Joe’s Garage

joegarage

Het voordeel van mijn werk is dat af en toe het internet afspeur op zoek naar interessante invalshoeken over welzijn op het werk. Zo belandde ik onlangs op een blog van Kevin Jones, ‘Productivity Commission looks at workplace bullying – not really’ op SafetyAtWorkBlog.

Dat er in Australië zoiets bestaat als een Productivity Commission trok onmiddellijk mijn aandacht, zeker omdat die zich met ‘softe’ onderwerpen als pesten en geweld op het werk bezighoudt. De tekst op zich is niet zo vleiend voor de werking van de commissie en mijn aandacht verslapte, tot ik plots onderaan het artikel een verwijzing zag naar twee goede voorbeelden, althans volgens de auteur. Vooral het Canadese voorbeeld sloeg me even met verstomming: a psychological health and safety Standard. Een norm voor psychisch welzijn?

Inderdaad, dit is de volledige titel van de norm uit 2013: CAN/CSA-Z1003-13/BNQ 9700-803/2013 – Psychological health and safety in the workplace – Prevention, promotion, and guidance to staged implementation.

In Canada zijn er blijkbaar 8 geaccrediteerde organisaties die normen kunnen voorstellen, de zogeheten SDO’s of standards development organization(s). De SCC, Standards Council of Canada accrediteert de SDO’s en keurt de normen goed. Kort door de bocht.

Deze nationale norm kwam ook tot stand met de medewerking van de Mental Health Commission of Canada (MHCC). Die commissie heeft een 10-jarig mandaat van Health Canada, zeg maar de FOD Volksgezondheid van de Canadezen. De MHCC moet helpen om het gedrag en mentaliteit van de Canadezen omtrent mentale gezondheid te veranderen. Canada heeft immers ook zo zijn problemen. 1 op 5 werknemers zou met een depressie sukkelen en 16% heeft er al een gehad. Er staat in dit artikel uit Global News niet bij of de depressies werkgerelateerd zijn, maar het geeft wel te denken.

Het leuke is dat deze norm gratis is. U leest het goed, gratis. Ik heb hem dan ook gedownload en doorgenomen.

De norm lijkt heel sterk op andere systeemnormen, de OHSAS en de ISO’s van deze wereld. De Deming-cirkel zit er ingebakken én, wat heel leuk is, er zitten implementatievoorbeelden voor kleine ondernemingen zoals Joe’s Garage (niet te verwarren met het gelijknamige prachtige Zappa-nummer) en er zit een voorbeeld van audit bij.

Aanvankelijk stond ik behoorlijk sceptisch tegenover zo’n norm. En ik weet niet of mijn scepticisme helemaal weg is. Enerzijds lijkt het logisch, we hebben normen voor kwaliteit, voor milieu, voor veiligheid, waarom dan ook niet voor mentale gezondheid. Je moet echt wel dom zijn om het voordeel van gezonde medewerkers voor een organisatie te ontkennen en uiteraard zijn er factoren op het werk die het mentale welzijn van een werknemer ondergraven. En dat het niet goed gaat met hen mentale welzijn van veel werknemers blijkt wel uit de burn-out-cijfers die Securex recent vrijgaf.

En toch zit ik daar met een dubbel gevoel. De doorsnee-werknemer is 8 uur op zijn werk en dan nog wat tijd onderweg. Hij is ook 8 uur niet op zijn werk en dan slaapt hij ook nog eens 8 uur. Dat betekent 16u van de 24u niet aan het werk. Ook tijdens die 16u zijn er factoren die zijn mentaal welbevinden beïnvloeden.

Versta me niet verkeerd, ik wil hier niet een werkgeversstandpunt verdedigen, maar er is toch wel iets voor te zeggen. Ons privé-leven staat zo in het teken van competitie, van presteren, van steeds maar meer doen. Tijd over in de agenda?  Snel iets zoeken om het gaatje te vullen. Als we vragen naar elkaars kinderen, dan vertellen we over hun schoolresultaten en hun prestaties op het voetbalveld. Over hun welbevinden zeggen we haast nooit iets. Onlangs in het nieuws: de Belgen gaan twee keer per jaar op reis. Hallo? Twee keer reisstress, geregel voor de hond en de planten in de tuin die er gemillimeterd mooi moet bijliggen in de concurrentiestrijd met de buren om de prijs van de mooiste tuin van de gemeente. Wat me dan weer doet denken aan jonge koppels die onmiddellijk een nieuw huis willen met een auto en zo snel mogelijk kinderen “om er dan ook zo snel mogelijk vanaf te zijn”. Waar zijn we mee bezig?

Slotsom: het is goed dat er een Canadese norm voor psychologische gezondheid en veiligheid op het werk is, maar we kunnen er zelf ook iets aan doen door wat vaker niets te doen, echt te ontspannen en misschien nog eens te luisteren naar Joe’s Garage van Zappa.

Nationale Kippenmaand

kiekens

In Amerika bestaat er een nationale kippenmaand. I kid you not. Gevonden op de site van de American Society for the Prevention of Cruelty to Animals. En gelijk hebben ze, die diertjes moeten beschermd worden tegen de excessen van onze schaamteloze race naar meer en goedkoper. Van vleeskoeien kan je zeggen dat het biefstukken op poten zijn, hetzelfde geldt voor de kleine tweepoters: hoe zwaarder en hoe sneller op gewicht, des te beter.
Als ze volgroeid zijn worden ze machinaal geslacht. Hoe sneller, hoe beter. En laat het daar in de Verenigde Staten nu ook fout gaan.

