Zomerse kronkels (4): Beroepsmisvorming neemt geen vakantie

 Onder het motto #ZomerseKronkels kiezen in juli en augustus 2017 diverse vaste en gastbloggers een stukje van elkaar, en voorzien het van bijkomend, actueel commentaar.

Deze week een stukje uit 2015 van Wim Mylle, gewoon omdat het zo herkenbaar is: het toch niet helemaal kunnen afzetten van die preventiemodus. Naast de gebruikelijke vakantiekiekjes zijn er elk jaar weer de foto’s waarvan de kinderen -bij het afspelen voor de thuisblijvers- met draaiende ogen zeggen: ‘Ja, die heeft mama getrokken.’

Grappige signalisatieborden op een parking langs de Autoroute du soleil, ergonomisch tuingereedschap in de Efteling, (gebrek aan) beschermingsmaatregelen op werven overal te velde,… ze sluipen stiekem tussen de vakantiefoto’s. Maar als je ze nadien in je presentaties gebruikt sluipt je vakantiegevoel ook weer even stiekem in je preventieverhaal.

 

Geselecteerde stuk: Beroepsmisvorming neemt geen vakantie (van Wim Mylle, oorspronkelijk gepubliceerd in november 2014).

Veel (her)leesplezier !

(© foto: Wim Mylle)

Advertenties

Zomerse kronkels (3): Zet hem op!

Onder het motto #ZomerseKronkels kiezen in juli en augustus 2017 diverse vaste en gastbloggers een stukje van elkaar, en voorzien het van bijkomend, actueel commentaar.

Deze week een stukje uit 2016 van Tom Armanius over de zin en onzin van helmdrachtverplichting. Het is een thema waar ik nog dagelijks mee worstel. Er valt veel te zeggen voor standaardisatie van PBM’s op een site. Maar aan de andere kant krijg je een andere risicoperceptie die werknemers meer risico’s doet nemen. Om daarboven nog hindsight zijn werk te laten doen (den jos had het voorgehad) en Antwerps te citeren (gaai hèt maai niks te zeggeuh) en als toetje mijn verjaardag erin te verwerken. What’s not to like about this post!

Het was Def Dames Dope die het ooit zongen: hé you, don’t be silly,… ik betwijfel alleen dat zij het hadden over de zelfde helm als Tom…

Geselecteerde stuk: Zet hem op! (van Tom Hermans, oorspronkelijk gepubliceerd in juli 2016). Veel (her)leesplezier !

Zomerse kronkels (2): Technostress, shut the servers down. NOT!

Onder het motto #ZomerseKronkels kiezen in juli en augustus 2017 diverse vaste en gastbloggers een stukje van elkaar, en voorzien het van bijkomend, actueel commentaar.

Drie-en-een-half jaar geleden schreef KrikkeDM een blog over technostress. Over het niet meer MOGEN of juist wel MOETEN bereikbaar zijn na de uren. Net voor de zomer van 2017 liet Kris Peeters ook weer een dergelijk ballonnetje op. Een ballonnetje waarbij ik denk dat veel thuiswerkers stress krijgen van het feit dat ze dan tijdens de uren niet meer de was kunnen doen, of het avondeten voorbereiden. Want om vijf uur MOETEN ze onbereikbaar zijn. Terwijl ze nu in de namiddag een uurtje huishoudelijke taken doen om na de uren dat te MOGEN inhalen. Het is maar hoe je het bekijkt.

Geselecteerde stuk: Technostress, shut the servers down. NOT! (van Kris De Meester,  oorspronkelijk gepubliceerd in februari 2014). Veel (her)leesplezier.

4 24 12-technostress-image

Zomerse kronkels (1): de preventieadviseur en de veldkeuken

Onder het motto #ZomerseKronkels kiezen in juli en augustus 2017 diverse vaste en gastbloggers een stukje van elkaar, en voorzien het van bijkomend, actueel commentaar.

