Verkeerslesjes

(bron: FreeImages.com/Patrick Nijhuis)

(bron foto: FreeImages.com/Patrick Nijhuis)

Tegenwoordig verslikken we ons niet zo vaak meer in onze koffie. Zelfs niet bij krantenstukjes over moordende wegpiraten die onschuldige kinderen doodrijden en daar goedkoop mee wegkomen. Daar zijn redenen voor. Goeie zelfs. Getrouwd zijn met een procureur bijvoorbeeld, waardoor de verhalen over een gerechtelijk apparaat met middeleeuwse middelen versus professionele criminelen ons stilaan de oren uitkomen. Gewenning ook, als je elke dag geconfronteerd wordt met nieuwe schrijnende videobeelden van Syrische kinderen, gevangen in een oorlog die ze gevraagd noch gewild hebben.

Nu weten we wel dat het proces van onze hoger vermelde doodrijder uitvoerig op asociale media gevoerd werd/wordt, en we hoeden ons ervoor om de vox populi als bron van strafmaat te gaan gebruiken, want voor je het weet kan je op dinsdag naar een lynchpartij, wordt er op donderdag een galg opgericht op het marktplein en zijn er in het weekend dagvullende festiviteiten rond de onthoofding van een kruimeldief. Gelijk in Syrië quoi, zoals gezegd niet de place to be. Uw dienaar, vaak een tikje impulsief, vindt ook dat een voertuig al lang gelijkgesteld had moeten worden met een vuurwapen, en een dodelijk ongeval met verzwarende omstandigheden aldus al lang had bestempeld moeten worden als “moord met voorbedachten rade”, maar zoals gezegd: wat impulsief, uw kribbelaar.

Regelmatig verschijnt er in de vaderlandse pers dan een infografiekje waarin de oorzaken van verkeersongevallen worden opgesomd, met onveranderlijk bovenaan “dronkenschap” en “overdreven snelheid”, beiden gecorreleerd met de risicobron “chauffeur”. De wakkere preventieadviseur schiet dan overeind, grabbelt het klaarliggende preventiezakboekje vast, bladert naar pagina x, paragraaf zoveel en leest daar onder “De preventiehiërarchie”: “stap één: risico’s voorkomen aan de bron”. Vraagje aan diezelfde wakkere lezer: waarom wordt dat dan niet gedaan? Het begrenzen van voertuigen: dat kan al. Een alcoholslot plaatsen: dito. Chauffeur met z’n klauwen van de knoppen houden: in de pijplijn. Dus waarom, WAAROM, doen onze beleidsmakers daar niks aan? De boete verhogen tot wat zij noemen “astronomische hoogte” (hoongelach op de achtergrond), dat wel. Iets waarvan de inslaapsukkelende preventieadviseur weet dat het niet marcheert. Signalisatie, dat doen we ook: bordjes met “Drink niet!”. Het zal wel. Zie mij bibberen. Maar geen ingrepen ten gronde. Want: alcoholgebruik zit in onze cultuur, en daar raken we niet aan.

Zijstapje: ondergetekende doet in de weekends al eens een poging om te voetballen, en bij goed weer gaan moeder-de-vrouw en de kinderen wel eens mee. Vrouwlief rijdt niet graag met mijn tuut, dus hang ik er steeds aan. En uw dienaar lust ook wel een pintje. Twee ook zelfs. Niet méér, want we beschouwen ons al bij al als verantwoordelijk en er rijden toch enkele pagadders mee, nietwaar? Onlangs waren we onderweg naar een judotraining van diezelfde pagadders, en in al onze goedbedoelde opvoedkundige grootsheid waren we de kinderen aan het instrueren: “Denk eraan, blijf met uw poten van sigaretten. En drugs. En alcohol. Wie rijdt, drinkt niet. Onthou dat!” Waarop de oudste repliceert met “Maar papa, jij drinkt toch ook een pintje op de voetbal?” (sic).

[Genante stilte]

Hij heeft verdorie gelijk. En als wij als professional het al niet kunnen laten… Edus: schluss damit. Geen alcohol meer als we rijden, gedaan. En we gaan op zoek naar een alcoholslot. En daarna naar een nieuwe tas koffie. En een gazet.

Zet hem op!

helm-xxx

De zin en onzin van helmdracht, de discussie is dagelijkse kost in een operationele omgeving. Enig pragmatisme kan helpen, maar vaak is de weerstand dermate groot dat het op rebellie en opstand begint te lijken. Een verleden op een containerterminal leert dat het verplichten van helmdracht aan havenarbeiders vaak uitdraait op een regelrechte machtsstrijd, waarbij “de dok” vaker dan gewenst vol lag met dobberende gele helmpjes, met op de blauwe steen een hele bende joelende en opgewekte dokwerkers.

De goed opgeleide preventieadviseur speelt in zo’n geval zijn “leidinggevende” troefkaart uit: we trekken een foreman aan z’n gilet en proberen hem in eenvoudige bewoordingen diets te maken dat zo’n helm dan wel A/ niet modebewust, B/ vaak oncomfortabel en C/ waarschijnlijk inderdaad voor “janetten” is, maar dat het nu éénmaal MOET van de Grote Vijand, de wetgevende match c.q. het parlement. De mogelijke reacties variëren dan van een wilde staking tot luid hoongelach en een duidelijk “gaai hèt maai niks te zeggeuh”. Uiteindelijk is het dan helaas een zwaar arbeidsongeval dat de balans doet kantelen: “als de Jos zijnen helm had gedragen, had ‘em nog geleefd”. Hoppa, iedereen de helm op. Want “wat de Jos heeft voorgehad, dat willen we precies zelf niet”.

Flash Forward naar de betoging van 24 mei laatstleden, waar een licht benevelde vakbondspersoon de Brussels commissaris Vandersmissen neerkoekt. Eerste vraag die uw beroepsmisvormde dienaar dan door het hoofd schiet, is: “Waarom draagt die kwiet (de commissaris, voor alle duidelijkheid) geen helm?”. Zeker omdat hij een leidinggevende is en aldus een voorbeeldfunctie heeft, maar ook omdat zijn manschappen wél een helm inclusief nekschild op de toren hebben. Waarom dan hij niet? Machogedrag? Vergeten? Misschien een domme vraag, we zeggen het er zelf maar bij.

Maar we zijn nog niet klaar met ons helmverhaal: op 28 mei slaat het noodlot toe in de koers: tijdens de Baloise Belgium Cycling Classic Koers van België (of zoiets) speelt een verraste motard bowling met een aantal renners in de rol van kegel, waarbij Stig Broeckx enkele hersenbloedingen oploopt. Los van het feit dat de directie spreekt van een “spijtig ongeval”, waar uw nog steeds beroepsmisvormde kribbelaar toch vragen bij heeft en diverse kanttekeningen bijplaatst, noteren we dat de heer Broeckx wél een helm droeg. Een fait-divers dat niet helemaal “divers” is, aangezien we durven stellen dat hij zonder die helm morsdood geweest zou zijn, waarbij de akelige beelden van Fabio Casartelli weer even door onze –toegegeven, zieke– geest flitsen.

In onze zoektocht naar mentaliteitswijziging geven we toe (en met “we” bedoelen we “ik”, onze innerlijke Julius Caesar speelt af en toe op) dat we tot recentelijk op zoek waren naar een manier om op bevattelijke wijze duidelijk te maken waarom een (aangepaste) helm belangrijk kan zijn. Die zoektocht kunnen we nu staken; we tonen simpelweg de beelden van commissaris Vandersmissen en van renner Stig Broeckx. Dat volstaat.