Duivelse Kronkels: Pek en veren. Of toch niet?

Voor we aan de wedstrijd tegen Ierland begonnen, werd er een scherpe risicoanalyse gedaan door De Morgen. Het had wat weg van een Kinney uit te voeren. Ook hier werd het risico beschreven (verliezen) en afgewogen tegen onze kansen. Er werden scenario’s uitgewerkt bij verlies tegen Ierland, winst tegen Zweden, gelijk spelen en natuurlijk het ergste scenario: pek en veren. Gelukkig was het Ierse stew en gisteren werd het goulash. Met friet en Mayonaise, natuurlijk.

tarred_and_feathered_by_angusmcleod-d4ehkhe

Ondanks dat de uitkomst vrij simpel is tijdens de achtste finales; winnen-verliezen- verlengingen-pinalties, is de weg er naartoe redelijk complex. Men had een gouden wissel kunnen doen op de laatste moment, een own-goal, een zee van rode kaarten, acute diarree aanval, magische tikki-takkievoetbal of gewoon: niets. Tijdens het uitvoeren van een taak zijn er duizenden mogelijkheden die het kleine verschil kunnen maken. Dat kleine verschil kan dan weer grote gevolgen hebben.

Tijdens de match  België – Hongarije gaat Lukaku in de aanval en legt de bal af aan Alderweireld. Alderweireld gaat kei hard op doel af: bam loeihard erin. Een kleine afwijking bij het raken van de bal had een andere uitkomst gegeven, beetje meer naar links, beetje meer naar rechts. Maar het is wat het is: de bal ging er in.Alderweireld is de held van de natie. Met de oplossing in de hand bespreken de tooganalysten hoe ongelooflijk briljant Wilmots niet was met Alderweireld en Lukaku samen op het veld te zetten.

Het voetbalveld lijkt meer op een werkplek dan op het eerste zicht lijkt. Wanneer een ongeval gebeurt dan kan men vaak niet begrijpen hoe ongelooflijk stom die persoon moet zijn geweest! Het is toch duidelijk dat je die barrière daar moet zetten? Of ; “Waarom deed hij niet zus in plaats van zo? Dat is toch niet logisch?” Het zelfde geldt voor de grote successen in het leven; Dom Pérignon die per ongeluk Champagne maakte met de hulp van een enorme koudegolf. Of Alexander Flemming die dan weer toevallig penicilline ontdekte.

Ondanks al die variabelen denken we nog steeds dat we met een statische redenering een dynamisch probleem kunnen aanpakken. Maar de sleutel van die oplossing of het probleem zit niet in de tactiek van de bondscoach alleen. Het is het continue aanpassen van de uitvoerders dat, samen met beleid en visie, zorgt voor succes of falen. Of zoals Nancy Leveson stelde: Zowel succes als falen komt voort uit de vele interacties tussen allerlei componenten van een complex systeem. Succes of falen komt niet voor uit een individuele heldendaad of individueel falen.

Ondanks dat de scenario’s van de Belgen maar pas de volgende twee weken echt werkelijkheid gaan worden, is de bal nog steeds rond en duurt de match negentig minuten. Goulash smaakt het best met frit en mayonaise, bij een Cardiganshire Cawl past ongetwijfeld een koude Duvel.

Advertenties

De timmerman en de boomzaag (modern sprookje)

Voor nog meer leesplezier: vervang in onderstaand sprookje “timmeren” door “risico’s beoordelen” en “boomzaag” door “methode van Kinney”. I rest my case.

Er waren eens twee beginnende timmermannen, die samen een opleiding timmeren voor beginners hadden gevolgd. Ze hadden nog geen gereedschapskist samengesteld, maar zagen het timmeren helemaal zitten.

De eerste timmerman ging langs de gespecialiseerde kleinhandel en keek eens rond. Zo’n boomzaag, dat leek hem wel wat. Hij wendde zich tot de verkoper, een jonge jongen, net als hij. De volgende dialoog ontwikkelde zich.

“Verkoper, ik heb wel interesse in die boomzaag, is die handig?”

“Jawel hoor, ik toon hem u even”

“En wat kan je daarmee doen?”

“Ach meneer, met deze boomzaag kan u alles doen wat u wil. Het gebruik is heel eenvoudig, ik leg het u op 2 minuten uit en daarna kan u het zelf ook”

“En al die andere gereedschappen”

Tja”, zuchtte de verkoper. “Die zijn ook wel handig, maar dan moet ik u toch wel wat meer uitleg voor geven.