Omdat het thema “welzijn op kamp” deze maand weer actueel is, nu alle jeugdbewegingen zich weer klaarmaken om op kamp te vertrekken. En ook omdat de uitdaging van het omgaan met 24/7-bereikbaarheid zich blijkbaar niet langer beperkt tot werkomgevingen, maar nu ook de jeugdbeweging bereikt heeft. Het resultaat was een oproep deze week om je kind met rust te laten als ouder wanneer het op kamp gaat, en niet te verwachten dat het via smartphone de hele tijd bereikbaar blijft. En net zoals op de werkvloer zullen hier mensen zijn die zeggen “houd je liever eerst bezig met de echte risico’s, zoals brand en ergonomie”. Zo herkenbaar. Heerlijk, toch.

Geselecteerde stuk: de preventieadviseur en de veldkeuken (van Katrien Bruyninx, oorspronkelijk gepubliceerd in augustus 2013). Veel (her)leesplezier.

Bron foto: Nele Haesevoets

 

Nut en onnut van ziektebriefjes…

bron foto: gva.be

Kinderachtig heb ik het altijd gevonden. Toen ik nog ‘werknemer’ was, moest ik voor iedere prul een briefje binnen brengen. Buikgriepje? Met wat geluk een uurtje in de wachtzaal zitten. Het ‘geluk’ hangt daarbij rechtstreeks af van de werking van Immodium*.

Na dat wachten, kom je bij een dokter. Die heeft er die ochtend al een twintigtal gezien met dezelfde symptomen, want zaken als griep en buikgriep hebben “seizoenen”. Het absenteïsmerapport van Securex geeft perfect weer wanneer zo’n seizoen valt. Het verschilt per jaar, maar niet veel.

Daar verdient zo’n hooggeschoolde dokter dan zijn boterham mee. Daar geeft het Riziv vervolgens ons belastinggeld aan uit. Terugbetaling van georganiseerde papierhandel. Medicatie krijg je er niet voor, “uitzieken” zegt zo’n dokter dan. Immodium is gelukkig vrij in de handel te verkrijgen, anders haal je de dokter al niet op een fatsoenlijke manier.

Ziektebriefjes… Medisch is het quatsch. Het is een relikwie uit achterdocht. Achterdocht en wantrouwen in de relatie tussen werknemer en werkgever. De werkgever vertrouwt zijn werknemer niet en de sociale partners willen een systeem waar geen speld tussen te krijgen valt. En zo werd deze dinosaurus aan papier en verspilde schaarse medische middelen gecreëerd.

Lode Godderis (KUL) pleitte vorige week om die af te schaffen. Briefjes voor ziekte van een paar dagen laten we beter vallen.

Wetgeving hoeft hier an sich niet voor. Hoe minder papieren tijgers, hoe liever. Iedere werkgever kan hier zelf over beslissen. Beslissen of hij zijn personeel vertrouwt…. Of ligt het niet zo simpel?

En nee, het ligt niet zo simpel, als je het mij vraagt. Je organisatie moet er klaar voor zijn. Als directie mag je niet te snel willen de 21ste eeuw induiken. Je structuur, je omgang met elkaar, je mate van betrokkenheid bij het bedrijf, je loyaliteit als werknemer en leidinggevende… dit en zovele andere factoren moeten goed vallen vooraleer je kan beslissen dat je geen doktersbriefje meer nodig hebt.

Wat natuurlijk niet wil zeggen dat je er niet naar toe kan werken. Als het nu niet kan, belet niets je om je organisatie matuur genoeg te hebben om het in 2020 door te voeren. Liefst vroeg in het jaar, klaar voor het griepseizoen. Een jaarlijkse lakmoesproef.

 

*deze blog werd niet gesponsord door de farma-industrie, vernoemde merknamen zijn niet het resultaat van product placement maar gekozen uit artistieke overwegingen

Veiligheid is niet de afwezigheid van ongevallen!

