Preventie-eenheden met vervaldatum

devil-deal

Ik ga uit de biecht klappen over de preventie-eenheden, meer bepaald wat je moet doen wanneer je er nog van vorig jaar over hebt. Want de duivel zit in de details. Zo ook in de interpretatie van de wetgeving.

Als kind las ik heel graag sprookjes, fabels, sagen en mythes. Nogal eens draaide de spil van het verhaal rond een letterlijke interpretatie van wat beloofd of gevraagd werd. Van de wensen die men met de magische olielamp deed, de contracten met Repelsteeltje, de afspraken met de duivel of de weddenschappen met Loki. Zo verwedde deze god van chaos en leugens er eens zijn hoofd om met twee dwergen dat zij geen drie kunstwerken konden voortbrengen. Toen zij hier toch in slaagden en hun prijs opeisten, het mes in de hand, gaf hij aan dat hij enkel zijn hoofd had verwed, niet zijn nek. Ze hebben dan maar, bij gebrek aan verbeelding, zijn mond dichtgenaaid.

Wellicht is het door mijn ervaring met zulke onbetrouwbare personages, dat ik bij de publicatie van het toen nog nieuwe KB Tarificatie van 23 mei 2014 al een aantal mogelijkheden tot “creatieve interpretatie” zag. Ik heb een aantal hiervan trouwens toegelicht op een webinar van Kluwer op 10 februari 2015.

De preventie-eenheden dus. Het KB geeft aan dat de overblijvende preventie-eenheden overdraagbaar zijn. Betekent dit dat ze automatisch worden overgedragen naar het volgende jaar, en het jaar daarop, tot in het oneindige? Nee hoor.

Om dit in meer detail te bespreken, zal ik eerst het relevante extract uit het KB van 27 maart 1998 (betreffende de externe diensten PBW) erbij nemen. Meer bepaald gaat het om een zin in artikel 13/3 paragraaf 2: “De overblijvende preventie-eenheden zijn overdraagbaar.

Okee, om het meest voor de hand liggende al even uit de weg te ruimen: wanneer je verandert van externe dienst, ben je de resterende preventie-eenheden sowieso kwijt. Ze zijn niet overdraagbaar naar een andere externe dienst. Well duh zeg je nu wellicht, is dat het grote geheim nu? Nee. Het is veel subtieler.

De preventie-eenheden zijn overdraagbaar. Concreet betekent dit dat ze overgedragen kunnen worden naar een volgend jaar, niet dat ze overgedragen moeten worden. Hoe wordt dit nu bij sommige externe diensten geïnterpreteerd? Dat, als een klant tegen het einde van het eerste trimester niet expliciet heeft gevraagd om de niet-opgebruikte preventie-eenheden van het vorige jaar over te dragen, hij ze kwijt is.

Kijk, ik snap de logica wel hoor. In de geest van de wet moet de werkgever, via zijn interne preventiedienst, zelf zijn beschikbare budget preventie-eenheden beheren. Hij moet zelf bepalen welke projecten zullen worden opgenomen in het jaaractieplan en het globaal preventieplan. Dus moet hij ook telkens in het begin van het kalenderjaar bepalen wat te doen met resterende preventie-eenheden van het voorgaande jaar. Het moet niet de verantwoordelijkheid zijn van de externe dienst om zonder meer de niet-gebruikte preventie-eenheden mee te blijven dragen, en dan bijvoorbeeld na tien jaar geconfronteerd te worden met een massief aantal alsnog te presteren uren, wanneer de klant hier dan plots en onverwachts nood aan heeft.

Maar ik hoop wel dat de diensten die dit principe toepassen van een vervaldatum, dit dan ook tijdig en helder communiceren aan hun klanten. Opdat deze dan ook in gezamenlijk overleg met hun externe dienst hun beleid voor het nieuwe jaar kunnen opmaken, en de overblijvende preventie-eenheden van het vorige jaar alsnog kunnen overdragen. De band van de werkgever met zijn externe dienst moet er een van vertrouwen zijn en kunnen steunen op een professionele expertise. Niet een waarbij hij steeds heel zorgvuldig de kleine lettertjes van het contract en de wetgeving moet nakijken…

Advertenties

Quod erat demonstrandum

radiation sign

Onlangs las ik Big Science: Ernest Lawrence and the Invention that Launched the Military-Industrial Complex van Michael Hiltzik. En bij de beschrijving van de werkmethodes in het “Rad Lab” van Ernest Lawrence in de jaren ’30 – ’40 stond ik perplex hoe nonchalant men toen omging met arbeidsrisico’s.

