Het Afwezige Arbeidsongeval

bron tekening: http://www.pctipp.ch

We focussen veel en veel te veel op arbeidsongevallen. De meeste “werkgerelateerde uitval” is geen arbeidsongeval. En toch… toch slagen we er in om quasi een gehele opleiding te tateren over “ongevallen en hun preventie”. Over het registreren van “bijna-ongevallen” en “incidenten”.

Ik geef er zelfs links en rechts een dag les over. Arbeidsongevallen, hoe ze te behandelen, hoe je verslagen en onderzoeken te maken, hoe ze te voorkomen. En ik geef die les verschrikkelijk graag, omdat ze mooi doorspekt kan worden met voorbeelden en anecdotes.

Maar toch… toch moeten we af van die focus op arbeidsongevallen. Of toch in de meeste Belgische sectoren. Er blijft natuurlijk “de bouw” en “de dokken”, hoewel ze een minderheid vormen.

In België hebben we in grote lijnen de arbeidsongevallen onder controle. In de petrochemie spreken we nog van 1 à 3 ongevallen per miljoen gewerkte uren. In België als geheel over 17 per miljoen gewerkte uren. En in die statistieken zitten ook de ongevallen met een verstuikte teen waarvoor je een dagje thuisblijft.

Daartegenover staat dat rugpijn, nekpijn, hoofdpijn geen arbeidsongeval is. De typische problemen die gerelateerd zijn aan “bureauwerk” en “oudere werknemers”, zijn geen arbeidsongevallen. Zo wil ik ook wel een verzekering voor arbeidsongevallen gaan aanbieden. Succes gegarandeerd. Gelukkig heeft de wetgever dit mankement ingezien en in de nieuwe codex een boek “ergonomie” opgenomen. Hopelijk wordt dit boek in de toekomst verder uitgewerkt, de aanzet tot erkenning is er alvast.

Ook ziekteverlof wegens psychische problemen (stress, en aanverwanten) zijn geen arbeidsongevallen. Ze zijn een enorme bedreiging voor veel bedrijven. Ze vormen een groeiende groep afwezigen op het werk, maar zijn geen arbeidsongeval.

En dan is er nog een derde groep: de ongevallen op de weg. Als we ons dan toch willen richten op “harde ongevallen”…. 40 doden in woonwerkverkeer vorig jaar, meer dan 2600 collega’s met blijvende letsels. Maar woonwerkverkeer is geen taak van de preventieadviseur. We leren toekomstige preventieadviseurs niet om op dit domein aan preventie te doen.

En als we het er al over hebben, willen we iedereen op de fiets. Het is gezond, weet je wel. Tot je merkt dat er in Vlaanderen veel meer woonwerkongevallen met letsel zijn dan in Wallonië… Omdat je in de Ardennen net iets vaker met de auto gaat werken en je dus niet in tramsporen, op natte kasseien of een rondpunt op een industrieterrein aan het fietsen bent op weg naar je werk. Fietsend naar het werk? Gezond en milieuvriendelijk, maar met grotere kans op fysiek letsel onderweg…

Conclusie? Beste preventieadviseurs en inspectie, verleg je focus van arbeidsongevallen naar de echte redenen waarom mensen vandaag de dag uitvallen op het werk. Deze zijn: ergonomie, psychosociale en woonwerk. Dat zijn de zaken die we paretogewijs prioritair moeten aanpakken.

 

 

 

Re-integratie: nu nog een klucht, straks een succes?

Soms mag een blog al eens hard zijn. Dit wordt er zo ééntje. Werkgevers, Sociale partners, arbeidsgeneesheren, HR en preventieadviseurs… als het op re-integratie aankomt is het één grote bende.

Sommige werkgevers gebruiken nog steeds de term ‘ontslag om medische redenen’, en HR volgt op vele plaatsen gedwee. Re-integratie staat er synoniem met “kosten” en “inspanningen die niet direct renderen”. En dus “dat gaan we niet doen, hé.” Aanvullend zien ze momenteel de mogelijkheid om voor een appel en een ei hun payroll op te schonen: met de bezem door die lijst zieken.