Er zijn zo van die dagen dat mijn haren recht gaan staan, de Don Quichote komt in mij boven en tot tien tellen helpt dan niet meer. Het zijn zo van die ideale dagen om een preventiekronkel te schrijven. Het gebeurt telkens wanneer ik geconfronteerd word met ongevallenstatistieken die moeten doen blijken dat bedrijven uitblinken in veiligheid. Het lijkt erop dat we al jaren op een doel aan ’t schieten zijn waar onze eigen doelman in staat. Ik stel dan ook graag voor, tegen de stroom in, om die ongevallencijfers collectief door het raam te gooien.

Het lijkt erop dat wanneer je geen ongeval hebt, dat je als bedrijf veilig aan ’t werken bent. Wanneer je die stelling in vraag stelt, wordt je ongetwijfeld afgeschreven als een idioot die niet weet waarover ie het heeft. Maar wanneer je dan de vraag stelt: is het omdat ik zonder botsingen op mijn bestemming aankom, dat ik veilig heb gereden? Dan is het antwoord heel vaak: natuurlijk niet! Of dezelfde vraag iets anders gesteld: wilt het zeggen dat wanneer ik niet ziek ben, dat ik gezond ben? Het is eigenlijk dezelfde stelling als de afwezigheid van ongevallen.

Fig 10 - resultaat sturing (figuur) 1

Carsten Busch – input output outcome

Carsten toont in zijn Fabel 57 goed aan waar het schoentje knelt; we meten op het einde van de dag hoeveel mensen er gewond zijn en concluderen dan of we met z’n allen flink veiligheidsbewust zijn geweest die dag. Maar het verschil tussen een dodelijk ongeval en een near miss is vaak een kwestie van geluk en van positie. Wanneer een slijpmolen losschiet en een enkel een scheur in een broek maakt in plaats van kap in een been, is dit een kwestie van geluk en positie. Niets meer, niets minder. Het automatische remsysteem dat op slijpmolens wordt gehanteerd, kan marge zijn die je inbouwt, maar het perverse effect hiervan is dat de risicoperceptie van het werken met zo’n apparaat volledig verandert.
De vraag dringt zich dan ook op of regelneukerij dan voldoende nut heeft. Maar dat is een preventiekronkel voor later.

In plaats van de afwezigheid van ongevallen te tellen, zouden we beter kijken naar hoe we marge kunnen inbouwen om veilig te falen. En marge inbouwen is niet het uitvoeren van 10 rondgangen per dag, het is niet kijken naar die arme sukkelaar die de slijpmolen bijna in zijn been heeft gekregen. Marge inbouwen betekent dat je gaat kijken hoe je systeem robuust genoeg is om veilig te falen. Die marge betekent in de eerste plaats dat we ons bewust moeten zijn dat risico’s niet statisch zijn, maar heel dynamisch. Het is het erkennen dat risico’s worden beïnvloed door tijdsdruk, beperkte werkvoorbereiding, besparingen en een slechte nachtrust. We kijken als preventieadviseurs heel vaak in risicoanalyses louter naar de sharp end of the stick maar vergeten daarbij dat het momentum van zo’n stok het hevigst wordt beïnvloed door het andere einde van die stok (management, wetgever,…).Marge betekent ook dat we de uitvoerders gaan bekijken als de experts in hun veld en aan hen vragen wat nu de echte risico’s en problemen zijn waar ze mee geconfronteerd worden. Het meten van het aantal rondgangen (en ze vooral top-down opleggen) is op geen enkele manier marge inbouwen. De auditoren gaan inderdaad meer kennis krijgen van de procedures, maar het zijn de uitvoerders die nood hebben aan een systeem waarop ze kunnen rekenen.

