Wat is een kameel zonder poten?

kameel-xxx

In De Standaard brachten de werkgeversorganisaties onlangs een gezamenlijk standpunt naar buiten dat in essentie zegt: burnout is géén probleem veroorzaakt door de bedrijven, dus kan de oplossing niet van hen komen. Anderzijds gaan er andere stemmen op om burnout te erkennen als beroepsziekte. Voor een bedrijfsarts met ondertussen toch heel wat jaren op de teller, en die ondertussen al véél heeft zien voorbijkomen blijven beide visies toch even eigenaardig. Wat is er mis met ons sociaal overleg als het tot zulke wereldvreemde standpunten leidt? Hoe is het zover kunnen komen?

In 1901 hebben werkgevers aanvaard dat zij de eindverantwoordelijkheid hebben bij een arbeidsongeval, en dat de medewerker die er het slachtoffer van werd, recht heeft op vergoeding. Een enorme stap voorwaarts waarbij voorzien werd in een minimum van sociale zekerheid. Dat tegelijkertijd strafrechterlijke en burgerrechterlijke immuniteit werd verleend aan de werkgever is verdedigbaar, maar had wel als pervers effect dat vergoeding van schade belangrijker werd dan preventie.

Hetzelfde zien we bij beroepsziekten. Ons land heeft een zeer vooruitstrevend systeem, maar het zorgde er bijvoorbeeld bij de mijnwerkers voor dat ook daar vergoeding voor schade (stoflong) hoger op de agenda stond dan preventie bij de sociale partners die over de prioriteiten beslissen. De oprichting van de arbeidsgeneeskundige diensten in 1968 was een verdienstelijk initiatief om beroepsziekten vroegtijdig op te sporen. Bedrijfsartsen hebben hier zeer goed werk verricht, maar de curatieve aspecten en de benadering op individuele basis is te lang bevoordeeld door de organisatorische structuren. In de industriële samenleving van de tweede helft van de 20e eeuw heeft het nochtans vruchten afgeworpen.

Maar de samenleving is geëvolueerd. Arbeidsgerelateerde aandoeningen, met oorzaken die zowel bij het werk als in het privéleven kunnen te vinden zijn, zoals bv rugklachten en overbelastingsletsels, vroegen een bredere aanpak. Die aanpak moest zowel meer de preventie benadrukken als de multidisciplinaire aanpak. De bedrijven moesten de kans krijgen om hun eigen boontjes te doppen, en overleg binnen de bedrijven moest daarbij vooraan staan. De Wet Welzijn van 1996 is een lofwaardige poging om dit te verwezenlijken. Alle actoren (sociale partners, experten,.. ) zijn het erover eens dat dit de juiste benadering was. Ook de eerste uitvoeringsbesluiten van 1998 gingen de goede richting uit.

Jammer genoeg heeft de typisch Belgische ziekte met als belangrijkste symptomen regelneverij en koudwatervrees die goede bedoelingen vakkundig de nek omgewrongen. Vele betrokken en goedmenende werkgevers, vakbondsverantwoordelijken en experten behaalden op het terrein interessante resultaten niet dankzij, maar ondanks het wettellijk kader. Het bleef vechten om de preventie uit de exclusief individuele sfeer te halen, en collectieve maatregelen ingang te doen vinden.

Ondertussen zijn er andere uitdagingen : de demografische evolutie, het gebrek aan economische groei, de concurrentiehandicap, de loonkost, de nood aan toenemende productiviteit leggen steeds meer druk op werkgevers èn werknemers. Dat geldt ook voor het privéleven en de work-life balance. Allemaal maatschappelijke problemen die om oplossingen vragen die breed moeten worden gedragen. Dat betekent inderdaad dat de oplossing niet van de werkgevers alleen kan komen, maar dat zij wel belangrijke partners zijn om mee te denken aan oplossingen voor problemen waarvoor werknemers èn werkgevers via de sociale zekerheid uiteindelijk toch de factuur betalen. Op het terrein zien we werkgevers die smeken om oplossingen voor de vervroegde uitstroom en het verlies aan know how . Experten op het terrein hebben de ervaring èn de know how om hier een rol in te spelen.

Daarom kijken we met stijgende verbazing naar de discussies in verband met de nieuwe taken en de nieuwe tariefregeling voor de externe diensten die vanaf 1 januari 2016 van start gaat. Net zoals bij de Wet Welzijn is er een vrij grote consensus in verband met de prioriteiten en de expertise die moet worden aangeboden. De discussies van de actoren rond de bijhorende tarieven hebben echter een niveau bereikt intelligente mensen onwaardig.

We weten al jaren dat een kameel een renpaard is dat door het sociaal overleg is “gestroomlijnd”. Als de kameel echter geen poten meer heeft, wordt het moeilijk om vooruitgang te boeken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s