Dit verhaal over kippen begon toen ik te weten kwam dat NIOSH een rapport had uitgebracht over de snelheid van de slachtlijnen. De vraag om een rapport kwam van het FSIS, Food Safety and Inspection Service, een onderdeel van het USDA, zeg maar het Amerikaanse ministerie van Landbouw. Bij de invoering van een nieuw inspectiesysteem wilde men ook de snelheid van de lijnen opdrijven, maar om er zeker van te zijn dat dit voor de arbeiders geen probleem zou zijn, vroeg men dus een rapport bij NIOSH.
In Amerika is de lijnsnelheid al meer dan 60 jaar lang vastgelegd op 140 dieren per minuut per arbeider (bpm, birds per minute, geen grap). Tussen de arbeiders bevinden zich ook inspecteurs om na te gaan of er geen dieren tussen zitten die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie. Een deel van het plan was die inspecteurs te vervangen door eigen werknemers die de kadavertjes controleren. Zelfregulering zeg maar. Minder wetgeving en minder pottekijkers.

140 bpm. Te vergelijking, Bleed it out van Linkin Park heeft net 140 beats per minute. Denk maar eens dat met elke hoofdknik er een kadavertje passeert. De gevolgen van dit tempo zijn blijkbaar catastrofaal. De studie stelde vast 42% van de arbeiders leed aan Carpal Tunnel Syndrome. NIOSH voerde deze studie uit voor de verhoging van de snelheid en na de verhoging van de snelheid.
Tot groot jolijt van de industrie was er nauwelijks verschil tussen de twee meetmomenten.
Dit deed hen dan ook onmiddellijk besluiten dat de snelheid van de lijn geen invloed heeft op het bewegingsapparaat van de werknemers en dat de lijnsnelheid, op gezag van NIOSH, kon verhoogd worden.

NIOSH zat natuurlijk verveeld met het feit dat ze voor de kar van de voedselindustrie werden gespannen, zeker ook omdat er behoorlijk wat tegenwind kwam uit vakbondskringen en van organisaties die toekijken op de voedselveiligheid. NIOSH haastte zich dan ook om tekst en uitleg te geven bij het rapport. De sector kwam zwaar onder druk te staan omdat er organisaties waren die zo ver gingen de regering van de Verenigde Staten voor de Inter-Amerikaanse Commissie voor Mensenrechten te dagen omdat ze geen maatregelen nam om de mensenrechten van de arbeiders in de sector te beschermen.

Uiteindelijk heeft het USDA een nieuw inspectieprogramma (NPIS) uitgewerkt met minder inspecteurs. Maar de lijnsnelheid werd niet verhoogd. Zoals een commentator zei, men heeft beslist een slechte situatie niet nog slechter te maken. Zo’n 200 bedrijven zullen dit nieuwe systeem gaan gebruiken, de overige behouden de oude inspectiesystemen.

Er zijn ook een aantal veiligheidsregeltjes in de nieuwe wetgeving opgenomen. Eentje toont echt wel aan hoe goed het gesteld is met het arbeidsklimaat: de 200 bedrijven moeten een poster van OSHA ophangen. Op die poster staat informatie over symptomen van werkgerelateerde aandoeningen en vermeldingen van het recht van de werknemer om zijn werkgever te wijzen op gezondheidsproblemen zonder bang te moeten zijn voor represailles.
Lang leve nationale kippenmaand.

Voor een welzijnstoets in de hoofden van management

Image courtesy of smokedsalmon / FreeDigitalPhotos.net

Image courtesy of smokedsalmon / FreeDigitalPhotos.net

De theorie? Laten we nu eens ons eerste preventieprincipe doordrijven. Vermijden dus dat er risico’s onze organisatie binnenkomen. Zo heel veel middelen om dit te bewerkstelligen hebben we niet. We hebben de drie groene lichten die de besten onder ons hebben afgedwongen. Arbeidsmiddelen bestellen = langs de preventieadviseur passeren.

De werkelijkheid? Ondertussen beslist het management vrolijk een heleboel dingen die allemaal een impact hebben op het welzijn van de werknemers. Hoewel dit niet altijd zo duidelijk is bv. “We gaan een actie voeren om de verkoop te boosten”. Wat is daar nu veiligheid aan?  Dat dit gebeurt door interims in te schakelen, door de vaste krachten overuren te laten draaien, dat hiervoor onderhoud aan de machines moet uitgesteld worden, maakt dit uiteraard een beslissing met welzijnsissues. Aan heel veel managementbeslissingen zitten welzijnsgevolgen. Dit kan tenslotte moeilijk anders. Het welzijnsgebeuren is MUOPO. Elke beslissing van het management heeft ten minste een impact op 1 van die 5 elementen.

De welzijnstoets? Wat te doen dan?  De preventieadviseur mee in de board room?  In your dreams. Dit is ook niet nodig.
Het enige wat moet gebeuren is een heel korte reflectie van het management team: Wat is de impact van onze maatregel?  Een welzijnstoets dus.

Stel dat dit verplicht zou zijn, dat het management bij elke maatregel even moet nadenken over de implicaties (wat me niet eens zo vergezocht lijkt) en ook moet aangeven wat de verwachte impact is (groen-oranje-rood, puntenschaal…). Zou dit geen positief effect hebben want (nog) betere beslissingen wegens meer doordacht, beslissingen die rekening houden met de werknemers, of alleszins beslissingen waarbij rekening gehouden is met de impact op werknemers.

In geval van twijfel kan de PA om advies gevraagd worden. In de zin van: “Beste PA, we denken aan maatregel X, maar weten niet goed of die risico’s inhoudt. Kun jij dit in vertrouwen even onderzoeken?”

Die welzijnstoets gaat er nooit komen, toch nooit op papier. Maar als we hem in het hoofd van het management krijgen, zijn we alweer een stapje dichter