Aan de nieuwe minister van verkeer

Geachte mevrouw de minister,

Ik kijk reikhalzend uit naar uw beleidsverklaring. Ik leef in hoop dat die nota anders zal zijn dan al de vorige, maar ik vrees ervoor… Ik heb schrik dat er wéér maar eens op dezelfde nagel geklopt gaat worden, een nagel die ondertussen zó ver in de laag “menselijke weerstand” gedreven is dat hij amper nog verder wil. Een nagel die aldus blijft staan op 200 verkeersdoden in Vlaanderen, elk jaar opnieuw. Terwijl het doel “nul” is. Terwijl het doel altijd “nul” moet zijn.

(ik maak hier een zijsprongetje naar de wereld van de preventie, waar “nul” ongevallen óók een doel zou moeten zijn, maar waarin ondergetekende al enkele jaren een enorme discussie heeft met zijn audit organisatie, dat “nul” ongevallen géén realistisch doel vindt. Sta me toe dat -nog steeds- geweldige bullshit te vinden. Zelfs als je het nooit haalt, moet “nul” tóch altijd het doel zijn, of je verloochent jezelf. Maar da’s zoals steeds mijn eigen bescheiden mening. Sluit de haakjes.)

Er gaat waarschijnlijk wéér een heleboel gezeverd worden over “vergroting van de pakkans”, “investeringen in de infrastructuur” en dergelijke. Zever in pakjes, eigenlijk. Volgens die mening van hierboven, u weet dat.

Al jaren zijn de eigenlijke oplossingen binnen handbereik. Ze zijn zelfs al uitgetest in het buitenland, vaak met positieve gevolgen. Doch altijd botsen ze met de Belgische/Vlaamse realiteit, en dus met excuses die misbruikt worden om toch maar niet te moeten doen wat men menselijk gezien moet doen. Les excuses sont faites, enz u kent dat wel.

Iederéén met enig inzicht in de materie, legt al decennia de vinger op de zere plek: er schort wel degelijk iets met onze infrastructuur, onze ruimtelijke ordening, si en la. Maar dé olifant in de ruimte is de Belgisch/Vlaamse mentaliteit die ons steeds maar weer regels doet overtreden.

Continu.

Overal.

Altijd.

Dààr ligt de oplossing van die tweehonderd verkeersdoden. (Vind u trouwens ook niet dat het erger klinkt als dat cijfer voluit geschreven wordt? Tweehonderd. TWEEHONDERD! Elk jaar weer.) Maar dan moet men mensen pijn durven doen, véél pijn. En dat is -electoraal gezien- nooit een aangename en vruchtbare oplossing. En dus doet men het niet. Want “niet herverkozen raken”, of “een onpopulaire partij” genoemd worden, is nog steeds belangrijker dan TWEEHONDERD DODEN, ELK JAAR. Niet?

Om dat mentaliteitsprobleem aan te kaarten, even een anekdote. Misschien zelfs enkele meer.

Ik rij jaarlijks nogal wat kilometers. Dus ik zie vrij veel. Vrij veel akelige dingen ook. Daarnaast is uw dienaar autistisch, en volgt hij de regels dus consequent.

Continu.

Overal.

Altijd. Daardoor rijdt uw dienaar ook steeds aan het hoofd van files, zeker in zones “30” en “50”. Enkele weken terug, bij het begin van het nieuwe schooljaar, reed ik door het onooglijke dorp Waarloos. Dat dorp is één grote zone 30. Terecht ook, want er zijn scholen, het is er druk, de wegen zijn smal. Ondergetekende rijdt daar dus 30. Niet minder, want dat is slecht voor zijn gezondheid (geloof me maar). Op een gegeven moment stopt uw kribbelaar voor een zebrapad om een schoolgaand kind (6 jaar? 7? Misschien 8?) over te laten steken. In een zone 30 dus, we zeggen het er nog even bij.

Hét sein voor de achterligger van yours truely om eindelijk gevolg te geven aan zijn frustratie. Hij is niet uitgestapt, wat volgens mij een betere oplossing geweest zou zijn om zijn woede te ventileren. Neenee, mijnheer (toevallig hoor, er zijn ook vrouwen die het doen, maar de “heren” zijn helaas ruim in de meerderheid) was het écht beu en stak mij voorbij. Op het moment dat bovenvermeld kind -dat braaf aan het zebrapad had gewacht tot iemand voor hem wou stoppen- overstapte…

Enig idee van het vervolg, mevrouw de minister? Het was niet de automobilist die -wit van schrik- alsnog stopte hoor. Ik betwijfel zelfs of hij het kind gezien heeft. Het was dat klein baasje dat moest springen voor zijn leven. Omdat één gefrustreerde idioot genoeg had van de regels.

