De paniekzaaiers vs studentenarbeid: 1-0

VTM vergeet Gaston Berghmans niet | Showbizzsite
Gaston & Leo “De Paniekzaaiers”, bron: showbizzsite.be

Studentenarbeid zou verboden worden omdat er een Europese richtlijn in de maak is die het coronavirus op de lijst van biologische agentia “classificatie 3” zet. Ik word nu voor het eerst in mijn carrière geconfronteerd met een paar verschijnselen die de kolder van Gaston en Leo in “De Paniekzaaiers” benaderen. Het erge aan de hele zaak is dat niet alleen kranten – op zoek naar hun dagelijkse portie sensationele krantenkoppen – dit voeden, maar zelfs mensen en instituten uit het vakgebied. Deze laatsten zouden beter moeten weten, veel beter.

Het betreft een ondertussen beruchte Europese richtlijn. Een richtlijn moet omgezet worden naar nationaal recht, ze wordt niet automatisch van kracht. Hoewel de richtlijn van toepassing is sinds 24 juni 2020, is ze op dit moment (begin juli) nog niet omgezet in België. Ik heb ook geen enkele indicatie dat het een prioriteit is, noch binnen de regeringsvorming, noch bij de regering in lopende zaken, noch in het parlement dat zich opmaakt voor het zomerreces. In theorie hebben we tot 24 november om ze om te zetten. In theorie. 

Het zal dus (na de omzetting) verboden zijn om studenten te werk te stellen als ze in contact komen met een verhoogde kans op dit virus. Tenzij ze studenten zijn in een specifieke studierichting waarbij dit contact kan. Met andere woorden, we zullen geen studenten meer te werk kunnen stellen in labo’s die met dit virus werken, noch in hospitalen waar men met coronapatiënten werkt. Tenzij deze studenten toevallig geneeskunde of verpleegkunde studeren. Met een ambulance rijden mochten studenten sowieso al niet.

Daaruit afleiden dat studentenjobs niet zouden kunnen deze zomer omwille van het Coronavirus is toch een brug te ver. Als het virus in de classificatie 3 terecht komt, komt het in goed gezelschap terecht. Salmonella typhi, Middeneuropees tekenencefalitisvirus, Koreaanse hemorragische koorts, Apenpokkenvirus, Hepatitis C-virus, Russische voorzomer-meningo-encefalitis, Gele koorts, AIDS, … en zovele andere leuke biologische agentia zitten in hetzelfde kaartclubje. Zonder dat studentenarbeid de krantenkoppen haalde. Hoewel je in de gemiddelde supermarkt ook de occasionele drager van, ik zeg maar wat, het AIDS-virus tegen het lijft loopt.

Er blijft wel een impact mogelijk op de studentenarbeid. Cleaning in ziekenhuizen, vakantiejobs in woonzorgcentra, … zijn randgevallen. Maar als hospitalen en woonzorgcentra even goed nadenken, hadden ze sowieso het contact van jongeren met risicopopulaties al verboden, los van deze richtlijn. Mijn kinderen gaan ook al een tijdje niet meer op bezoek bij hun overgrootouders.

Is er dan geen “verhoogd risico” elders? Niet volgens Fedris. De organisatie die zich van overheidswege bezig houdt met beroepsziekten, ziet in maar een beperkt aantal (para)medische beroepen een mogelijkheid tot beroepsziekte. Je moet echt al “in de frontlinie” gestaan hebben (ziekenhuizen, woonzorgcentra, …) om hiervoor in aanmerking te komen. Deze zomer een broodje smeren in een broodjeszaak, valt daar heus niet onder. 

Dus lieve mensen, laten we stoppen met dit Broodje-aap-verhaal. Studentenarbeid is een blijver, ook al zullen er deze zomer een 100.000 studenten minder aan de slag zijn volgens de studiedienst van Randstad. Dat is al erg genoeg. Alle andere sensatie is paniekzaaierij en draagt niet bij tot een heropbouw van dit land. L’union fait la force, ook deze 21ste juli. We zullen het nog hard nodig hebben.

De wereld op zijn kop? Minder dan je denkt.

