Napo doet het goed maar jij doet het beter!

todolist

(bron foto: http://nl.123rf.com/profile_mybaitshop)

Wat telt er voor jou ? Wat is er echt belangrijk in jouw leven ? Heb je een persoonlijke visie?

Mensen zijn gewoontedieren, van nature gericht op het behoud van wat ze kennen en kunnen. “Everyday people do everyday things but I can’t be one of them” is een zin uit een recent dansnummer van Alesso (“Heroes“).

Wanneer een werknemer gevraagd wordt waarom hij zijn taak op een onveilige manier uitvoert krijg je maar al te vaak het antwoord “Omdat ik dat al jaren zo doe“. Wanneer je een leidinggevende vraagt waarom het gebruik van beschermingsmiddelen niet toegelicht wordt, hoor je “dat is toch duidelijk“. Wanneer je het preventiebeleid van een bedrijf analyseert stel je nogal vaak een reactief beleid vast en … “omdat het moet“. Maar het is niet omdat je het gewoon bent op deze manier dat het niet op een andere manier kan. De werkwijze (of beleid) wordt pas in vraag gesteld wanneer het (bijna) fout liep (“oef, hier komen we goed weg“).

Wat is Preventie ? “Geheel van bepalingen of maatregelen die worden genomen of vastgelegd in alle stadia van de activiteiten van de onderneming of instelling; op alle niveaus met de bedoeling risico’s te voorkomen of te verminderen tot een aanvaardbaar niveau.” Investeren in preventie en welzijn op het werk komt het bedrijf of organisatie vooral op het vlak van kostenbeheersing – het voorkomen van arbeidsongevallen – ten goede maar heeft ook een positieve invloed op de concurrentiepositie, klantentevredenheid, integrale kwaliteitszorg, kwaliteit van de werkomgeving, …

Maar wat telt er voor jou?

Veiligheid, passend advies geven, (team)werk, jobtevredenheid, geld, status, passie, geluk, … Als je jezelf de spiegel voorhoudt en bepaalt wat voor jou echt belangrijk is in het leven kun je tot een persoonlijke visie komen. Het is dus belangrijk om te ontdekken wat jouw persoonlijke waarden zijn.

En dit is gemakkelijker dan je denkt. Stel je jezelf maar eens de volgende vragen (bron: nieuwsbrief september 2014 NLP, Sabine Hess):

  • waar houd ik van?
  • wat maakt mij gelukkig?
  • wat vind ik leuk, waar heb ik plezier in?
  • waar krijg ik energie van?
  • wanneer sta ik in mijn kracht?

En wat levert dit mij dan op? Wat vind ik écht belangrijk? Dan krijg je antwoord op de vraag wat voor jou werkelijk belangrijk is. Dan kun je “de juiste dingen doen” om het met de woorden van Stephen Covey te zeggen. Met dit inzicht kun je prioriteiten stellen om te bereiken wat jij wil. Check daarna of je persoonlijk visie aansluit bij de visie van je afdeling, bedrijf of organisatie. Als er een match is, kun je je eigen visie realiseren.

“Iets betekenen in het leven van anderen, waardoor momenten van geluk bereikbaarder worden”, is een goed uitgangspunt. Een gevoel van geluk zit soms is een klein gebaar. Verstop je niet langer. Doorbreek de dagelijkse sleur en de macht der gewoonte, stel prioriteiten en maak het verschil. Je zal je eigen “Hero” zijn. Nog beter dan Napo. Want dit is echt.

Advertenties

De jury heeft altijd gelijk (zelfs al heeft ze ongelijk)

informed

Docwerkers hebben een brede interesse. We lopen graag met onze kennis te koop en zijn nogal competitief ingesteld. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat we graag quizzen. Vorig weekend was het weer de jaarlijkse quiz van de personeelskring van onze moederorganisatie. Met wat (ex) collega’s vormden we het quizgroepje ‘Safety first’ onder het motto: “Meedoen is belachelijker dan winnen”.

Dat motto viel wat tegen (we waren maar met vier van de zes ingeschreven quizploegleden , de antwoorden kwamen niet of heel moeizaam, en soms wisten we helemaal niet waar het over ging). Het resultaat? De middenmoot van het klassement. Het zal de leeftijd wel wezen.