Ja, iedereen heeft natuurlijk wel al eens gehoord of gelezen dat Marie Curie, de Pools-Franse Nobelprijswinnaar, gestorven is aan de gevolgen van stralingsblootstelling. Maar dat was in de beginjaren, toen men nog niets wist over de gevaren van radioactiviteit, niet? Eenmaal men zich bewust werd van de potentiële risico’s, ging men zijn gedrag toch aanpassen, niet?

Bleek toch niet echt het geval te zijn. In 1928 bijvoorbeeld kregen de “Radium girls”, Amerikaanse arbeidsters die radioactieve verf op de wijzers van horloges aanbrachten (en de tip van hun penseel puntig likten), nog een fikse vergoeding uitbetaald ter compensatie van de kanker die ze hierdoor gekregen hadden. Men was dus in het Radiation Laboratory te Berkeley (en overal elders ter wereld) wel op de hoogte van de gevaren, maar de veiligheidscultuur bestond gewoonweg niet. De kennis was er, maar ze was te abstract om serieus genomen te worden. Zo toonde een wetenschapper enthousiast aan bezoekers hoe snel een radioactieve vloeistof opgenomen werd in het lichaam, door deze op te drinken en dan een Geigerteller aan zijn pols te houden. Klik klik klikklikklik. Cool, right?

In het Rad Lab kwam de ommekeer er pas toen een wetenschapper een proefopstelling deed, waarbij hij een muis in een afgesloten doos gedurende 5 minuten rechtstreeks blootstelde aan de straling die vrijkwam bij het gebruik van hun deeltjesversneller, om te zien of het enig nadelig effect had op het beestje. Toen de onderzoeker de doos opende, stelden de nieuwsgierige collega’s die zich rond hem heen verzameld hadden, met ontzetting vast dat het dier dood was.

Vanaf toen ging men veel voorzichtiger om met de radioactieve producten en de apparaten.

Een veiligheidscultuur was geboren!

En dit bleef zo, ook nadat de onderzoeker twee weken later ontdekte dat het diertje was gestorven door verstikking, omdat hij vergeten was de ventilatie van het doosje aan te zetten.

3.000.000 stappen: SMART is niet altijd even SMART

Vanuit mijn werk ben ik veel bezig met gezondheid. En ook met management. Preventie begint bij jezelf, en ook je gezondheid kun je managen.

Elk aspect van je gezondheid kun je benaderen vanuit het SMART-principe. Het doel dat je wilt behalen, moet dus specifiek zijn, meetbaar, aanvaardbaar, realistisch en tijdsgebonden. Gezien mijn eerdere preventiekronkels  (lees daarvoor “Tienduizend stappen“), grijp ik nu even terug naar het voorbeeld van de 10.000 stappen per dag.

Er zijn meerdere benaderingswijzen mogelijk, en in de voorbije drie jaar heb ik er verschillende uitgeprobeerd.

10.000 stappen per dag?

Dit is de klassieker uiteraard, en als je daar genoeg aan hebt om jezelf gemotiveerd te houden, dan hoef je niet verder te lezen. Voor mij was het alleszins niet voldoende. Vandaag slechts vijfduizend stappen? Meh. Teveel moeite om vandaag nog de tienduizend te halen. En morgen is toch weer een nieuwe dag. So why bother?

Ik heb uiteindelijk de managementtechniek van Jerry Seinfeld gebruikt, “Don’t break the chain”, om mezelf gemotiveerd te houden. Hiermee ga je opeenvolgende dagen waarop je je doel hebt bereikt, aan elkaar rijgen tot een ketting. En met elke bijkomende dag, wordt je ketting langer. Mis je een dag, dan begin je weer van nul af aan. Mijn record tot dusver is 26 aaneensluitende dagen met meer dan tienduizend stappen.

Dit systeem werkte relatief goed voor mij. Nadeel was wel: wanneer ik dan toch door een geval van overmacht een dag miste, en ik dus weer helemaal opnieuw moest beginnen, dan was ik niet echt gemotiveerd om onmiddellijk weer de draad op te pikken. Dus ben ik ongeveer een jaar geleden een bijkomend systeem gaan toepassen, dat gaandeweg Jerry’s dagkettingen is gaan vervangen. Exit dagsysteem. Enter systeem nr 2.

