Re-integratie: nu nog een klucht, straks een succes?

Soms mag een blog al eens hard zijn. Dit wordt er zo ééntje. Werkgevers, Sociale partners, arbeidsgeneesheren, HR en preventieadviseurs… als het op re-integratie aankomt is het één grote bende.

Sommige werkgevers gebruiken nog steeds de term ‘ontslag om medische redenen’, en HR volgt op vele plaatsen gedwee. Re-integratie staat er synoniem met “kosten” en “inspanningen die niet direct renderen”. En dus “dat gaan we niet doen, hé.” Aanvullend zien ze momenteel de mogelijkheid om voor een appel en een ei hun payroll op te schonen: met de bezem door die lijst zieken.

Sociale partners vertrekken vaak vanuit misplaatste empathie en ‘verworven rechten’. Met dat laatste zien ze dan vooral een soort ‘recht op levenslang ziekteverlof’. Vele langdurig zieken hebben het contact met het bedrijf en de collega’s verloren (tip: organiseer verzuimgesprekken) en beseffen niet dat her-activeren het beste is wat hen kan overkomen. De sociale partners hebben het moeilijk om deze boodschap te brengen.

Preventieadviseurs lopen dan weer achter de feiten aan. Ze kennen het niet, het is minder tastbaar dan een verliesstroomschakelaar en ze laten zich de kaas alweer van de boterham stelen. In bijna alle dossiers de laatste jaren was dat het geval. Terwijl de preventieadviseur staat te klagen over de datum van de laatste controle van een brandblusser, proberen andere afdelingen een beleid inzake psychosociale aspecten, alcohol, ergonomie, langer werken… en re-integratie op te zetten. Tegen de stroom in, en vaak zonder succes, maar quasi altijd met afwezigheid van de preventieadviseur… fraaie boel.

Arbeidsgeneesheren… ze staan zo op hun onafhankelijkheid. Maar ze tekenen o zo gretig aanvragen voor definitieve ongeschiktheid… Waarschijnlijk hebben ze schrik dat ze uit hun kabinet moeten komen, het bandwerk en de nine-to-five vaarwel moeten zeggen en reële meerwaarde op de werkvloer gaan brengen. En dus… dus tekenen ze maar. De gemeenschap betaalt. De te gemakkelijk ongeschikt verklaarde betaalt het ook, met zijn of haar psychisch welzijn. Want werken is identiteit creëren, werken is een sociaal leven uitbouwen, werken is … gezond.

Hiermee heb ik me weer eens laten gaan, voel ik me terug Don Quichotte, vechtende tegen windmolens. Maar er is wel degelijk hoop. Mensura publiceerde dat 75% van de cases onderhevig is aan wat ik hierboven beschreef. In feite is dat minder dan ik verwacht had, minder dan mijn intuïtie me vertelt. Want 25% van de cases in 2017 leidden dus wel tot een goede re-integratie.

Als we daar ieder jaar iets bij doen, komen we misschien tegen 2022 aan 50%. Moet lukken. Als iedereen langzaamaan beseft dat het in ons voordeel is.

Vakbonden, durf te vertellen dat werken geen ziekmaker is. Arbeidsgeneesheren, durf op je onafhankelijkheid staan en op de werkvloer aanpassingen voor te stellen. Preventieadviseurs zet de mens centraal. HR, gooi die gedweeë volgzaamheid overboord en durf een beleid te verkopen hogerop. Werkgevers, besef dat er een war on talent bezig is. Er zijn tekorten op de arbeidsmarkt en deze zullen toenemen. Economisch Darwinisme houdt in dat je ieder talent maximaal inzet met een langetermijnvisie.

We hebben iedereen nodig. Samen werkende aan de toekomst van onszelf, van onze bedrijven en van ons land.

Kameraden, re-integreer u !

Advertenties

Nog 20 jaar ? Natuurlijk ! Maar dan wel fluitend.

(bron: http://www.chezkonsilo.org/eindejaarsvraagjesresultaten)

(Bepalende topics voor 2017 – bron: http://www.chezkonsilo.org/eindejaarsvraagjesresultaten)

Een ernstgraad van 0.02 in 2016. Globale en werkelijke identiek. De ernstgraad geeft weer hoe ernstig de arbeidsongevallen zijn… en die 0.02 komen overeen met 1 ongeval met 10 dagen tijdelijke afwezigheid op een kleine 300 werknemers.

Is dit een bizar laag getal? Nee. In heel veel bedrijven met enkel bedienden, is dit realistisch. Ieder jaar is er wel iemand die zijn voet op het werk omslaat of met zijn vinger tussen de deur zit. Heel soms slaagt er iemand in om in zijn vinger te nieten of een hete Royco over zich heen te kappen.

Wat moet je in zo’n omgeving met een preventieadviseur? Als asbest onder controle is, elektriciteit gekeurd en de brandoefening uitgevoerd, zijn we er zo’n beetje.

En toch… toch. De nieuwjaarsvraagjes van Konsilo brachten een duidelijke tendens naar voor. Het komende jaar (en de jaren erna) zullen zaken als absenteïsme, reïntegratie en langer werken dé uitdaging zijn.

Ik word er 46 dit jaar. En ja… soms moet ik al eens naar de kiné. De rug, de schouders, de oren en de ogen hebben hun absolute top gehad. Verlichting van de werkomgeving moet goed zitten, stoel en scherm ook. Lawaai onder controle, … en dan werk ik met plezier nog eens twintig jaar. Tenminste als ik maar geen leidinggevende heb met verplichte nummertjes “functioneringsgesprekken” en andere… (het einde van deze zin werd gecensureerd door de redactie).

Jongeren zie ik en masse vertrekken voor ze anciënniteit opbouwen. Ze vallen niet ziek. Nee, ze trappen het af. Sommige bedrijven halen schrikbarende percentages turnover… vooral bij jonge instroom met lage anciënniteit. Een kanarie in de mijn valt niet langer dood. Hij doet zijn kooitje open en gaat vliegen. Welzijn en een preventieadviseur kunnen hier helpen. Turnover kost verschrikkelijk veel geld. Zolang je niets doet aan de onderliggende redenen van onwelzijn, kun je je blauw blijven betalen aan advertenties en sjieke selectiebureaus.

Dertigers blijken dan weer de kroon te spannen als groeiende groep « langdurig ziek worden ». Mja… dat ziek vallen heeft vaak meer van een symptoom dan van een specifiek virus voor dertigers. Het is een keuze om thuis te blijven. Een keuze die ze maken omdat er een bepaalde mate van onwelzijn doorslaggevend is. Hun job maakt hen niet gelukkig. Jammer. Als ik zie dat bepaalde bedrijven met 9 of meer % verzuim zitten, is een grondige analyse nodig.  Iets waar een preventieadviseur sterk in is. Welke risicofactoren dragen bij tot dit gedrag? Waarom is dit virus vooral iets voor leeftijdsgroep x, of opleidingsniveau y? En waarom zijn andere groepen “resistent”?

Dit soort analyse zullen mijn job de komende 20 jaar kleuren. Veel meer dan de temperatuur van die Royco, of voet die omgeslagen wordt.

Waarom kiezen mensen er voor het bedrijf te verlaten of om thuis te blijven, eerder dan mee te werken aan de toekomst van het bedrijf waar ze onder contract liggen? Waarom is het aangeboden project niet wervend genoeg? En welke veranderingen moeten we aanbrengen om meer mensen fluitend naar hun werk te laten komen. Tot hun 67ste.

Een vraag waar ik graag nog 20 jaar mee over nadenk.