Bij één vraag dachten we “Yes! Dat punt halen we zeker binnen.” Het ging over rookmelders. En daar hebben we net een heel succesvolle campagne over afgerond. Als we een joker hadden mogen inzetten…

De vraag in kwestie was: In welke ruimte van je huis hang je “volgens de brandweer” het best een rookmelder op? Als antwoord kon je kiezen uit:
• De living
• De kelder
• De keuken
• De slaapkamer

… Doe zelf maar een gok…

Tijdens onze rookmeldercampagne hebben we overal in het land mensen gesensibiliseerd over het belang van rookmelders. En over de juiste plaatsing van de melders. Brand maakt ‘s nachts de meeste slachtoffers. Overdag waarschuwt je neus je voor beginnende brand. Als je slaapt ruik je niets, dan moeten rookmelders je wakker maken. Hang ze dus op een plaats waar de warme, stijgende rook vermoedelijk naar toe gaat, én vooral waar je ze kan horen. Als je er maar 1 of 2 hangt, doe dat dan in de traphal en in de buurt van de slaapkamers.

Toen de antwoorden van die ronde werden voorgelezen, bleek tot onze grote verbazing dat ‘de kelder’ het antwoord was dat de jury in gedachten had. Dat hadden ze ergens gelezen op de site van een brandweerkorps.

Met ons ploegje hadden we op voorhand afgesproken dat we alle antwoorden zouden accepteren. De jury heeft namelijk altijd gelijk, zelfs al hebben ze het fout. Die organisatoren steken hun ziel en zaligheid in zo’n avond, dan ga je niet discussiëren (lees zeiken) over de antwoorden. Dit punt hadden we dus niet gescoord. Enfin soit, volgende ronde.

Aan de andere kant, aan een hele zaal quizzers werd doodleuk verteld om hun rookmelders in de kelder op te hangen. Ik hoop niet dat er al enkele hun melders hebben verplaatst.

Tegenwoordig kennen we een nog nooit geziene toegang tot informatie. Massaal veel info is slechts een paar muisklikken verwijderd. En met de intrede van smartphones en tablets lijkt het alsof we overal en altijd toegang hebben tot alle mogelijke info.

En toch valt het me steeds vaker op hoe slecht geïnformeerd mensen tegenwoordig zijn en hoe lichtzinnig ze omspringen met wat ze op het internet lezen. Komt het misschien door de information overload? Ik hoor zelfs vaker dat journalisten uit de klassieke media hun bronnen niet of nauwelijks checken. Met alle neveneffecten vandien. Denk aan de hoax over het seksuele appetijt van de Vlamingen per kiezersgroep voor het één-programma “basta”.

Iedereen heeft meningen à volonté en strooit die kwistig in het rond. Maar bijna niemand checkt z’n bronnen deftig. Ik ken mensen die Facebook vaarwel hebben gezegd omdat ze onpasselijk werden van het grote aantal domme, kortzichtige en ongeïnformeerde reacties op nieuwsberichten.

Hoeveel mensen baseren zich voor boude stellingen niet op slechts één(!) bron, of op iets wat ze al-dan-niet halvelings hebben gehoord. Voor velen is het blijkbaar tijd voor een workshop zoekstrategieën en bronnenonderzoek. Ik ken wel een adres waar ze zoiets organiseren.

Tot slot even de puntjes op de i:
Mocht het toch nog niet duidelijk zijn, Je hangt je enige rookmelder NIET in de kelder. En om onze collega’s daar ook van te overtuigen staat dat vanaf nu ook te lezen op de bedrijfs Yammer-site.

Iedereen ref

RefComplaint-xxx

De WK-koorts stijgt. Het spel is nog maar net begonnen en WK-overkill loert al om de hoek. Voor we van onze sambawolk donderen, nog even een terugblik op onze vaderlandse eersteklassevoetbalcompetitie, de Jupiler Pro League. Want daar zitten (welzijns)lessen in voor dit WK.

Aan spankracht was er dit jaar geen gebrek – althans niet in de eindduels van Play-off 1 -, aan kwaliteit van het gebrachte voetbal des te meer. Als paarswitte fan is het dan ook pijnlijk te moeten toegeven dat Anderlecht slechts koning éénpoot was in het land der kreupelen… Nog jammerlijker was de vaststelling dat de scheidsrechters dit seizoen, meer dan ooit, kop van jut waren. Als je trainers, spelers en supporters mag geloven, bepalen de refs wie er kampioen wordt. En voetbalanalisten blijken zich soms liever te buigen over de prestatie van de arbitrage dan over die van de teams zelf. Na uiteraard eerst elke discutabele spelfase diverse keren te hebben herbekeken – in vertraging en vanuit elke mogelijke camerahoek.