De twintigste eeuw kende drie grote “grieppandemiën”. De Spaanse, de Aziatische en de Hongkong. Wie van complottheoriën houdt kan vast wel iets bedenken, Azië en Spanje spelen immers ook nu weer een hoofdrol. Hoewel de Spaanse eigenlijk in de VS begon…

Niet alleen wie van complottheoriën houdt, maar ook wie van korte termijndenken houdt, ziet vanalles definitief veranderen. Maar is dat wel zo? Nee, de ervaring uit de vorige drie pandemiën leert ons dat de menselijke natuur niet zo snel wijzigt. We neigen vrij snel naar het “oude normaal”. Dit zal nu niet anders zijn. 

Natuurlijk zullen bepaalde tendensen die al aanwezig waren er versterkt uitkomen. We wilden al duurzamer leven. We wilden al meer kwaliteit dan kwantiteit. En het vliegen werd al in vraag gesteld. Dat zal er niet minder op geworden zijn. Maar dat is niet “het grote nieuwe normaal”. Die stromingen waren er al. 

En voor de welzijn op het werk, de facto de enige thematiek waar ik iets van af weet? Zal hier iets veranderen? Ja en nee. Als preventieadviseur zou ik inzetten op mobiliteit en werkplek onafhankelijk werken. 

Er is ontegensprekelijke een momentum voor wie het actief aangrijpt. Net wat ze bijvoorbeeld in Brussel doen door 40km fietspad in één zomer bij te creëren, en 100km woonerf. Voor wie passief blijft, zal het momentum overwaaien. Gelukkig willen we allen aan de goede kant van de geschiedenis staan. Niet?

Eindelijk mobiliteit dus. Het tijdperk van gezellig in de file staan kunnen we waarschijnlijk met een hogere kans op succes bespreekbaar maken. De meest conservatieve HR-afdelingen zullen op zijn minst openstaan voor een gesprek met ons, preventieadviseurs. Het functioneel kiezen van een juiste vervoersmodus wint op lange termijn. Cambio zal verder oprukken. De elektrische fiets en step, zullen dat ook. Minder verplaatsingen uitvoeren komt er nu nog eens bij als belangrijke piste.

En werkplek onafhankelijk werken wint ook. Thuiswerk zou ik het niet noemen. De tendens van co-working, werken op de trein of in een coffee corner ergens te lande komt terug. Die intermenselijke gezelligheid komt terug. Zonder masker en met knuffel. Je rugzak als kantoor rukt op. Richt dus niet al je pijlen op grote schermen bij de mensen thuis. Zet in op sterke mensen die mentaal om kunnen met flexibiliteit en vrijheid. Zet in op rugzakken en goede laptops. En dus ook op YouTube… hoe kun je overal ergonomisch werken? Perfect uit te leggen op YouTube. Gewoon gefilmd met je GSM, zonder veel poeha.

De kille benadering van het materiële welzijn op het werk verdwijnt. Een grotere auto is geen welzijn, en een nieuwe bureaustoel is dat ook al niet. Een vrijheid om je budget te besteden zoals je dat zelf wilt, en informatie over hoe je zelfs op een keukenstoel ergonomisch kunt werken, zijn dat wel. Dus ja, ook voor preventieadviseurs verandert er veel. De visie die we moeten hebben. Het durven inzetten op informatie in plaats van aankoop van materialen. Het durven verder kijken dan de klassieke werkplek en de klassieke inrichting. Het betuttelende paternalisme loslaten en mensen zelf laten hun werk inrichten…

Wie daar moeite mee heeft, krijgt van mij een knuffel. Zo rond 2022. 

TCoW, Total Cost of Welbeing (c)

euromillions

TCO, IRR, ROI. Er begint iets wakker te worden in welzijnsland. We beginnen langzaamaan de focus op de centen te leggen ipv op theoretische veiligheid. Maar er is nog veel werk aan de winkel, nog veel onduidelijkheid ook.

Ik werd de laatste tijd gecontacteerd om mee te werken aan “ROI”, of nee “IRR”, of eigenlijk “TCO”. En natuurlijk “verzuimkost”. Veel klepels, en al evenveel klokken. Boeiend is het zeker. En blij ben ik er zeker mee. Het is een speeltuin met voor ieder wat wils. Zeker met het budgetteringsseizoen dat in aantocht is.