Sociale partners vertrekken vaak vanuit misplaatste empathie en ‘verworven rechten’. Met dat laatste zien ze dan vooral een soort ‘recht op levenslang ziekteverlof’. Vele langdurig zieken hebben het contact met het bedrijf en de collega’s verloren (tip: organiseer verzuimgesprekken) en beseffen niet dat her-activeren het beste is wat hen kan overkomen. De sociale partners hebben het moeilijk om deze boodschap te brengen.

Preventieadviseurs lopen dan weer achter de feiten aan. Ze kennen het niet, het is minder tastbaar dan een verliesstroomschakelaar en ze laten zich de kaas alweer van de boterham stelen. In bijna alle dossiers de laatste jaren was dat het geval. Terwijl de preventieadviseur staat te klagen over de datum van de laatste controle van een brandblusser, proberen andere afdelingen een beleid inzake psychosociale aspecten, alcohol, ergonomie, langer werken… en re-integratie op te zetten. Tegen de stroom in, en vaak zonder succes, maar quasi altijd met afwezigheid van de preventieadviseur… fraaie boel.

Arbeidsgeneesheren… ze staan zo op hun onafhankelijkheid. Maar ze tekenen o zo gretig aanvragen voor definitieve ongeschiktheid… Waarschijnlijk hebben ze schrik dat ze uit hun kabinet moeten komen, het bandwerk en de nine-to-five vaarwel moeten zeggen en reële meerwaarde op de werkvloer gaan brengen. En dus… dus tekenen ze maar. De gemeenschap betaalt. De te gemakkelijk ongeschikt verklaarde betaalt het ook, met zijn of haar psychisch welzijn. Want werken is identiteit creëren, werken is een sociaal leven uitbouwen, werken is … gezond.

Hiermee heb ik me weer eens laten gaan, voel ik me terug Don Quichotte, vechtende tegen windmolens. Maar er is wel degelijk hoop. Mensura publiceerde dat 75% van de cases onderhevig is aan wat ik hierboven beschreef. In feite is dat minder dan ik verwacht had, minder dan mijn intuïtie me vertelt. Want 25% van de cases in 2017 leidden dus wel tot een goede re-integratie.

Als we daar ieder jaar iets bij doen, komen we misschien tegen 2022 aan 50%. Moet lukken. Als iedereen langzaamaan beseft dat het in ons voordeel is.

Vakbonden, durf te vertellen dat werken geen ziekmaker is. Arbeidsgeneesheren, durf op je onafhankelijkheid staan en op de werkvloer aanpassingen voor te stellen. Preventieadviseurs zet de mens centraal. HR, gooi die gedweeë volgzaamheid overboord en durf een beleid te verkopen hogerop. Werkgevers, besef dat er een war on talent bezig is. Er zijn tekorten op de arbeidsmarkt en deze zullen toenemen. Economisch Darwinisme houdt in dat je ieder talent maximaal inzet met een langetermijnvisie.

We hebben iedereen nodig. Samen werkende aan de toekomst van onszelf, van onze bedrijven en van ons land.

Kameraden, re-integreer u !

Legaal tot in het illegale?

Waar trek je de grens bij het letterlijk interpreteren van de wetgeving? Waar duw je de geest net iets teveel over de grens?

Ik ken werkgevers die alle stappen en initiatieven inzake preventie in de eerste plaats laten afhangen van het oordeel van de bedrijfsjurist.

Kun je me het artikel in de wetgeving tonen waar dit expliciet verboden of verplicht wordt?” Rookmelders, asbestinventaris, EHBO-opleidingen, evacuatiewegen in zowel aantal als breedte, … Geen enkel item ontsnapt aan de jurist. “Is dit wel een PBM? Want werkkledij moet niet naar het CPBW, of kunnen we zelfs afschaffen…” En ga zo maar verder.

Is de term “opleiding” gedefinieerd in de wetgeving? Of kunnen we het afgeven van een A4 als de verplichte opleiding beschouwen? De rentabiliteit stijgt zonder onthaalopleiding. Ze daalt natuurlijk van zodra de nieuweling in zijn vingers snijdt… maar die vijf minuten winst op het onthaal… die is belangrijker.

De rol van risicoanalyse is hierbij vaak ook formeel-legalistisch. Ze wordt opgemaakt omdat het moet, en wordt vervolgens aan de kant geschoven, zodat we verder kunnen op basis van de andere artikels uit het KB…

Het is een uitdaging om in een dergelijke omgeving te functioneren. Je mag dat ook niet te lang doen. Doe het zolang je als preventieadviseur, als mens, bijleert. Hoe denken juristen? Hoe denken dergelijke directiecomités? Hoe kan ik het omzeilen? Hoe speel ik schaak in een dergelijke omgeving? Hoe zet ik wie mat, of toch even schaak?

