De vernieuwde Codex. Hij kwam op kousenvoeten.

(bron foto: morguefile.com-krosseel)

Het is toch wel straf. De grootste verandering in de welzijnswetgeving sinds de invoering van de welzijnswet en geen haan die ernaar kraait.

Wakker worden, allemaal ! De Codex wordt overhoop gegooid. De oude vertrouwde structuur met 8 titels wordt vervangen door een nieuwe structuur met 10, nee geen titels, wel boeken.

Een beetje verandering vereist toch een bepaalde grondigheid. Toch?

Dus we gaan van 8 titels naar 10 boeken, we gooien er nog een paar definities tegenaan van begrippen waar experten al jaren over bakkeleien (jawel, jawel, “gevaar”, “risico”, “bevoegd persoon”… ze passeren allemaal de revue) en tot slot hernoemen we de hoofdstukken tot titels. Et voilà… geen enkel boek, geen enkele brochure, geen enkele referentie naar wetgeving van de laatste twee decennia is nog correct. Iemand lacht vast in zijn vuistje.

Zelfs bij de FOD WASO zijn ze er blijkbaar nog niet goed van. Je moet namelijk erg hard zoeken om de aankondiging terug te vinden. Je zou denken dat er een uitgebreide campagne zou zijn geweest, misschien zelfs een persconferentie. En uiteraard een brede aandacht op sociale media. Het was vrijdag 28 april tenslotte toch de werelddag voor de veiligheid en de gezondheid. Die gelegenheid laat je toch niet voorbijgaan?

Maar nee. Geen enkel bericht te vinden op de site van de FOD WASO zelf. Niks. Nada. Noppes. Andere nieuwssites, ook binnen de preventiewereld bekeken. Opnieuw niks. En ook nada en noppes waren weer van de partij. Dan maar presscenter.org gecheckt, perscentrum van de Belgische overheid. Weer niks*.

Eigenlijk moest je dus al weten dat het bestond om het te kunnen vinden. Gelukkig had een vogeltje het ons ingefluisterd. Of, zoals Marvin Gaye placht te zingen: I heard it through the grapevine.

Het lijkt net of het niemand interesseerde, ook niet aan de bron. De minister zelf niet. Zijn diensten niet. Uiteindelijk konden we het persbericht toch opsporen. Weggemoffeld op de persoonlijke website van minister van Werk Kris Peeters. Die het afgelopen donderdag en vrijdag te druk had met luisteren naar de Antwerpenaren in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. En ach, in het licht van de gemeenteraadsverkiezingen, wat stelt een nieuwe Codex dan voor. Ook, zelfs, als minister van Werk.

En zo kwam de nieuwe Codex tot ons op kousenvoeten. Op 28 april 2017.

 

*En daarmee zijn Preventiekronkels, samen met het PVI (via LinkedIn en in de PVI-wijzer), en Konsilo (in een extra nieuwsbrief) de eersten binnen de preventiewereld die er enige aandacht aan besteden.

Fout. Fout. Fout. Waarom dit burn-out voorstel zo fout is

help-shutterstock_339365699

We schrijven de nazomer van 2008. Een zonnige, aangename dag. Zo een waarvan elk mens automatisch gelukkiger wordt, opstaat en denkt: “Vandaag gaan we er eens het beste van maken.” Zo ook ik. Als ik een uur of drie bezig ben met werken, krijg ik telefoon.

“Of ik eens kan langskomen?”

“Natuurlijk, geen probleem, ik kom af.”

Onderweg stel ik mij wel wat vragen. Het was immers de eerste keer dat een kaderlid mij specifiek opbelde. Ik, een arbeider. Ook al werkten wij als delegatie al jaren samen – arbeiders, bedienden en kaderleden – het bleef toch voor velen een drempel. Natuurlijk was ik blij dat hij eindelijk door iemand genomen werd, maar toch stelde ik mij de vragen: “Waarom ik? Waarom nu?”

Toen ik de deur opende, zag ik de persoon in kwestie aan een bureau zitten met daarachter een groot, ooit maagdelijk wit, magnetisch bord. Het wit werd door de tijd gaandeweg vervangen door opschriften in stift en tal van documenten die elkaar flankeerden. Dat bord was de dagen en weken ervoor iets om trots op te zijn. De heilige graal waar menig multi-tasker maar al te graag mee wil uitpakken.