Veel grotere bedrijven beginnen zich eind augustus – begin september op te maken voor het nieuwe budget, ronde 1. Templates en cijfers van de voorbije jaren worden rondgestuurd. Met de vraag om tegen oktober een eerste stap te zetten. Finaliseren van die budgetten is meestal niet voor nieuwjaar, maar ergens in de eerste maanden van het nieuwe jaar. Stressen hoeft dus niet.

Laat je als preventieadviseur ook niet in ’t zak zetten. Aangezien we advies geven, zijn de meeste kosten niet voor ons departement. We hebben misschien heel veel directe kosten te beheren, zoals onze externe dienst, ons personeel van de afdeling, onze arbeidsongevallenverzekering, de PBM’s, … Maar we hebben evenzeer veel kosten niet te beheren.

Advies geven hoort evenwel steeds bij onze job. Dus nee, de kosten voor die ergonomische bureaustoel op een andere afdeling, de kosten voor een nieuwe airco-installatie in het kader van een hitteplan, … behoren niet tot ons budget. Dat schermen we beter af. Maar we geven wel advies. Zo passeerde er onlangs een bedrijf bij me dat dergelijk meubilair direct in kosten neemt, terwijl kapitaliseren beter is voor ons imago. Voor velen is “veiligheidsadvies” nog steeds gelijk aan “kostenplaats pur sang”.

Onze TCO (total cost of ownership) moet je dus goed definiëren. Wat wel en wat niet. Technische ingrepen, installaties, meubilair… op andere afdelingen, zitten er voor mijn part niet in.

De IRR (internal rate of return) van die bureaustoel is natuurlijk weer iets anders. Wat is de interne opbrengst van een geïnvesteerd bedrag in een bureaustoel? Stijgt het rendement van de werknemer, en daalt het ziekteverlof? Concreet aantonen zal moeilijk zijn, en vaak zal je je moeten baseren op algemene cijfers uit de literatuur. Maar zeker het proberen waard.

Bij “verzuimkost” ligt dat niet anders. “De literatuur” en de grote spelers in het veld gaan uit van je directe loonkosten gedurende de periode van gewaarborgd loon en vermenigvuldigen dat met 2.5 of 3. Een beetje in het ijle, maar “de literatuur” is het er over eens. Wie ben ik om dat in vraag te stellen? Ziekte brengt dossierkosten met zich mee, en overhead voor HR, vervanging, overuren voor collega’s… Maar evengoed een besparing als er geen vervanging of betaalde overuren zijn… Dan valt het “tussen de plooien”. Tweeënhalf à drie dus, forfaitair.

En dan het magische toverjargon “ROI”. Finaal aantonen dat de preventieadviseur, zijn afdeling en de kosten voor externe dienst, medisch toezicht, verzekeraar, … “hun geld opbrengen”. Dat valt nog mee. Het is de makkelijkste parameter. Ga op jacht naar je drie-vier grootste kostenplaatsen en snoei recurrent bij die kostenplaatsen. Snoei hoog genoeg om je eigen loon en dat van je medewerkers waard te zijn. Want daar wil je natuurlijk niet snoeien. Ga kijken bij je arbeidsongevallenverzekeraar, bij je PBM-leverancier, bij je arbeidsgeneesheer (moeten die onderzoeken echt, of is er een way out zonder wetgeving of preventie met de voeten te treden?), dure abonnementen die niet gebruikt worden, …

En als het allemaal niet direct aantoonbaar is… schuif de verantwoordelijkheid door naar de CFO of een ander directielid. Met wat geluk kom je daar nog een paar jaar mee weg. Daarna zal je wel degelijk met een sluitend verhaal over TCoW, oftwel “total cost of welbeing” moeten komen. Anders ben je zelf voor je het weet “obsolete” geworden…

Zomerse Kronkels (5): preventie-eenheden met vervaldatum

Onder het motto #ZomerseKronkels kiezen in juli en augustus 2017 diverse vaste en gastbloggers een stukje van elkaar, en voorzien het van bijkomend, actueel commentaar.