Holle slogans zoals ik werk veilig of ik werk niet of we volgen altijd de procedure zijn geen marge, het zijn slaapliedjes waar we ons ’s nachts mee in slaap wiegen. Bouw marge in door naar het systeem in zijn geheel te kijken, ook al is het complex. Onze job is niet simplistisch, er is nood aan een complexe en holistische aanpak die bijdraagt tot het bedrijf en dat van derden waar we mee werken. Start met te kijken naar wat bijdraagt tot het beïnvloeden van marge die echt ongevallen doet voorkomen, in plaats van te sturen op ongevallen waarbij je enkel de utopie voedt dat ongevallen in complexe systemen opnieuw gebeuren wanneer je er niets aan doet.

Het Afwezige Arbeidsongeval

bron tekening: http://www.pctipp.ch

We focussen veel en veel te veel op arbeidsongevallen. De meeste “werkgerelateerde uitval” is geen arbeidsongeval. En toch… toch slagen we er in om quasi een gehele opleiding te tateren over “ongevallen en hun preventie”. Over het registreren van “bijna-ongevallen” en “incidenten”.

Ik geef er zelfs links en rechts een dag les over. Arbeidsongevallen, hoe ze te behandelen, hoe je verslagen en onderzoeken te maken, hoe ze te voorkomen. En ik geef die les verschrikkelijk graag, omdat ze mooi doorspekt kan worden met voorbeelden en anecdotes.

Maar toch… toch moeten we af van die focus op arbeidsongevallen. Of toch in de meeste Belgische sectoren. Er blijft natuurlijk “de bouw” en “de dokken”, hoewel ze een minderheid vormen.

In België hebben we in grote lijnen de arbeidsongevallen onder controle. In de petrochemie spreken we nog van 1 à 3 ongevallen per miljoen gewerkte uren. In België als geheel over 17 per miljoen gewerkte uren. En in die statistieken zitten ook de ongevallen met een verstuikte teen waarvoor je een dagje thuisblijft.

Daartegenover staat dat rugpijn, nekpijn, hoofdpijn geen arbeidsongeval is. De typische problemen die gerelateerd zijn aan “bureauwerk” en “oudere werknemers”, zijn geen arbeidsongevallen. Zo wil ik ook wel een verzekering voor arbeidsongevallen gaan aanbieden. Succes gegarandeerd. Gelukkig heeft de wetgever dit mankement ingezien en in de nieuwe codex een boek “ergonomie” opgenomen. Hopelijk wordt dit boek in de toekomst verder uitgewerkt, de aanzet tot erkenning is er alvast.

Ook ziekteverlof wegens psychische problemen (stress, en aanverwanten) zijn geen arbeidsongevallen. Ze zijn een enorme bedreiging voor veel bedrijven. Ze vormen een groeiende groep afwezigen op het werk, maar zijn geen arbeidsongeval.

En dan is er nog een derde groep: de ongevallen op de weg. Als we ons dan toch willen richten op “harde ongevallen”…. 40 doden in woonwerkverkeer vorig jaar, meer dan 2600 collega’s met blijvende letsels. Maar woonwerkverkeer is geen taak van de preventieadviseur. We leren toekomstige preventieadviseurs niet om op dit domein aan preventie te doen.

En als we het er al over hebben, willen we iedereen op de fiets. Het is gezond, weet je wel. Tot je merkt dat er in Vlaanderen veel meer woonwerkongevallen met letsel zijn dan in Wallonië… Omdat je in de Ardennen net iets vaker met de auto gaat werken en je dus niet in tramsporen, op natte kasseien of een rondpunt op een industrieterrein aan het fietsen bent op weg naar je werk. Fietsend naar het werk? Gezond en milieuvriendelijk, maar met grotere kans op fysiek letsel onderweg…

Conclusie? Beste preventieadviseurs en inspectie, verleg je focus van arbeidsongevallen naar de echte redenen waarom mensen vandaag de dag uitvallen op het werk. Deze zijn: ergonomie, psychosociale en woonwerk. Dat zijn de zaken die we paretogewijs prioritair moeten aanpakken.