“Kijk eens wat ik kan! Wat ik allemaal doe. Heb je nog een projectje? Breng gerust!”

Toen ik de deur achter mij in het slot trok, maakte ik echter één van de meest beklijvende dingen mee uit mijn leven. Die volwassen persoon, van wie geweten was dat er blijkbaar niet genoeg gewicht in de wereld bestond om op de schouders te dragen, die bezweek waar ik bijstond. Barste in tranen uit. Gebroken. Leeg. Compleet op.

Daar sta je dan. Zelf ook hulpeloos.

“Wat gebeurt er hier?”

Sinds die dag ben ik Don Quichotte die strijd tegen de neoliberale windmolens. Want na die persoon zijn er nog wel enkele de revue gepasseerd. Niet enkel bij ons, maar overal in de maatschappij. Psychosociale risico’s willen (h)erkennen is voor zoveel (bedrijfs)mensen moeilijk. Zelfs als ze er mee geconfronteerd worden in hun nabije omgeving. Het wordt nog te vaak aanzien als een soort van eigen falen. Te gemakkelijk wil men het verband leggen met de privé.

Psychosociale risico’s willen (h)erkennen is voor zoveel (bedrijfs)mensen moeilijk.

Meer flexibiliteit, meer (over)uren, minder vaste contracten, langer werken en de race to the bottom van alsmaar meer met minder hebben echt wel oorzakelijke verbanden met de toename van psychosociale risico’s, maar dat willen ook sommige politieke partijen niet geweten hebben. Zo verscheen recent het voorstel om mensen tijdens een burn-out elders te laten werken.

Als werkgevers en politiek echt werk willen maken van psychosociale risico’s, dan zal men als eerste stap moeten toegeven dat men moet inzetten op het preventieve, eerder dan het curatieve. En laat dat nu net compleet ontbreken in dit voorstel.

Ik las op mijn facebookprofiel overigens onderstaande vergelijking die de spreekwoordelijke nagel op de kop sloeg:

Dat is hetzelfde als wanneer de batterijen van je afstandsbediening plat zijn en er iemand zou zeggen: “Steek ze dan in een andere afstandsbediening.”

 

Sierre, wanneer de zoektocht naar een zondebok het overneemt van systeemdenken.

(bron foto: freeimages.com/SigurdDecroos)

Vijf jaar geleden werd 13 maart 2012 een donkere pagina in onze geschiedenisboeken. Het was de dag dat een schoolbus in een tunnel in Zwitserland bruusk botste, zo het leven van 28 mensen abrupt beëindigde en vele levens voor altijd zou veranderen. Ik heb bewust gewacht met dit onderwerp, niemand wil beticht worden van beter te worden van dit ongeval. En het ongeval mag niet misbruikt worden om een punt te maken, dat werd al wel gedaan door anderen. Wanneer de sereniteit terugkeert, is het tijd om het debat te voeren vanuit een ander perspectief.

Het debat over dit ongeval werd ongemeen hard gevoerd in de media; de radio draaide om niets anders, uitzendingen werden gestopt. Het was, terecht, een nationale tragedie. De respons de volgende dagen wekte bij mij medelijden, daarna het gedacht ja we weten het,  en uiteindelijk irritatie op. Wanneer men spreekt over de bad apple theory dan kan deze case als voorbeeld gebruikt worden. De buschauffeur werd heel snel aangeduid als de schuldige van het verhaal. En of de buschauffeur een slecht persoon was, iemand met een depressie of iemand die zich vergist heeft, doet eigenlijk helemaal niet ter zake. Het dieptepunt van de bad apple theory werd dan ook bereikt toen men de namen van de chauffeurs van de gedenksteen verwijderde. (Un)name, shame and blame kreeg een nieuw kader.

Het onderzoek liet heel snel blijken dat de bus niet te snel ging, er geen derde partij betrokken was, de bus geen technische gebreken vertoonde, de infrastructuur goed was en de onduidelijke wegmarkering niet aan de basis lag van het ongeval. Men kon dan niet anders concluderen dan dat menselijke fout aan de basis lag van dit ongeval. De verdediging van deze hypothese was niet enkel counterfactual, maar het was ook ongelooflijk veroordelend. Men concludeerde dat er geen remsporen waren, dat de bus niet naar de andere kant werd geslingerd. Medisch gezien concludeerde men dan weer dat het geen zelfmoord bleek te zijn en dat er geen hartfalen was. Het moest dan wel zijn dat de chauffeur een flauwte had gehad of een onoplettendheid aan de basis lag van dit ongeval.

