22 maart 2016, 08.10 uur

Met de wagen ben ik op weg naar de 37ste Prenne in Sint-Truiden. Op de ring ter hoogte van Tervuren hoor ik plots op de radio dat er een bom ontploft is op Brussels Airport.

Het eerste wat er in mij om gaat is dat ik daar naartoe moet rijden om onze medewerkers te gaan helpen. Echter, de A201 richting Zaventem is al geblokkeerd door de ordediensten. Snel wat telefoontjes in de auto: wie van mijn collega’s is daar aanwezig? Zijn er slachtoffers onder onze medewerkers? Hoe kan ik helpen? Wat kan ik doen?

De Brusselse ring zit inmiddels helemaal dicht. Iedereen maakt plaats voor de vele politie- en brandweerwagens die voorbij komen razen. Ik besluit uiteindelijk om maar rechtsomkeer te maken. Ik ben er toch met mijn gedachten niet meer bij om naar Prenne te gaan.

Op mijn smartphone zie ik via mail de eerste aanwezigheidslijsten passeren. Op enkele vermisten na is bijna iedereen van Autogrill geëvacueerd. Ik probeer collega’s ter plaatse te bellen, er is geen telefoonverkeer meer mogelijk. Per sms heb ik contact met Mensura, onze externe dienst, om een algemeen telefoonnummer te activeren voor psychosociale bijstand voor onze medewerkers. Ondertussen veel vragen in mijn hoofd: heb ik wel voldoende evacuatietrainingen gegeven? Zouden alle procedures wel goed gewerkt hebben? Hebben we de situatie niet onderschat? Zijn er wel voldoende medewerkers opgeleid in EHBO en brand? Wel ironisch dat het toolboxthema van deze maand ‘evacuatie’ is…

Inmiddels thuis aangekomen zie ik de eerste beelden op TV. Vreselijk ! Ik zie verschillende van onze mensen uit de gebouwen wegrennen. Het wordt stilaan duidelijk dat al onze medewerkers er levend uit gekomen zijn. Slechts 3 licht gewonden. Een gevoel van opluchting; het had veel erger kunnen zijn. Nu zorgen dat iedereen psychologisch opgevangen kan worden. Er zullen individuele en groepsessies ingepland moeten worden. Daarna zal er een grondige evaluatie van de evacuatie gemaakt moeten worden want er zouden een aantal nooddeuren niet automatisch zijn opengegaan. Ook de RIE zal dringend moeten worden aangepast. We moeten kijken hoe onze medewerkers op een veilige manier weer aan de slag kunnen gaan en er zal een buitengewoon CPBW gehouden moeten worden…

Mijn medeleven gaat intussen uit naar de vele gewonden en de families en nabestaanden van de vele dodelijke slachtoffers van deze barbaarse aanslag. Mijn respect en bewondering gaat uit naar de honderden hulpverleners en collega’s, zowel intern als extern, die 24/7 klaarstaan om onze medewerkers zo goed mogelijk op te vangen.

Advertenties

“Als het echt is, doen we het wel”

evacuatie-xxx

Onlangs was ik aanwezig op een evenement met ruim 480 ingeschrevenen. Na de koffie en de openingstoespraken werd er in verschillende thematische groepen toelichting gegeven. De situatie was dus dat 480 mensen en wat eigen personeel verdeeld waren over 5 zalen.

Op dat moment gaat het brandalarm af. In de zaal waar ik zat, was geen greintje paniek te bespeuren. Er was ook geen actie te bespeuren. De spreker van dat moment, begenadigd met een uitstekend stel stembanden en dito klankkast, verhoogde simpelweg het volume om zijn uitleg te vervolgen. Het was pas toen ik opstond en de zaal aanzette om te ontruimen dat er reactie kwam. Op onze weg naar buiten passeerden we nog een tweede vergaderruimte. Hier beschikten ze over een microfoon zodat de spreker ook gewoon zijn uitleg kon voortzetten.

Vermits ikzelf ook beschik over een uitstekend stel stembanden kostte het me weinig moeite om ook deze zaal aan te zetten tot ontruiming.