Zorg er wel voor dat je niet gecorrumpeerd raakt. Als preventieadviseur ben je geen jurist. Je bent er voor het welzijn van de werknemer. Je bent er de facto voor het langetermijndenken en overleven van het bedrijf. Want de overdreven legalistische denkwijze is niet duurzaam. Dergelijke bedrijven overleven niet in the long run.

Er staat nergens in de wetgeving dat je een koffie moet aanbieden aan je werknemers. Nochtans overleef je als bedrijf niet zonder het aanbieden van een ochtendkoffie. Daar gaat het om. Niet over de letterlijke lezing van de wet, maar over het soigneren van je mensen. Zodat die iedere dag weer de strijd met je concurrenten aangaan, en die winnen. Enkel door die dagelijkse overwinning in de markt, overleeft het bedrijf. Niet door de bedrijfsjurist een nieuwe BMW te geven. Echt niet.

De arbeidsmarkt is krap geworden. Talent kan kiezen. Niet de werkgever kiest, maar het talent. En ze doen dat bij de koffie, ’s ochtends. Als die lauwtjes is, kun je het schudden. Dan kun je met je bedrijfsjurist vergaderen over de leegloop van je bedrijf. Over hoe je via een letterlijke lezing van de wetgeving je turnover kunt aanpakken. Ik zou beginnen met die jurist zijn koffie af te nemen tot hij een antwoord kan formuleren op deze vraag…

Sociaal overleg, een kleurrijk spektakel

Gisteren vertelde een bedrijfsleider me dat ik de eerste persoon sinds lang was die, ik citeer, “niet negatief deed over de vakbond”. Tja… daar had ik even niet van terug.

In de auto zette het me aan het denken. Denken over het gevarieerde kleurenpalet binnen het sociaal overleg.

Ik zit in meerdere CPBW’s. En elk heeft zijn eigenheid. Er is het ‘jonge overleg’. CPBW’s die recent gevormd werden. Net na de sociale verkiezingen van 2016. Zie ze maar als ‘juniors’. Je kan ze volop begeleiden in de groei binnen het bedrijf. Heel erg aangenaam bij wijlen. Heel erg constructief. Maar vaak ook onwennig voor de werkgever. Hij is al die jaren ‘alleen’ geweest, en heeft nu een partner om mee te overleggen. Vaak is hij degene die het moeilijk heeft met die meute jonge honden die vooruit willen. In groeibedrijven hoort het bij het matuur worden van de organisatie, in krimpbedrijven…

Dat krimpen brengt me bij het ‘combattieve overleg’. Vaak rood van kleur, vaak zuidelijk van geografie… Als het regent in de ondernemingsraad, als het bedrijf “klaargemaakt wordt voor de toekomst” –al dan niet via de wet Renault–  , dan druppelt het in het CPBW. Een goede band met HR en wat er gebeurt in de OR is dan noodzakelijk. Maar evengoed is het een principieel combattief overleg. Dat kom je op soms vreemde plaatsen tegen. De leden gedragen zich naar de preventieadviseur op dusdanige wijze dat die eigenlijk een klacht voor pesten zou moeten indienen. Onbeschoft, grof, direct, beledigend… in naam van de ‘moegetergde’ (dixit) werknemer. De enige die ze moetergen is de preventieadviseur die per belediging minder zin heeft het op te nemen voor de werknemer die ze pretenderen te vertegenwoordigen… En het is wachten tot een dergelijke preventieadviseur eens een klacht voor pesten op het werk neerlegt, zodat die ‘vertegenwoordigers’ collectief aan de deur gezet kunnen worden. Bescherming geldt immers niet bij pesten… Dat is zo formeel vastgelegd…

En dat brengt me bij een derde soort overleg. Het overleg dat ik minst graag heb. Het ‘formalistische’. Een uitnodiging moet op de juiste datum met de juiste aanspreektitel en een postzegel op de enveloppe opgestuurd worden. Een verslag wordt afgekeurd omdat twee uitspraken chronologisch verkeerd genoteerd zijn. En het einduur van het overleg moet op de minuut juist genotuleerd staan. “Just is just”, ik hoor Gaston Bergmans het al zeggen. Ook zij bereiken niet veel. Je moet je woorden dusdanig wikken en wegen, dat de veiligste optie is er weinig woorden aan vuil te maken. Er is geen ruimte voor proefballonnen, voor probeersels. Het is verstikkend correct. Het echte beleid en overleg doe je dan wel buiten, aan de deur. Zonder verslag.

