Zomerse kronkels (1): de preventieadviseur en de veldkeuken

Onder het motto #ZomerseKronkels kiezen in juli en augustus 2017 diverse vaste en gastbloggers een stukje van elkaar, en voorzien het van bijkomend, actueel commentaar.

Omdat het thema “welzijn op kamp” deze maand weer actueel is, nu alle jeugdbewegingen zich weer klaarmaken om op kamp te vertrekken. En ook omdat de uitdaging van het omgaan met 24/7-bereikbaarheid zich blijkbaar niet langer beperkt tot werkomgevingen, maar nu ook de jeugdbeweging bereikt heeft. Het resultaat was een oproep deze week om je kind met rust te laten als ouder wanneer het op kamp gaat, en niet te verwachten dat het via smartphone de hele tijd bereikbaar blijft. En net zoals op de werkvloer zullen hier mensen zijn die zeggen “houd je liever eerst bezig met de echte risico’s, zoals brand en ergonomie”. Zo herkenbaar. Heerlijk, toch.

Geselecteerde stuk: de preventieadviseur en de veldkeuken (van Katrien Bruyninx, oorspronkelijk gepubliceerd in augustus 2013). Veel (her)leesplezier.

Bron foto: Nele Haesevoets

 

Veiligheid is niet de afwezigheid van ongevallen!

Er zijn zo van die dagen dat mijn haren recht gaan staan, de Don Quichote komt in mij boven en tot tien tellen helpt dan niet meer. Het zijn zo van die ideale dagen om een preventiekronkel te schrijven. Het gebeurt telkens wanneer ik geconfronteerd word met ongevallenstatistieken die moeten doen blijken dat bedrijven uitblinken in veiligheid. Het lijkt erop dat we al jaren op een doel aan ’t schieten zijn waar onze eigen doelman in staat. Ik stel dan ook graag voor, tegen de stroom in, om die ongevallencijfers collectief door het raam te gooien.

Het lijkt erop dat wanneer je geen ongeval hebt, dat je als bedrijf veilig aan ’t werken bent. Wanneer je die stelling in vraag stelt, wordt je ongetwijfeld afgeschreven als een idioot die niet weet waarover ie het heeft. Maar wanneer je dan de vraag stelt: is het omdat ik zonder botsingen op mijn bestemming aankom, dat ik veilig heb gereden? Dan is het antwoord heel vaak: natuurlijk niet! Of dezelfde vraag iets anders gesteld: wilt het zeggen dat wanneer ik niet ziek ben, dat ik gezond ben? Het is eigenlijk dezelfde stelling als de afwezigheid van ongevallen.

Fig 10 - resultaat sturing (figuur) 1

Carsten Busch – input output outcome

Carsten toont in zijn Fabel 57 goed aan waar het schoentje knelt; we meten op het einde van de dag hoeveel mensen er gewond zijn en concluderen dan of we met z’n allen flink veiligheidsbewust zijn geweest die dag. Maar het verschil tussen een dodelijk ongeval en een near miss is vaak een kwestie van geluk en van positie. Wanneer een slijpmolen losschiet en een enkel een scheur in een broek maakt in plaats van kap in een been, is dit een kwestie van geluk en positie. Niets meer, niets minder. Het automatische remsysteem dat op slijpmolens wordt gehanteerd, kan marge zijn die je inbouwt, maar het perverse effect hiervan is dat de risicoperceptie van het werken met zo’n apparaat volledig verandert.
De vraag dringt zich dan ook op of regelneukerij dan voldoende nut heeft. Maar dat is een preventiekronkel voor later.

