkele seconden, die voor mij minuten leken, draait de receptioniste onverschillig haar hoofd weg van het scherm en neemt de telefoon om me bij de assistente van mijn toekomstige afdeling aan te melden. “Sorry, mevrouw Carels is in meeting, je zal hier even moeten wachten”. Enthousiast laat ik haar weten dat het mijn eerste werkdag is en of ze misschien iemand van HR kan verwittigen dat ik er ben. Noppes. “Neem daar maar even plaats, want mevrouw Carels houdt elke maandagochtend een teammeeting en die duurt nog een klein halfuurtje”. Teammeeting ? Moet ik daar eigenlijk niet aanwezig zijn ? Toch een uitgelezen moment om een nieuwe collega voor te stellen en me alvast onder te dompelen in de materie ? Ik zet me wat ongemakkelijk in de zeteltjes en lees alvast het jaarrapport van het bedrijf, terwijl de receptioniste zich verder op haar scherm focust. Vanuit de zeteltjes kan ik meekijken naar de Zalando website, waar ze leuke jurkjes kiest.

Na een twintigtal minuten, word ik vriendelijk verwelkomd door de assistente van mevrouw Carels. Ze begeleidt me naar een klein zaaltje, verontschuldigt zich voor de afwezigheid van mevrouw Carels, brengt me wat te drinken en komt even bij me zitten. “We hebben het allemaal nogal druk de laatste weken, maar ik heb daarnet een badge, pc en GSM voor jou aangevraagd. Vandaag zal je het dus even zonder dit materiaal moeten doen. Voorlopig kan je werken vanuit dit zaaltje, want we moeten nog even overleggen aan welk bureau we je een plaatsje geven”.

Het is 10 uur, nog geen Carels, niemand van HR en ik zit me hier te vervelen met een getekende arbeidsovereenkomst voor mijn neus en de checklist met vragen die ik voor mezelf had opgemaakt.
Eigenlijk kan ik al een aantal zaken aanvinken : badge – NOT OK – PC, toegang tot intranet en een e-mailadres – NOT OK – GSM – NOT OK – Bureau en ergonomische stoel – NOT OK.

Ik besluit een wandeling te maken en even naar het toilet te gaan. Mooie open-landschapsburelen zijn het hier. Mijn nieuwe collega’s, aan wie ik nog niet werd voorgesteld, zijn allemaal geconcentreerd aan het werk. Hier en daar krijg ik een twijfelachtig knikje. In de vergaderzalen wordt druk overlegd. Ook mijn toekomstige teamleden, onder leiding van mevrouw Carels, zijn nog druk aan het vergaderen. De toiletten bevinden zich in een aparte gang, die afgesloten is met een branddeur – 90 minuten brandwerend. Ik bekijk ook vlug even het evacuatieplan, je weet maar nooit. Mooi verzorgd sanitair en een aparte EHBO-ruimte in de gang. Ook hier even een kijkje nemen. Alles blijkt aanwezig te zijn, zelfs een defibrillator.

Het lukt me echter niet om vanuit de gang terug naar de burelen te gaan. Verdomme, die deur is geblokkeerd ! Ah ja, je hebt een badge nodig om vanuit de gang naar de burelen te gaan en die heb ik nog niet. Ik kan toch moeilijk op mijn eerste dag al het alarmknopje indrukken, hé. Bonken op de deur dus. De dame van HR was net in de buurt en doet de deur voor me open. “Dag Erna, welkom”. “Heeft men jou nog geen badge gegeven”? “En heeft mevrouw Carels je nog geen rondleiding gegeven”? “Ik heb nu een half uurtje tijd en zal even met wat informatie bij jou komen”.

Ik krijg een kopie van het arbeidsreglement ter ondertekening en de nodige documenten om mijn gegevens in het payrollsysteem te zetten. Die kan ik alvast invullen. Ze legt me uit dat alle andere informatie op het intranet te vinden is. Tja, dat zal dan voor morgen zijn, als mijn PC en intranettoegang geregeld zijn. Op het intranet kan ik ook alle info vinden met betrekking tot Health & Safety en als ik nog vragen heb, kan ik ze stellen aan de betrokken personen. Met andere woorden: zoek het zelf maar uit, en als je daar de tijd niet voor neemt, tja….who cares ? Ik vink alvast nog deze zaken aan op mijn checklist.