En dus… waarom zou ik negatief zijn over het sociaal overleg? De vakbonden zijn pionnen op het schaakbord. Net als de werkgever. Net als ik zelf. Als alle stukken klaargezet zijn, begin je aan je partij. Soms schiet je in je eigen voet, soms doet een andere partij dat, en heel vaak wordt het een remise. Dan zoek je een manier om je doel te bereiken buiten het overleg om… want met een gelijkspel schiet je immers niets op. De gemakkelijkste weg zoekende, zoals water.

Brugpensioen: bron van onwelzijn

bridgexxx

Brugpensioen. Oudere werknemers. Philippe Muyters wil het afschaffen. Kris Peeters wil het behouden (omdat het ACV dat dicteert). Warm en koud.

Slechts twee procent van de medewerkers die sinds 2015 gedumpt werden in het statuut van brugpensioen, “vond” werk. We weten allemaal dat het nog steeds een goedkope manier is om oudere werknemers te dumpen. Het is een pervers systeem voor de werkgever en de sociale partners om op andermans kosten een deal te sluiten.

Op kosten van de samenleving. Ja, voor een stuk. Maar nog veel belangrijker: op kosten van de ontslagen werknemer. Brugpensioen is niet goed voor mensen. Het is niet goed voor de gezondheid. Het is niet goed voor ons welzijn. En als preventieadviseur ben ik dan ook faliekant tegen brugpensioen. Punt.

Slechts twee procent “vind” werk. Dat is een foute perceptie natuurlijk. De meesten nestelen zich in het statuut en zoeken überhaupt geen werk. Waarom zouden ze ook. Tenzij… tenzij we iets verder kijken.

Een verhoogde kans op onwelzijn is de grote last waar we ze mee opzadelen. Als je gedumpt wordt (en dat is het), stijgt je kans op depressie. Grijp je vlugger naar de fles. Wordt je één met je fauteuil…, stram, stijf en ipso facto sneller oud. Wist je dat Bumba hoge kijkcijfers haalt op weekdagen tijdens de namiddag? Wel de vele “oudere volwassenen” die dan op automatische piloot voor de TV hangen, zijn blijkbaar de reden van dit kijksucces. Beledigenende, beangstigende en vernederende vaststelling.

Brugpensioen? Dat is voor mij onwelzijn voor de economie en voor de medemens die erdoor getroffen wordt. Laten we in de eerste plaats blij zijn dat we met zijn allen gemiddeld ongeveer 80 jaar oud worden. En laten we nu eens stoppen met zeuren. 15 jaren betaald pensioen, dat is toch mooi. Van je 65 tot je 80. Laten we nu eens inzetten op aangepast werk voor een aangepast loon.

Vaak is de echte reden van brugpensioen of het ontslaan van oudere werknemers niet hun leeftijd, maar de kostprijs. Als we een andere looncurve kunnen bekomen, kunnen we vast ook aangepaste werkdruk bekomen. Vergelijk het met de asbestpremies. In plaats van te ijveren voor een hoge premie (verloning), moeten we gewoon asbest wegnemen. Dat zoiets een lager loon als gevolg heeft, is helemaal niet erg. Als daarmee de bron van ellende (asbest) ook weg is. Oudere werknemers 80% laten werken, of aangepaste KPI’s geven, in ruil voor een aangepast loon. Laat maar komen die hap. Van zodra mijn kinderen het huis uit zijn en datzelfde huis afbetaald is… graag.

Conclusie? Brugpensioenen zijn een belediging voor vijftigplussers. Het is een vernedering voor mensen die nog jong van hart zijn en goed in hun vel zitten. Brugpensioen zet mensen veel te vroeg bij het afval. Ik wil het niet meemaken. En ik wens het niemand toe.