“Oei, ik weet niet of ik dat wel wil, ik zocht eigenlijk iets heel eenvoudigs waar ik alles mee kan doen”

“Als u meteen aan de slag wil, en ook maar 1 aanpak wil leren, dan kan u best de boomzaag nemen”

En zo geschiedde. De verkoper gaf twee minuten uitleg over het gebruik van de boomzaag, en onze beginnende timmerman vertrok, blinkend van trots op zijn nieuwe werkinstrument. Nu zou hij alles kunnen doen. Waar zou hij mee beginnen? Hij wilde een tafel maken. Ok, die stapel eiken planken waren daar best bruikbaar voor. Met zijn splinternieuwe zaag begon hij vol goede moed. Wauw, dat ging vlot. Superaankoop. Die verkoper had hem toch goed geholpen, hij moest er aan denken om zijn vrienden aan te raden daar ook eens langs te lopen voor zo’n boomzaag.

Na een uurtje is hij klaar met planken verzagen en wil hij ze gladschuren. Daar is de boomzaag wat minder handig voor. Hij probeert wel, en hoewel hij er hier en daar nog wel wat ruwe stukken kan afhalen, is het eindresultaat toch niet je dat. Maar dat kleine nadeel neem hij er wel bij. Welgezind en fluitend werkt hij verder. Volgende stap? Aan elkaar zetten. Oei, daarvoor kan hij toch echt die boomzaag niet gebruiken. Vreemd, de verkoper had hem nochtans gezegd dat je met die boomzaag alles kon doen. Enkele pogingen later geeft hij het op, de tafel in wording wordt aan de kant geschoven, en plots is dat hele timmermansidee toch niet meer zo interessant. Hij gaat eerst maar wat anders doen, timmeren kan later altijd nog. De boomzaag heeft hij nog wel, en ergens hoopt hij wel, meer nog, gelooft hij zelfs dat hij daardoor vroeg of laat een schitterend timmerman zal worden. Maar het komt er maar niet van.

Nee, zijn medestudent dan, die verging het wel anders.

Liep dezelfde winkel binnen. Zag dezelfde boomzaag. Had wel interesse. Sprak een andere verkoper aan, en er ontwikkelde zich de volgende dialoog.

“Verkoper, ik heb wel interesse in die boomzaag, is die handig?”

“Jawel hoor, ik toon hem u even”

“En wat kan je daarmee doen?”

“Ach meneer, met deze boomzaag kan u alles doen wat u wil. Qua zagen dan. Het gebruik is heel eenvoudig, ik leg het u op 2 minuten uit en daarna kan u het zelf ook”

“En al die andere gereedschappen”

Ja, die hebt u ook nodig”, zei de verkoper. “Er zijn verkopers die u zullen zeggen dat je alles met de boomzaag kan. Maar dat is eigenlijk al te gek. Dan wordt u nooit een goed timmerman.

Oei, ik weet niet of ik dat wel ga kunnen, ik zocht eigenlijk iets heel eenvoudigs waar ik alles mee kan doen

O, maar dat kan u hoor. Het is makkelijker dan u denkt. Ik leer u even de kneepjes van de verschillende gereedschappen en u kan meteen aan de slag. In het begin is het even wennen, maar u zal merken dat u blij zal zijn het juiste gereedschap bij de hand te hebben voor elk klusje.

En zo geschiedde. De verkoper gaf uitleg over het gebruik van de boomzaag, en ook nog over een tiental andere instrumenten en onze beginnende timmerman vertrok, blinkend van trots op zijn nieuwe gereedschapskist. Nu zou hij alles kunnen doen. Waar zou hij mee beginnen? Hij wilde een tafel maken. Ok, die stapel eiken planken waren daar best bruikbaar voor. Zo gepiept. Even het juiste gereedschap voor elke bewerking selecteren, en daar gaat hij.

Toen de beide jongens elkaar na enkele maanden tegen het lijf liepen op café, hadden ze heel wat om over te praten.

Dat timmeren, dat is toch maar niks hoor, veel te lastig”, zei de ene. “Gelukkig had ik nog die boomzaag, daar kon ik zowat alles mee doen. Maar eigenlijk zouden ze daar toch specialisten voor moeten aanduiden.”

Komaan”, zei de andere, “ik vind het geweldig. Het heeft even geduurd om te wennen aan mijn gereedschapskist, maar nu heb ik voor elke klus het juiste gereedschap bij de hand, en hoe vaker ik ze gebruik, hoe beter ik ze ken”.