Eindelijk, daar is mevrouw Carels. Druk, druk, druk. En, oh ja, er start al een andere meeting voor haar binnen een kwartiertje. Wat is ze blij me te zien, maar ze kan pas woensdag echt tijd voor me maken. Intussen krijg ik literatuur mee over de producten en of ik die marketingplannen al even kan doornemen. Met alle plezier! De assistente zal me morgen een rondleiding geven en me verder wegwijs maken. Ook daar kijk ik naar uit.

Terug alleen in mijn hokje, spoken er toch wat dingen door mijn hoofd. Is dit de onderneming waarvoor ik wil werken ? Zit ik hier op mijn plaats ? Ben ik wel echt welkom ? Is dit de manier waarop ze met hun werknemers en klanten omgaan ? En hoe zit het met de werkdruk ? Iedereen loopt hier rond als kippen zonder kop (met uitzondering van de receptioniste). Welke leiderschapsstijl wordt er gehanteerd ? Zijn de managers coaches of hebben ze hun job gekregen omwille van hun technische capaciteiten ? Is het aan de werknemer om via intranet alles te weten te komen over “welzijn op het werk” ? Hoe wordt hier üperhaupt met welzijn omgegaan ?

Als ik thuiskom vraagt mijn man me hoe mijn eerste werkdag is verlopen. “Saai” is het eerste waar ik aan denk en nee, het was niet zoals ik het verwacht had. Ik ben een beetje teleurgesteld en loop te twijfelen.

Na een verkwikkende nachtrust stap ik weer, piekfijn in orde, in mijn wagen. Ditmaal wel met wat lood in de schoenen. Wordt ongetwijfeld vervolgd….

Vakantiemodus

Vakantie, pauze, de stekker uit. Eventjes ontsnappen uit de routine. Tijd voor iets anders. VakantieMODUS Maximaal Ontstressen Door er even Uit te Stappen

Naar de kust, Frankrijk of Italië , een pretpark met de kids of de sfeer beleven op een muziekfestival. Zijn de banden ok? Check. EHBO-zakje aangevuld. Check. Mobiel nummer van mama of papa op het polsbandje van de kids. Check. Oordoppen niet vergeten. Check. Nee, de preventieve gedachte stopt niet als de vakantie begint. En toch gaat de stekker uit ….

Een uitstap, museum bezoek, een concert en een goed boek (“Schitterende ruïnes” en “”Mentaal kapitaal”) staan met stip genoteerd. Want cultuur zorgt voor frisheid “on return”.  Een mentale vakantie heeft zelfs geen verplaatsing nodig… een lang bad, een wandeling of een massage, het kan allemaal. Wie weet zorgt de vakantie voor de energieopstoot die ik nodig heb om dat probleem – waar ik al zo lang zit over te stressen – in één , twee, drie op te lossen.

Maximaal ontstressen? Stress of burn-out, dat voorkom je liever. Ook dat is vakantiepreventie. Daarom leg ik mijn mobieltje aan de kant… toch voor eventjes.

Verrassend toch hoeveel jongeren (de symptomen van) een burn-out hebben. De overload aan info, het moeten presteren en de sociale druk, “I know”.  Maar kunnen we wel zonder het “continu bereikbaar zijn”? Elke Geraerts vindt dat de burn-outepidemie voor een groot deel, aan het altijd en overal met elkaar en dus ook met het werk verbonden te zijn, te danken is. Ik doe alvast een poging even onbereikbaar te zijn. tijdvoorvakantie En Daarna… het is nooit gemakkelijk om na de vakantie weer in de flow van het werk te geraken. Daarom vind ik het essentieel om je ook mentaal en fysiek weer voor te bereiden op de omschakeling van vakantie-  naar werk-modus. Om een stressvolle terugkeer te vermijden, maak ik nu al goede voornemens voor  tijdens de laatste dagen van mijn vakantie:

  • een beetje lichaamsbeweging (30 min per dag zwemmen) kan helpen mijn geest vrij te maken en mij mentaal voor te bereiden op de uitdagingen van het werk,
  • lekker ontspannen voor de rest van de vakantie, want vakantie is soms ook wel eens vermoeiend of veeleisend,
  • mijn slaapritme weer aanpassen door de wekker ‘s ochtends weer op werkweek in te stellen, de vrijdag voor het laatste vakantie-weekend,
  • een beetje planning vooraf kan een groot verschil maken. Dus blijf ik even stilstaan bij de dingen waarmee ik net voor de vakantie bezig was en beslis welke taken prioritair zijn,

Aan iedereen die het nog te goed heeft: Enjoy the summer-holidays, of een prettige werkdag gewenst!