We zijn in het jaar twee na de revolutie. Een revolutie die binnen een aantal jaren  het einde van het monopolie van de externe diensten zal beteken, daar ben ik van overtuigd. Een revolutie ook in de relatie met je externe dienst. En wat valt me op, in jaar twee? Ten eerste de ‘creatieve’ wijze waarop sommige externe diensten met de preventie-eenheden omgaan. Zo hoorde ik nog van een externe dienst die zijn salesgesprekken aanrekent. En ten tweede valt me op dat preventieadviseurs echt liggen te slapen. Ze hebben geen flauw benul van hun contract, van hun preventie-eenheden, van hun slapend kapitaal, van mogelijke projecten… Ze eisen geen service van hun externe dienst. En voor 150,- per uur mag je best veeleisend zijn. Voor een arbeidsgeneesheer is dat zelfs 180,- per uur. Als die voor dat tarief in zijn kabinet blijft zitten, haal je er niet alles uit wat er in zit. Uiteindelijk vraagt zelfs een advocaat minder per uur. Kortom: het marcheert niet. Edelhart Kempeneers, zelf arbeidsgeneesheer, zag dat reeds in deze oude blog. Waarvoor hulde.

Geselecteerde stuk: Preventie-eenheden met vervaldatum (van Edelhart Kempeneers, oorspronkelijk gepubliceerd 22 januari 2017). Veel (her)leesplezier !

devil-deal

Zomerse kronkels (2): Technostress, shut the servers down. NOT!

Onder het motto #ZomerseKronkels kiezen in juli en augustus 2017 diverse vaste en gastbloggers een stukje van elkaar, en voorzien het van bijkomend, actueel commentaar.

Drie-en-een-half jaar geleden schreef KrikkeDM een blog over technostress. Over het niet meer MOGEN of juist wel MOETEN bereikbaar zijn na de uren. Net voor de zomer van 2017 liet Kris Peeters ook weer een dergelijk ballonnetje op. Een ballonnetje waarbij ik denk dat veel thuiswerkers stress krijgen van het feit dat ze dan tijdens de uren niet meer de was kunnen doen, of het avondeten voorbereiden. Want om vijf uur MOETEN ze onbereikbaar zijn. Terwijl ze nu in de namiddag een uurtje huishoudelijke taken doen om na de uren dat te MOGEN inhalen. Het is maar hoe je het bekijkt.

Geselecteerde stuk: Technostress, shut the servers down. NOT! (van Kris De Meester,  oorspronkelijk gepubliceerd in februari 2014). Veel (her)leesplezier.

4 24 12-technostress-image

Nut en onnut van ziektebriefjes…

bron foto: gva.be

Kinderachtig heb ik het altijd gevonden. Toen ik nog ‘werknemer’ was, moest ik voor iedere prul een briefje binnen brengen. Buikgriepje? Met wat geluk een uurtje in de wachtzaal zitten. Het ‘geluk’ hangt daarbij rechtstreeks af van de werking van Immodium*.

Na dat wachten, kom je bij een dokter. Die heeft er die ochtend al een twintigtal gezien met dezelfde symptomen, want zaken als griep en buikgriep hebben “seizoenen”. Het absenteïsmerapport van Securex geeft perfect weer wanneer zo’n seizoen valt. Het verschilt per jaar, maar niet veel.

Daar verdient zo’n hooggeschoolde dokter dan zijn boterham mee. Daar geeft het Riziv vervolgens ons belastinggeld aan uit. Terugbetaling van georganiseerde papierhandel. Medicatie krijg je er niet voor, “uitzieken” zegt zo’n dokter dan. Immodium is gelukkig vrij in de handel te verkrijgen, anders haal je de dokter al niet op een fatsoenlijke manier.

Ziektebriefjes… Medisch is het quatsch. Het is een relikwie uit achterdocht. Achterdocht en wantrouwen in de relatie tussen werknemer en werkgever. De werkgever vertrouwt zijn werknemer niet en de sociale partners willen een systeem waar geen speld tussen te krijgen valt. En zo werd deze dinosaurus aan papier en verspilde schaarse medische middelen gecreëerd.

Lode Godderis (KUL) pleitte vorige week om die af te schaffen. Briefjes voor ziekte van een paar dagen laten we beter vallen.

Wetgeving hoeft hier an sich niet voor. Hoe minder papieren tijgers, hoe liever. Iedere werkgever kan hier zelf over beslissen. Beslissen of hij zijn personeel vertrouwt…. Of ligt het niet zo simpel?