Zoeken om te zoeken: risico’s en gevaren…

manneken pis

Een school gaat niet op schooluitstap naar Brussel. Want “te gevaarlijk”. Ik maakte hetzelfde ongeveer mee in het diepe West-Vlaamse binnenland eind jaren ’70. Mijn toenmalige schooldirecteur was de vader van een Vlaamsche minister hedentendage. Ook hij kwam in de klas waarschuwen voor we op schoolreis vertrokken naar het verre Brussel. Dat we op onze portefeuille moesten letten, dat we de metro gingen nemen en dat zoiets gevaarlijk was. Dat we overvallen, bedreigd en bestolen zouden worden. Met knikkende knieën de metro in. Elf jaar was ik…

In het verre Limburg anno 2014 van hetzelfde. De grote boze stad. Terrorismedreiging heet het tegenwoordig. De onderliggende mechaniek hetzelfde.

Enerzijds de schrik voor het onbekende. Anderzijds de overijverigheid van de wet van parkinson.

Het onbekende. Het foute inschatten. Wat we kennen, daar houden we van. Waar we van houden, dat vertrouwen we. Voilà, meer is dat niet. Een ijzeren wet uit de sociale psychologie. Vraag mij niets van “dorpsgezelligheid” of “fruitbomen”. Ik ken er niets van. Anderzijds voelde ik me vandaag als een vis in het water, bij mijn klant op 500 meter van Brussel-centraal. Lekkere drukte. Als een warme jas. Me heel erg vertrouwd. Brusselaar, wereldburger. Zoiets.

Parkinson. Zijn sociale wet vind je uitgebreid in Wikipedia. Werk vult zich naar de beschikbare tijd/resources. Hoe meer resources je iemand, een functie of een afdeling geeft, hoe meer resources er nodig zullen zijn.

Hoe meer je tegen preventieadviseurs zegt dat ze negatieve gevaren en risico’s moeten vinden, hoe meer ze er zullen vinden. Dat is de voor ons begrijpelijke vertaalslag. Stel de vraag aan een preventieadviseur of een schoolreis naar Brussel “ok” is uit veiligheidsoogpunt en hij zal zijn best doen om – meestal in een verderfelijke Kinney – 101 gevaren en risico’s te zoeken. En zoeken zal hij…

In zo’n met kleurtjes overgoten Kinney staat gegarandeerd “terrorisme-dreiging”. Het kan niet anders. Als het anders is, ben ik Napoleon. Met raar hoedje en al.

Voor de ouders in het oudercomité geldt vervolgens ook de wet van Parkinson: gij zult uw mandaat serieus nemen. En dus… jawel… een discussie waar die brave man van een schooldirecteur een nacht van wakker ligt. In die mate dat zijn vrouw moegetergd, om half vier ’s ochtends bij een warme choco, zegt: “Afschaffen die handel”. Et voilà. We gaan niet op schoolreis.

Boodschap? Beste preventieadviseur, ga op zoek naar preventie. Probeer je uiterste best te doen om ieder ernstig veiligheidsissue aan te pakken. Maar… zoek geen spijkers op laag water. Als je geen fulltime hebt, ga naar HR en vraag om parttime “iets anders” te doen. Je zal stukken er gelukkiger mee zijn dan een Kinney te maken over de kans op vergiftiging door water waar spijkers laag ingelegen hebben.

En mijn boodschap aan de Hasseltse jeugd, ouders van het oudercomité en directie: gedraag je normaal. Ga naar Brussel en eet er een ferme wafel. Zonder stil te staan bij je cholesterol. Kijk naar Manneken Pis zonder psychologische bijstand. En laat je verrassen door alle vreemde nieuwe dingen, zonder comfortzone. Gewoon omdat zoiets genieten is.

De kleren van Keizer Kinney

Nieuwe_kleren_van_de_keizer

(bron foto: http://www.efteling.com)

“Op een dag kwamen er twee mannen aan de paleispoort. Ze vertelden dat ze wevers waren die een heel bijzondere kledingstof konden maken. Het bezat toverkracht. ‘Alleen de mensen die ijverig en slim zijn, kunnen de stof zien’, zo vertelden ze.”
(Uit “De nieuwe kleren van de keizer, volgens Efteling.com)

Je wil niet weten hoe vaak je een verwijzing naar Kinney krijgt, als je vraagt hoe in bedrijven de risico-inschatting wordt opgemaakt. Met daarbij meestal het nodige gekreun en gesteun, omdat het toch wel ingewikkeld is. En manipuleerbaar. En lastig om uit te leggen. En toch maar een cijfer, after all.