Tijdens onze evacuatie zag ik het aanwezig personeel jachtig over en weer lopen op zoek naar…. de sleutel om het alarm af te zetten. Ik vraag me hardop af of in het noodplan van de evenementlocatie staat dat bij brandalarm, het alarm moet uitgeschakeld worden. Ik was enkele seconden na het alarm in de gang waar ook de alarmcentrale hing, onmogelijk dat ze op dat moment al de nodige controles hadden uitgevoerd.

Wat zien we dus tijdens deze “noodsituatie”:

  • een 80-tal evacuees, 400 potentiële slachtoffers
  • als de leidinggevende personen (de sprekers) niet reageren, blijft iedereen rustig zitten
  • 1 man kan de groep in beweging zetten
  • de noodplannen worden niet gevolgd
  • achteraf was niemand voldoende reflectief om in te zien dat ze hadden moeten evacueren

Ok, er was geen brand en er zijn geen slachtoffers gevallen. Als ik dit echter zie gebeuren, maak ik me ernstig zorgen over de lakse mentaliteit naar veiligheid toe bij organisatoren, personeel en bezoekers

Waarom maken we noodplannen als ze in geval van nood niet gevolgd worden? Was het eigen personeel van de evenementlocatie op de hoogte van het noodplan en getraind om dit uit te voeren? Zit er tussen die 500 man nu echt maar 1 persoon (een PA dan nog) die uit eigen beweging ontruimt bij alarm?

Ik probeerde hierover het gesprek aan te gaan met andere aanwezigen. De meest frapante reactie was dat als het echt zou branden, ze dan wel zou evacueren. Mijn antwoord dat “als het echt zou zijn, ze niet meer buiten zouden geraken omdat ze de tijd vlak na het ontstaan van brand waarbij evacueren vlot kan gaan hebben opgebruikt om zich af te vragen of het wel echt was” werd op schouderophalen onthaald.

Het was niet voor het eerst dat ik geconfronteerd werd met dergelijke reacties op noodsituaties…

Een groot bedrijf had me voor een veiligheidsdag eens ingehuurd om een ontruimingsoefening in scene te zetten. Tijdens een presentatie van een algemeen onderwerp krijgt de PC ‘problemen’ om uiteindelijk te exploderen waarna met een in het spreekgestoelte weggewerkte rookgenerator de ruimte gevuld werd met rook. De rookmelders waren daarbij uit dienst genomen (met officiële documenten) en de poederbrandblusser bij de deur was verwijderd om te vermijden dat iemand vooral wou gaan blussen.We hebben dit in drie verschillende groepen gedaan om daarna te reflecteren over de reacties die we gefilmd hadden. In elke groep was toevallig een automatiseringstechnieker aanwezig. Elk van deze professionals heeft binnen de 5 seconden na de ontploffing de stekker van het toestel uit het stopcontact getrokken (vakmanschap werkt). In elke groep behalve de laatste was iemand die binnen de 20 seconden initatief nam om te ontruimen (training werkt). In de laatste groep zat ook de preventieadviseur die me ingehuurd had en die dus uiteraard op de hoogte was en bleef zitten om de reactie te observeren. Deze laatste groep bleef zitten tot het lokaal zo gevuld was met rook dat de zichtbaarheid ongeveer 2 meter was om dan ook te ontruimen. Tijdens de reflectie werd aangegeven dat de PA bleef zitten en dat ze dus haar voorbeeld volgden (voorbeeldgedrag van gezagsdragers werkt, verkeerd voorbeeldgedrag dus ook).

Tot slot een warme oproep aan alle lezers dezer: als je zelf ooit in de situatie komt dat er alarm is bij een grote groep mensen, NEEM DE LEIDING EN ONTRUIM. Hoe meer aanwezigen, hoe meer er naar elkaar gekeken wordt en hoe kleiner de kans dat er ook effectief iets gebeurt.

TRAIN, TRAIN, TRAIN mensen in het omgaan met noodsituaties. In noodsituaties wordt het cognitief denken verstoord en wordt enkel nog gehandeld uit instinct of wat door training tot een automatisme is gemaakt.