Menselijke flitspalen, zo omschreef sportcolumnist Hans Vandeweghe onlangs heel treffend de voetbalscheidsrechters. Door iedereen gehaat, maar zonder loopt het gegarandeerd fout. Je vraagt je soms af waarom iemand dezer dagen nog (hoofd)ref wil zijn. Masochisme in een machowereld. Tweemaal 45 minuten intervalinspanning, en ondertussen continu alert blijven, razendsnel heikele beslissingen nemen (correcte tackle of schwalbe?, buitenspel of net niet?…) en blijven communiceren met de assistent-scheidsrechters en spelers. En daarbovenop nog eens worden blootgesteld aan gejoel en spreekkoren vanuit de tribunes, dolgedraaide coaches aan de zijlijn en opgefokte voetballers op het veld (om nog maar te zwijgen over de verbale en fysieke agressie van speler(tje)s, trainers, ouders en toeschouwers in de lagere voetbalafdelingen). Van een ferme combinatie van fysieke, cognitieve en psychosociale belasting gesproken…

Een tijdje terug was Lorenzo Staelens te gast in Extra Time, het voetbalkletsprogramma op Canvas. De ex-international en huidige coach van Cercle Brugge kreeg ook de obligate vraag over het niveau van de arbitrage voorgeschoteld. Vroeger was ik niet echt een fan van “de Lorre” – niet zozeer omwille van zijn voetbalkwaliteiten, maar waarschijnlijk eerder door zijn uncoole rijkswachterlook. Zijn analyse sprak me ditmaal wel aan: “Het gaat mij niet over het niveau en de fouten die scheidsrechters maken. Fouten maken is menselijk. Ik vind wel dat ze die samen moeten maken. Ze moeten een wedstrijd als team leiden”. Staelens doelde hierbij op het feit dat er soms (onbewuste) concurrentie lijkt te bestaan tussen de hoofdscheidsrechter en de andere officials op en rond het veld.

Als er fouten worden gemaakt, wijzen we inderdaad steevast in de richting van de betrokken individuen, hun kwaliteiten en gedrag. We kijken amper naar de context, het volledige plaatje. Een fenomeen dat in de sociale psychologie bekend staat als de fundamental attribution error. Zolang er dus niet geopteerd wordt voor meer technologische ondersteuning en/of er geen drastische cultuurverandering op en naast het veld komt, blijft het dan ook onzinnig om te blijven kankeren dat het niveau van de scheidsrechters (nog) moet worden opgekrikt.

En tot we zo ver zijn, en er meer mildheid en respect is ten aanzien van de arbitrage, lijkt het me logisch om in te zetten op sterke scheidsrechterteams. Een team is dan ook niet zomaar een groep mensen die met/naast elkaar werken. Het gaat om een groep van verschillende disciplines (in dit geval de hoofdref, lijnrechters, vierde man, …) die samen een totale taak uitvoeren, elkaar hierbij nodig hebben en zich verantwoordelijk voelen voor de output. Een goede match in het topvoetbal kan dus maar als er niet twee, maar drie (h)echte teams op en naast het veld staan. En ook op de werkvloer zijn het zo’n (h)echte teams die kunnen zorgen voor betere prestaties en meer welzijn.

Meer mildheid en respect dus. Behalve dan binnen enkele weken misschien. Als onze Duivels bijvoorbeeld in de groepsfase of achtste finales uit het WK worden geknikkerd door een schijnbaar scheidsrechterlijke dwaling. Dan mogen we ons nog eens als vanouds collectief richten op de arbiter van dienst. Een Zwitser of Jamaicaan of zo. Iedereen duivel, iedereen ref.

Domme manieren om te sterven.

Dumb_Ways_to_Die

In Australië hebben ze een aanstekelijke manier gevonden om de aandacht te vestigen op de veiligheid in en rondom de metro. Een leuk nummer met allerlei absurde manieren om te sterven; bv je edele delen gebruiken als piranhavoer. Of wat dacht u van uw astronautenhelm uit te doen in de ruimte? Zoveel domme manieren om te sterven, niet?

Een dom ongeval zit in een klein hoekje en daar wilden onze Australische collega’s ons attent op maken en met succes. Maar dan is de vraag natuurlijk; wat is dan een slim ongeval? Of bestaat er iets als een slimme manier van sterven?