Wanneer we deze tragedie echter bekijken vanuit een systeemhoek, dan blijkt dat er een aantal zaken zijn die toch wel wat meer aandacht verdienen. Ondanks dat de bus al was uitgerust met gordels, zouden kinderen door de bus zijn gekatapulteerd. Indien een gordel niet voldoende bescherming biedt tegen een crash van 100km/h, dan zijn de gordels niet voldoende of rijdt de bus te hard voor haar beschermingsmiddelen. Ook kan er wat gezegd worden over het ontbreken van een zelf remmend-systeem. We hebben de technologie, waarom zou een bus daar niet mee worden uitgevoerd? Waarom is er geen systeem zoals in wagens dat kinderen verplicht om in speciale zitjes te zitten?

Het systeem verwijt de zwakste schakel, de mens. Ondanks dat beide chauffeurs hun kant van het verhaal niet kunnen vertellen, maken we wel een conclusie die enkel rekening houdt met het ontbreken van de chauffeurs hun beslissingen. Het soort tunnelvisie (pun not indended) waarin we verzeild geraken, kan terug geleid worden naar ons oorzaak-gevolg denken. Er moet een schuldige gevonden worden om dit soort tragedies te verklaren. Door die zoektocht naar de zondebok of die ene verklaring, vergeten we dat het systeem geen marge heeft om te falen. Een bus heeft sinds kort maar veiligheidsgordels, er zijn veel minder veiligheidsfuncties dan in een wagen. Doordat een bus zo weinig veiligheidsmarge heeft, is het verschil tussen falen en succes flinterdun.  We rekenen op de sharp end of the stick om de juiste beslissingen te nemen, elke seconde opnieuw. We verlangen van de chauffeur en alles er rond om continu perfect te zijn, terwijl we weten dat het nooit perfect zal zijn.

Het brengt ons op het punt dat de consequentie onze reactie bepaalt. Hoe groter de impact van de ramp, hoe heviger onze roep naar verklaringen en als het kan een zondebok. Maar de meerwaarde van deze antwoorden en het vinden van die zondebok staat in schil contrast met de schade die we veroorzaken tijdens de zoektocht er naar. De antwoorden en de zondebok zullen nooit de leegte en de pijn vervangen. Ondanks dat waarheid en feiten iets zijn dat we achteraf gezien maar construeren, is de zoektocht ernaar zo belangrijk dat we misschien evenveel schade veroorzaken. Retributie heeft weinig of geen zin als het over drama’s gaat zoals Sierre en dodelijke arbeidsongevallen. Laat ons trachten naar sensemaking te gaan vanuit een systeemvisie. Het ongeval zelf gaan we spijtig genoeg niet meer kunnen voorkomen, maar door de systemen beter te maken, gaan we misschien wel voorkomen dat het gevolg bij het volgende busongeval zo verschrikkelijk is.

Schuif niet alles in de schoenen van de inspectie (of de werkgever)!

Het ACV klaagt vandaag in de kranten aan dat er te weinig controleurs zijn om na te gaan of bedrijven wel  voldoende preventiemaatregelen nemen in de strijd tegen burn-outs. Dit is een jaarlijks terugkerende oproep van de vakbond en de werkgevers gaan daar een eind in mee. Maar om nu ook al burn-outs als argument in te roepen, gaat om meer dan één reden te ver.

Het preventiebeleid inzake psychosociale aspecten (incl. stress, burnout, pesten, enz.) is in de eerste plaats een zaak van werkgever en werknemers zoals ook bevestigd door de sociale partners. Zo hebben ze er in een gezamenlijk advies voor gepleit om de voorrang te geven aan collectief overleg op ondernemingsniveau. We nemen aan dat ACV met zijn oproep niet bedoelt dat een Comité PBW en/of vakbondsafgevaardigden weinig nut hebben. In datzelfde advies wordt er ook op gewezen dat een individu dat een probleem van psychosociale belasting heeft, hiervoor in eerste instantie de algemene wijzen om problemen op te lossen in een onderneming dient te gebruiken. De werknemers hebben daarnaast ook meer dan voldoende wettelijke instrumenten in handen om problemen aan te kaarten en naar oplossingen te zoeken.