In plaats van de afwezigheid van ongevallen te tellen, zouden we beter kijken naar hoe we marge kunnen inbouwen om veilig te falen. En marge inbouwen is niet het uitvoeren van 10 rondgangen per dag, het is niet kijken naar die arme sukkelaar die de slijpmolen bijna in zijn been heeft gekregen. Marge inbouwen betekent dat je gaat kijken hoe je systeem robuust genoeg is om veilig te falen. Die marge betekent in de eerste plaats dat we ons bewust moeten zijn dat risico’s niet statisch zijn, maar heel dynamisch. Het is het erkennen dat risico’s worden beïnvloed door tijdsdruk, beperkte werkvoorbereiding, besparingen en een slechte nachtrust. We kijken als preventieadviseurs heel vaak in risicoanalyses louter naar de sharp end of the stick maar vergeten daarbij dat het momentum van zo’n stok het hevigst wordt beïnvloed door het andere einde van die stok (management, wetgever,…).Marge betekent ook dat we de uitvoerders gaan bekijken als de experts in hun veld en aan hen vragen wat nu de echte risico’s en problemen zijn waar ze mee geconfronteerd worden. Het meten van het aantal rondgangen (en ze vooral top-down opleggen) is op geen enkele manier marge inbouwen. De auditoren gaan inderdaad meer kennis krijgen van de procedures, maar het zijn de uitvoerders die nood hebben aan een systeem waarop ze kunnen rekenen.

Holle slogans zoals ik werk veilig of ik werk niet of we volgen altijd de procedure zijn geen marge, het zijn slaapliedjes waar we ons ’s nachts mee in slaap wiegen. Bouw marge in door naar het systeem in zijn geheel te kijken, ook al is het complex. Onze job is niet simplistisch, er is nood aan een complexe en holistische aanpak die bijdraagt tot het bedrijf en dat van derden waar we mee werken. Start met te kijken naar wat bijdraagt tot het beïnvloeden van marge die echt ongevallen doet voorkomen, in plaats van te sturen op ongevallen waarbij je enkel de utopie voedt dat ongevallen in complexe systemen opnieuw gebeuren wanneer je er niets aan doet.

Gekronkel om Preventie: word creationist !

(bron foto: morguefile.com-ManicMorFF)

Ik zit nietsvermoedend op kantoor. Pling! Een mailtje van een van mijn Belgische vrienden en strijdmakkers in het anders denken binnen veiligheid. Of ik niet eens zin heb om een bijdrage te leveren aan deze blog, Preventiekronkels.

Natuurlijk! Denken, praten en schrijven over veiligheid is mijn lust en mijn leven. Maar over wat…

Preventie. Kronkels.

Kronkels. Preventie.

Kronkels heb ik wel wat mee. Gelukkig maar, want pakweg tien jaar geleden besloten we te emigreren naar Noorwegen. Het meeste hier is kronkelig. Het landschap. Rivieren. Fjorden. Wegen. Zelfs de melodie van de taal is aangenaam kronkelig, met over het algemeen een zwaai naar boven aan het einde van de zin. Bovendien, kronkels, dat klinkt naar uitdagingen. Spannend!

Preventie, daar heb ik minder mee. De term preventiemedewerker kwam in zwang in Nederland toen ik op het punt stond om de spullen te pakken. Voor die tijd, ja, toen gaf ik wel eens aan dat ik onderzoek deed om herhaling te voorkomen. Want dat betekent preventie natuurlijk. Je wilt iets voorkomen. Dat is op zich mooi. Voorkomen is beter dan genezen, zeggen ze. Maar van de andere kant is het ook wel wat defensief. Er zit iets negatiefs aan te komen. Dat wil je graag stoppen, en dat noemen we dan preventie.

Preventie is op zich pro-actief, want je neemt een actie voordat er iets naars gebeurt. En toch kleeft er ook ergens wel een reactief luchtje aan. Je reageert immers op de notie van iets naars dat kan gebeuren. Het heeft ook wel iets betuttelends. Wij weten wel wat goed is voor anderen. Bovendien is voorkomen niet compleet. Want, wat als het tóch gebeurt? We kunnen immers niet alles vooruitzien en beheersen. We kunnen dus niet alles voorkomen. Voorkomen is beter dan genezen, maar dat maakt genezen niet overbodig.

In plaats van als preventieadviseur beschouw ik me tegenwoordig liever als een creationist. Laten we het wat minder over preventie hebben en wat meer over het scheppen van veiligheid. Dat kunnen we doen door aan de ene kant dingen zo veilig mogelijk te maken zodat de kans op nare gevolgen zo klein mogelijk wordt, of dat de gevolgen beperkt blijven. Van de andere kant moeten we er ook voor zorgen dat mensen met dingen om kunnen gaan als ze toch anders gaan dan we hadden gepland, in kleine en grote dingen.

Preventie is goed, maar een volledige aanpak nog beter. Word een creationist.