 

Maracana: was het nu 199.854 of 80.000

Bron: nl.wikipedia.org

Bron: nl.wikipedia.org

Ik was er graag bijgeweest. In 1950. In België was het ARAB er net. De eerste “echte” wetgeving rond veiligheid. Niet zo in Brazilië. Net geen 200.000 toeschouwers op een hoopje in het grootste stadion ter wereld. Uruguay-Brazilië op het WK van 1950. Mijn persoonlijke records zijn het Estadio Azteka in Mexico-stad (114.000 toeschouwers) en natuurlijk Het Camp Nou van “FCB” met zijn 99.000 plaatsjes. Twee van mijn betere momenten op voetbalgebied. En tegelijk mijlenver verwijderd van die 200.000…

Eind juni 2014. De Rode Duivels spelen in het mythische stadion Maracana, in Rio. Een al even mythische stad. Maracana is nog steeds gigantisch groot. Maar toch een stuk realistischer. Omwille van (zit)comfort. Dat zeker. Maar ook omwille van veiligheid. Het is herleid tot 80.000 toeschouwers. Nog steeds impressionant. Zeg maar San Siro. Dat stadion zag ik ooit “verbouwd” worden door supporters van AS Roma. Ze konden het niet vinden met de vriendjes van Inter… In een kwartier tijd was het van een stadion vol zitplaatsjes verworden tot een half leeg stadion, zonder zitplaatsjes. Zo rond de eeuwwisseling.

Gelukkig is San Siro van beton. Echt beton. Alle trappen zijn breed, onbreekbaar en onbrandbaar. Een pak van mijn hart. Zeker als je weet dat de Italiaanse politie ons zomaar met tickets die we op de zwarte markt kochten binnen liet in een vak naar keuze. Een vak dat tjokvol bleek te zitten met “zwarte” kaartjes. 80.000 amehoela. Eerder 90.000. Met bier. En pizza. Wat anders in Italië? Bij het eerste doelpunt vloog dat alle kanten op. Vier soorten pizza in mijn nek. En een “mazout”. Blijkbaar was er niet alleen bier, maar ook cola “in omloop”.

Je mag er niet aan denken dat er iets fout loopt. Paniek omwille van een hete peper in de pizza. Of onvrede over het stoeltje en rellen. Stel je voor dat je dan over een veel te smalle trap moet evacueren. En het zou helemaal een nachtmerrie worden als die te smalle trap in wankel hout is. Je mag er niet aan denken.

In Bradford weten ze er alles van. 56 doden vielen er daar door een brand in de tribune. Beste lezer. Klik even door op het filmpje. In seconde 26 van het filmpje ziet de commentator dat er brand is. Er is niet geknipt in het filmpje. En minder dan 1 minuut later is een ganse tribune onleefbaar. “Zoveel” tijd heb je dus om te ontruimen. Imagine. Vuur is immens onderschat. 56 doden.

Gelukkig is het stadion in Brazilië helemaal gerestaureerd. Professioneel gemoderniseerd voor het grootste voetbalfeest ter wereld. Inclusief een smalle, wankele houten trap… Zoals hier te zien is.

Misschien was het in 1950 dus al bij al veiliger dan anno 2014. Wat de FIFA-marketeers ook mogen beweren. En zo vallen we ook nu terug op een schietgebedje als laatste preventiemaatregel. Doe mij toch maar “een grote, in beton”. Daar in Rio. Om er een echt Duivels feest van te maken.

Gokken voor gevorderden: Noodplanning bij kernramp

doelDe krantenkop was duidelijk: “Belgische noodplannen bij kernramp totaal achterhaald”De krantenkop is ook fout. Geen enkele noodplanning is accuraat bij een echte nucleaire ramp. Zowel in Japan als Rusland moest een gebied van om en bij de 30km ontruimd worden. In Doel wil dat zeggen: het einde van de Belgische economie en samenleving zoals we ze de laatste paar eeuwen kenden. Point final. Dat is de inzet. En daar kan geen enkele planning een antwoord op bieden.