70.000 stappen per week?

smart-stappen-per week

Ik tracht met dit systeem nog steeds elke dag aan tienduizend stappen te raken, maar als ik dan eens een dag mis: niet getreurd, zolang ik maar gemiddeld aan tienduizend stappen per dag raak. Dus wanneer ik weet dat ik in een bepaalde week een aantal dagen heb met consultaties of marathonmeetings, dan ga ik de overige dagen extra moeite doen, opdat ik mijn gemiddelde haal. En hier rijg ik dan weer mijn Seinfeld-kettingen van. Tien aaneensluitende weken met gemiddeld meer dan tienduizend stappen per dag is mijn maximum.

Tot je die week hebt, dat je een dag consultaties hebt (2664 stappen), én een dag met ochtend-en-lunch-en-namiddag-en-avondmeetings (3836 stappen), en de dag erna heb je door het lange zitten last van kramp in een been (3987 stappen), en probeer maar eens tienduizend stappen op één been te huppelen, en lap, je prachtige ketting is onherroepelijk verkloot. Iets dergelijks is me in de tweede week van juni overkomen, en in de volgende weken vond ik niet meer de motivatie om de draad weer op te pikken. Exit weeksysteem. Enter system nr 3.

3.000.000 stappen per jaar?

Ik had ook nog kunnen experimenteren met maanden, maar ik zag niet echt de meerwaarde. In plaats daarvan heb ik met terugwerkende kracht drie miljoen stappen als mijn jaardoelstelling voor 2015 beschouwd. Nee, dan kom je niet aan tienduizend stappen per dag, maar je doelstellingen moeten aanvaardbaar en realistisch blijven, remember? Ik heb dus eerst de voorbije jaren eens bekeken: 2.450.400 stappen in 2013 en 2.759.928 stappen in 2014. 3.000.000 stappen is een mooi rond getal dat hoger ligt dan wat ik tot nu toe bereikt heb. Het lijkt me nog haalbaar, en een gemiddelde van 8.219 stappen per dag vind ik op zich ook al een mooi resultaat. Als je een beetje met Excel kunt werken, dan kun je ook zoals in onderstaande grafiek een dag-tot-dag resultaat bijhouden, waarmee je elke dag opnieuw kunt kijken hoe ver je staat ten opzichte van je doel. Je kunt zien of je eventjes een tandje moet bijsteken, of nog wat reserve hebt. En zoals het er momenteel naar uitziet, haal ik dit jaar de 3.000.000 stappen op mijn sloffen!

smart-stappen-per jaar

SMART is dus niet altijd even SMART. Niet alle doelstellingen werken even motiverend. Ditzelfde principe geldt uiteraard ook op bedrijfsniveau.

Overigens is een van mijn andere jaardoelstellingen 50 uren schrijven. Ja, dat is een bedroevend lage doelstelling, en toch is het er een die ik de laatste jaren niet meer haal. Maar met het schrijven van deze Preventiekronkel ben ik alleszins weer één uur dichter bij mijn doel!

Tienduizend stappen

(foto: FreeImages.com/Roger Kirby)

(foto: FreeImages.com/Roger Kirby)

Tienduizend stappen per dag. Dat is het doel dat ik mezelf heb gesteld. Maar ik ben er nog niet. Sinds 28 augustus 2012 tel ik stappen. Ik gebruik hiervoor de Omron Walking Style 2.1. Net als de Yamax Digiwalker getest door de Universiteit van Gent en aanbevolen door http://www.10000stappen.be. Er zijn ook smartphones met ingebouwde stappentellers. De iPhone 6 doet dit zelfs automatisch.

Zoals de naam van de website al doet vermoeden, is het de bedoeling dat je tienduizend stappen per dag doet. Een advies gebaseerd op internationaal erkende wetenschappelijke normen, en met een bewezen fundamentele verbetering van de gezondheid tot gevolg. De gemiddelde volwassene doet zo’n zesduizend stappen per dag, zo staat er geschreven. Dus met slechts vierduizend extra stappen ben je er al!

Ondertussen besef ik maar al te goed dat het zo eenvoudig niet is. Ik merk dat ik eigenlijk een heel sedentair levenspatroon heb. Wanneer ik geen bewuste inspanning doe, kom ik gemiddeld aan slechts een vierduizend stappen per dag. En wanneer ik een ganse dag consultaties doe – met al dat heen-en-weer geloop van en naar de onderzoekstafel zijn tienduizend stappen een eitje dacht ik – kom ik met moeite aan de tweeduizend stappen! Ik heb niet de indruk dat ik zo’n uitzonderlijk profiel heb – het is nu ook weer niet zo dat ik me met de taxi naar de bakker laat vervoeren, of met de riksja naar mijn werkafspraken; althans niet al te vaak – dus wellicht zullen veel burgers met een puur administratieve functie zoals ik de frequentie van hun stappen moeten verdubbelen om aan de heilige graal van tienduizend te geraken.