Allerheiligen zonder papa

Soms is een artikel helemaal raak. Zo raak dat je het zelf niet beter zou neergeschreven krijgen. Dat is het geval met deze beschrijving op deredactie.be van het (over)leven als je partner overlijdt. Na een arbeidsongeval. Een artikel zonder pittige details over het ongeval. Zonder standpunt over verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid. Maar mét het accent op het verderzetten van je leven.

Daarom delen we dit verhaal op deze eerste november. Je leest het hier.

Met dank aan deredactie.be en auteur Lieselot Terryn.

Poes met blote buik…

 

bron foto: larallo.wordpress.com (elke gelijkenis met onze poes is louter toevallig)

bron foto: larallo.wordpress.com (elke gelijkenis met onze poes is louter toevallig)

Onze poes heeft zichzelf een blote buik gelikt. Stress luidt het verdikt. Het prijskaartje van deze diagnose gaf mij dan weer stress. Mais bon, ze is trendy. Onze jongste poes is “in”.

Als goede preventieadviseur vroeg ik me af hoe ik de grondoorzaak van de stress kon achterhalen. Participatief werken is niet echt een optie. Ze miauwt hooguit eens, maar daar stopt de inbreng. Een enquête gaf trouwens hetzelfde resultaat. Een miauw aangevuld met een likje. Dezelfde likjes die haar vacht weglikken… Observatie is het enige wat me rest.

Volgens de dierenarts komt het wel vaker voor des winters bij “binnenpoezen”. Stress. Om 9u beginnen ze hun actieve dag nadat ze ontbeten hebben. Whiskas, de rest laten ze links liggen. Om 9u dus… een schoonheidsslaapje in de bedden van de kinderen. Keuzestress: drie bedden, twee poezen.

Om een uur of 11 komen ze de living ingedwarreld. Dezelfde stress: drie radiatoren, twee poezen. Languit stoven op een radiator. Overleg tussen de poezen, kopjes geven, ego-tripperij, … Alles er op en er aan. De onderlinge pikorde bepalen, maar geen knijt doen. Tot ze beslist hebben wie op welke radiator zal liggen stoven. Als je ze ziet liggen, denk je eerder aan lijkstijfheid dan aan “stijf van de stress”.

En dan denk je… zou dit soms ook zo gaan bij mensen? Botsende ego’s. Nutteloze vergaderingen. Drukdoenerij voor en na het eten als belangrijkste factor van stress? Zijn we te hoog doorgeschoten op de piramide van Maslow? Zou een klein beetje honger soms niet beter kunnen zijn? Om Stijn Meuris te parafraseren, want over oorlog wil ik het nog niet hebben.  Teveel besognes om niets? Te weinig om het lijf voor echte stress? Of is dat taboe?

Schoon schip…

schoonschip

Hulp in huis, voor mij als werkende moeder een geweldige steun. Die halve dag dat iemand anders voor het onderhoud instaat geeft mij de ruimte om in het weekend meer tijd met de kids door te brengen. Zoals zoveel Belgen maak ik dankbaar gebruik van dienstencheques.

Ik ben gezegend met een schat van een poetsman die wekelijks meehelpt om het huishouden gerund te krijgen. En 20 juni, dag van de poetshulp, nog eens een ideale gelegenheid om hem hiervoor in de bloemetjes te zetten. De evidentie zelf denk ik dan… En toch… Respect voor de poetshulp is blijkbaar geen evidentie. Enkele jaren geleden gaf ik aan medewerkers (vooral medewerkster eigenlijk) van verschillende bedrijven ‘ergonomie bij schoonmaakwerk’. Goede uitgangshouding, wringtechnieken en tips voor het voorkomen van rugproblemen zijn mooi in theorie. Wanneer er echter op de arbeidsplek weinig fatsoenlijk poetsmateriaal voorhanden is, is het moeilijk om deze theorie naar de praktijk om te zetten.