Vaak wordt de oorzaak van een ongeval gevonden in de menselijke fout of het niet naleven van procedures of in onoplettendheid. Maar is dat ook altijd zo? Zet men ook niet vaak de kat bij de melk? Worden mensen voldoende geïnformeerd over de risico’s? Zijn mensen wel capabel om een taak uit te voeren? Gebeurt het niet te vaak dat mensen met het kluitje in het riet worden gestuurd?

Een goede opleiding, coaching en opvolging van nieuwe werknemers is een eerste stap. Maar nog belangrijker is blijven sensibiliseren zonder het in het belachelijke te trekken. Neem maar als voorbeeld dumb ways to die; interactief, aanstekelijk maar de boodschap komt wel aan. Prachtig werk!

Hier in België komt de boodschap niet zo over als in Australië; hier kennen we enkel het nummer waar maar één zinnetje in voorkomt: “Run across the tracks between the platforms. They may not rhyme but they’re quite possibly”. De makers hebben echter een hele mediacampagne opgezet met flyers, reclameboodschappen, een muziekvideo en een website.

Het doel van de campagne was om het publiek te bereiken dat niet wil luisteren naar veiligheidsboodschappen (klinkt bekend, niet?). Met een out of the box manier van denken, is er een zeer breed publiek bereikt. Misschien is dat een opdracht voor de preventieadviseur van vandaag: hoe je mensen echt bereiken, zonder in de eindeloze herhaling van postercampagnes te vallen.

Elk ongeval is een “dom ongeval”. Maar met een goede aanpak van het preventiebeleid, kan men die domme ongevallen ombuigen tot slimme preventieve acties.

Succes!

De magie van sprookjes

Sprookjes zijn magisch. Op een zondagochtend in bed bij mama en papa, een ter plaatse verzonnen sprookje. Nog voor de verse, krakende pistolets opgediend op tafel komen. Of in De Efteling door het sprookjesbos wandelende. Pure magie.

En toch. We doen er al het mogelijke aan om de wereld te ontdoen van zijn magie. Ieder leerjaar op de schoolbanken is een afpellen van de magie van het leven. Aardrijkskunde is niets anders dan de wereld in kaart brengen. Tot “de wereld klein geworden is”, om het met de woorden van Jack Sparrow te zeggen.

Met de overwinning van de redelijke mensheid, moeten ook bij Tolkien de Elfen de wereld verlaten. Ze doen dat per schip. Mijn jongste vroeg of de Elfen nu echt weg waren. Tja. In haar hoofd mogen ze nog blijven tot haar eerste les fysica. Daarna is het definitief gedaan.

En toch durf ik te pleiten voor wat meer verhaaltjes in het leven der volwassenen. Een beetje verbeelding. Met de kracht van de verbeelding zijn al bergen verzet. Meer psycholoog dan ingenieur.

De exacte probeert een comfortabele omgevingstemperatuur te verwoorden als 11.9°Celsius plus 0.54% van de gemiddelde maandtemperatuur als die tussen de 10°Celsius en de 34°Celsius ligt. Dan hebben de collega’s het comfortabel. Dat moet je nu eens in een comité komen verdedigen sé.  Goodluck.

Een psycholoog kan elke temperatuur gezellig maken, een ingenieur slaagt er in om elke gezellige temperatuur koud te maken. Dromen, dat hebben we nodig. Zelfbedrog, dat ook. Maar geen formule. Leve het nieuwe KB Thermische omgevingsfactoren dus. Laten we een subjectieve risicoanalyse maken en het verdedigen, als communicerende en dromende mensen onder elkaar.

Overleggen tot de olfjes in het rond vliegen. Met  1 Olf = de geur van een volwassen mens met 1.8m² huidoppervlak die zich 5* per week wast en iedere dag een verse onderbroek aan doet. Echt waar. Zo verkocht een prof het me ooit. Een fysicus. En ik maar dagdromen. Over die onderbroek en andere dingen. Tot het een uur in het rond stonk.

Nee, pseudo-objectiviteit hebben we genoeg. Verbeelding te weinig. En communicatie met warmte al helemaal te weinig. Ook op het werk. Ook voor volwassenen.

Maar in het weekend ga ik voor Dolfje het weerwolfje. Ik maak het verhaal zo spannend dat mijn kinderen het er (11.9+(0.54*34.2))°C van krijgen. En toch vinden ze het comfi. Faut le faire. Hopelijk gaat het nooit over. Niet bij hen, niet bij mij en niet bij jullie.

Crash, boom, bang.

Vorig jaar, 6 juni 2011. Crash, boom, bang. Een arbeidsongeval verandert je leven, ook als preventieadviseur. Tijdens de opleiding PA2 werd ons verteld wat de gevolgen zijn van een arbeidsongeval, sociaal, financieel, materieel en juridisch.