Hoe geraak je dan toch aan een beter resultaat?

1. Meten is weten
Je overschat het aantal stappen dat je dagelijks zet. Trust me on this. Je schat het aantal positieve dingen dat je doet te hoog in, en je minimaliseert het negatieve. Zoals het aantal calorieën dat je per dag naar binnen kapt. Dit hou ik ook regelmatig bij, en telkens weer verrast het me hoe snel ik aan de 25 punten geraak (één punt is vijftig kcal; maar dat is een ander verhaal).
Tienduizend stappen is al een behoorlijk groot getal; het komt overeen met ongeveer zeven km (de gemiddelde volwassene heeft een schrede van 1m40, oftewel 70 cm per stap). Een stappenteller is een absolute vereiste om een inzicht te krijgen in je effectieve activiteitsniveau. Hiermee kun je ook een concreet stappenplan (haha) aanmaken. Tienduizend per dag is misschien aanvankelijk wat te hoog gegrepen, maar begin bijvoorbeeld met zesduizend en bouw het gaandeweg op.

2. Verander je perceptie
Ik had destijds mijn bureau op het werk dusdanig ingesteld dat àlles binnen handbereik was. Mijn bureau, archiefkasten en printer had ik zo gepositioneerd, dat ik mijn bureaustoel slechts moest draaien om overal aan te raken. Zelfs de laden in mijn kast had ik op de ideale hoogte ingesteld, opdat ik mijn almaar uitdijende zitvlak geen twintig centimeter zou moeten verwijderen van mijn o zo comfortabele ergonomische stoel. En ik was behoorlijk trots op mijn verwezenlijkingen; ik had een maximale efficiëntie bereikt. Want time is money, en opgestaan is plaats vergaan. Deze houding mat ik me ook aan wanneer ik ging winkelen. Ik reed tweemaal de parking rond op zoek naar een parkeerplaats dicht bij de ingang van de winkel, liever dan een extra vijftig meter te moeten stappen. En de items op mijn boodschappenlijstje waren dusdanig gegroepeerd, dat ik me via één vloeiende beweging met een minimum aan stappen van de auto doorheen de winkel terug naar de wagen kon begeven. En o wat vloekte ik binnensmonds als ik thuis aan mijn bureau zat, en merkte dat ik een document in de wagen vergeten was. Dan moest ik wederom opstaan, me een weg banen helemaal doorheen de living, een fysiek inspannende bocht maken via de eetplaats, de deur openen om de hal te betreden, dit niemandsland oversteken naar de voordeur (wéér een deur die ik moest openen!), me door weer en wind naar de auto begeven die op een afstand van minstens vijfhonderd centimeter van de voordeur af geparkeerd stond, en dan dezelfde homerische tocht terug maken!

Maar sinds ik ben gaan beseffen dat meer bewegen eigenlijk heel gezond is, ben ik dit allemaal heel anders gaan bekijken. Een verplaatsing met de benenwagen voelt niet langer aan als een nodeloze tijdverspilling, maar als een bevordering van mijn gezondheid, en een stap dichter bij mijn doel van tienduizend stappen. Nu ga ik bijvoorbeeld vaak mijn documenten printen in het lokaal langs het secretariaat in plaats van in mijn bureau (met als extra bonus dat het document dan in kleur is), en parkeer ik me aan de winkel met plezier een eindje verderop. Waar mogelijk gebruik ik ook niet meer de lift, maar ga ik met de trap. Dit bespaart me tijdens piekmomenten zelfs wat tijd.
Enkel die tochten van en naar mijn wagen vervloek ik nog steeds…

3. Go the extra mile
Met enkel wat verderop te parkeren of een extra ritje naar de koffieautomaat zal je er helaas niet geraken. Je zult dus extra activiteiten moeten inplannen. Ik probeer nu elke middag in plaats van aan mijn bureau door te werken, een wandeling te maken naar het Warandepark en terug. Dat duurt een klein half uur en hiermee kan ik drieduizend stappen extra op mijn conto schrijven. Een wandeling naar de bakker in de buurt en terug is iets meer dan tweeduizend stappen. En als ik ’s avonds merk dat ik er nét niet ga geraken, dan doe ik (zeker bij slecht weer) gewoon een aantal toertjes rond het kookeiland in onze keuken.