Heel wat verhalen passeerden de revue tijdens de opleidingssessies. Soms zijn het de arbeidsmiddelen die niet deugen: aftrekkers met een steel van ongeveer 1m lengte (leg dan maar eens uit hoe je je rug recht houdt tijdens het dweilen), vensters wassen op een armzalig trapladdertje of een stoel met 3 poten, … Soms zijn het de gegeven opdrachten die niet deugen: een poetsvrouw werd gevraagd om op de knieën met een schrobborstel (zonder steel!) een keukenvloer te poetsen, een andere mocht 4 uur lang plafonds afwassen (ja, op een slechte ladder), buitenkant venster wassen in de regen of vrieskoude,… En allemaal hadden ze verhalen over uitwerpselen van huisdieren, gebruikte maandverbanden, vuile onderbroeken en zelfs condooms langs het bed.

Maar vooral de psychosociale belasting of soms zelfs het totale gebrek aan respect weegt door. En het moet vooral vooruit gaan! En perfect gedaan zijn. Misschien vergeten we soms dat het tempo waarmee we zelf door het huis ‘vliegen’ als we de dweil ter hand nemen misschien een uurtje vol te houden is, maar geen hele week. Ik besef echter terdege dan ‘mijn’ poetsman niet enkel die halve dag bij ons aan de slag is, maar 5/7 2 gezinnen per dag ondersteunt.

Nog een mooi voorbeeld van een kennis die een dienstenbedrijf runt: Mensen bellen om vervanging te vragen voor een poetshulp met vakantie en kennen niet eens de naam van hun hulp, ook als is ze al een jaar in het gezin. Of de poetshulp die aangaf dat ze op een warme dag haar drinken vergat en zelfs geen glas van de kraan kreeg (“het personeel moet zijn eigen drinken meebrengen”).

Opgeruimd staat netjes? Respect ook! Laten we de dag van de poetshulp gebruiken om schoon schip te maken.

Preventie-adviseur op vakantie… of toch niet helemaal?

trap zonder leuning

Tijdens mijn werktijd ben ik gepassioneerd met mijn job bezig. Maar ook daarbuiten kan ik het vaak niet laten. Ja, mijn vrienden lachen als ik, bij aankomst in een gezamenlijk gehuurd vakantiehuis, onmiddellijk op zoek ga naar de nooduitgangen. Ja, mijn kinderen zeuren omdat zij een fluovest en helm moeten dragen (en “al die andere kinderen moeten dat niet”). Gordels vast? Ja! En nee, de I-pad mag niet los mee in de wagen, dat wordt een projectiel als we botsen… Ik doe nochtans mijn best om het los te laten tijdens mijn vakantie. De risico’s, het brainstormen over waarschijnlijkheid en ernst, gedrag, cultuur, bewustzijn…

Maar soms wordt een mens ook uitgedaagd…

Rustige strandvakantie in Zeeland, voetjes in het zand. De kinderen kunnen zwemmen en het water is ondiep… ik laat het los…zonnecrème paraat… yep, bijna ontspannen… parasol staat mooi opgesteld… helemaal zen… misschien toch de kids nog maar die UV-werende kledij aan… relax… ik laat het los…tijd voor de krant.

Horroroesters teisteren Zeeland’ kopt de krant. Blijkbaar zijn deze oesters verantwoordelijk voor heel wat schade bij zwemmers: van snijwondjes tot slagaderlijke bloedingen en zelfs het verlies van een teen. En daar gaat mijn brein weer. Risico’s? Schade? Kans en ernst? Tijd voor maatregelen!

Volgens het artikel probeert men de oesters te verwijderen, maar daar zijn ze nog even zoet mee. Risico vervangen door een beter alternatief? Niet echt aan de orde. Bronbestrijding? Collectieve maatregelen? Uit de zee blijven? Ik voorzie protestacties in mijn gezin. Dus ga ik op zoek naar persoonlijke beschermingsmiddelen en dragen de kids de rest van de vakantie waterschoenen (en “al die andere kinderen moeten dat niet”). Maar dezelfde dag nog zien we andere kinderen wenend uit het water komen met, jawel, snijwonden en wordt er een waarschuwing uitgehangen.

Mijn excuses aan mijn kinderen, voor de overlast die mama hun bezorgt. Nee, we gaan niet stuntvliegeren op een overvol strand en ja, ik weet dat het vervelend is om 100m om te lopen bij het oversteken van de dijk omdat de volgende trap wel een leuning heeft. Ja, mama zeurt soms, maar ‘t is uit liefde (en een beetje beroepsmisvorming?).