En nee, het ligt niet zo simpel, als je het mij vraagt. Je organisatie moet er klaar voor zijn. Als directie mag je niet te snel willen de 21ste eeuw induiken. Je structuur, je omgang met elkaar, je mate van betrokkenheid bij het bedrijf, je loyaliteit als werknemer en leidinggevende… dit en zovele andere factoren moeten goed vallen vooraleer je kan beslissen dat je geen doktersbriefje meer nodig hebt.

Wat natuurlijk niet wil zeggen dat je er niet naar toe kan werken. Als het nu niet kan, belet niets je om je organisatie matuur genoeg te hebben om het in 2020 door te voeren. Liefst vroeg in het jaar, klaar voor het griepseizoen. Een jaarlijkse lakmoesproef.

 

*deze blog werd niet gesponsord door de farma-industrie, vernoemde merknamen zijn niet het resultaat van product placement maar gekozen uit artistieke overwegingen

Het Afwezige Arbeidsongeval

bron tekening: http://www.pctipp.ch

We focussen veel en veel te veel op arbeidsongevallen. De meeste “werkgerelateerde uitval” is geen arbeidsongeval. En toch… toch slagen we er in om quasi een gehele opleiding te tateren over “ongevallen en hun preventie”. Over het registreren van “bijna-ongevallen” en “incidenten”.

Ik geef er zelfs links en rechts een dag les over. Arbeidsongevallen, hoe ze te behandelen, hoe je verslagen en onderzoeken te maken, hoe ze te voorkomen. En ik geef die les verschrikkelijk graag, omdat ze mooi doorspekt kan worden met voorbeelden en anecdotes.

Maar toch… toch moeten we af van die focus op arbeidsongevallen. Of toch in de meeste Belgische sectoren. Er blijft natuurlijk “de bouw” en “de dokken”, hoewel ze een minderheid vormen.

In België hebben we in grote lijnen de arbeidsongevallen onder controle. In de petrochemie spreken we nog van 1 à 3 ongevallen per miljoen gewerkte uren. In België als geheel over 17 per miljoen gewerkte uren. En in die statistieken zitten ook de ongevallen met een verstuikte teen waarvoor je een dagje thuisblijft.

Daartegenover staat dat rugpijn, nekpijn, hoofdpijn geen arbeidsongeval is. De typische problemen die gerelateerd zijn aan “bureauwerk” en “oudere werknemers”, zijn geen arbeidsongevallen. Zo wil ik ook wel een verzekering voor arbeidsongevallen gaan aanbieden. Succes gegarandeerd. Gelukkig heeft de wetgever dit mankement ingezien en in de nieuwe codex een boek “ergonomie” opgenomen. Hopelijk wordt dit boek in de toekomst verder uitgewerkt, de aanzet tot erkenning is er alvast.

Ook ziekteverlof wegens psychische problemen (stress, en aanverwanten) zijn geen arbeidsongevallen. Ze zijn een enorme bedreiging voor veel bedrijven. Ze vormen een groeiende groep afwezigen op het werk, maar zijn geen arbeidsongeval.

En dan is er nog een derde groep: de ongevallen op de weg. Als we ons dan toch willen richten op “harde ongevallen”…. 40 doden in woonwerkverkeer vorig jaar, meer dan 2600 collega’s met blijvende letsels. Maar woonwerkverkeer is geen taak van de preventieadviseur. We leren toekomstige preventieadviseurs niet om op dit domein aan preventie te doen.

En als we het er al over hebben, willen we iedereen op de fiets. Het is gezond, weet je wel. Tot je merkt dat er in Vlaanderen veel meer woonwerkongevallen met letsel zijn dan in Wallonië… Omdat je in de Ardennen net iets vaker met de auto gaat werken en je dus niet in tramsporen, op natte kasseien of een rondpunt op een industrieterrein aan het fietsen bent op weg naar je werk. Fietsend naar het werk? Gezond en milieuvriendelijk, maar met grotere kans op fysiek letsel onderweg…

Conclusie? Beste preventieadviseurs en inspectie, verleg je focus van arbeidsongevallen naar de echte redenen waarom mensen vandaag de dag uitvallen op het werk. Deze zijn: ergonomie, psychosociale en woonwerk. Dat zijn de zaken die we paretogewijs prioritair moeten aanpakken.