Het is dan ook eigenaardig om nu de Inspectie ‘toezicht welzijn op het werk’ als de grote hefboom te beschouwen. De problematiek overstijgt trouwens het domein van welzijn op het werk en kadert ook in het HR-beleid van de onderneming én in de (loopbaan)keuzes die de werknemer al dan niet maakt. Omwille van de complexiteit en het feit dat ook persoonlijke factoren (persoonskenmerken, aspiraties,…) spelen, kan, zelfs met goede preventiemaatregelen, overigens niet gegarandeerd worden dat elk probleem voorkomen wordt.

Noteer wel dat ook de werkgevers vragende partij zijn voor voldoende bemande en kwalitatief sterke inspectiediensten in het kader van het realiseren van een ‘level playing field’ voor alle ondernemingen. Efficiënte inspectie bestaat trouwens niet alleen uit het één op één inspecteren van ondernemingen. Datamining voor gerichte controles, een ‘one to many’ aanpak op sectorniveau, preventiecampagnes, optreden naar aanleiding van ongevallen of klachten, … inspectiediensten zetten een gamma van instrumenten in om hun doel te bereiken. Het aantal inspecteurs tellen en afzetten tegen het aantal ondernemingen is dus een beetje kortzichtig.

De boodschap die ik uitstuur naar bedrijven is om als uitgangspunt te vertrekken van ‘Hoe creëer je een organisatie waarin werknemers het beste van zichzelf kunnen en willen geven?’ Bevlogen werknemers, mensen die met goesting en trots werken, daar ligt de win-win voor het bedrijf en de betrokkenen. Dat betekent dat ik vraag om te focussen op alle aspecten van de job en de werknemer, nu en later, en om in te zetten op het ontwikkelen van werknemers via competentiemanagement, talentmanagement en loopbaanbegeleiding.

Conclusie: ja, werkgevers en werknemers zijn gebaat bij adequate inspectie maar dat u met uw jaarlijkse oproep als ACV hier nu ook al de oorzaak van burn-outs in ziet, is meer dan een brug te ver.

Legaal tot in het illegale?

Waar trek je de grens bij het letterlijk interpreteren van de wetgeving? Waar duw je de geest net iets teveel over de grens?

Ik ken werkgevers die alle stappen en initiatieven inzake preventie in de eerste plaats laten afhangen van het oordeel van de bedrijfsjurist.

Kun je me het artikel in de wetgeving tonen waar dit expliciet verboden of verplicht wordt?” Rookmelders, asbestinventaris, EHBO-opleidingen, evacuatiewegen in zowel aantal als breedte, … Geen enkel item ontsnapt aan de jurist. “Is dit wel een PBM? Want werkkledij moet niet naar het CPBW, of kunnen we zelfs afschaffen…” En ga zo maar verder.

Is de term “opleiding” gedefinieerd in de wetgeving? Of kunnen we het afgeven van een A4 als de verplichte opleiding beschouwen? De rentabiliteit stijgt zonder onthaalopleiding. Ze daalt natuurlijk van zodra de nieuweling in zijn vingers snijdt… maar die vijf minuten winst op het onthaal… die is belangrijker.

De rol van risicoanalyse is hierbij vaak ook formeel-legalistisch. Ze wordt opgemaakt omdat het moet, en wordt vervolgens aan de kant geschoven, zodat we verder kunnen op basis van de andere artikels uit het KB…

Het is een uitdaging om in een dergelijke omgeving te functioneren. Je mag dat ook niet te lang doen. Doe het zolang je als preventieadviseur, als mens, bijleert. Hoe denken juristen? Hoe denken dergelijke directiecomités? Hoe kan ik het omzeilen? Hoe speel ik schaak in een dergelijke omgeving? Hoe zet ik wie mat, of toch even schaak?

Zorg er wel voor dat je niet gecorrumpeerd raakt. Als preventieadviseur ben je geen jurist. Je bent er voor het welzijn van de werknemer. Je bent er de facto voor het langetermijndenken en overleven van het bedrijf. Want de overdreven legalistische denkwijze is niet duurzaam. Dergelijke bedrijven overleven niet in the long run.