Nog een verhaaltje, we zijn nu toch bezig. Vorig jaar: een studie in de krant. “Vlamingen houden zich meer aan de snelheid in zones 30”. Bollocks. Vlamingen/Belgen (we veralgemenen even, voor het gemak) houden zich langs geen kanten aan de snelheidslimieten, óók niet in zones 30. Maar in zones 30 is de ruimte om voorbij te steken iets beperkter dan op wegen waar de limiet op 50 of 70 ligt. Waardoor soms één iemand die de snelheid respecteert, kan zorgen voor een stoet aan auto’s die óók de snelheid volgen. NIET respecteren, ze hebben gewoon geen keus. Geloof me, DAT is de waarheid. Ik rij immers elke dag aan het hoofd van dergelijke files.

Komen we tot de kern van het verhaal. Sta me toe hier even kort, bulletpointgewijs, de belangrijkste maatregelen op te lijsten.

  • Rijbewijs met punten (geen verdere uitleg nodig).
  • Géén standaardboetes meer, maar boetes koppelen aan het inkomen. Iemand met een leefloon zal een boete van €50,- héél hard voelen. Mijnheer de bedrijfsleider (opnieuw gebruik ik “mijnheer”, het is dan ook nodig) met zijn Audi Q5 (excuses aan de chauffeurs van Audi Q5’s) zal zijn schouders ophalen. Zal hij dat nóg doen als zijn boete €500,- bedraagt? Toch eens over nadenken.
  • Verhoog de pakkans astronomisch. Ik ben begin dit jaar voor de derde keer in 25 jaar gecontroleerd op alcohol. Dat lijkt me duidelijk genoeg.
  • Zwier veelplegers in de gevangenis. Geen excuses, achter slot en grendel.
  • Snelheidsbegrenzers en alcoholsloten in ELK voertuig.
  • Alcohollimiet achter het stuur naar nul. NUL. Geen discussies meer: wie rijdt, drinkt NIETS.
  • Pak asociaal rijgedrag in al z’n vormen bikkelhard aan.
  • Last but not least: voorbeeldfunctie voor alle beleidsmensen. Wie gepakt wordt, is zijn/haar mandaat onherroepelijk kwijt, zonder vergoeding.

Mensen sensibiliseren helpt, maar het gaat afschuwelijk traag. Als je mensen écht wil doordringen van de noodzaak tot verandering, dan moet je ze pijn doen. Véél pijn. Wij zijn geen Japanners die geboren worden met een drang tot het volgen van regels, wij zijn Belgen/Vlamingen die zelfs hun beleidsmensen de kantjes eraf zien lopen.

U als minister heeft daartoe de kans. U gaat dan wel moeten aanvaarden dat u onpopulaire maatregelen moet nemen. Maar allas, daar bent u toch voor verkozen, niet? Om het beste voor de bevolking te doen?

Awel, vooruit dan.

Geef mij alvast maar een begrenzer. En een alcoholslot.

Verkeerslesjes

(bron: FreeImages.com/Patrick Nijhuis)

(bron foto: FreeImages.com/Patrick Nijhuis)

Tegenwoordig verslikken we ons niet zo vaak meer in onze koffie. Zelfs niet bij krantenstukjes over moordende wegpiraten die onschuldige kinderen doodrijden en daar goedkoop mee wegkomen. Daar zijn redenen voor. Goeie zelfs. Getrouwd zijn met een procureur bijvoorbeeld, waardoor de verhalen over een gerechtelijk apparaat met middeleeuwse middelen versus professionele criminelen ons stilaan de oren uitkomen. Gewenning ook, als je elke dag geconfronteerd wordt met nieuwe schrijnende videobeelden van Syrische kinderen, gevangen in een oorlog die ze gevraagd noch gewild hebben.

Nu weten we wel dat het proces van onze hoger vermelde doodrijder uitvoerig op asociale media gevoerd werd/wordt, en we hoeden ons ervoor om de vox populi als bron van strafmaat te gaan gebruiken, want voor je het weet kan je op dinsdag naar een lynchpartij, wordt er op donderdag een galg opgericht op het marktplein en zijn er in het weekend dagvullende festiviteiten rond de onthoofding van een kruimeldief. Gelijk in Syrië quoi, zoals gezegd niet de place to be. Uw dienaar, vaak een tikje impulsief, vindt ook dat een voertuig al lang gelijkgesteld had moeten worden met een vuurwapen, en een dodelijk ongeval met verzwarende omstandigheden aldus al lang had bestempeld moeten worden als “moord met voorbedachten rade”, maar zoals gezegd: wat impulsief, uw kribbelaar.

Regelmatig verschijnt er in de vaderlandse pers dan een infografiekje waarin de oorzaken van verkeersongevallen worden opgesomd, met onveranderlijk bovenaan “dronkenschap” en “overdreven snelheid”, beiden gecorreleerd met de risicobron “chauffeur”. De wakkere preventieadviseur schiet dan overeind, grabbelt het klaarliggende preventiezakboekje vast, bladert naar pagina x, paragraaf zoveel en leest daar onder “De preventiehiërarchie”: “stap één: risico’s voorkomen aan de bron”. Vraagje aan diezelfde wakkere lezer: waarom wordt dat dan niet gedaan? Het begrenzen van voertuigen: dat kan al. Een alcoholslot plaatsen: dito. Chauffeur met z’n klauwen van de knoppen houden: in de pijplijn. Dus waarom, WAAROM, doen onze beleidsmakers daar niks aan? De boete verhogen tot wat zij noemen “astronomische hoogte” (hoongelach op de achtergrond), dat wel. Iets waarvan de inslaapsukkelende preventieadviseur weet dat het niet marcheert. Signalisatie, dat doen we ook: bordjes met “Drink niet!”. Het zal wel. Zie mij bibberen. Maar geen ingrepen ten gronde. Want: alcoholgebruik zit in onze cultuur, en daar raken we niet aan.