Waar minder aandacht aan werd besteed was het psychosociale. Wanneer je een ongeval ondergaat, wordt heel je leven omver gegooid. Mensen zijn werkbeesten, 8 uur van onze dag volbrengen we op onze job. Soms met plezier, soms met tegenzin, maar die acht uren zijn onze daginvulling. Wanneer die acht uur wegvallen, omdat je gekluisterd zit aan je bed, raak je in een soort isolement. Tuurlijk wordt je in het begin door iedereen bezocht, maar na een week of twee is dat feest ook voorbij. En stelselmatig bestaat je dag uit niets doen. Want je mag enkel… stil liggen, vier maanden lang.

Een paar maanden geleden gebeurde hetzelfde met een collega van me. Heel herkenbaar allemaal. De impact, dat stil verdwijnen in het isolement en die sluipende depressie. Allemaal meegemaakt. Wanneer je dit meldt aan de verzekering, sturen ze je naar een controledokter en die vindt dat het niet nodig is. Dus trek uw plan. Gelukkig was dat bij deze collega niet waar. Wat bijsturen, hem raad geven, proberen zaken voor hem te regelen. Dat doen preventieadviseurs nu eenmaal voor de werknemers hun welzijn.

Wanneer een arbeidsongeval met blijvende invaliditeit is, is da niet het einde van de wereld. Zolang die mensen goed begeleid worden, kunnen ze makkelijk doorstarten. Neem nu die collega van me, na vier maanden mag hij eindelijk aangepast werk doen. Geen vijsjes tellen in ’t magazijn deze keer, neen als preventieadviseur heb ik gekozen om hem nuttige zaken te laten doen: risicoanalyse van machines in onderhoud en van onderhoudswerkzaamheden. Zo gelukkig als een klein kind dat de sint zijn favoriete cadeautje ziet brengen.

Misschien moet die Papsie wat meer betrokken raken na een ongeval, zodat mensen niet in een ander soort ongeval raken. Psychosociaal welzijn, het is een pareltje dat nog moet ontdekt worden door vele preventieadviseurs, inclusief mezelf.

‘De jaren 80 belden, ze willen hun buitenlandbeleid terug’ – Obama, B.

Four-more-years_1200

 

Toen ik deze quote hoorde moest ik spontaan denken aan de laatste vergadering over het jaaractieplan met het middenmanagement.

Een jaaractieplan moet voortvloeien uit het globaal actieplan. Dat plan komt dan weer verder uit de risicoanalyse. Voor iedereen dat de wetgeving kent, is dit een stukje is een kleine samenvatting uit het KB Beleid. Om precies te zijn, hoofdstuk 2; het dynamisch risicobeheersysteem.

Toen ik het geheel voorstelde, 200 punten lang (ambitie is mij niet onbekend), was de eerste vraag: en waar staat welke frequentiegraad we volgend jaar moeten behalen. Maanden voorbereiding, studie, denkwerk: weg. Toen lag het op de punt van m’n tong; “de jaren 80 belden, ze willen hun veiligheidsbeleid terug.” Ineens is het niet meer vrijblijvend, ineens is het niet meer een copy paste van 10 doelstellingen zoals we gaan een frequentiegraad halen van 7, we gaan wat doen aan de verzorgingen… Het is wat het is: een jaaractieplan, een blauwdruk van de werking van de interne dienst.

Een frequentiegraad en ernstgraad als doelstelling stellen is passé. Je werkt namelijk reactief in plaats van (what’s in a name?) preventief. Dat jaaractieplan moet meetbaar zijn en je moet doelstellingen stellen. Maar het één moet aan het ander hangen. Wanneer de doelstelling is: “betrokkenheid van de HL verhogen”, dan moet je daar een plan van aanpak voor hebben. Dat plan van aanpak kan zijn: 10 welzijnsgeprekken per jaar voeren met een individuele werknemer. Men kan x aantal meldingen per persoon vragen. Dat is simpel, relevant, meetbaar, smart zouden sommige het noemen.

De invulling van een beleid moet concreet zijn, dat is toch bij een beleid en visie naar de productie ook? Of heb je ooit al een bedrijf gezien dat stelt: “we gaan de beste zijn.” En daar niets verder mee doet. Dacht ik al.

Het leven als preventieadviseur is er een waar men van kan genieten, vloeken, en verwensen op één uur tijd. You just got to love it.