Er staat nergens in de wetgeving dat je een koffie moet aanbieden aan je werknemers. Nochtans overleef je als bedrijf niet zonder het aanbieden van een ochtendkoffie. Daar gaat het om. Niet over de letterlijke lezing van de wet, maar over het soigneren van je mensen. Zodat die iedere dag weer de strijd met je concurrenten aangaan, en die winnen. Enkel door die dagelijkse overwinning in de markt, overleeft het bedrijf. Niet door de bedrijfsjurist een nieuwe BMW te geven. Echt niet.

De arbeidsmarkt is krap geworden. Talent kan kiezen. Niet de werkgever kiest, maar het talent. En ze doen dat bij de koffie, ’s ochtends. Als die lauwtjes is, kun je het schudden. Dan kun je met je bedrijfsjurist vergaderen over de leegloop van je bedrijf. Over hoe je via een letterlijke lezing van de wetgeving je turnover kunt aanpakken. Ik zou beginnen met die jurist zijn koffie af te nemen tot hij een antwoord kan formuleren op deze vraag…

Sociaal overleg, een kleurrijk spektakel

Gisteren vertelde een bedrijfsleider me dat ik de eerste persoon sinds lang was die, ik citeer, “niet negatief deed over de vakbond”. Tja… daar had ik even niet van terug.

In de auto zette het me aan het denken. Denken over het gevarieerde kleurenpalet binnen het sociaal overleg.

Ik zit in meerdere CPBW’s. En elk heeft zijn eigenheid. Er is het ‘jonge overleg’. CPBW’s die recent gevormd werden. Net na de sociale verkiezingen van 2016. Zie ze maar als ‘juniors’. Je kan ze volop begeleiden in de groei binnen het bedrijf. Heel erg aangenaam bij wijlen. Heel erg constructief. Maar vaak ook onwennig voor de werkgever. Hij is al die jaren ‘alleen’ geweest, en heeft nu een partner om mee te overleggen. Vaak is hij degene die het moeilijk heeft met die meute jonge honden die vooruit willen. In groeibedrijven hoort het bij het matuur worden van de organisatie, in krimpbedrijven…

Dat krimpen brengt me bij het ‘combattieve overleg’. Vaak rood van kleur, vaak zuidelijk van geografie… Als het regent in de ondernemingsraad, als het bedrijf “klaargemaakt wordt voor de toekomst” –al dan niet via de wet Renault–  , dan druppelt het in het CPBW. Een goede band met HR en wat er gebeurt in de OR is dan noodzakelijk. Maar evengoed is het een principieel combattief overleg. Dat kom je op soms vreemde plaatsen tegen. De leden gedragen zich naar de preventieadviseur op dusdanige wijze dat die eigenlijk een klacht voor pesten zou moeten indienen. Onbeschoft, grof, direct, beledigend… in naam van de ‘moegetergde’ (dixit) werknemer. De enige die ze moetergen is de preventieadviseur die per belediging minder zin heeft het op te nemen voor de werknemer die ze pretenderen te vertegenwoordigen… En het is wachten tot een dergelijke preventieadviseur eens een klacht voor pesten op het werk neerlegt, zodat die ‘vertegenwoordigers’ collectief aan de deur gezet kunnen worden. Bescherming geldt immers niet bij pesten… Dat is zo formeel vastgelegd…

En dat brengt me bij een derde soort overleg. Het overleg dat ik minst graag heb. Het ‘formalistische’. Een uitnodiging moet op de juiste datum met de juiste aanspreektitel en een postzegel op de enveloppe opgestuurd worden. Een verslag wordt afgekeurd omdat twee uitspraken chronologisch verkeerd genoteerd zijn. En het einduur van het overleg moet op de minuut juist genotuleerd staan. “Just is just”, ik hoor Gaston Bergmans het al zeggen. Ook zij bereiken niet veel. Je moet je woorden dusdanig wikken en wegen, dat de veiligste optie is er weinig woorden aan vuil te maken. Er is geen ruimte voor proefballonnen, voor probeersels. Het is verstikkend correct. Het echte beleid en overleg doe je dan wel buiten, aan de deur. Zonder verslag.