De benadering van Kinney om risico op te splitsen in verschillende factoren en die factoren apart te quoteren, is zondermeer interessant. En in een tijd waarin nog maar weinig andere methodieken voor inschatting bestonden, en je dus als alternatief enkel kon kiezen voor een doorgedreven berekening van het reële risico, was het zelfs een verademing. Maar tijden veranderen: er komen methodieken bij. Aangepaste methodieken. Om bepaalde risico’s in te schatten. Risico’s vaak die in het denken in de jaren ’70 van de vorige eeuw nog niet mee op tafel lagen als er over (toen nog exclusief) veiligheid gesproken werd. Zoals ergonomie. Of psychosociale aspecten.

En toch zijn er heel wat preventiedeskundigen die blijven proberen om elk risico te gaan beoordelen met Kinney. Onlangs liep ik er nog enkele tegen het (virtuele of reële) lijf.

  • Vorige week kreeg ik een vraag van een deelnemer aan een niveau II-opleiding. Hij zat een beetje klem met de risicobeoordeling, meer bepaald met de fase van inschatting. Thema van het eindwerk was noodplanning. Op dat thema had hij een controlelijst losgelaten, het tussenresultaat was een aanduiding van OK en NOK-punten. So far, so good. Daar wilde hij nu een inschatting m.b.v. de methode van Kinney aan koppelen. Maar hij liep vast. Omdat de gebruikte controlelijst niet in termen van risico’s en schade is opgevat, maar eerder in termen van maatregelen. De vragen waren dus niet van het type “wat kan er fout lopen?”, maar eerder van het type “hoe goed is deze preventiemaatregel ingevoerd?”. Als je een set gevalideerde en goed bevonden maatregelen wil aftoetsen, kan zo’n controlelijst natuurlijk absoluut helpen. Maar de inschatting die je daar dan aan verbindt, is eerder een aanduiding van de maturiteit van de invoering van de maatregel, en geen risico-inschatting. En daar kan Kinney je dus niet bij helpen.
  • Rond VCA gaat al jaren het verhaal de ronde dat je zou “moeten” Kinney gebruiken om een volwaardige risico-beoordeling te maken. Nooit goed gesnapt waar het vandaan kwam, maar sommigen verspreiden het nog steeds voor waar.
  • Of neem die ene discussie op LinkedIn waarin een preventieadviseur vermeldt dat zijn externe preventiedienst bij hoog en bij laag bij Kinney zweert als methodiek. Als klant ben je daar niet altijd mee gediend. Zeker niet als je aan de andere kant de arbeidsinspectie hebt staan, die stilaan toch duidelijk over haar Kinney-fixatie heen is, en die aangeeft dat zij echt niet verwacht dat je Kinney te pas en te onpas gebruikt.

Want dat laatste is gelukkig ook realiteit: meer en meer hoor ik vanuit de FOD WASO verkondigen dat het niet meer absoluut moet, die methode van Kinney.

Het is een opluchting dat te horen. Want soms moest ik de voorbije jaren echt denken aan “de nieuwe kleren van de keizer”. Je weet wel, het sprookje waarin de keizer zich onzichtbare nieuwe kleren laat aanpraten door enkele snuggere raadgevers. Tegenwoordig zouden we van consultants spreken. Ook daar is blindelings en te hard vertrouwen natuurlijk ook niet goed. Soit. Onzichtbare kleren dus. En pas als een klein jongetje hardop zegt wat iedereen al dacht, blijkt dat die nieuwe kleren helemaal niet bestaan en de keizer in zijn blootje door de straten van de hoofdstad paradeert. Dat is erg, natuurlijk. Genant ook. We hebben allemaal te doen met die koning. Maar het ergste is eigenlijk dat al die mensen denken dat hun mening er niet toe doet. Ze vertrouwen hun eigen ogen en hersenen niet, en durven geen twijfel uiten. Want als de raadgever van de koning zegt dat het goed is, wie zijn zij dan om dat in twijfel te trekken?

Daarom bij deze een warme oproep. Een oproep om twijfels te uiten, om wat je met je eigen ogen ziet ook op tafel te gooien en er een open discussie van te maken. De risicobeoordeling, de gebruikte methodes en benaderingen, en bij uitbreiding het welzijn van alle medewerkers, kan er alleen maar op vooruitgaan. Durf verder denken en verder bouwen op wat je aangereikt wordt. Ga er niet van uit dat eens ontwikkeld een model of methode voor eens en voor altijd in zijn ideale vorm bestaat. Pak het vast, bekijk het van alle kanten, stel in vraag, debatteer en ga voor de beste combinatie van bestaande kennis en nieuwe inzichten.

Alvast bedankt.