Kijk. Als roken je jaarlijks 10.000 doden “oplevert” (fictief getal), kan je dat als samenleving perfect opvangen. Dat zijn er 5 in Erps-Kwerps, 50 in Brussel, 25 in Antwerpen, en ga zo maar door. Dat zijn hier en daar een leeg huis in een volle straat. Hier en daar een job die wegvalt, een vader, echtgenoot of moeder die wegvallen. Dat doet pijn, maar ontwricht de samenleving niet. Gewoon omdat we de lasten verspreiden over grote oppervlakte en vele mensen.

Als er iets fout gaat met Doel, hebben we een ander probleem. Antwerpen is na Brussel de grootste economische pool van ons mooie Belgenland. Wel, ’t Stad bestaat op dat moment niet meer. Het is een spookstad. Met een spookhaven. Foetsie economie.

En als er “maar” 10.000 doden vallen, zou dat niet meer zijn dan het fictieve getal dat ik voor rokers naar voor schoof… Maar ze vallen wel allemaal op weinig vierkante meters. In steeds dezelfde gezinnen. In steeds dezelfde bedrijven. In steeds dezelfde gemeenschap. Niets verdunning. Foetsie sociaal weefsel. Foetsie gemeenschap.

Conclusie? Hoe klein de kans op een ramp ook is (1 om de 25 jaar lijkt de tendens te worden), zijn we bereid deze minimale kans op de vernietiging van onze samenleving te aanvaarden? Dat is de vraag met het nucleaire vraagstuk. Dat is de inzet. Faites vos jeux.

Papieren Noodplanning: Instructie 163bis F3

Seveso

Kijk er is veiligheid en er is veiligheid. Ok, in den beginne was er niets. Ook geen veiligheid en dus zal iedere veiligheid wel beter zijn dan geen. Maar… er ligt toch iets op mijn lever.

Onlangs was ik in een groot SEVESO-bedrijf. Echt SEVESO, niet een beetje in de marge. Verplicht gasmasker, verplicht veiligheidsfilmpje bij binnenkomst, kennis van de windrichting meegekregen en dat ik er haaks op moet vluchten…

So far, so good. Alle papieren maatregelen en instructies waren in orde. Op naar het opleidingslokaal. Daar kreeg ik een eerste indicatie. Een vrij apathische groep van de hiërarchische lijn. Iedereen die lesgeeft, weet wat ik bedoel.

Maar ze kenden de instructies. Ze hadden zelfs de week voordien nog aan een avondploeg de vlucht- en evacuatieinstructies als opleiding gegeven. Helemaal zelf hadden ze dat gedaan. En het was goed gegaan.

De lunch viel ook best wel mee. Goedkoop (maar een paar euro) en eetbaar. Leuke groep om mee aan tafel te zitten. Dat ook.  Koetjes en kalfjes naast het bord, varken op het bord.

En dus deel II van de opleiding. De namiddag…. Tot de sirene als gek begint te loeien. Gevolgd door de intercom. “Hier de centrale. Brand in de xxxkamer. Windrichting x, snelheid 23km/uur. Volg instructie 163bis F3.” De brand betrof de productie van een heel giftig gas waarbij een paar jaar geleden nog een dode viel te betreuren.

Toch een mooi moment als lesgever veiligheid… Hiërarchische lijn in de zaal en een alarm. Logische vraag van een lesgever: “Wat nu? Wat zegt jullie procedure 163bis F3?”

Oorverdovende stilte. “Wat gaan jullie nu doen?” Oorverdovende stilte. Net een Haiku.

Op dat moment is een directielid naar buiten gegaan om even te bellen. Hij kwam vijf minuten later terug binnen met de melding dat we de vensters moesten sluiten (die waren al dicht) en niet naar buiten mochten. Gemor, want de opleiding zat er bijna op en dreigde dus uit te lopen. Veiligheid als overuur.

Papieren tijgers, papieren veiligheid. Mooi voor de audit, maar gevaarlijk op het terrein.