Zijstapje: ondergetekende doet in de weekends al eens een poging om te voetballen, en bij goed weer gaan moeder-de-vrouw en de kinderen wel eens mee. Vrouwlief rijdt niet graag met mijn tuut, dus hang ik er steeds aan. En uw dienaar lust ook wel een pintje. Twee ook zelfs. Niet méér, want we beschouwen ons al bij al als verantwoordelijk en er rijden toch enkele pagadders mee, nietwaar? Onlangs waren we onderweg naar een judotraining van diezelfde pagadders, en in al onze goedbedoelde opvoedkundige grootsheid waren we de kinderen aan het instrueren: “Denk eraan, blijf met uw poten van sigaretten. En drugs. En alcohol. Wie rijdt, drinkt niet. Onthou dat!” Waarop de oudste repliceert met “Maar papa, jij drinkt toch ook een pintje op de voetbal?” (sic).

[Genante stilte]

Hij heeft verdorie gelijk. En als wij als professional het al niet kunnen laten… Edus: schluss damit. Geen alcohol meer als we rijden, gedaan. En we gaan op zoek naar een alcoholslot. En daarna naar een nieuwe tas koffie. En een gazet.

Zet hem op!

helm-xxx

De zin en onzin van helmdracht, de discussie is dagelijkse kost in een operationele omgeving. Enig pragmatisme kan helpen, maar vaak is de weerstand dermate groot dat het op rebellie en opstand begint te lijken. Een verleden op een containerterminal leert dat het verplichten van helmdracht aan havenarbeiders vaak uitdraait op een regelrechte machtsstrijd, waarbij “de dok” vaker dan gewenst vol lag met dobberende gele helmpjes, met op de blauwe steen een hele bende joelende en opgewekte dokwerkers.

De goed opgeleide preventieadviseur speelt in zo’n geval zijn “leidinggevende” troefkaart uit: we trekken een foreman aan z’n gilet en proberen hem in eenvoudige bewoordingen diets te maken dat zo’n helm dan wel A/ niet modebewust, B/ vaak oncomfortabel en C/ waarschijnlijk inderdaad voor “janetten” is, maar dat het nu éénmaal MOET van de Grote Vijand, de wetgevende match c.q. het parlement. De mogelijke reacties variëren dan van een wilde staking tot luid hoongelach en een duidelijk “gaai hèt maai niks te zeggeuh”. Uiteindelijk is het dan helaas een zwaar arbeidsongeval dat de balans doet kantelen: “als de Jos zijnen helm had gedragen, had ‘em nog geleefd”. Hoppa, iedereen de helm op. Want “wat de Jos heeft voorgehad, dat willen we precies zelf niet”.

Flash Forward naar de betoging van 24 mei laatstleden, waar een licht benevelde vakbondspersoon de Brussels commissaris Vandersmissen neerkoekt. Eerste vraag die uw beroepsmisvormde dienaar dan door het hoofd schiet, is: “Waarom draagt die kwiet (de commissaris, voor alle duidelijkheid) geen helm?”. Zeker omdat hij een leidinggevende is en aldus een voorbeeldfunctie heeft, maar ook omdat zijn manschappen wél een helm inclusief nekschild op de toren hebben. Waarom dan hij niet? Machogedrag? Vergeten? Misschien een domme vraag, we zeggen het er zelf maar bij.

Maar we zijn nog niet klaar met ons helmverhaal: op 28 mei slaat het noodlot toe in de koers: tijdens de Baloise Belgium Cycling Classic Koers van België (of zoiets) speelt een verraste motard bowling met een aantal renners in de rol van kegel, waarbij Stig Broeckx enkele hersenbloedingen oploopt. Los van het feit dat de directie spreekt van een “spijtig ongeval”, waar uw nog steeds beroepsmisvormde kribbelaar toch vragen bij heeft en diverse kanttekeningen bijplaatst, noteren we dat de heer Broeckx wél een helm droeg. Een fait-divers dat niet helemaal “divers” is, aangezien we durven stellen dat hij zonder die helm morsdood geweest zou zijn, waarbij de akelige beelden van Fabio Casartelli weer even door onze –toegegeven, zieke– geest flitsen.

In onze zoektocht naar mentaliteitswijziging geven we toe (en met “we” bedoelen we “ik”, onze innerlijke Julius Caesar speelt af en toe op) dat we tot recentelijk op zoek waren naar een manier om op bevattelijke wijze duidelijk te maken waarom een (aangepaste) helm belangrijk kan zijn. Die zoektocht kunnen we nu staken; we tonen simpelweg de beelden van commissaris Vandersmissen en van renner Stig Broeckx. Dat volstaat.