En dus… waarom zou ik negatief zijn over het sociaal overleg? De vakbonden zijn pionnen op het schaakbord. Net als de werkgever. Net als ik zelf. Als alle stukken klaargezet zijn, begin je aan je partij. Soms schiet je in je eigen voet, soms doet een andere partij dat, en heel vaak wordt het een remise. Dan zoek je een manier om je doel te bereiken buiten het overleg om… want met een gelijkspel schiet je immers niets op. De gemakkelijkste weg zoekende, zoals water.

Bedankt, lieve BTB, voor deze grondig foute boodschap

(bron foto: freeimages.com-Vincze Ildi)

Wie vorige week naar de radio geluisterd heeft, of zijn TV opgezet heeft, kon er niet aan ontsnappen. Het evacuatieplan van de luchthaven van Zaventem. Of, eerder gezegd, het (mogelijks) ontbreken van het evacuatieplan van de luchthaven.

Maar eigenlijk doet het er niet toe of dat plan er nu wel of niet was. Want, lieve Belgische Transportarbeidersbond, ik wil u namelijk bedanken voor iets heel anders. Bedankt voor het herhalen en bevestigen op de openbare radio-omroep van een misverstand waar preventiedeskundigen zich al sinds de geboorte van de veiligheidschef (voorganger van de preventieadviseur) druk over gemaakt hebben. En dat is intussen toch alweer bijna veertig jaar geleden.

Bedankt voor het vermelden op de radio met zoveel stelligheid dat “de preventieadviseur verantwoordelijk is voor het verzekeren van de veiligheid van de medewerkers”.

Bedankt voor het vakkundig negeren van de suggestie van de journalist van dienst dat de werkgever hier misschien ook een rol in heeft. Journalist die zich misschien iets beter had mogen voorbereiden en iets harder had mogen aandringen over die taakverdeling, maar soit.

Bedankt dus voor het insinueren dat de preventieadviseur degene is die het allemaal (eindelijk) maar eens moet gaan doen en van zijn luie stoel moet komen.

Bedankt voor het oproepen van dat sfeertje van vergaderen in achterkamertjes door te vermelden dat “die preventieadviseurs van de bedrijven op de luchthaven regelmatig samen zitten te vergaderen, maar wij hebben geen idee van wat ze daar allemaal bespreken”.

In de late namiddag klonk het al iets genuanceerder. Toen hoorde ik de BTB zeggen “de werkgever is natuurlijk eindverantwoordelijke, maar de preventieadviseur heeft ook een rol”. Zo is dat uiteraard.

Intussen is de schade wel aangericht. En nee, dan heb ik het niet over die honderden preventieadviseurs die dit gezwam zuchtend of knarsetandend aanhoorden, ikzelf inclusief. Zuchten en knarsetanden omdat je het herkent als gezwam is een teken dat je tenminste weet waar het schoentje knelt. Nee, dan heb ik het over al die werkgevers en (hogere) leidinggevenden die op weg naar het werk deze boodschap ook nog eens het ene oor in, het andere oor uit hoorden gaan. Hoeveel zouden er zijn die bij zichzelf dachten “zie je wel, ik had het altijd al gedacht, die preventieadviseur van ons, dat is degene die het moet doen”. Die aan hun eigen preventieadviseur dachten en vonden dat die toch best wat meer kon doen voor de veiligheid. Die later op de dag hun preventieadviseur aanspraken om te vragen of ze het ook op de radio gehoord hadden, die ochtend? Om de preventiedviseur in kwestie na het gesprek een beetje verweesd achter te laten omdat alles wat hij geleerd heeft in de cursus of gelezen heeft in de wetgeving, alles wat hij al jaren probeert door te doen dringen tot zijn werkgever, dan uiteindelijk helemaal wordt ongedaan gemaakt doordat iemand van de BTB het nodig vindt om op de radio te zeggen dat niet de werkgever, maar de preventieadviseur verantwoordelijk is voor de veiligheid.

Wat was er aan de hand die ochtend? Overlegvergaderingen waar jullie onvoldoende bij betrokken waren? Nog een eitje te pellen met een werkgever op de luchthaven? Of gewoon oprecht niet weten wie dit soort zaken op zich hoort te nemen? Geen idee wat erger is.

En aldus, lieve BTB: hartelijk dank. Het mag dan lijken alsof je dat eitje gepeld hebt, in de realiteit heb je het grondig besmeurd, voor een ruim publiek dat maar een half woord nodig had om te hervallen in foute denkbeelden en conclusies. Goed bezig. Maar niet echt.