Conclusie? Brugpensioen zet aan tot verveling, depressie en vroegtijdige aftakeling. Brugpensioen is niet alleen vernederend, het is ook een bron van onwelzijn. Werken is ook zelfrealisatie. Vraag het maar aan iedere werkloze. Je zelfbeeld lijdt er onder. Aan het beeld dat je “er niet meer bij hoort”. Mogen blijven werken moet een recht worden. Niet het mogen stoppen met werken.

Finaal? Als we als preventieadviseur aan primaire preventie willen doen, kan ik maar 1 advies geven: schaf het brugpensioen af. En het oproepen tot het ontslaan van mensen die nog goed in hun vel zitten, maar toevallig wat meer jaren ervaring op de teller hebben staan, mag voor mijn part strafbaar gemaakt worden. Zowel aan de kant van de werknemers als aan die van de werkgevers.

Als preventieadviseur zal het een hele uitdaging worden om mee te helpen werken en denken met de collega’s van HR. Al onze medemensen respectvol en nuttig werk bezorgen dat ze kunnen volhouden tot hun 65ste. Ik kijk er al naar uit.

Je bent 17 en (dus) ziekelijk…

th

Ja, dat staat in het KB jongeren. Je bent geen 18 en dus moet je naar de dokter. Welk genie van de Karpaten heeft dit ooit onderhandeld? Als ik op zondag aan het joggen ben, kan ik amper 100 meter de schijn ophouden tegen een 17-jarige. Amper.

Als die 17-jarige als student de boekhouding gaat klasseren, moet hij naar de dokter. Ik niet. Omdat ik zelfstandige ben. Maar het had gekund, want dezelfde malloten die de vorige wet mee maakten, bakten het ook bruin bij het schrijven van de totaal overbodige CAO104.

Binnen anderhalve maand ben ik 46. Het handvol bedrijven dat een uitwerking gaf aan die CAO104, zet er vaak in dat ik dan naar de dokter moet. Alsof ik ziek ben. Hoewel, zoals het er nu naar uit ziet, ben ik in goed gezelschap. Jongeren en ouderen: één front.

We gaan er wel op vooruit. Een goeie 15 jaar geleden schrok ik me een hoedje toen ik mijn bureau moest verlaten voor een doktersbezoek. Het scherm van mijn laptop was blijkbaar gevaarlijk. Drie verdiepingen lager wachtte de arbeidsgeneesheer om mijn ogen door een volgens mij niet ongevaarlijk machine te laten monitoren.

Mijn werkplek bekeek hij niet. Best, want ik hing in die wilde tijden nogal in mijn stoel. Polsen zwevende in het ijle. Mijn docking station links latende. Duidelijk naar beneden kijkend op een klein scherm. Dat dat niet goed is, weet ik ondertussen. Nekpijn, schouderpijn. Maar mijn ogen waren ok… Nuttig, zo’n onderzoek. Gelukkig is dat al verleden tijd. En draag ik ondertussen een bril, 40+ weet je wel.

In 1996 begon ik mijn loopbaan in de horeca. Ook daar moest ik naar de arbeidsgeneesheer. Ik had een bediendenjob, in kostuum. Het was een vijfsterrenhotel. Driedelig kostuum zelfs, dus. En ergens in dat hotel was een keuken. Dus, hup naar de dokter. Ook dat is gelukkig verleden tijd. Dat het FAVV een medisch attest vraagt om de volksgezondheid te monitoren, kan ik nog volgen. De rest niet.

Hierboven staan twee anomalieën die weggewerkt werden. Maar we zijn er nog lang niet. Onze wetgeving is gewoon een zootje. Bij wijlen toch. In de bijlage van het KB jongeren staat een oplijsting van activiteiten waarvoor ze zeker naar de dokter moeten. Behalve de dodelijke ziekte “jong” te zijn, staan daar allemaal zaken die onder “veiligheidsfunctie”, “chemische agentia”, … en andere zaken vallen waarvoor sowieso medisch toezicht geldt. Wat is dan in godsnaam het nut om het nogmaals te herhalen?

Misschien om zoals in de Middeleeuwen een klooster vol kopiisten min of meer nuttig bezig te houden. Of om uitgeverijen van wetteksten slapend rijk te maken. Immers, elke wijziging levert de jaren nadien een reeks aan aanpassingen in andere KB’s op. Handig als je per pagina factureert. Onhandig als je met je voeten in de praktijk staat.

En nee, jong zijn is volgens mij geen ziekte. Net zoals oud zijn geen ziekte is. Of zwangerschap. Alles hangt van de context af. Van risicoanalyse. Van inschatting. In eer en geweten. Laten we ons daar op focussen en niet op die zeloot van een mediëvistische kopiist*.

 

*Ik geef toe, ik had gewoon zin om af te sluiten met een paar mooi bekkende woorden. Een ziekte als een ander… gelukkig hoef ik er niet voor langs de arbeidsgeneesheer.

Nog 20 jaar ? Natuurlijk ! Maar dan wel fluitend.

(bron: http://www.chezkonsilo.org/eindejaarsvraagjesresultaten)

(Bepalende topics voor 2017 – bron: http://www.chezkonsilo.org/eindejaarsvraagjesresultaten)

Een ernstgraad van 0.02 in 2016. Globale en werkelijke identiek. De ernstgraad geeft weer hoe ernstig de arbeidsongevallen zijn… en die 0.02 komen overeen met 1 ongeval met 10 dagen tijdelijke afwezigheid op een kleine 300 werknemers.

Is dit een bizar laag getal? Nee. In heel veel bedrijven met enkel bedienden, is dit realistisch. Ieder jaar is er wel iemand die zijn voet op het werk omslaat of met zijn vinger tussen de deur zit. Heel soms slaagt er iemand in om in zijn vinger te nieten of een hete Royco over zich heen te kappen.

Wat moet je in zo’n omgeving met een preventieadviseur? Als asbest onder controle is, elektriciteit gekeurd en de brandoefening uitgevoerd, zijn we er zo’n beetje.

En toch… toch. De nieuwjaarsvraagjes van Konsilo brachten een duidelijke tendens naar voor. Het komende jaar (en de jaren erna) zullen zaken als absenteïsme, reïntegratie en langer werken dé uitdaging zijn.

Ik word er 46 dit jaar. En ja… soms moet ik al eens naar de kiné. De rug, de schouders, de oren en de ogen hebben hun absolute top gehad. Verlichting van de werkomgeving moet goed zitten, stoel en scherm ook. Lawaai onder controle, … en dan werk ik met plezier nog eens twintig jaar. Tenminste als ik maar geen leidinggevende heb met verplichte nummertjes “functioneringsgesprekken” en andere… (het einde van deze zin werd gecensureerd door de redactie).

Jongeren zie ik en masse vertrekken voor ze anciënniteit opbouwen. Ze vallen niet ziek. Nee, ze trappen het af. Sommige bedrijven halen schrikbarende percentages turnover… vooral bij jonge instroom met lage anciënniteit. Een kanarie in de mijn valt niet langer dood. Hij doet zijn kooitje open en gaat vliegen. Welzijn en een preventieadviseur kunnen hier helpen. Turnover kost verschrikkelijk veel geld. Zolang je niets doet aan de onderliggende redenen van onwelzijn, kun je je blauw blijven betalen aan advertenties en sjieke selectiebureaus.

Dertigers blijken dan weer de kroon te spannen als groeiende groep « langdurig ziek worden ». Mja… dat ziek vallen heeft vaak meer van een symptoom dan van een specifiek virus voor dertigers. Het is een keuze om thuis te blijven. Een keuze die ze maken omdat er een bepaalde mate van onwelzijn doorslaggevend is. Hun job maakt hen niet gelukkig. Jammer. Als ik zie dat bepaalde bedrijven met 9 of meer % verzuim zitten, is een grondige analyse nodig.  Iets waar een preventieadviseur sterk in is. Welke risicofactoren dragen bij tot dit gedrag? Waarom is dit virus vooral iets voor leeftijdsgroep x, of opleidingsniveau y? En waarom zijn andere groepen “resistent”?

Dit soort analyse zullen mijn job de komende 20 jaar kleuren. Veel meer dan de temperatuur van die Royco, of voet die omgeslagen wordt.

Waarom kiezen mensen er voor het bedrijf te verlaten of om thuis te blijven, eerder dan mee te werken aan de toekomst van het bedrijf waar ze onder contract liggen? Waarom is het aangeboden project niet wervend genoeg? En welke veranderingen moeten we aanbrengen om meer mensen fluitend naar hun werk te laten komen. Tot hun 67ste.

Een vraag waar ik graag nog 20 jaar mee over nadenk.